Zaterdag 25/06/2022

InterviewDe vragen van Proust

Dichteres Maud Vanhauwaert: ‘Ik vind de vrouwenliefde erotisch omdat er geen rolverdeling is. Het is een en al avontuur’

null Beeld © Stefaan Temmerman
Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Twintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: dichteres Maud Vanhauwaert (38). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

Ann Jooris

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik voel mij 30. Die overgang heb ik heel bewust ervaren. Voor mijn dertigste dacht ik er altijd bij: later als ik groot ben. (lacht) Als twintiger kun je je achter dat idee verschuilen. Maar ineens besefte ik: dit is het moment waarop ik groot ben. Als ik iets wil doen, moet ik het nu doen. Ik ben verantwoordelijk voor de keuzes die ik maak. Dit is het leven, dus maak er iets van.”

2. Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Ik denk aan iets wat iemand geschreven heeft in een recensie van mijn laatste bundel. Die persoon noemde mij ‘een toegankelijke experimentalist’. Ik dacht: o, dat is een label dat ik wel in mijn kraag zou willen strijken. (lacht)

BIO * geboren op 15 januari 1984 in Veurne * Vlaams dichteres en actrice * master in de Taal- en Letterkunde en in de Woordkunst * in 2012 finalist op het WK Poetry slam * in 2014 finalist op het Leids Cabaret Festival * in 2018 en 2019 stadsdichteres van Antwerpen * schreef o.a. Ik ben mogelijk (2011, Vrouw Debuut Prijs), Wij zijn evenwijdig (2015, Herman de Coninck Publieksprijs), Het stad in mij (2021? Jan Campert-prijs) * doceert aan het Conservatorium van Antwerpen * heeft samen met vriendin Limore dochtertje Perèz

“Enerzijds ben ik op zoek naar connectie met de buitenwereld en naar manieren om poëzie voor een groter publiek te brengen. Anderzijds heb ik heel erg de neiging om mij terug te trekken op mijn zolderkamertje en het experiment op te zoeken. Ik merk dat daar een paradox in zit die ik vaak ook vermoeiend vind. Ik raak in beweging door ontmoetingen, door gesprekken, die mij soms ontregelen, maar het is die ontregeling die mij opnieuw op gedachten brengt. Die slingerbeweging vormt misschien wel mijn motor.”

3. Wat drijft u?

“Mijn passie voor poëzie. Wat ik daar zo boeiend aan vind, is dat poëzie een heel moeilijk te definiëren begrip is, waardoor ik de mogelijkheid heb om er telkens weer nieuwe invullingen aan te geven. Ik ben er nu al zeker van dat ik de vraag: ‘Wat is poëzie’ tijdens mijn leven nooit zal kunnen beantwoorden. Ik vind dat een geruststellende gedachte. Dat is iets wat mij kan blijven drijven. Zowel als schrijver, als lezer of als kijker. Ik vind heel veel vrijheid in poëzie. Ik noem het de jazz van de literatuur.”

4. Hoe was uw kindertijd?

“Ik heb de neiging om daar heel nostalgisch op terug te kijken, maar ben ook niet vergeten dat opgroeien überhaupt niet makkelijk is, dus ik zou heel dat parcours niet graag opnieuw afleggen. Soms denk ik aan mijn eigen kinderen en wat zij nog allemaal moeten meemaken. Je plek vinden in een klas. Je niet helemaal goed voelen in een groep. Je afvragen wie je bent en wat je moet doen. Met een ei zitten en geen nestje hebben om het in te leggen.

“Al die vragen... (zucht) Ik ben blij dat ik daar vanaf ben, maar kijk er met heel veel dankbaarheid op terug. Ik ben toch wel gezegend met een kindertijd waarin ik heel veel kansen heb gekregen van mijn ouders. Ik ben kunnen opgroeien in een omgeving waarin ik de mogelijkheid had om mijn passies te ontdekken. Ik zat op een redelijk prestatiegerichte school, maar na schooltijd kon ik van alles doen. Ik zat bij verschillende amateurtheatergezelschappen. Ik ging naar de academie. Tijdens de zomervakanties gingen we op kamp.

