Dinsdag 07/07/2020

'Die gasten in Parijs, dat zijn ook middelmatige mannen'

Een brave man blijkt na allerlei tests plots de meest middelmatige man te zijn. Dat is de premisse van het nieuwe stuk van Tutti Fratelli. Het theatergezelschap van mensen in armoede, geleid door Reinhilde Decleir, groeit stilaan uit tot een gevestigde culturele waarde. 'We kunnen steeds meer.'

Aan de ingang worden snel de laatste sigaretten gerookt, in de eetzaal gretig gegraaid in de schotels belegde boterhammen, terwijl in de kleedzaal snel de kostuums worden aangetrokken. Op het podium test een jonge actrice de microfoon uit, de trompettist blaast zijn instrument warm. Reinhilde Decleir loopt het podium op, roept de lichtman enkele vragen toe over de spots, maant de jonge actrice aan om niet met gebogen hoofd in de microfoon te spreken. "Loop gewoon zoals altijd." Terwijl de acteurs en actrices een voor een de zaal binnensijpelen, snelt ze naar de eetzaal voor een boterham.

Het is maandagavond, iets over zeven. De spanning vult bijna tastbaar deze grote zaal van het Ballet van Vlaanderen, dat zijn deuren tijdelijk openzet voor dit bijzondere theatergezelschap. Slechts vijf repetitiedagen resten Tutti Fratelli nog, dan is het voor echt. Decleir schopt haar laarzen uit en kruipt met rode sokjes opnieuw het podium op. Het orkest zit te ver op het podium en ontneemt het zicht op de scène, merkt ze op, en ze maant de mannen aan om te verhuizen. Isah is er nog niet, zijn moeder had nochtans beloofd dat hij er om zeven uur zou zijn. En zit Mark nog in de kleedkamer? Terwijl ze haar gsm zoekt om Isah te bellen, vertelt een van de actrices vol trots dat ze eindelijk haar voetjes heeft laten doen. "Ze hebben het eelt weggeschuurd, nu knellen mijn schoenen niet meer zo hard."

En dan, eindelijk: "Komaan mannen, concentreren." Decleir klapt in haar handen en geeft instructies. Het orkest zet het slotlied in, Decleir laat de acteurs steeds opnieuw het podium opwandelen, tot het ritme goed zit. Met liefdevolle maar strenge hand bestiert ze de chaos, als een alerte moederkloek. "Geen eike leggen in de coulissen, we gaan beginnen." Ze is lief en streng, zal hoofdrolspeler Jan Vantyghem achteraf zeggen. "Maar ze moet wel, met zo'n grote groep. De lat ligt hoog, we moeten gedisciplineerd zijn."

Bijzondere middelmatigheid

Decleir maakt gekke sprongen wanneer de acteurs twijfelend het lied inzetten. "Allee mannen, zingen. Alsof je leven ervan afhangt." Patrick heeft nog een sleutelbos en rood tasje om zijn nek hangen, dus Decleir klimt weeral het podium op en neemt de spullen mee. "Boudewijn, ga je goed articuleren?" Katty mag niet naar de scène gluren als het haar beurt niet is, roept ze. In die ene zin moet Jan een pauze laten vallen, dat werkt beter. En opnieuw het slotlied. "Patrick, ça va? We gaan het nog eens doen." Patrick steekt zijn duim op en schuifelt de coulissen in.

Na de repetitie zal Decleir toegeven dat het heftig is, met zoveel spelers en medewerkers. Ze snakt naar een pint, de techniekers wachten al in het café. "Dat heb ik even nodig, na zo'n dag."

Schrijnende armoede is wat de spelers hier verbindt, maar dat maakt van Tutti Fratelli geen ambassadeurs van de miserie. Het gezelschap schuwt het klassieke repertoire niet en waagde zich al onverschrokken aan de Driestuiversopera van Bertolt Brecht, de komedie Lysistrata van Aristophanes en Het temmen van de feeks van William Shakespeare. De middelmatige man, de negende productie al, werd speciaal voor dit sociaal-artistiek gezelschap geschreven door Tom Dupont, die mee het stuk regisseert.

