Woensdag 22/09/2021

'Die raketten waren een tastbare angst'

Nooit kwamen meer Belgen uit protest op straat dan op die mooie, kille herfstzondag 23 oktober 1983. Niet dat het wat uitmaakte, de raketten kwamen toch - en gingen weer weg. Nu, precies dertig jaar later, rechten de oudstrijders van de vredesbeweging opnieuw de rug, want ook die bommen uit Kleine Brogel moeten weg.

Jean-Luc Dehaene herinnert het zich nog goed. "In 1982 stond ik voor de persoonlijke keuze: de regering laten vallen over mijn geweten of meewerken aan een compromis." Vandaag staat de oud-premier mee vooraan bij 'Time to Go', het verzet tegen de kernbommen waarvan het hele land vermoedt dat ze in Kleine Brogel liggen. Morgen krijgt dat verzet gestalte in een nationale manifestatie in het Brusselse Jubelpark. Dertig jaar geleden beleefde Dehaene zijn "meest verscheurende momenten ooit" als regeringslid in het kabinet-Martens V, toen er over de plaatsing van kruisraketten op Belgisch grondgebied beslist moest worden.

Dehaene: "Ik ben altijd principieel tegen die kernraketten geweest. In 1982 kon ik leven met het uitstellen van de plaatsing, in de hoop dat daar uiteindelijk afstel van zou komen. Toen Martens (premier) en Tindemans (Buitenlandse Zaken) in 1985 in Washington bij president Reagan werden ontvangen, werd hen kordaat duidelijk gemaakt dat de speeltijd voorbij was. De regering had het plaatsingsbesluit amper goedgekeurd of de raketten werden al in alle discretie overgevlogen naar de basis in Florennes."

Op 15 maart 1985 werden op de luchtmachtbasis van Florennes 16 Tomahawk-kruisraketten geïnstalleerd. De al geplande antirakettenbetoging van twee dagen later kreeg de allure van een rouwstoet - met 200.000 deelnemers. "Daar is de kloof met de burger ontstaan", meent André Bogaert (79), toenmalig voorzitter van het organiserende Vlaams Aktiekomitee tegen Atoomwapens (Vaka). "Een groot deel van de mensen besefte toen voor het eerst dat hun stem niet gehoord werd als de grootmachten spraken. Van die manifestatie onthou ik een groot gevoel van machteloosheid."

Bogaert zat in de publiekstribune toen het parlement diezelfde week de plaatsing goedkeurde, met zijn jongere medewerker Jos Geysels, de latere Agalev-partijleider. "Man, ik was zo kwaad toen ik daar in de tribune zat", vertelt Geysels. "Ik keek naar het halfrond beneden en zei bij mezelf dat ik het daar dan zelf maar moest gaan doen. Ik heb meteen ontslag genomen en ben in de politiek gegaan." Twee jaar later werd Geysels Kamerlid namens Agalev.

Het eerste ontwapeningsfeit van Vaka dateert van december 1979. In een 'dubbelbesluit' had de NAVO eerder dat jaar beslist om middellangeafstandsraketten in West-Europa te installeren en tegelijk de Sovjet-Unie uit te nodigen voor ontwapeningsgesprekken. België was samen met Nederland een van de uitverkoren locaties voor de plaatsing. Overal in Europa schoten comités uit de grond om protestmarsen te organiseren. In Brussel kwamen al meteen 50.000 mensen op de been, onder wie, in de plensende regen, die eerste keer ook dus de jonge CVP-cabinettard Jean-Luc Dehaene en Jos Geysels, op dat moment als twintiger lid van de Vaka-kerngroep.

"Dat succes was een schok, ook voor ons, organisatoren", lacht Geysels nu. "We hadden niks. Geen ordedienst, amper een woordvoerder..." De schokgolf rimpelde voort tot in de Wetstraat. Geysels: "De grote traditionele partijen CVP en SP beseften dat ze de aansluiting met de mondige generatie van na '68 aan het missen waren. Karel Van Miert heeft toen zijn kans gegrepen. Ook de CVP corrigeerde, onder druk van het ACW, enigszins haar slaafse Atlantische koers."

