Zaterdag 28/01/2023

Dictatoriale verkiezingen in Birma

‘De verkiezingen zullen niet de grote verandering brengen die de mensen willen. Maar het zijn de eerste verkiezingen in twintig jaar. Het is iets’, getuigt een Birmees.

“Misschien kun je beter niet meteen door de voordeur naar buiten gaan”, zegt de man. “Ga eerst naar rechts, dat winkeltje binnen, en doe of je daar bent geweest.” Hoe de man heet, wat hij doet, wat voor winkeltje er rechts naast de uitgang ligt blijft geheim. Want alles wat je zegt kan de man in gevaar brengen.

Ik ben pas een paar dagen in Birma en weet al hoe paranoia voelt. Natuurlijk bel ik sowieso nooit met de hoteltelefoon, niet alleen omdat dat duur is, maar ook omdat er steevast wordt meegeluisterd. Natuurlijk vertel ik het hotelpersoneel niet wat ik doe en waar ik heen ga, of de (al te?) vriendelijke ober in het restaurant. “De generaals hebben overal hun lakeien”, zegt de man wiens naam ik niet noem. Ik zeg alleen dat hij in Mandalay woont, de werkstad in het noorden van het land. “Wees op je hoede. Je wordt in de gaten gehouden”, zegt hij.

En op mijn hoede ben ik: om ‘achtervolgers’ af te schudden heb ik mij die ochtend al in een piepkleine blauwe taxi gewurmd en die heb ik eerst een paar rondjes door de stad laten rijden voordat ik hierheen ben gekomen. De vriendelijke, uitstekend Engels sprekende chauffeur van het taxietje scheldt op de regering en vloekt op de generaals. Maar net als ik denk dat ik met hem misschien een goed oppositiegesprek zal kunnen voeren, houd ik mij in. Misschien is ook hij een verklikker? Misschien wil hij me alleen maar uit de tent lokken met zijn kritische praat? En dus houd ik mijn mond, hoezeer ik ook vragen wil stellen over hoe het leven hier is, en wat ze denken over de verkiezingen die de generaals nu hebben uitgeschreven.

“Iedereen kan een verklikker zijn”, zegt de man wiens naam ik niet noem. Iedereen behalve hijzelf, natuurlijk, want hem vertrouw ik, omdat ik weet dat hij te vertrouwen is. Hoe ik dat weet zeg ik niet, want dan moet ik namen noemen en namen noemen is gevaarlijk in dit land. Paranoia moet je leren. Maar dat gaat snel, hier in Birma.

“Het is niet meer zo erg als vroeger”, zegt een meer optimistische man, die het goed vindt om als ‘analist’ of ‘kenner van het land’ omschreven te worden. “Vroeger stond ik op een zwarte lijst. Ik had geen paspoort en mocht niet reizen. Een paar jaar geleden heb ik mijn paspoort gekregen en nu kan ik overal naartoe. We hebben nu ook internet, twee miljoen mensen hebben telefoon, een half miljoen mensen hebben mobiele telefoon. Al die telefoons zijn onmogelijk allemaal af te luisteren”, zegt hij. “Eigenlijk is het beter geworden toen de regering vijf jaar geleden van Rangoon naar de nieuwe hoofdstad Nay Pyi Taw verhuisde. Veel geheime politie is toen meeverhuisd. De sfeer in Rangoon werd meteen een stuk aangenamer.”

Birma is nog steeds een dictatuur, en ook de verkiezingen van zondag zullen daar niets aan veranderen, weet ook hij. “De verkiezingen zullen niet de grote verandering brengen die de mensen willen. Maar het zijn de eerste verkiezingen in twintig jaar. De helft van de bevolking is jonger dan 37 en heeft dus nog nooit gestemd. Voor hen is het een voorproefje. Ze kunnen ervaren wat democratie is. Nog niet de echte democratie, maar het kan ze het gevoel geven wat democratie zou kunnen zijn. Het maakt ze bewust. Voor later. Het is iets. En misschien verslaat de oppositie hier of daar een kandidaat van de generaals. Dat zou al mooi zijn.”

Vast staat voor hem dat de militairen de verkiezingen niet kunnen verliezen. Daarvoor hebben ze die te grondig voorbereid. “Om te beginnen is 25 procent van de parlementszetels gereserveerd voor militairen”, zegt hij, en verder worden de regeringsgezinde partijen op alle fronten bevoordeeld. Die gaan zonder twijfel de meeste zetels halen. Niet omdat zij zo populair zijn, maar omdat zij het geld en de middelen en de media hebben om campagne te voeren. Geld dat de oppositie niet heeft. Die kan niet eens de inschrijving van kandidaten (vijfduizend dollar per kandidaat, voor elfhonderd zetels) betalen. In tal van districten doet de oppositie daarom niet eens mee. “De NDF (de belangrijkste oppositiepartij) heeft laatst in Rangoon twintigduizend pamfletten uitgedeeld. Toen was het geld op. De USDP (de grootste pro-juntapartij) heeft een half miljoen pamfletten uitgedeeld.”

