Donderdag 23/09/2021

'Die kerel heeft gewoon eeneigen postkantoor!'

Roveniemi is 'het Las Vegas van het noorden' wegens zijn overdaad aan goktempels. Als hij even niet met de kinderen bezig is, hangt de kerstman aan de stalen arm van de jackpot te snokkenEten doet de kerstman in de hamburgertent van zijn eigen dorp, vandaar zijn dikke pens allicht

Jaar na jaar tonen journaalbeelden hoe de kerstman en zijn rendieren vanuit zijn landgoed naar alle uithoeken van de wereld vertrekken om de kinderen te plezieren. Dimitri Verhulst trok naar Rovaniemi en vond de corpulente kindervriend. Hij beschikt over een adres met brievenbus, en over fax en e-mail. Brieven aan de hemel blijven onbeantwoord, Jezus Christus doet voor al zijn administratie een beroep op zijn ambassadeur in Rome. Maar de kerstman schrijft hoogstpersoonlijk terug, tegen betaling van 6 euro weliswaar.

Dimitri Verhulst

Tekening Jan de Maesschalck

Wat dacht u van Heidi Andersson? Het kind haar rechterarm lijkt op zo'n gigantische gezouten ham in een Spaanse bar en is tweemaal dikker dan haar linkerarm, en ze beoefent een sport die lang geleden nog olympisch mocht worden genoemd en dat wat mij betreft opnieuw zou mogen zijn: het armworstelen. Een ideale televisiesport nochtans, de gemiddelde partij duurt drie seconden. Driemaal werd ze wereldkampioen bij de vrouwen, in Tokio 1999, Rovaniemi 2000 en Springfield 2002. De absolute top in een in Europa sterk verwaarloosde sport. In India alleen al beoefenen een miljoen kleerkasten de armworstelarij, in Rusland beschikken ze over armworstelscholen en Amerikaanse mannen voelen er ook wat voor om op deze prehistorische manier indruk te maken op hun barbievrouwen. Korfbal, ik noem nu maar iets, is volgens mij minder verspreid.

Heidi woont in Ensamheten (vertaald: De Eenzaamheid), een dorp dat uitsluitend met een vergrootglas op een gedetailleerde stafkaart terug te vinden is, een muggenstrontje groot, met zeventien inwoners, stuk voor stuk leden van de familie Andersson. Tot de leeftijd van zestig kon haar grootvader het in het armworstelen van zijn kleinzonen halen, haar vader is wereldkampioen bij de veteranen, haar kleine broertje staat zesde in de Zweedse ranking en nichtje Fia werd in 2002 wereldkampioen in haar leeftijdscategorie. Een voltallige familie biceps in hetzelfde hol, een zopas ontdekte stam met verkeerd geproportioneerde voorarmen. Er is nauwelijks een Zweed die weet heeft van het bestaan van Ensamheten, maar bij professionele armworstelaars groeide het dorp uit tot een mythische plaats. "De wereldtitel pakken is niks, een partij winnen in Ensamheten is een kunst", dixit iedereen die begaan is met de zuivere krachtpatserij.

Om in vorm te blijven legt Heidi Andersson bomen en elanden plat, en drukt ze de armen van haar nonkels met een smak tegen het tafelblad. Zo nu en dan is er een ruige trucker die meent een of andere eer te moeten verdedigen en die, als hij toevallig in de buurt van Ensamheten een vracht boomstammen of elandbiefstukken moet komen ophalen, het niet laten kan de achttienjarige wereldkampioene uit te dagen. Maar zoals ze zelf beweert: armworstelen is ook een kwestie van techniek, een kwestie van de juiste grip. Het geluid van brekende armen schijnt onvergetelijk te zijn, de pijn ervan wordt omschreven als 'tandpijn vermenigvuldigd met migraine'. En dus horen die truckers na minder dan drie seconden een krak ter hoogte van hun tattoo, en moeten zij letterlijk de duimen leggen voor dit jonge kind. Hun rechterarm: een verzameling verdwaalde botsplinters in een gipsverband waarop de kampioene haar naam mag schrijven.