Uit het niets kwam de vredesbeweging niet. Door Vietnam en de atoomwapenwedloop was 'vrede' een mobiliserend thema voor een bont maar erg geëngageerd gezelschap van linksen, christenen en 'nooit meer oorlog'-nationalisten. Vaka ontstond uit het grotere Overlegcentrum voor de Vrede (OCV), dat al sinds 1975 vredesinitiatieven overkoepelde. Dat was een politiek handigheidje, herinnert coördinator André Bogaert zich. "Het verzoek om in Brussel een betoging te organiseren kwam uit Keulen, van een organisatie die communistisch geïnspireerd was. Het OCV, met belangrijke christelijke organisaties, wou zich daar niet rechtstreeks mee associëren. Dus hebben we Vaka maar opgericht."

Met immens succes. Na de al succesvolle manifestaties van 1979 en 1981 overstroomden op zondag 23 oktober 1983 plots zo'n 420.000 mensen Brussel. Het is nog altijd de grootste betoging in de vaderlandse geschiedenis - dubbel zo groot als de 'Witte Mars'. Bogaert moest de betogers toespreken. "Ik moest schreeuwen, maar ik ben helemaal geen schreeuwer. Ik heb gezegd dat het onze christelijke plicht was als eerste een gebaar van vrede te stellen. Toen begon het hele plein te zingen 'Give Peace a Chance'. Ja, dat doet iets met een mens."

Vanuit de drie grote hoofdstedelijke stations liepen de betogers over drie parcoursen naar de centrale verzamelplek. Jos Geysels was hoofd van de ordedienst. "We waren met achthonderd, maar dat stelde niks voor tegen zo'n massa. We hadden alleen walkietalkies en na een paar uur waren de batterijen al plat. Nu ja, de orde moest ook niet echt gehandhaafd worden."

Uren en uren schuifelden mensen voorbij de Brusselse Beurs. Onder hen de jonge moeder Rita Meert met - typisch - haar driejarige dochter in de kinderwagen. "Overal liepen gezinnen met kinderen rond", zegt ze. "Wij waren op pad met de mensen van ons dorp, Hoeilaart. Vele kinderen droegen zelf beschilderde bordjes of plakkaten. Er heerste zelfs een vrolijke, uitgelaten sfeer. Niet dat we het gevoel hadden van een dagje uit: wij wisten erg goed waarom we daar liepen. Nu lijkt de plaatsing van die raketten ver van ons bed, toen was dat een tastbare angst. Daar werd over gepraat in gezinnen of op café."

Hiroshima, zo weet zanger Klaas Delrue van Yevgueni nog. De paddenstoelwolk met massavernietigingskracht was het schrikbeeld dat dertig jaar geleden nog tot het levende collectieve geheugen behoorde. Dat nooit meer. Ook ten huize Delrue werd driftig over de bom gepraat, en zo kwam het dat de zevenjarige Klaas hand in hand met zijn vader en zijn twee oudere broers door de straten van Brussel liep. "Een geweldig avontuur natuurlijk", zegt hij nu. "Maar zelfs voor mijn generatie waren die rakettenbetogingen bepalend voor de maatschappelijke bewustwording. Ook op de speelplaats werd onder kinderen gediscussieerd. Je hoeft ook geen kernfysica gestudeerd te hebben om de rakettenkwestie te begrijpen. Als één zo'n raket ontplofte, ging de hele wereld eraan. Dat begrijpt het kleinste kind."