“Ik behoor bovendien nog net tot de generatie die niet is opgegroeid met het internet, waardoor mijn wereld toen ook best wel bevattelijk was. Die bestond uit de kleine stad Veurne, een beperkt aantal vriendjes, en natuurlijk de herinneringen die je aanmaakt tijdens vakanties en op reis. Ik denk dat het niet evident is om nu op te groeien met het wereldwijde web. Het is niet meer ‘ik ten opzichte van mijn vriendjes in de klas’, maar ‘ik ten opzichte van de wereld’. Die spreidstand lijkt mij heel heftig. Daar stel ik mij wel vragen bij. Hoe ga je daarmee om? Als kind en als opvoeder.

“De kindertijd is een bron waaruit je de rest van je leven put. Emotionele stabiliteit, creatieve inspiratie... Ik ben dus vooral dankbaar dat ik een gezonde bron heb gehad. Geen besmette bron die maar blijft walmen.”

5. Wat was de moeilijkste periode in uw leven?

“Ik denk toch wel de periode een aantal jaar geleden waarin ik heel nauw contact had met iemand die niet meer wilde leven. Dat was een heel moeilijke periode, omdat ik mij voor had genomen om die persoon te redden. Bij het leven te houden. En eigenlijk zelf niet kon leven met het idee dat je als mens niet in staat bent om zo iemand te helpen. Ik heb mij toen zo machteloos gevoeld. Het voelde alsof het ik was tegen de dood. Alsof de dood aan haar trok en ik aan haar trok.

“Vreemd genoeg, of net niet, heb ik daardoor ook wel begrepen waarom ik wilde schrijven. Binnen die afgebakende zone van een A4-formaat heb je wel controle. Als schrijver kan je kiezen welk woord op het blad staat en welk woord niet. Dat is een soort grip die je in het leven niet hebt. Die staat van schepper, want je bent daar eigenlijk God, hè. Jij beslist hoe je ordent. Wat er blijft en wat niet. Die macht heb je niet in het leven. Dat is een hele grote, harde les die ik toen heb geleerd.”

6. Welke kleine alledaagse dingen kunnen u blij maken?

“O, heel veel. Gisteren bijvoorbeeld... Het is hier nu netjes opgeruimd, maar dat is niet altijd het geval. (lacht) Het was hier gisteren nogal ontploft en ineens zag ik op de grond twee verdwaalde kindersokjes liggen. Tja, daarvan kan ik echt tranen in de ogen krijgen. Dat vind ik zo aandoenlijk.”

7. Wat biedt u troost?

“Een glas wijn ‘s avonds. (lacht) En... (denkt na) Ik kom toch terug bij poëzie. Wanneer ik het gevoel heb dat ik mij kan neervlijen in de witregels van een gedicht. Dan kan ik een enorme verbinding voelen met de ander die dat geschreven heeft.

‘Ik denk dat het niet evident is om nu op te groeien met het wereldwijde web. Het is niet meer ‘ik ten opzichte van mijn vriendjes in de klas’, maar ‘ik ten opzichte van de wereld’. Die spreidstand lijkt mij heel heftig.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Ik denk dat het niet evident is om nu op te groeien met het wereldwijde web. Het is niet meer ‘ik ten opzichte van mijn vriendjes in de klas’, maar ‘ik ten opzichte van de wereld’. Die spreidstand lijkt mij heel heftig.’Beeld © Stefaan Temmerman

“Dat geldt ook voor mezelf als schrijver. Vorig jaar heb ik twee miskramen gehad. Op het moment dat je dat ontdekt, staat je wereld even stil. Dan is de vraag: waar grijp je naar? Misschien grijpen sommige vrouwen naar de drank of gaan ze plots als een bezetene sporten. Ik vond het wel aandoenlijk van mezelf dat ik op dat moment een blaadje nam om een gedichtje te schrijven. Dat had achteraf gezien literair geen enkele waarde. Maar op dat moment bracht mij dat troost.

“Eigenlijk komt dat een beetje neer op waar ik het daarnet over had. Heer en meester zijn over dat blad papier. Dat geeft mij weer grip op de werkelijkheid. Ik heb een potentieel kind verloren, maar op het einde van de dag heb ik toch wel een gedichtje. (lacht) Het is natuurlijk absurd om die twee in de weegschaal te leggen. Het leven en het versje. Maar toch vind ik daardoor weer evenwicht.”

