Donderdag 06/08/2020

Dichter Hubert van Herreweghen wordt negentig

Brussel l Een heuglijke dag voor de Vlaamse poëzie: nestor Hubert van Herreweghen wordt vandaag negentig jaar. Dat wordt passend gevierd met een eerbetoon op papier: het kunsttijdschrift Vlaanderen eert hem met een aan hem gewijd nummer, samengesteld door dichter en vertaler Patrick Lateur.

Niet alleen academici als Anne Marie Musschoot, Hugo Brems, Carl De Strycker, Stefaan Evenepoel en Yves T’Sjoen leverden voortreffelijke bijdragen, maar ook collega-dichters als Lut De Block, Gwij Mandelinck, Geert van Istendael en Willy Spillebeen. En de kersverse Europese president Herman Van Rompuy. De pentekening van Van Herreweghens dochter Anne maakt een blikvanger van dit nummer.Enkele maanden geleden nog verwende Van Herreweghen, die op 16 februari 1920 geboren werd in Pamel, zijn lezers met een nieuwe bundel. Met Webben & wargaren (uitgeverij P, Leuven) liet hij zien dat hij de Vondel van deze tijd is: een dichter die op hoge leeftijd zijn beste werk aflevert. In die bundel kijkt Van Herreweghen niet met weemoed terug, maar is hij op de eerste plaats een vakman. De natuur speelt een belangrijke rol in zijn hele werk, want Van Herreweghen houdt als wandelaar van zijn Pajottenland. In ‘Zang’ schrijft hij: “Al wat ik kreeg van kunde/ van taal en tong,/ bleef ik slijpen tot het zong,/ al was ’t van slijpen dat ’t verdunde.” Dat slijpen van de taal heeft Van Herreweghen vanaf zijn debuut met Het jaar der gedachtenis (1943) decennialang gedaan. Zijn poëzie kon altijd wel op appreciatie rekenen, maar Van Herreweghen bleef te lang als een klassieke dichter geboekstaafd. Hij bemoeide zich niet veel met het literaire straatrumoer. En hij bekleedde een soort tussenpositie, want zijn werk werd na de Tweede Wereldoorlog zowel geapprecieerd door Albert Westerlinck, de hoofdredacteur van het toen nog eerder op klassieke literatuur gerichte tijdschrift Dietsche Warande en Belfort, als door Jan Walravens, die met Hugo Claus en Louis Paul Boon het tijdschrift Tijd en Mens oprichtte, een vrijplaats voor experimentele literatuur.

Van Herreweghen koos voor een lyriek die omschreven kan worden als gestileerde wanorde, muzikale poëzie met tonen en tegentonen, klassieke beheersing waaronder veel existentiële onrust schuilgaat. Dat laatste heeft hij gemeen met twee andere dichters die tot de grootsten van de Vlaamse literatuur van de twintigste eeuw behoren: Jos De Haes en de vorig jaar overleden Christine D’haen.Van Herreweghen stond nooit buiten het culturele leven. Vanaf 1950 was hij commentator voor literaire en dramatische programma’s van de NIR, de voorganger van de VRT. In 1961 werd hij hoofd van de dienst Drama. Die functie zou hij tot zijn pensioen vervullen. Hij was vanaf 1947 redacteur van het tijdschrift Dietsche Warande en Belfort. Met Jos De Haes en later met Willy Spillebeen verzorgde hij 36 delen van de jaarlijkse reeks ‘Gedichten’ van het Davidsfonds. Zijn poëzie werd herhaaldelijk bekroond: in 1945 met de Prijs voor letterkunde van de Provincie Brabant, in 1962 met de toenmalige Staatsprijs voor Poëzie. En in 2006 ontving hij de Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse provincies voor zijn hele oeuvre.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234