Het hoofdpersonage in kwestie wordt door zijn bedrijf, na allerlei testen, uitgeroepen tot de perfect middelmatige man, een bovengemiddeld gemiddelde man zelfs. Pas wanneer hij van de liefde proeft, neemt de middelmatige man het heft in eigen handen. "Het is een man die niet assertief is, die alles over zich heen laat komen", vertelt Vantyghem. "Hij weet niet wat hij wil, wat hij moet doen, waar hij naartoe moet", vult Decleir aan. "Hij heeft geen gevoelens, is nooit blij, triestig of kwaad. Hij laat zich leven door anderen, zijn moeder en zijn bedrijf. 'Gij zijt de middelmatigste man van het bedrijf', zeggen ze, en daarom krijgt hij promotie. Ik denk dat je ervan zou schrikken, hoeveel mensen leven in middelmatigheid."

"Het is wel echt een stuk voor deze groep", denkt Decleir. "Je leven in handen nemen, velen kunnen dat niet, of denken dat ze het niet kunnen. 'Ik kan dat niet', het zijn hier vaak gehoorde woorden. Ze zeggen allemaal dat ze niet kunnen zingen. Jij kunt wel zingen, antwoord ik dan. Iedereen kan zingen, gewoon niet allemaal even goed. Er zijn er die zelfs heel goed zingen, omdat ze daar hier mee begonnen zijn. Hun verhouding met het thema, daar praten we wel over."

Vantyghem knikt. "Ik herken mezelf een beetje in het hoofdpersonage. In het verleden heb ik ook vaak over mij heen laten lopen. Ik speel nu twee jaar bij Tutti Fratelli, en ik merk dat ik veranderd ben. Ik ben losser in de omgang en zal sneller iemand aanspreken."

Decleir: "Maar sommige mensen, zo kwam in die gesprekken naar boven, zouden het wel leuk vinden om middelmatig te zijn. Dan moeten ze zich nergens nog iets van aantrekken. Soms, als een repetitie moeilijk gaat, flitst het ook wel eens door mijn hoofd. 'Foert, ik ga in een frituur werken.' Maar dat gaat niet, bij mij toch niet. Bij Tutti Fratelli hangt een tekst aan de muur, een lezersbrief aan de Volkskrant. De schrijver zegt dat hij een middelmatig man is, en dat hij er al heel zijn leven van droomt meer te zijn. Het lukt hem niet goed en hij vraagt zich af of dat erg is. Als je zoiets zegt over jezelf, dan ben je al wat voorbij de middelmatigheid. Nu ja, ik weet het ook niet. Het is iets bijzonders hè, middelmatig zijn."

Pittig schema

Ze moest de hele ochtend denken aan de aanslagen in Parijs, zegt ze. Die hebben haar danig aangegrepen. Ze kreeg een mail, die afsloot met de woorden 'blijf zingen in deze donkere tijden'. "Ik vroeg me af wat we aan het doen zijn, waar we het eigenlijk over hebben in deze voorstelling, terwijl de wereld naar de kloten gaat. Maar van die woorden kreeg ik weer energie." Aan het raam van Tutti Fratelli, aan het Antwerpse Mechelseplein, hangen immers deze woorden van Bertolt Brecht:

In duistere tijden

Zal er dan ook gezongen worden?

Ja, er zal ook gezongen worden

Over duistere tijden.

"Als je er over doordenkt, dan besef je dat de gasten die dat soort aanslagen plegen, eigenlijk ook middelmatig zijn. Ze groeien vaak op in armoede, ze hebben niets in de hand, hebben niets aan hun scholing gehad en hangen maar wat rond. De middelmatige man vindt de liefde, deze gasten vinden iemand die zegt 'mannen, ge moet komen vechten'. Ze denken dat er dan eindelijk iets is. Onrechtstreeks is er toch een verband met dit stuk. Misschien moeten we dat er wat concreter uithalen?"