8. Welk boek heeft een speciale rol gespeeld in uw leven?

“Ik denk dan aan het Boek der rusteloosheid van Fernando Pessoa. Dat geldt voor mij een beetje als een bijbel. Het is eigenlijk een verzameling van bijna vijfhonderd fragmenten, sommige poëtisch van aard, sommige filosofisch. Vaak absurd ook. Hijzelf noemde het ‘voortdurende mijmeringen’. Ik heb dat boek nooit van a tot z gelezen. Ik sla het gewoon open op een willekeurige pagina en lees daar dan een stukje uit. En telkens heb ik het gevoel dat dat exact is wat ik op dat moment hoor te lezen.

“Ik vind het ongelooflijk dat ik mij verbonden kan voelen met een Portugese man die meer dan honderd jaar geleden leefde. Een andere nationaliteit, een ander geslacht en een andere tijd en toch kan ik mij daar ten volle in vinden. Dat is toch pure magie.”

9. Wat is uw zwakte?

“Ik denk dat ik lijd aan l’esprit de l’escalier. De geest van de trap. Een mooi begrip, vind ik zelf, bedacht door de Franse filosoof Diderot (1713-1784, red.). Hij bedoelde daarmee dat hij pas nadat een gesprek was afgerond en hij de trap weer afdaalde, wist wat hij eigenlijk had moeten zeggen.

“Als ik dat een beetje extrapoleer, gaat dat over pas achteraf het gevoel krijgen wat je had kunnen of moeten doen. Daar lijd ik enorm aan. Ik denk dat ik mij vrij onbezonnen kan smijten, maar achteraf dan vaak heel lang kan blijven kauwen op wat ik al dan niet had moeten doen. Soms kan ik jaren later nog wakker liggen van een gesprek of een optreden dat niet goed is gelopen. Of als jij straks de trap afgaat, ga ik ook weer denken van: o, ik bedoelde toch iets anders.

“Nu, ik probeer mezelf daarin te corrigeren. Perfection kills art, want het doodt de kracht van het nu. De schoonheid zit vaak in het imperfecte. Dat is een les die ik mijzelf elke dag nog probeer bij te brengen.”

10. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Ik ben op zich niet zo’n huilebalk, maar nu met die hormonen... Daarnet eigenlijk nog. (lacht) Faro was wat onrustig en om hem te kalmeren had ik wat melige muziek opgezet, ‘baby music’ op Spotify. Hij lag in mijn armen en toen kwamen de tranen in mijn ogen. Ik denk door een combinatie van ontroering en vermoeidheid. Ook wel een beetje van ontreddering: ‘Het is te groots. Ik kan dit niet.’ (lacht)

“Hoe ouder ik word, hoe meer ik huil. Ik vind dat heel bevrijdend. Ik heb heel lange tijd niet kunnen wenen. Zelfs toen mijn jeugdliefde zelfmoord pleegde kon ik amper huilen. Op de een of andere manier zat daar een blokkade. Pas op mijn 23ste, bij het ontdekken van mijn eigen seksualiteit, kwamen allerlei emoties vrij. Ik voelde al van alles in mijn buik en mijn hart, maar het heeft heel lang geduurd voor ik daar zelf taal aan kon geven. Het voelde alsof de afstand tussen mijn hart en mijn tong oneindig was.

'Een granaatappel vind ik een zeer erotiserende vrucht, omdat het een symbool is van overvloed en in veel culturen ook van vruchtbaarheid.' Beeld © Stefaan Temmerman
'Een granaatappel vind ik een zeer erotiserende vrucht, omdat het een symbool is van overvloed en in veel culturen ook van vruchtbaarheid.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Het heeft heel lang geduurd voor ik woorden vond om dat te benoemen, in eerste instantie voor mijzelf. En om dat dan nog eens te formuleren naar de buitenwereld toe. Maar ik vond die tweede strijd wel makkelijker dan de eerste. Het naar buiten brengen vond ik minder moeilijk dan het aan mezelf toegeven. Ik denk dat men dat vaak onderschat. Er wordt vaak heel hard gefocust op het uit de kast komen. Ik vond dat ook verscheurend moeilijk, maar niet zo moeilijk als het kunnen zeggen tegen jezelf.”

