Dinsdag 04/10/2022

Dichterbij Claus

Nog afgezien van de annotaties lijkt de keuze van de dichters in het rubriekje in 'Knack' me al een proefschriftje waard

Bij mijn weten is er nog nooit iets geschreven over het bijzondere rubriekje dat Hugo Claus in de jaren 1987-'88 verzorgde in Knack. 'Dichterbij' was de niet meteen tot de verbeelding sprekende titel, en de rubriek stond ergens, variërend van bladzijde 98 naar 235, onopgemerkt te wezen in het toen nog volumineuze weekblad.

Claus stelde er wekelijks een internationale dichter voor, met een door hem vertaald gedicht, een korte maar meestal spitse biografische notitie, en een ook door Claus getekende illustratie, meestal een portret van de betreffende dichter. (Daarnaar gevraagd meent toenmalig Knack-redacteur Marc Reynebeau dat de rubriek wellicht een copyrightovername van Elsevier was, want hij herinnert zich geen manuscripten, noch problemen met deadlines.)

Vreemd dat zelfs de gesubsidieerde en gediplomeerde Claus-vorsers er vooralsnog geen aandacht aan besteedden. Claus als selectieheer en promotor van buitenlandse dichters, waarbij hij dan nog verschillende disciplines combineerde: vertaling, illustratie en (weliswaar summiere) beschouwing. Nog afgezien van de annotaties - veel beschouwend werk heeft Claus nooit gepubliceerd, hij beweerde altijd geen talent te hebben voor essayistiek - lijkt de keuze van de dichters me al een proefschriftje waard.

Want Claus kon alvast niet worden verweten dat hij er zich afmaakte. Veeleer lijkt het alsof hij de lezers een gratis initiatie in de poëzie wou aanbieden, en ze een kijk gunde in zijn poëtische universum. Uit de afleveringen die ik bewaarde, blijkt dat hij opteerde voor uiteenlopende dichters, onder wie Shakespeare en John Keats, maar ook meer modernistische Amerikanen zoals Richard Wilbur (toen Poet Laureate in de VS), William Carlos Williams en Charles Olson (1910-'70), over wie Claus schreef: "Veranderde in zijn eentje de Amerikaanse dichtkunst van zijn tijd. Zijn tomeloze energie, zijn intelligentie en zijn zonderlinge eruditie stonden in dienst van een verbeelding die zowel de Maya's als de vroegste Amerikaanse walvisvangers opriep. Leerling van Erza Pound, van wie hij zich later distantieerde. Vriend van Allen Ginsberg, Jack Kerouac. Woog 120 kilo."

Hij presenteerde tevens Japanse dichters, zoals de klassieke meester Kenkõ, met een fragment uit de veertiende-eeuwse Verhandelingen over ledigheid. Claus: "Maar het boek dient ook als handleiding voor hoe een heer zich moet gedragen in onze onbeschofte wereld."

Verder waren er bijdragen over onder meer de toenmalige Tsjechische dissident en dichter Vladimir Holan, de Mexicaan Homor Aridjis, en de Arabische dichteres Hanna Abou Hanna. De Franse poëzie kwam aan bod met bijvoorbeeld Georges Perros, Yves Bonnefoy ("de elegante duisterheid van het Franse postsurrealisme") en de door Claus gewaardeerde Raymond Queneau, over wie hij listig opmerkt: "Hij verborg zelf zijn activiteiten als linguïst, encyclopedist, patafysicist, uitgever en auteur onder een bedrieglijke, goedlachse eenvoud, die men allerminst mag vertrouwen." Een verrassende keuze vond ik Paul Claudel: "Deze Franse katholieke dichter wordt vereerd maar praktisch niet meer gelezen. Men trekt tegenwoordig zijn neus op voor het emfatisch geweld en de orthodoxe devotie van veel van zijn verzen. (De man Claudel was ook een vrij verachtelijk persoon die zich onder andere als diplomaat verrijkte tot hij kasteelheer van Brangues werd.) Toch is hij een groot dichter." Ook ongewoon was de ingezonden brief in versvorm uit het dagblad Libération, waarbij de volgende annotatie: "Schaamteloos vraagt de onbekende om troost aan de planeet. De lezer moet raadselachtig blijvende achtergronden invullen. In de hiaten vangt hij een glimp op van zijn evennaaste."

Het Claus-idioom glinstert in elke annotatie. Een moeilijk dichter, schrijft hij bijvoorbeeld over Luis de Góngora, "maar niet moeilijker dan Mallarmé of Kouwenaar. Hij is geen warhoofd en ook niet de vertolker van een hermetische gedachtenwereld, maar hij schrijft wel voor de 'cultos', de verlichte geesten, zoals de lezers van Knack die gevoel hebben voor 'die duistere klaarte die uit de sterren straalt'". Het commentaar bij een anti-oorlogsgedicht van de Fransman Henri Lavedan besluit hij dan weer met: "In het huis van de poëzie is er ook een martelkamer."

Claus selecteerde ook enkele oude vrienden, onder wie de Belg Christian Dotremont (1922-'70), bedenker van de naam Cobra, de experimentele beweging waarvan hij "de onvermoeibare organisator" was. Een andere bekende is Christopher Logue, met wie Claus bevriend raakte in de jaren vijftig. Later bezocht Logue Claus in Gent, in Rotterdam werd een van zijn theaterstukken gespeeld (op suggestie en in een vertaling van Claus), en in 1961 trokken beide vrienden samen op reis naar Griekenland.

"Engels dichter, scenarist en acteur (was onder anderen een zijige kardinaal Richelieu in The Devils van Ken Russell)", zo begon Claus zijn biografische toelichting over zijn vriend. Wat hij niet in Knack vermeldde, was waarom Logue bij Claus-onderzoekers enige bekendheid geniet. In een interview uit 1999 vertelt Claus het zelf nog maar eens: "In Parijs was ik zeer bevriend met Christopher Logue, een Engelse dichter die een paar honderd gedichten gepubliceerd heeft maar geen enkele regel geschreven heeft die van hem was. Ik was onder de indruk van het gemak waarmee hij te werk ging. Via Logue kreeg ik iets als 'Je prends mon bien où je le trouve', wat ik voordien niet had. Het was simpelweg niet in me opgekomen dat je ook een piraat in de literatuur kon zijn."

Benieuwd of het lieflijke gedicht dat Claus vertaalde en in Knack publiceerde ook louter uit gekaapte regels bestaat.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234