Dit zou de iconografie van Zweden kunnen zijn: Abba, Björn Borg, Pippi Langkous, Gunnar Ekelöf, Volvo, een pot verf met kleurcode 14425, Lisa Ekdahl, Ikea, een botanicus van wie ik de naam maar niet onthouden kan, Olof Palme, rotte haring én Heidi Andersson.

Maar hoe graag ik het haar ook zou gunnen, de bekendste inwoner van Lapland is Andersson niet. Die woont op Fins grondgebied, meer bepaald in het stadje waar zij in 2000 voor de tweede keer wereldkampioene werd, en is niemand minder dan zijne rondbuikigheid de kerstman.

De discussie over het bestaan van God de Vader is zo goed als volledig afgerond, maar de kerstman lijkt wel degelijk te bestaan. Hij beschikt over een adres met brievenbus: Lapinkävijjäntie 1, 96100, Rovaniemi, Finland. En over fax en e-mail, hij is mee met de tijd. Brieven aan de hemel blijven onbeantwoord, Jezus Christus maakt zijn post nooit open, is misschien analfabeet en doet voor al zijn administratie dan maar een beroep op zijn ambassadeur in Rome. Maar de kerstman schrijft terug, persoonlijk. Hij likt zijn enveloppen met zijn eigen spuugsel dicht.

Jaarlijks tonen de journaalbeelden ons dat de kerstman en zijn span rendieren vanuit zijn landgoed in Rovaniemi naar alle uithoeken van de wereld vertrekken om de kinderen van rijke ouders te plezieren. Als dat op het journaal komt, als daarvoor courante oorlogsbeelden wijken, dan móét het wel waar zijn. Nu we toch in de buurt zijn, vinden mijn geliefde en ik het een geweldig idee om eens naar het dorp van de kerstman te gaan. Je krijgt niet elke dag die kans. Exact op de poolcirkel woont hij, een kwestie van marketing, en ik moet lachen om het idee dat wij ineens een halve dag zuidwaarts moeten rijden om de noordpoolcirkel te bereiken.

Mochten we straks de weg moeten vragen, 'kerstman' is 'joulupukin' in het Fins. Letterlijk vertaald: de geitenvent.

Behalve thuishaven van de corpulente kindervriend is Rovaniemi de hoofdstad van Lapland en vormt het na Buenos Aires het grootste tangosalon ter wereld. De tango, die verticale expressie van een horizontaal verlangen, is Finlands nationale ritme. Nationale volksdans nummer twee is de hoempa, ik zweer het, en te oordelen naar de naam zou ik die wel eens uitstekend kunnen beheersen. De stadsgenoten van de kerstman herbergen een van de meest vooraanstaande tangofestivals op planeet disco en ik verheug er mij al op vanavond ergens onder een glitterbal de zoenende kersen van mijn prinses in mijn nek te leggen en haar met perfecte passen mijn horizontale verlangens kenbaar te maken. In afwachting luisteren we in de wagen naar de cd Hittitangot, een compilatie van Finse tangoklassiekers, met werk van onder anderen Kaija Pohjola en Reijo Taipale, helden met afschuwelijke kapsels. Argentijnse tango vinden de Finnen maar niks. Te verwaand. En Astor Piazzola was huns inziens een intellectueel die een kluwen van ingewikkelde klanken uit zijn bandoneon trok. Ondansbaar bovendien, elitair en bescheten. Van een tango verwachten de Finnen dat je erop kunt dansen met een fenomenaal stuk in je kraag. Het genoegen van een zwoele dans mag je niet ontnomen worden omdat je vele liters wodka door je strot liet lopen, van iemand die zopas zijn hemd heeft ondergekotst mag niet verwacht worden dat hij moeilijke maten telt en acrobatische bewegingen uitvoert tezelfdertijd. Een zattemansdans moet het zijn, een verre variant van een Duitse mars. Het is niet voor niets dat Rovaniemi tijdens de Tweede Wereldoorlog een bolwerk was van nazi-sympathisanten. Gezien zijn afkomst en zijn indrukwekkende leeftijd is het trouwens niet uitgesloten dat de kerstman nog hakenkruisjes in zijn muts crocheteerde, of bij zijn aankomst in Duitsland de 24ste december 1939 de Hitlergroet uitbracht.

