Dinsdag 06/12/2022

Die drome van die toekoms

De Zuid-Afrikaanse journalist Allister Sparks schreef een stevig gefundeerd boek over de recente evoluties in zijn land sinds het apartheidsregime ten val kwam. Onderhuidse spanningen en de wereldwijde economische recessie brengen evenwel Nelson Mandela's droom van verzoening en gelijkheid in gevaar.

Allister Sparks

Het wonder voorbij. Een geschiedenis van het moderne Zuid-Afrika

Oorspronkelijke titel: Beyond the Miracle. Inside the New South Africa

Vertaald door Gerard Grasman

Anthos, Amsterdam, 427 p., 27,95 euro.

Anne Marie Du

Preez Bezdrob

Winnie Mandela.

A life

Zebra Press, Kaapstad, 287 p., 26,50 euro.

Toen generaal Viljoen, in de aanloop naar de eerste democratische verkiezingen in Zuid-Afrika, met het idee van een rechtse coup flirtte, zei Nelson Mandela hem onomwonden: "Als jullie een oorlog beginnen, dan moet ik eerlijk toegeven dat we op het slagveld niet tegen jullie op kunnen. Wij beschikken niet over de middelen. Het zal een lange, verbitterde strijd worden waarin massa's mensen zullen omkomen en het land zal in as worden gelegd. Houd echter twee dingen voor ogen. Jullie kunnen deze oorlog nooit winnen, vanwege onze numerieke meerderheid - jullie kunnen ons nooit allemaal doden." Dit vatte de patstelling tussen blank en zwart in Zuid-Afrika goed samen. De blanken hadden het militaire overwicht. Maar ze waren er na meer dan een halve eeuw apartheid nog altijd niet in geslaagd de latente dreiging van hun zwarte 'buren' te neutraliseren. Aan de horizon van de racistische nachtmerrie bleef die angst voor een ultieme zwarte opstand die de Afrikaners en hun cultuur zou vernietigen. De blanke Zuid-Afrikanen beseften heel goed dat ze nooit echte vrede zouden kennen, omsingeld als ze waren door een arme en wanhopige etnische overmacht. Dus zochten ze een manier om de macht te delen en er zelf zo weinig mogelijk te verliezen. Volgens Sparks was de machtsoverdracht in Zuid-Afrika alleen te vergelijken met de staat Israël, die, om oorlog te voorkomen, zichzelf ophief en opging in een Palestijnse staat met enkelvoudig stemrecht, maar zonder democratische traditie.

Want het conflict tussen blank en zwart in Zuid-Afrika draaide niet rond segregatie. Het ging niet alleen om gescheiden scholen, gezondheidszorg, parken en wc's, zoals in het Zuiden van de VS in de jaren vijftig. Afrikaners en zwarten betwistten elkaar het grondgebied dat ze samen bewoonden. Niet meer of niet minder. De strijd van het ANC was geen strijd voor meer burgerrechten. Het ANC bestreed de claim van de nationalistische Boeren op hun land en de Boeren wilden dat land niet opgeven.

Tot 11 mei 1994. Toen legde een ploeg van zevenentwintig ministers, de Regering van Nationale Eenheid, onder leiding van ex-gevangene Nelson Mandela, de eed af voor opperrechter Michael Corbett. Het nieuwe regime was een feit. Slechts negen ministers kwamen uit het oude systeem. Zes ministers, onder wie oud-president De Klerk, kwamen van de Nationale Partij. Drie ministers waren lid van Mangosuthu Buthelezi's Inkatha Vrijheidspartij. De 16 ANC-ministers, die stonden voor de grootste verandering in de politieke geschiedenis van Zuid-Afrika, waren zo groen als gras. Sommigen kwamen, letterlijk, uit de jungle: uit de ANC-guerrillakampen in Angola en Tanzania. Anderen, zoals president Mandela zelf, hadden vele jaren gevangenis achter de rug, waar zij zich bekwaamd hadden in het stukslaan van rots of het delven van kalksteen. Weer anderen kwamen als balling terug uit allerlei delen van de wereld. Ook waren er de straatactivisten die thuis de confrontatie met de Veiligheidspolitie waren aangegaan en delen van het land onregeerbaar hadden gemaakt. Ze waren stuk voor stuk gehard, intelligent en toegewijd, maar zij beschikten niet over de vaardigheden die vereist zijn om een complexe natie met een moderne economie te besturen. Als gevolg van de discriminatie tijdens de apartheid had geen van hen ooit een noemenswaardige bestuursfunctie uitgeoefend. Nu zagen zij zich geconfronteerd met een immense opgave: zij moesten al doende leren, terwijl de verwachtingsvolle natie en de hele buitenwereld hen met argusogen volgden.