Nadat de precieze posities, aanwijzingen en bewegingen in het slotlied tig keer zijn herhaald, splitst de groep zich op. Het koor oefent de andere liedjes nog eens, in de gang worden schoonheidsfoutjes besproken. De kleren in die scène mogen slordiger op de grond gegooid worden, daar moet de klemtoon in de zin anders. En dan, om negen uur, is het eindelijk tijd voor de doorloop.

Het repetitieschema is pittig: sommige acteurs zitten hier al van 's middags om hun scène te repeteren en de volgende twee dagen is het van hetzelfde laken een pak. Voor amateurisme is hier geen plaats, hier wordt met ernst en discipline gespeeld. "Zwaar? Soms wel", vindt Vantyghem. "Ik zit in elke scène, ik moet er altijd zijn, van twaalf uur 's middags tot tien uur 's avonds."

De lat ligt hoog

Het was op verzoek van het Antwerps Platform voor Generatiearmoede dat Decleir zich twaalf jaar geleden waagde aan een voorstelling met mensen in armoede. Men zegge het voort - Noordpijn heette dat stuk, de Bourla zat nokvol. Er volgden nog enkele successen, en in 2007 werd Tutti Fratelli opgericht. "Ik weet nog dat ik toen zei dat Antwerpen ons moest kennen, dat ze moesten weten dat wij bestaan. We hebben een jaar gewerkt aan de oprichting van Tutti Fratelli, dan wil je niet wat rommelen in de marge."

Lange tijd lag de nadruk toch veeleer op het woordje 'sociaal' in plaats van op 'artistiek', althans in de perceptie. Het gezelschap werd sympathiek genoemd, want neigend naar amateuristisch. Maar de kentering is stilaan ingezet. De voorstellingen wordt steeds duidelijker beoordeeld op hun artistieke merites, de premières opgenomen in de agenda's van cultuurredacties. De drie voorstellingen in de Antwerpse schouwburg Roma zijn bijna uitverkocht, deze zondag wordt Decleir verwacht in De zevende dag.

"We hebben een enorme evolutie doorgemaakt", beaamt Decleir. "Vorig jaar ben ik er echt van geschrokken. De Roma moest de stoeltjes en tafeltjes uit de zaal halen om meer plaats te maken voor het publiek, en we werden met Ten huwelijk gevraagd voor Theater aan Zee. We speelden daar drie keer en verkochten als eerste uit."

Decleir zegt het in elk interview: de artistieke lat ligt hoog, geschoolde acteurs of niet. "Daarom was ik niet content vanavond." Ze zegt het de acteurs ook, na de doorloop, dat ze voelt dat het maandag is. "Dan denk ik: komaan mannen, jullie kunnen beter. Speel met spanning."

Alles is gegroeid bij Tutti Fratelli: de ervaring, de (technische) omkadering, de bekendheid. "De meeste spelers zijn nieuw dit jaar, maar er zitten ook anciens bij. Die hebben tijd gekregen om te groeien, gaan makkelijker spelen en zijn sneller weg met de muziek. Zo wordt het gezelschap natuurlijk sterker."

En er komt ruimte om te experimenteren, onder andere met decors. Voor De middelmatige man worden beelden geprojecteerd op grote doeken. "Bij De Driestuiversopera, die we trouwens gaan hernemen, stonden alle acteurs de hele tijd op de scène. Ik herinner me dat iemand achteraf schreef dat het fantastisch was, helemaal volgens de brechtiaanse vervreemding. Maar ik was gewoon bang dat als ik ze tussen hun scènes door naar de coulissen zou laten vertrekken, ze niet op tijd terug zouden opkomen. Zo begon het dus, met aftasten. Vandaag kunnen we meer. Nu moet ik erover waken dat onze mensen daar niet in verdrinken. De speler blijft bij mij centraal staan, de rest dient als verlengstuk van de acteurs."

Dreigt die vervelling naar een volwassen theatergezelschap de acteurs, die toch uit een atypisch milieu komen, niet af te schrikken? "De lat heeft altijd hoog gelegen. We zijn begonnen met het moeilijkste, De Driestuiversopera. De muziek is van Kurt Weill, echt heel moeilijk. Maar ook toen werd heel goed gespeeld."