Daar zit ook de mobilisatiekracht van de vredesbeweging, denkt Delrue. "Mijn vader is een voorzichtig en gematigd man - veel meer dan ikzelf. Maar die raketten, daar kon hij zich enorm in opjagen." Het is wat organisator André Bogaert een 'ethisch reveil' noemt. "Vele Belgen hebben maar één keer betoogd in hun leven, en dat was toen, in 1983. Het was genoeg geweest. Gewone mensen schenen veel beter dan sommige politici te beseffen dat die massavernietigingswapens geen speelgoed waren dat je zomaar over Europa uitstrooide. Pacifisme zat toen in de, welja, grondstroom."

Zo bekeken waren de rakettenbetogingen een vrolijke uitlaatklep van een cynisch crisistijdperk, zo treffend verwoord in 'De bom' van Doe Maar: "En als de bom valt / Dan lig ik in mijn nette pak, / diploma's en mijn cheques op zak / Mijn polis en mijn woordenschat." Verklaart die tijdgeest ook het unieke succes van de marsen? Politicoloog Patrick Stouthuysen (VUB) - destijds zelf aanwezig als beginnend onderzoeker "maar ook uit sympathie" - twijfelt. "Wat wel meespeelde was dat de rakettenkwestie voor politiek links een welkom thema was om zich op te profileren. Links zat in het defensief, maar eerlijk gezegd had het toen ook geen alternatief voor het harde anticrisisbeleid van de rooms-blauwe regeringen-Martens. Dan waren raketten veel eenvoudiger om tegen te zijn. Karel Van Miert en Louis Tobback hebben er hun populariteit op gebouwd, maar ook het prille Agalev met pionier Ludo Dierickx."

Toch: "Het idee van de vredesbeweging als een spontane, bijna geïmproviseerde volksbeweging is een mythe. Succes van betogingen komt niet uit de waterkraan, maar hangt ook af van de simpele capaciteit om bussen en treinen te reserveren. Alle nieuwe sociale bewegingen kregen toen een impuls door de instroom van de zogenaamde 'beroepsvrijwilligers': gewetensbezwaarden, BTK'ers en andere nepstatutairen. Vaka was van meet af aan een professionele beweging, met een sterke structuur die vertakt was naar het brede middenveld van arbeidersbeweging, jeugdbewegingen, derdewereldorganisaties en volkshogescholen. Daardoor konden ze de macht van de grote getallen laten spelen. De linkse alternativo's zaten in de marge van die beweging. In het hart zaten vaak christelijk geïnspireerde mensen. Vandaar ook de omzichtigheid bij het formuleren van ordewoorden. Vaka heeft nooit tot de revolutie opgeroepen, want ze moest de grote christelijke organisaties in het centrum meekrijgen."

Nog een sleutelfactor in het succes was de lokale verankering. Professor Stouthuysen: "Lokale comités mobiliseerden rond kleine, haalbare acties, waarbij ook scholen of de Chiro betrokken konden worden. Zo werd het vuur in gang gehouden voor de nationale manifestaties." Klopt, glimlacht Rita Meert: "Wij hadden toen een bordje aan ons huis hangen met daarop 'Kernwapenvrij verklaarde woning'. Ja allicht! Er lag toen in geen enkel huis een bom, maar het tekent wel de sfeer van toen."

Merkwaardig dan toch dat al dat oprecht engagement vandaag klinkt als een bericht uit een in zwart-wit foto's gestolde, voltooid verleden tijd. In alle in memoriams die vorige week voor oud-premier Wilfried Martens verschenen werd amper melding gemaakt van 's lands grootste betogingen die dertig jaar geleden tegen zijn (internationaal) beleid werden georganiseerd. "In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Witte Mars met de hervorming van politie en gerecht kan de vredesbeweging ook geen onmiddellijk tastbaar resultaat voorleggen", geeft journalist-schrijver Dirk Barrez toe, nog zo'n oudstrijder van het eerste Vaka-uur. "De raketten werden toch geplaatst, en toen ze weer werden weggehaald was dat dankzij de perestrojka in de Sovjet-Unie, niet omdat wij betoogd hadden."