Bovendien moesten ze een bijna vijandige bureaucratie naar hun hand zetten. De Zuid-Afrikaanse ambtenarij was een product van het apartheidsregime. In de loop van hun leven was deze mensen ingehamerd dat het ANC de erfvijand was, bestaande uit communistische terroristen die van plan waren het Afrikaner volk uit te roeien, met inbegrip van alles waar het voor stond. Van een wrijvingloze arbeidsrelatie kon geen sprake zijn en beide kampen hadden deze dag met angst tegemoet gezien. Toch waren er goede redenen waarom het ANC de bestuursambtenaren van het vorige regime overnam. Ten eerste had het geen alternatief. Bovendien had het ANC tijdens de regeringsonderhandelingen ingestemd met de zogeheten sunset-clausule, die de ambtenaren hun baan voor de eerstkomende vijf jaar garandeerde. Ook de buitenlandse investeerders moesten overtuigd worden dat zwarten in staat waren een welvarend land over te nemen zonder de economie naar de knoppen te helpen. De eerste twee ministers van Financiën die Mandela benoemde, waren niet voor niets blanken.

En het hielp natuurlijk niet dat de staatskas leeg was. Het apartheidsregime had er geen dag te vroeg de brui aan gegeven. Het oude regime was altijd prat gegaan op zijn bestuursefficiëntie en zijn financiële en militaire macht. Maar toen het ANC de macht overnam, had Zuid-Afrika slechts voor drie weken buitenlandse valuta in kas en het tekort op de nationale begroting bedroeg 8,6 procent.

Alle plannen die het ANC gemaakt had, om het leven van de arme zwarten uit de getto's te verbeteren, moesten meteen opgeborgen. Er was gewoon geen geld voor. Dat werd de nieuwe regering uiteraard niet in dank afgenomen. En als gevolg van deze slechte economische situatie steeg ook de criminaliteit tot onvoorstelbare proporties.

Bovendien moest de blanke bevolking gerustgesteld worden. Anders dan andere kolonisten, zoals de Engelsen in India of de Belgen in Congo, hadden de Afrikaners geen thuisbasis waarop ze konden terugvallen. Maar ze domineerden wel nog altijd het sterkste leger van heel Afrika, én een meedogenloos efficiënte politiemacht. Mandela, de 'Oude Man', begreep dat hij de angst van de bange Afrikaners moest wegnemen, of hij riskeerde een gewelddadige contrarevolutie. Hij ging hierin heel ver. In de gevangenis leerde hij Afrikaans en na zijn vrijlating knoopte hij gesprekken aan met rechtse separatisten en hun aanhangers bij de veiligheidsdiensten. Hij bracht een bezoek aan de verbitterde ex-president Pieter Willem Botha, die altijd geweigerd had hem vrij te laten. Generaal George Meiring, opperbevelhebber van de landmacht en generaal Johan van der Merwe, hoofdcommissaris van politie, vroeg hij om onder het nieuwe bewind aan te blijven. Slechts enkele jaren voordien hadden beide generaals gewelddadige operaties tegen zwarte activisten uitgevoerd en Mandela wist dat. Voor misstappen in het eigen kamp was hij minder tolerant. Toen duidelijk werd dat zijn vrouw, Winnie, ook fouten gemaakt had in de smerige oorlog, liet hij haar vallen.

Verder moest het nieuwe regime buitenlandse investeerders paaien. In de vier jaar tussen de vrijlating van Mandela en zijn ambtsaanvaarding, maakte het ANC een verbazingwekkende bocht in het te volgen economische beleid. Voorheen stond het ANC voor een links-socialistisch standpunt waarbij werd uitgegaan van grootscheepse nationalisering. Nog in januari 1990, een maand voor zijn vrijlating, schreef Mandela: "De nationalisering van de mijnen, financiële instellingen en monopolistische industrie is de fundamentele politiek van het ANC, en het is onvoorstelbaar dat wij die politiek ooit zullen herzien." Het ANC vormde zelfs een alliantie met de Zuid-Afrikaanse Communistische Partij en de grote federatie van vakbonden, Cosatu. Maar tegen dat ze de macht overnamen, waren de nieuwe leiders voorstander van de vrije markt en de privatisering van semi-overheidsbedrijven. En de communisten en vakbondsvertegenwoordigers in het nieuwe kabinet namen zelfs het voortouw in deze bekering tot het kapitalisme.