Het regent en het ritme van die regen staat me aan, ik verlang naar een bijbehorende begrafenis, en denk er op deze hobbelige wegen plots aan dat ik al jaren met de verkeerde gedachten naar mijn platen van Astor Piazzola luister. Met te weinig alcohol in mijn lijf, dat om te beginnen. Tijdens de beluistering van zijn langspeler El Sur, mijn persoonlijke favoriet, zat ik voortdurend mijn gedachten in zuiderse tafereeltjes te marineren. Ik dacht aan knoflook, de geur van pis in kleine steegjes, oude mannen met oude gedachten op een bankje in de zon, furieuze deernen die altijd haastig lopen en naar wie wordt gefloten, trage uren in kapotte klokken. Maar voor Argentijnen moet het zuiden hetzelfde zijn als het noorden voor mij. 'El Sur' waar Piazzola het over heeft, dat is de rattenstaart van Latijns-Amerika: Vuurland, pinguïns, de bijtende winden van de pampa, onbegroeide landen, een steenrijke en avontuurlijke zuidpoolreiziger op zoek naar een filmrolletje. De tango dans je niet in de nabijheid van een mango. Tango tegen de kou.

Na aangenaam te zijn opgehouden door een kudde rendieren ('Dag Rudolph, hoe gaat ie?') komen we in de buurt van de voor de Lappen heilige berg Levi en op de vlot berijdbare weg nummer 79, tot onze grote verbazing 'Santa Road' genaamd. Zulke belachelijkheden had ik hier niet verwacht. Santa Road... Kom mij niet onder de oksel kietelen of ik ga dood. Zulke nonsens moet ten dienste staan van de bedrijfsbonzen die 's winters een lading geld smakken tegen een boven de noordpoolcirkel belegde conferentie. Men stuurt de dikste sigaren rokende werknemers op kosten van de fiscus naar een vergaderruimte in Muonio. Tussen de debatten door meent de baas de teamspirit van zijn gewillige personeel te moeten opkrikken en laat hij ze een tochtje maken met sleehonden. Ik heb die getrainde poolhonden gezien, werkloos in een kooi of aan de ketting, maar misschien tevreden dat hun seizoensarbeid er voor dit jaar weer op zit. Ze kunnen zichzelf op de behaarde borst slaan, het is dankzij hen dat vele bedrijfsleiders opnieuw achter hun product staan en het met meer geestdrift aan de man brengen. Aan de basis van de stijgende verkoop van de shampoo ligt een poolhond. Fortuinen kosten zulke 'incentives', ik heb de prijzen geraadpleegd. Twee, drie dagen duurt zo'n potje teambuilding gemiddeld, en in ruil voor het snoepreisje van de firma kunnen de onnozelaars in das levenslang pochen het noorderlicht te hebben gezien en verliezen ze hun morele recht op protest tegen het feit dat ze onbetaalde overuren moeten kloppen. En ze reden over Santa Road, wat ze dan aan hun eenzame en van miserie overspelige vrouw en verweesde kroost kunnen vertellen.

Indien ik beter had nagedacht zou het bestaan van Santa Road mij niet verbaasd hebben. Over twee weken komen alle kerstmannen van overal ter wereld naar Noorwegen om het er te hebben over de gedragscode van de ideale kerstman, en deze winter vindt in Gällivare (waar wij vorige week nog waren en zich een befaamd muggenmuseum bevindt) het wereldkampioenschap kerstman plaats. Opgelegde proeven zullen zijn: zoveel mogelijk rijstpap eten, schoorsteenklimmen en geschenken verpakken.