Volgens Barrez is de vredesbeweging zelf te achteloos omgesprongen met haar erfenis. "Dat het IJzeren Gordijn ooit zou vallen, was per slot van rekening onze utopie. Als dat werkelijkheid geworden is, is dat dan ook mee onze verdienste. Daar mogen we best wat trotser op zijn. Toen dat nog verboden was, schoten wij al gaatjes in het gordijn, door contacten met vredesorganisaties aan de overkant, die zich clandestien tegen de Russische raketten verzetten."

Ook Jos Geysels wil niet te meewarig doen over het belang van de vredesbeweging. "Dit was een feest van democratisering. In het kleinste café werd toen gediscussieerd over Reagan en Brezjnev. Noem het de G400.000, een georganiseerde kreet om gehoord te worden. Het is de organisatie die van een stroming een beweging maakt. Dat is het grote, jammerlijke verschil met Occupy vandaag, dat voor een even rechtvaardige zaak vecht, maar zich nooit fatsoenlijk georganiseerd heeft."

Die organisatiekracht sijpelde door in de rest van het nieuwe sociale middenveld. Vaka zelf vervelde tot een performante antiracismebeweging, bekend van de Hand in Hand-betogingen, de Zonder Haat Straat en vooral de regie achter het cordon sanitaire. Vele oudstrijders van de koude oorlog bleven actief in verwante progressieve verenigingen. Jos Geysels is voorzitter van 11.11.11 en van de Decenniumdoelen tegen armoede; André Bogaert is nog bestuurder bij volkshogeschool Vorming-Plus en bij milieuorganisatie Terra Reversa; Rita Meert is lid van Oxfam en van Natuurpunt; Klaas Delrue is actief bij Groen en heeft gewerkt voor Greenpeace en Vredeseilanden. En andersglobalist Dirk Barrez is vandaag mee drijvende kracht achter de coöperatieve bank NewB. "Van de vredesbeweging naar mijn engagement vandaag loopt een rechte lijn", vindt Barrez. "Van een financieel systeem dat de wereld in zijn greep houdt gaat ook geweld uit. Een alternatieve bank oprichten is ook een daad van vredesactivisme."

Geysels ziet ook een directere politieke impact. "Ten tijde van Martens V waren Guy Verhofstadt en Louis Michel de grote pleitbezorgers van Reagan. Michel wou die raketten desnoods zelf gaan plaatsen in Florennes, en Verhofstadt bestond het om na de betoging van 1983 te zeggen dat er nog veel meer mensen thuisgebleven waren. Vergelijk dat eens met het ethisch geïnspireerde buitenlandbeleid dat ze later zelf gevoerd hebben onder paars-groen. Zonder de geschiedenis van de vredesbeweging zou een Belgische regering nooit een zo ferm standpunt hebben durven innemen tegen de oorlog in Irak. Je kunt daar over meesmuilen, maar ik ben oprecht blij dat uitgerekend zij zich nu achter het verzet tegen Kleine Brogel scharen. Daarin zie je de kracht van de overtuiging aan het werk."

Morgen zien ze elkaar allemaal weer, in de grote of kleine massa die aan het Brusselse Jubelpark bijeenkomt voor een vreedzame picknick tegen de aanwezigheid van kernwapens op Kleine Brogel. André Bogaert is benieuwd hoe de jongere generatie het ervan afbrengt, terwijl Jos Geysels bidt dat het "geen reünie van nostalgici wordt". En Dirk Barrez vindt de strijd tegen oorlog en structureel geweld nog altijd even relevant als toen hij als negentienjarige voor het eerst een megafoon vastpakte om een betoging te organiseren.

Ook Rita Meert zal aanwezig zijn. De dochter die dertig jaar geleden in de kinderwagen tussen 400.000 anderen naar het Beursplein trok, blijft nu thuis. "Ik krijg haar niet meer overtuigd. Ze vindt dat mijn generatie te veel op illusies geleefd heeft."

www.timetogo.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234