Mandela's ommekeer zou zich voltrokken hebben tijdens zijn bezoek in 1992 aan het World Economic Forum in Davos, hoog in de Zwitserse Alpen. Mandela was er een hoog geëerde gast. Maar op zijn dwaaltocht van de ene werklunch naar de andere, merkte hij dat alle belangrijke politici, bankiers en industriëlen die hij sprak, wilden weten hoe hij dacht over nationalisering. En ze gaven hem allemaal dezelfde boodschap mee: het is ondenkbaar dat Zuid-Afrika ooit buitenlandse investeringen kan aantrekken als het vasthoudt aan deze achterhaalde filosofie. De Nederlandse staatssecretaris van Economische Zaken, zelf van linkse signatuur, zei onomwonden: "Luister, dat is wat wij er destijds ook van vonden, maar nu zijn alle nationale economieën ter wereld wederzijds afhankelijk van elkaar. Het mondialiseringsproces heeft wortel geschoten. Geen enkele economie kan zich los van de economieën van andere landen ontwikkelen."

Dus omarmde het ANC de globalisering en het wereldkapitalisme. Het legde, volgens analisten, de beste economische fundamenten van alle ontwikkelingslanden en vervreemde zich daarmee van een groot gedeelte van de eigen achterban. In ruil, geloofde iedereen, zou de economie snel aantrekken, dan zouden de levens van de mensen beter worden en in een tweede fase zou Zuid-Afrika een motor worden voor het hele zuidelijke continent.

Maar soms is het niet genoeg om gewoon de beste leerling van de klas te zijn.

In 1997 verloor de bath dertig procent van zijn waarde. De bath is de nationale munt van Thailand, een land gelegen op tienduizend kilometer van Zuid-Afrika, waarmee het nauwelijks of geen economische uitwisseling heeft. De bath viel onder een aanval van grote valutaspeculanten die de kunstmatige band tussen de Thaise munt en de dollar braken. Dit was het begin van de Zuidoost-Aziatische crisis. Als dominostenen vielen de economieën van Zuid-Korea, Maleisië en Indonesië. De investeerders schrokken en brachten hun kapitalen met een paar klikjes van de computermuis terug naar de veiligere havens in de ontwikkelde wereld. Nu de Tijgereconomieën van Azië niet meer groeiden, daalden de prijzen van goud, koper, aluminium en aardolie. Dit bracht Rusland, de voormalige Sovjet-Unie, in een staat van feitelijk bankroet. De roebel devalueerde en dit was het startsein voor een panische vlucht van investeerders uit alle 'zich ontwikkelende' economieën. In het derde kwartaal van 1999 stroomde een miljard dollar uit Zuid-Afrika. De Johannesburg Stock Exchange zakte in september tot een absoluut dieptepunt, het rentetarief voor de banken steeg van 18,25 procent in juni tot 25 procent in augustus. Daarna kwamen nog de crisissen in Turkije en Argentinië, de krach van de dot com-zeepbel in de Verenigde Staten en de aanslag van Al-Qaeda op het World Trade Center. Zuid-Afrika beïnvloedde geen enkele van deze ontwikkelingen, maar betaalde er wel mee de prijs voor.

De grootste moeilijkheid voor een zich ontwikkelende economie is dat ze buitenlandse investeerders nodig heeft om de economische groei aan te zwengelen. Maar die buitenlandse investeerders willen juist groei zien voordat ze investeren.

De theorie luidt dat je eerst de juiste macro-economische structuren moet creëren: een vrije markt, afschaffing van subsidies en loonregulering, enzovoorts. Dan zullen de voordelen vanzelf volgen. Maar in eerste instantie drukken deze maatregelen juist op de lonen en creëren ze werkloosheid. Terwijl de regering wacht op het omslagpunt waarop de vrije markt haar vruchten zal afwerpen worden de rijken rijker en de armen armer. De criminaliteit stijgt en dat schrikt nog meer investeerders af. Dit is de nieuwe patstelling, niet alleen voor Zuid-Afrika, maar voor ongeveer 38 percent van de officiële economieën in de wereld.

Betekent dit dat we het land beter afschrijven? Noemen we heel Afrika soms geen verdoemd continent? De wereldeconomie heeft al gekozen, maar Sparks betoogt op overtuigende wijze dat we het ons niet kunnen veroorloven om Zuid-Afrika of een andere zich ontwikkelende natie aan haar lot over te laten. Als een Aziatische bankcrisis een ver verwijderd land dat barst van goud en diamanten, te gronde kan richten, dan is niemand meer veilig. De geschiedenis van de Afrikaners leert ons dat we nooit echte vrede zullen bereiken met onze buren in het werelddorp tot we iedereen uitnodigen aan tafel. En dan begint het pas.

Willem Beelen

Alle plannen die het ANC gemaakt had om het leven in de getto's te verbeteren, moesten meteen opgeborgen. Er was gewoon geen geld voor

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234