Wat ik aan Santa Road noch aan alle andere Finse wegen begrijp, is dat hier iedere twintig kilometer een openbare toilet staat neergepoot. Propere toiletten, helemaal in het hout, een voor de mannen, een voor de vrouwen, een voor rolstoelgebruikers. Ik versta waarom mannelijke en vrouwelijke rolstoelgebruikers in tegenstelling tot hun beweeglijkere soortgenoten wel dezelfde plee delen: de kans is daar kleiner dat de mannen op de bril plassen. Maar waarom zijn die toiletten hier? Nergens ter wereld kun je zo eenvoudig in de bossen zitten pissen. Straffer nog, om naast een boom te pissen moet je bijzonder goed kunnen mikken (70 procent van het land is woud, remember). Ik doe mijn hoedje af voor de verzorgdheid van de Finse staat, maar ik verwonder mij erover hoe een volledige natie zodanig kan worden opgevoed dat iedereen het fout vindt even in de graskant naar de gulp te grijpen. Wildplassen kan toch geen openbare zedenschennis zijn in een land waar iedereen met iedereen in zijn pure in de sauna zit? In Muonio maakten ze reclame voor een sauna waar je met 250 mensen tegelijk in kunt worden uitgerookt. Ik mag er niet aan denken.

Na een kleine tweehonderd kilometer Santa Road rijden we Roveniemi binnen, 'het Las Vegas van het noorden' wegens zijn overdaad aan goktempels. Als hij even niet met de kinderen bezig is, hangt de kerstman aan de stalen arm van de jackpot te snokken, hij droomt van drie banaantjes op een rij. Hoort hij de regen op zijn dak, dan denkt hij aan vallende muntstukjes.

Hoofdsteden zijn zelden representatief voor de rest van het land, en met Lapland heeft Rovaniemi niets gemeen. Er wonen mensen. En veel. Dicht bijeen in appartementsblokken die duidelijk op Moskouse achterwijken zijn geïnspireerd. Ze zien er ook als mensen uit.

Het is een graad of elf, de laatste druppels regen worden van de paraplu geschud, het karretje van de ijsverkoper doet gouden zaken. Meisjes van ik schat twaalf jaar kregen wel eens een modeblad te zien en weten ongeveer hoe ze een meisje van achttien moeten nabootsen. Hun blote navels geeuwen, ze zitten op bankjes of lummelen wat rond. Voor hen heeft het leven gelukkig nog veel pakjes sigaretten in petto. De jongens dragen militaire kapsels en als ze van hun skateboard vallen, zien zij hun kansen op zo'n meisje helemaal verkeken. Ik moet aan alle films van Krzysztof Kieslowski denken, maar ik zal mij pas thuis ontfermen over de vraag hoe dat komt. Aan de rand van het centrale plein hokken jonge soldaten samen rond een fles flauw bier, ze vervelen zich bij zoveel vrede. Naar Rusland is niet zo ver meer, met voldoende proviand en dagen verlof te doen op een skateboard. Hun vaders hebben de Koude Oorlog meegemaakt, die sfeer is blijven hangen en is drukkend. Ik moet van de gelegenheid gebruikmaken en wil een aantal bij ons onverkrijgbare Finse tango-cd's op de kop tikken. Tovio Kärki en Arvo Koskima zouden dé grote tangocomponisten van Finland zijn, de sampler 'Tule Tassimaan' verplichte kost voor elke moderne tanguero. Dus stap ik op zo'n hip meisje af, met haar kledij maakt ze het verkrachters wel heel makkelijk maar dat is nu mode en ik ben een oude zak aan het worden, leve de jeugd dus maar... en vraag het hoerige kindvrouwtje waar ik de dichtstbijzijnde platenzaak vindt. Daarnet nog zong zij luidkeels en vlekkeloos een hit van Britney Spears mee, maar Engels verstaat ze niet. Haar vriendinnetje wel, zij draagt bovendien 250 grammen meer textiel aan haar modieuze hongerlijf. Afijn, een platenzaak is hier niet, en van Tovio Kärki heeft ze nog nooit gehoord, maar dat komt in de beste gezinnen voor. Ik moet maar eens gaan kijken in Helsinki, een vliegtuigreis hiervandaan. De muziek van Britney Spears die uit het winkelcentrum komt, is gedownload. Er is hier één cd te verkrijgen, en zo goed als in elke winkel, hij is zowel te koop bij de krantenboer als in de kledingzaak: Finlandia van Jean Sibelius.