11. Wanneer bent u nog door het lint gegaan?

“Mensen schrikken daar soms van, maar ik kan heel opvliegend zijn. Zeker ten opzichte van technologische apparaten. Om een voorbeeld te geven: de printer. Een printer heeft maar één functie en dat is printen. Als die printer die plicht verzaakt, kan ik echt serieus over de rooie gaan. Dan moet er iets kapot. Ik moet mij dan echt afreageren door onnozelweg een potlood te breken of met mijn vuist tegen de muur te kloppen. Ik ontsteek dan in blinde woede. Heel stom, hè. Achteraf schaam ik mij daar ook voor, dus ik ben blij dat weinig mensen daar nog maar getuige van zijn geweest.” (lacht)

12. Wat hing er aan de muur van uw tienerkamer?

“Tickets. Tickets van voorstellingen waar ik naartoe was geweest, bioscooptickets, treintickets, bustickets... Elke mogelijke tastbare herinnering hing ik op. Onze zolder staat nu ook vol. Ik kan heel moeilijk afscheid nemen van dingen. Ik denk dat dat deels komt omdat ik een uitzonderlijk slecht geheugen heb. Die dingen zijn mijn magneten voor herinneringen. Als ik ze verlies, ben ik bang dat ik die herinneringen ook kwijtspeel.”

13. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Dit vind ik een boeiende vraag omdat ze mij doet nadenken over de vraag wat religie nu precies is. Ik ben dan geneigd om terug te keren naar de etymologische betekenis van religare, verbinden. Ik denk dat een religieus moment voor mij een moment is waarop door verbinding met anderen je eigen ego zich oplost. Door de connectie verlies je jezelf.

“Wanneer ik dat het laatst gevoeld heb, was tijdens ‘Toren van Babel’, een van de projecten van mijn stadsdichterschap waarbij we met een hele grote groep mensen een monumentale Toren van Babel hebben opgetrokken in het noorden van de stad. We hebben toen ook een gedicht door verschillende talen laten reizen. Een nieuw Nederlands gedicht werd vertaald in het Engels en dan weer terug in het Nederlands en daarna in het Jiddisch, enzovoort. Op het moment dat die toren helemaal af was, hebben we een ceremonie gehouden waarbij het publiek in de toren stond en rondom de mensen die de verschillende versies van dat ene gedicht hardop voordroegen in hun eigen taal.

“Dat was een magisch moment dat ik als religieus heb ervaren. Al die verschillen, in eerste instantie tussen de talen maar bijgevolg ook tussen de culturen, werden opgeheven en iedereen kwam samen in dat ene moment. Dat sluit behoorlijk aan bij de definitie die ik daarnet gaf. Hoe door verbinding verschillen verdwijnen.”

14. Hoe definieert u liefde?

“Dan denk ik terug aan een mooie versregel van Raymond Herreman waarnaar ik verwijs in mijn gedicht ‘Wij. Hier. Nu. Ja’: ‘Aan u gebonden ben ik vrij’. Jezelf kunnen binden aan iemand die je vrijheid schenkt is de opperste vorm van liefde. Verbondenheid die je niet verlamt of beklemt, maar net vrijheid in de beperking geeft. Dat is voor mij de perfecte definitie van liefde.”

15. Hoe kijkt u naar uw lichaam?

“Heel lang niet. Ik heb heel lang het gevoel gehad dat ik een hoofd was waar toevallig ook een lichaam aan hing. Mijn lichaam was louter een vehikel voor mijn hoofd. Ik heb mijn lichaam dus nooit mooi, interessant of opvallend gevonden. Het is natuurlijk een luxe om dat te kunnen zeggen, omdat het aangeeft dat ik eigenlijk in een relatief pijnloos lichaam woon. Als je dagelijks pijn ervaart, zou je zoiets niet formuleren.

“Ik merk wel dat er sinds mijn zwangerschap iets veranderd is. Ik heb er ontzettend van genoten om getuige te zijn van mijn eigen lichaam dat transformeerde. Dat was denk ik de enige periode in mijn leven dat ik mij echt mooi en vrouwelijk voelde. Ik vond het ook heerlijk om schaamteloos te kunnen verdikken. Voor de rest ben ik niet met mijn lichaam bezig. Ik sport ook niet. Ik kan echt dagen in de zetel hangen tot ik voel dat ik toch wat stijf begin te worden. (lacht) Ik heb wel het genot om samen te wonen met iemand die heel lekker en gezond kookt. Tijdens mijn studentenperiode leefde ik gewoon op brood, kaas en bier. Zowaar, er schuilt een pater in mij! (lacht) Ik ben er zeker van, mocht ik alleen wonen, dat ik nog altijd op die manier zou leven.”