Oppositie verdeeld

De oppositie is niet alleen arm, maar ook hopeloos verdeeld. De NLD, de partij van Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi, boycot de verkiezingen en bestempelt andere oppositiepartijen die wel meedoen tot ‘verraders’. De NLD won onder haar leiding in 1990 de laatste verkiezingen. Ook toen waren militairen aan de macht en die weigerden hun nederlaag te accepteren. “Zij sloten de leiders van de NLD gewoon op en toen was het afgelopen”, zegt de man wiens naam ik niet mag noemen. Aung Sang Suu Kyi heeft nog huisarrest en mag daarom niet meedoen.

“Thuisblijven zal het beste zijn”, zegt de man. “De oppositie zal een kleine minderheid zijn en die kleine minderheid zal niets kunnen doen. De meerderheid zal bestaan uit ex-militairen en hun bondgenoten.” Stemmen heeft volgens hem dus geen enkele zin. “De generaals doen wat zij willen”, zegt hij, en dat blijft zo, ook na de verkiezingen.

De generaals van de vijf man sterke junta doen inderdaad wat in ze opkomt. Toen Than Shwe, de hoogste leider, een nare droom had over Rangoon, liet hij Nay Pyi Taw bouwen en verhuisde hij met zijn regering naar die nieuwe hoofdstad. Zij schaften de namen ‘Birma’ en ‘Rangoon’ af en verruilden die voor ‘Myanmar’ en ‘Yangon’. En een week geleden kreeg Birma plots een nieuwe vlag. De oude rode, met de rijst-aren, de veertien sterren en het tandwiel, werd vervangen door een geel-groen-rood gestreepte met een grote witte ster in het midden. Dit was een nieuwe gril van de junta, die ineens op een woensdag op de deurmat van alle overheidsgebouwen en openbare gebouwen viel. Een pakketje met strikte instructies van de archeoloog van de generaals: de vlag moest op donderdag om 15.00 uur precies worden gehesen door een Birmees die op een dinsdag was geboren. De oude, rode vlag moest worden gestreken door een woensdagskind. “Kennelijk hebben ze toch nog wat geluk nodig”, grinnikt de analist. “Dus misschien zijn zij toch niet zo zeker van hun overwinning als wij denken.”

Biddende generaals

Geloof en bijgeloof gaan hand in hand in Birma. De generaals krijg ik alleen te zien op de foto’s die hangen in de belangrijkste tempels. Die foto’s tonen de mannen in uniform, biddend, knielend en offerend. “Om hun slechte karma af te kopen”, sneert een man bij de Shwe Dagontempel in Rangoon, de heiligste plek van het land, en een trefpunt van jongeren, en soms van dissidenten.

Het wemelt van de toeristen, en van gelovigen die mediteren, bidden, boeddha’s met water overgieten, en kaarsen branden. Maar het wemelt ook van de politie, met en zonder uniform. Een groepje politiemannen begint aan het eind van de middag aan een ronde over het tempelterrein. Zij kijken achter elk gordijn, onder elke lap, en achter de rug van elke boeddha.

En plotseling voel je dat ook hier de schijn bedriegt. De rust in Birma wordt met geweren afgedwongen, de bevolking is bang, en namen noemen is gevaarlijk, maar kennelijk zijn de autoriteiten zelf ook niet gerust. Etnische bevrijdingslegertjes zijn actief in diverse delen van het land, maar ook onder de rest van de bevolking sluimert verzet. Dat kwam in 2007 aan de oppervlakte, toen honderdduizenden Birmezen de straat op gingen om te protesteren tegen het regime, dat de brandstofprijzen had verhoogd. Monniken leidden de protesten. En het besef dat ‘iedereen een verklikker’ kan zijn, kreeg ineens een andere kant, de paranoia van de machthebbers: ‘iedereen kan een vijand van het regime zijn’, en zelfs in de allerheiligste Shwe Dagontempel loert gevaar.

Ook kijken moet je leren. Pas na een week merk ik hoe Rangoon is voorbereid op al dat gevaar. Overal in de stad, verscholen achter muurtjes, of in de schaduw van bomen, zitten militairen en politiemannen met geweren in de aanslag. Politiebusjes, volgeladen met rellenuitrusting, staan her en der in verscholen hoekjes geparkeerd. Klaar voor de verkeersagenten die hun ‘vriendelijke gezicht’ en de oranje hesjes op slag kunnen verruilen voor dat van de beesten die in 2007 genadeloos op demonstranten inhakten.

Dat zal zondag niet op slag veranderen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234