Aan audities doet Tutti Fratelli niet, in principe wordt iedereen aangenomen. Zo verging het ook Vantyghem. "Ik had er iets van gehoord en heb gewoon gebeld. Ik mocht meteen op gesprek bij Reinhilde. In het middelbaar heb ik nog schooltoneel gespeeld, ik vond het toen al leuk om in groep naar de première toe te leven."

Vaak kloppen ook mensen uit het amateurcircuit aan, maar die worden veelal geweigerd. Decleir: "We zijn al met dertig, en hun doel is ook anders. De mensen die uit armoede komen, denken 'wat vragen die nu allemaal, ik weet niet wat ik moet doen.' Maar ineens ís het daar en met zo'n eerlijkheid, binnen hun eigen grenzen."

Weg met platte kritiek

Vantyghem valt een beetje op, met zijn West-Vlaamse accent in een overduidelijk Antwerps gezelschap. De jongeman komt oorspronkelijk uit Oostende, woonde even in Gent en landde drie jaar geleden moederziel alleen in Borgerhout. "Via Tutti Fratelli heb ik al veel vrienden gemaakt, we spreken vaak af buiten de repetities." Vantyghem leeft van een invaliditeitsuitkering, het gezelschap ziet hij als een manier om zijn problemen even te vergeten. "Je werkt zo geconcentreerd aan de voorstelling, zoiets helpt je vooruit. Het is fijn om nuttig bezig te zijn."

Reinhilde Decleir kan hier haar liefde voor het theater belijden en haar eigen zin doen, maar ook zij ervaart dat haar inzet zin heeft. "Tijdens die eerste voorstelling, in 2003, was er opeens die klik. Soms is het vermoeiend, met veel trekken en sleuren, al is het maar om ze op tijd te laten komen. Nieuwelingen vinden het indrukwekkend hoe stipt de spelers hier zijn, al is het voor mij nog niet goed genoeg. (lacht)Maar het is schoon en ontroerend om met de Fratelli te werken. Ze weten soms van geen hout pijlen maken, bezatten zich hele dagen op café of staren naar FC De Kampioenen. Hier kan ik ze iets bijbrengen."

Ze verwijst terug naar Parijs. Toen er deze middag druk getaterd werd over wie welke televisieprogramma's had gezien, begon Decleir over de aanslagen. "Ik zei dat ik wel andere dingen had gezien op tv, en die vond ik niet zo plezant. En zo begint het, dan praten we er over. Waardoor ook zij socialer kunnen worden. Soms komen ze af met van die flauwe, platte kritiek die op niets is gebaseerd. Dat sla ik eruit, daar ben ik eerlijk over. Dan vertel ik dat ze zo niet mogen praten tegen elkaar, dat het op die manier is dat de wereld verglijdt tot waar we nu staan."

Vantyghem herkent het wel. Het is hier dat hij wat opengebloeid is en leerde wat inzet betekent. "In het begin belde ik regelmatig af. Dan belde Reinhilde me zelf op, om me toch te overtuigen. Dit jaar heb ik nog geen enkele repetitie gemist.

"Ik maak ook zelf muziek. Nu heb ik even geen tijd, maar na de voorstellingen ga ik proberen om met dezelfde discipline aan mijn muziek te werken."

De doorloop is gedaan, de repetitie is stevig uitgelopen. Dat is niet haar gewoonte, zal Decleir achteraf zeggen, terwijl ze nadenkt hoe het de volgende dag efficiënter kan. Ze zegt de spelers dat het morgen beter moet, en maant hen aan om zich snel om te kleden. Het is al ver voorbij tien uur, de laatste bussen moeten gehaald worden. De repetitieruimte stroomt leeg, de acteurs haasten zich naar de bushalte. In de eetzaal deelt Decleir de overgebleven boterhammen uit, die inmiddels zijn ingepakt in aluminiumfolie. Te krappe kostuums worden gesorteerd, het schema voor de volgende dag snel overlopen.

Decleir zoekt haar bril, ze heeft er al twee stukgetrapt, en schuift aan voor dit gesprek. Daarna doet ze de lichten uit en fietst ze weg, naar het café.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234