Zoveel weet ik nu toch: de pakjes die de kerstman ons bezorgt, heeft hij zelf in het buitenland gekocht. Dat verklaart misschien waarom mijn speelgoed destijds made was in Hongkong.

Meneer Joulupukin, de kerstman dus, hoeft niet in een kil hoofdstedelijk appartement te wonen, zijn optrekje bevindt zich zo'n vier kilometer buiten de stad en blinkt niet uit in soberheid. De torenspits op zijn kantoor toont ons zijn metershoge portret, onnodig dat hij zijn naam op de deurbel zet. Het is duidelijk dat de kindervriend zichzelf bijzonder gaarne ziet. Opdat iedereen zou weten dat hij wel degelijk exact op de noordpoolcirkel woont, is deze lijn op deze plaats niet langer imaginair, een dikke witte band loopt vanonder de voordeur van de kerstman naar zijn parking (voorzien op vijfhonderd wagens en evenzoveel autocars). 66° 32' 35", arctic circle. Japanners stappen over de lijn en ontvangen een certificaat dat zegt dat ze ten noorden van de noordpoolcirkel zijn geweest, alsof dat een prestatie was. Meteen erna springen ze in een bus die hen in razende vaart naar Santa Claus Airport brengt. Japanners zijn dol op hun job en hun bedrijf, omdat ze van hun vakanties maagzweren krijgen.

Wat mij, eeuwige zoon van een postbode, echter het meest boeit en tevens met verstomming slaat, is het postkantoor van de kerstman. Die kerel heeft gewoon zijn eigen postkantoor! Zijn eigen postzegel! Zijn eigen poststempel! Een brievenbestelbusje met het logo van de kerstman staat voor de deur, alsook een knalrode motor van zijn persoonlijke koerierdienst. Jaarlijks ontvangt hij maar liefst 700.000 brieven, voor de Finse overheid blijkbaar voldoende om hem maar ineens een eigen postkantoor te schenken. Tweeduizend bedelbrieven per dag, opportunistisch gefleem van hebzuchtig grut, oefeningen in prostitutie voor kinderen van zes jaar. "Liefste kerstman, ik zie u graag. U mag mij aanstaande kerst bezorgen volgende waslijst speelgoed..." Vooral de Polen en de Britten kruipen in hun pen om de kerstman te behagen, de Japanners staan op een schone derde plaats wat het aantal brieven aan de heilige man betreft. Maar de Britten doen meer dan schrijven alleen. Op kerstdag legt British Airways maar liefst vijfhonderd chartertoestellen in om de landgenoten veilig en wel op de schoot van Santa te zetten.

Schrijft de kerstman terug? Ja! Tenminste, tegen betaling van een kleine 6 euro beantwoordt hij uw smachtende epistels. De arme kindjes kunnen zijn jingle bells kussen. De arme kindjes moeten maar begrijpen dat de kerstman een leger vertalers in loondienst heeft en dat zijn postbodes ook niet leven van de liefde alleen. Wie een brief van Père Noël of Babbo Natale wenst, moet de taal van zijn keuze invullen op een speciale bestelbon en zijn kredietkaart bovenhalen. Een Afrikaanse taal is geen van kerstmans persoonlijke tolken machtig, en ook de talen waarin Aziatische kinderarbeid wordt verricht kunnen in Lapland nog niet met een Assimil worden aangeleerd.