16. Wat vindt u erotisch?

“Het eerste wat in mij opkomt is een granaatappel. (lacht) Ik vind dat een zeer erotiserende vrucht, omdat het een symbool is van overvloed en in veel culturen ook van vruchtbaarheid. Maar ook omdat er misschien wel honderden cellen in zitten in de vorm van edelsteentjes. Je kan dat niet opschrokken. Het vergt echt zorg om al die celletjes eruit te plukken. Het is een vrucht die uitdaagt om er echt de tijd voor te nemen. Bovendien blijf je altijd met vlekken achter. Hoe voorzichtig je er ook mee omgaat. (lacht)

“Daar moet ik aan denken, maar ik weet niet of dat een goed antwoord is op de vraag. Ik vind de vrouwenliefde in het algemeen erotisch. Wat ik daar fascinerend aan vind, is dat de rolverdeling die in een relatie tussen man en vrouw vaak aanwezig is, niet geldt tussen twee vrouwen. Bij vrouwen ligt er niets vast en is het een en al avontuur. Je speelt niet met verwachtingen of patronen die je al dan niet kan volgen of verbreken. Alles is er om te ontdekken.”

17. Waarover bent u de laatste tijd dieper gaan nadenken?

“Over de rol van sociale media. Sociale media sturen aan op het profileren van je eigen identiteit. Het draait allemaal heel erg rond ‘Wie ben ik’ en soms twijfel ik of dat de manier is waarop we als maatschappij kunnen groeien. Ik denk dat de focus veel meer zou moeten liggen op: ‘Wie ben jij?’ Ik vind dat een veel interessanter uitgangspunt. ‘Hoe profileer ik mezelf?’ leidt tot boeiende vragen, maar het houdt ons ook weg van elkaar.

“Om terug te komen op wat ik daarnet zei over religie: de mooiste momenten zijn die waarop het ‘ik’ er niet meer toe doet. En die kan je alleen maar voelen in verbinding tot de ander.”

18. Hoe zou u willen sterven?

“Op een manier die draaglijk is voor de mensen die mij graag zien en achterblijven. Ik zal zelf geen herinneringen hebben aan mijn eigen dood, dus voor mij maakt het niet veel meer uit hoe hij zich voltrekt.

'Sociale media sturen aan op het profileren van je eigen identiteit. Het draait allemaal heel erg rond ‘Wie ben ik’ en soms twijfel ik of dat de manier is waarop we als maatschappij kunnen groeien.' Beeld © Stefaan Temmerman
'Sociale media sturen aan op het profileren van je eigen identiteit. Het draait allemaal heel erg rond ‘Wie ben ik’ en soms twijfel ik of dat de manier is waarop we als maatschappij kunnen groeien.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Los daarvan denk ik dat ik het toch wel prettig zou vinden mocht ik de teksten kunnen kiezen voor de uitvaart. Ik zie mij daar al zweven als een engeltje, denkend: goh, hadden ze nu geen andere tekst kunnen voorlezen? (lacht) Ik vind het ook zo heftig dat de nabestaanden die overmand worden door gemis en verdriet de mooiste voorstelling die je iemand wil geven in een week tijd in elkaar moeten boksen. Dat klopt toch niet. Daar moeten we met z’n allen eens collectief over nadenken. Ik zou dat de mensen die mij dierbaar zijn niet willen aandoen.”

19. Wat zou u wensen als laatste avondmaal?

“Een buffet van voor- en nagerechtjes gemaakt door mijn vriendin. Dan denk ik specifiek aan een hapje met makreel en appel, auberginesalade, worteltaart, frambozenbavarois en citroentaart. Op mijn laatste dag mag mijn vriendin wel eventjes in de keuken staan.” (lacht)

20. Welke droom heeft u nog?

“Onder dit huis hebben we een mooie gewelfde kelder die uit de zestiende eeuw stamt, de periode van de rederijkerskamers. Hier om de hoek woonde trouwens Anna Bijns (Vlaamse dichteres, 1493-1575, red.). We hebben nu de droom om in onze kelder een rederijkerskamer op te richten of in elk geval een plek te creëren waarin we van alles kunnen organiseren.

“Veel mensen snakken naar dat kleinschalige. Ikzelf ook. Ik vind de kleine, intieme optredens toch het leukste. Die standaard black boxes van een theaterzaal zijn zo inwisselbaar. Maar die kleine, schattige optredens met de nodige chaos, waar weleens iets misloopt, die vind ik veel sympathieker. Een rederijkerskamer oprichten is altijd mijn droom geweest. Nu ik erover vertel, moet ik hem dus ook waarmaken.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234