Het mag juni zijn zoveel als het wil, in het postkantoor klinkt uitsluitend kerstmuziek. De postbedienden achter de balie ruilden hun kepie voor een kerstmuts, ze verkopen kerstkaartjes aan de lopende band. Ieder kerstkaartje in dit kantoor verzonden ontvangt een speciale stempel; maar liefst drie mensen voorzien in hun levensonderhoud door acht uur per dag stempels op een zegel te stampen. Er wordt hier aan postzegels gelebberd dat het geen naam meer heeft, maar zo'n postzegel van Father Christmas is dan ook het vierde meest verkochte product in Lapland. Een volk van filatelisten (het eilandje Åland heeft eveneens zijn eigen postzegel, waarvoor op ruilbeurzen een pak geld wordt neergeteld).

Er is een aparte brievenbus voor mensen die hun brief graag op 24 december geleverd zouden zien. Mijn liefje en ik schrijven onszelf een brief die ons volgende winter zou moeten bereiken. Indien niet, dan is die kapitalist van een kerstman op de koop toe een gemene oplichter en kom ik hem persoonlijk die wollen baard van zijn pafferige gezicht sleuren.

Het wordt de hoogste tijd dat we de enige, echte kerstman zien, vind ik. Hij houdt audiëntie in zijn kantoor en wordt daar beschermd door bodyguards. Niet dat iemand het in zijn hoofd zou halen de kerstvent enig kwaad te berokkenen, neen, die bodyguards waken erover dat niemand stiekem een foto van de kerstman zou nemen. Dat mag niet. Het is te zeggen, het mag wel, maar dan moet je eerst 6 euro betalen. Zes lijkt zijn getal te zijn, dat heeft hij gemeen met de duivel. En daar zit hij dan, op zijn pronkerige stoel naast het knetterende haardvuur, de wereldkaart in zijn nek, omringd door atlassen, de gepatenteerde kerstman. Vriendelijk ziet hij er niet uit, maar dat verwacht ik ook niet van een individu op wiens knieën iedere minuut weer mensen worden gezet voor een portret. En kinderen zijn het niet. Volwassenen, ook zwaarlijvige, hijsen zich na betaling van 6 euro op schoot van de onsterfelijke, kussen hem, slaan hun arm om hem, en lachen zodanig infantiel naar de camera dat zelfs kinderen het hen niet zouden kunnen nadoen.

Een gids houdt halt aan de boekencollectie van de kerstman. Ik heb daarnet al eens gekeken, er staat niks van Stijn Streuvels in zijn kast, niks van Leopold Wiener, niks van Nescio, niet één dichtbundeltje of wintervertellinkje van wie dan ook, hij is een echte cultuurbarbaar. Het groepje toeristen luistert aandachtig naar de gehuurde gids, die vertelt dat dit de befaamde adresboeken van de kerstman zijn, in deze boeken staan alle adressen van alle kinderen. De toeristen knikken, zoals ze ook in het Parthenon zouden knikken, zoals ze op iedere cultuurhistorische plaats hun kin een beweging laten uitvoeren tussen knikken en knikkebollen in, en de gids besterft het niet, neemt zichzelf bijzonder ernstig. Ik zou die boeken wel eens willen raadplegen. Zou café Liars te Nieuwerkerken erin staan, in die adresturf van Europa? Hij moet dat café kennen, hij is daar immers op kerstdag 1978 geweest en heeft mij daar een pakje overhandigd. Die dag moet hem bijgebleven zijn, aangezien hij straalbezopen de kroeg verliet. Wanneer in 1978 vele kindertjes tevergeefs op hun speelgoedje hebben gewacht, dan kwam dat omdat de kerstman in Nieuwerkerken aan het kotsen was. Nu ik hier toch ben, zou ik de man kunnen helpen en hem een adreswijziging doorgeven. Café Liars bestaat niet meer, het heet ondertussen café The Cup, een pekzwart beklede ruimte waar hardrockers een ganse dag aan een stuk aan de toog het hoofd schudden en zich smartelijk bezatten. Ik geloof niet dat hij daar aanstaande kerst wordt verwacht, hij mag dat adres best schrappen.

Je zou het soms durven vergeten, zeker in Rovaniemi, maar de kerstman bestaat niet. Wie daar op die stoel zit met een doltevreden edoch 6 euro armer mokkel op schoot is een ongeschoolde sukkelaar die nergens aan de bak kwam, en die uit arren moede dan maar de job van kerstman heeft aangenomen. Ik vermoed dat er een vijftal van die mannen moet zijn, zodat ze elkaar kunnen vervangen in tijden van ziekte of verlof. Die kerstmannen gaan klagen bij de vakbond als er weer te dikke mensen hun knieschijven naar de vaantjes hielpen, ze zeuren over het karige loon, de zelf op te hoesten kostprijs van hun baard in de droogkuis. Dit zijn mensen van vlees en bloed, collega's van Mickey Mouse in Disneyland in feite. Eens om de zoveel tijd moet er in de streekkrant van Rovaniemi een vacature voor een nieuwe kerstman worden uitgeschreven. 'Gezocht: kerstman. M/geen V. Profiel: een kolossale bierbuik, blozende en vette wangen, stevige botten. Ze moeten bereid zijn op zaterdag en zondag te werken. Mensen met een brilletje en/of vraatzucht worden extra aangemoedigd om te solliciteren. Indien niet ernstig of kleurling u gelieve zich te onthouden.'

Ik zou er best wel eens bij willen zijn, bij het sollicitatiegesprek van de kandidaat-kerstman.

En je zult maar een dochter hebben die op een dag met de kerstman thuiskomt en ermee wilt trouwen. (Wat zegt u jongeman dat u doet voor de kost, kerstman? En u denkt mijn dochter gelukkig te kunnen maken?) Als die van mij het durft, onterf ik haar. Daar moet je geen Freud voor heten; dochters die met de kerstman trouwen raken gewoon niet van vaders broek gerukt, en dan moet je als vader een handje helpen. Dat is de gang van zaken in de natuur.

We lopen nog een beetje rond in het dorp van de beroemdheid, dat meer noch minder is dan een gigantisch winkelcentrum. Vijftig winkels die hetzelfde vijftal producten te koop aanbieden: kerstballen, kerstmutsen, kerstkaarten, op batterijen zingende rendieren, op batterijen dansende kerstmannen. Eten doet de kerstman in de hamburgertent van zijn eigen dorp, vandaar zijn dikke pens allicht. De ongezelligheid is er overgenomen van andere hamburgertenten en de schreeuwende reclame is afkomstig van de heruitvinder van de kerstman: Coca-Cola. Die frisdrankengigant heeft destijds de kleur van Santa's mantelpakje bepaald. Hetzelfde rood als de neus van Rudolph het rendier. Het laatste waar je de kerstman van kunt verdenken is een antiglobalist te zijn.

Een eindje verderop ontdek ik de rendierstallen en de knalrode slede van de kinderuitbuiter. Ik herken het terrein van televisiebeelden. Dit is de plaats waar ieder jaar opnieuw de BBC zijn camera's in de sneeuw plant, om te filmen dat Santa vanuit zijn noordelijke en rustieke dorpje weer aan zijn vermoeiende wereldreis begint. Nu pas merk ik hoeveel moeite het de cameraman telkens moet kosten om die beelden zo idyllisch mogelijk te houden. Als hij niet waakzaam is, neemt hij de gigantische parking in beeld, het pompstation aan de overkant, de brede strook asfalt, de autobussen, de Japanners. We zouden nog de grotten van de kerstman kunnen bezoeken, waar zijn elfjes worden opgeleid tot waardige hulpjes, maar ik heb al voldoende Kerstmis voor de rest van mijn leven geslikt vandaag. Fuck Santa Claus, die geitenvent.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234