Donderdag 09/04/2020

'Dichter bij geluk dan hier kom je niet'

'Periana? Dat is zoiets als Zwevezele', zegt Alain Grootaers (51). In Bar Verdugo kent iedereen iedereen. Locals, ingeweken Britten-avant-le-brexit en dus ook zij: Alain, vrouw Jakobien en dochter Julia. 'Ooit was deze Zuid-Spaanse streek een kalifaat. Dat valt mee, hoor!'

In een inleiding past geen (lacht) na een quote, maar die had er natuurlijk moeten staan. Al-Andalus heette Andalucía tijdens de Moorse periode tussen 711 en 1492 en moslims, christenen en joden woonden er rustig samen. In een kalifaat, jawel, maar homo's werden er niet van daken gegooid en willekeurig (ook zichzelf) moorden in naam van een god was er niet bij.

Ook deze hete dag in 2016 is vreedzaam, maar Alain Grootaers zou terroristen nog misleiden mochten ze hem in zijn Finca Don Carmelo zoeken. Tik je het in op Google Maps, dan kom je in Bar Verdugo uit. Dan begint het zoeken, een weggetje richting Régalon, naar beneden, zonder de hulp van een boer met boerin op zijn tractor rijd je verloren. Puerta, verstonden we en verde. Nog is het onvindbaar.

Met térroristen heeft het niks te maken, al scheelt het amper in letters: "Hoeveel Vlaamse toéristen hier gewoon binnenreden en plots op ons terras stonden. Allemaal vriendelijk hoor: 'We kwamen maar eens kijken.' Natuurlijk blijf je zelf ook vriendelijk, maar ik heb de pijl van Google Maps maar in het centrum gezet." Bij Verdugo, en heel erg gelogen is dat niet: het is Grootaers' tweede thuis in Periana.

Schrijver Stefan Brijs had het gezegd: "Alain zal je wel meenemen naar de Verdugo", en straks doet hij dat. Maar nu opent hij die groene poort en we zien de beginzinnen die we lazen in Jakobien Huismans boek Dagen op Finca Don Carmelo: 'De eerste keer dat we de finca zagen, vergeet ik nooit meer. (...) Het huis was dan misschien een stinkende ruïne, de plek waar het stond was goddelijk. De finca had iets magisch. 'Ik denk dat de aardstralen hier optimaal lopen', zei ik. 'Ik denk dat ik hier gelukkig ben', zei Alain.'

Jakobien is er niet, dagje zee, maar de ruïne is een huis geworden en drogende wilde venkel aan de gebinten van het terras ruikt heerlijk. Hoe het met de aardstralen zit, weten we niet. Maar goddelijk is het wel - zeker dat je hier gelukkig kunt zijn. "Spanjaarden zeggen: Todo tiene solución menos la muerte. Er is voor alles een oplossing, behalve voor de dood. Dit huis is 120 jaar oud en er mankeert altijd wel iets. Dus moet je mensen kennen als je hier geen familie hebt, wat hier eigenlijk nog belangrijker is dan vrienden. We hadden twee troeven: we kwamen om te werken en Julia ging naar school. Zo creëerden we snel goeie contacten."

Melk van Carmen

Dit is de eerste etappe van een achtdelige Ronde van Spanje en zoekend naar Belgen in Spanje, viel deze naam altijd: Alain Grootaers. Dat is niet zo gek. Nog voor de crisis in dit land en bouwpromotoren een huis bij een fles olijfolie cadeau deden, kwam de familie Grootaers hier al aan. Ongepland, na hun sabbatical door India en Zuidoost-Azië waren ze gewoon naar de Verdussenstraat in Antwerpen teruggekeerd. Maar toen braken de donkere dagen van december aan en Jakobien werd bijna depressief.

"In Azië kwamen we tot het besef dat we allebei ook stukken en columns konden schrijven vanop een afstand. Waarom dan niet vanop een plek in de zon?" Periana is die plek, nadat ze eerst even in Alcaucín hadden gewoond, vlakbij. Daar vonden ze voor Julia, pas 11 toen, een school met aandacht voor anderstaligen. "Andalucía kende ik wel, maar dit stukje niet. Ik belde Dave, een Brit die we in Goa leerden kennen maar die vlak bij Málaga woonde. 'Alcaucín? Daar woon ik!'"

Finca Don Carmelo, waar ze na een tijd in Alcaucín op botsten, klinkt als een filmlocatie, maar Don Carmelo bestond ooit echt. Hij was dierenarts die in een plan van generaal Franco naar Andalucía was gestuurd. Een streek vol geiten maar zonder dierenartsen. Vanuit Galicië reed Don Carmelo met zijn BSA naar Periana, werd er verliefd op Doña Josefina, een schooldirectrice die zoveel van opera hield dat op de finca - deze boerderij buiten het dorp - alle koeien de naam van een opera kregen. De melk kwam dus van Carmen, Tosca en Aida en Don Carmelo had volgens de dorpelingen 'de grootste bibliotheek van Spanje'. Alain: "Misschien had hij maar één boek, maar dat was er dan nog één meer dan al die andere mensen in het dorp."

Waarom vertelt hij dat? Om de historische eenvoud van deze streek te tonen. Boeren, harde werkers, zorgend voor het land en wat het opbrengt. Dat doen Alain en Jakobien nu zelf. Ze hebben paarden, ooit zelfs 22, waarmee ze trektochten organiseerden, maar daar zijn ze mee gestopt. "Het was te tijdsintensief en je kunt niet weg. Die paarden moeten altijd verzorgd worden. Ik wil ook nog een paar boeken schrijven."

Er staat Abrazo op tafel, een 'fruitige fluweelzachte rode wijn van tempranillo-druiven', op het etiket staat vooraan 'Alain Grootaers'. Dat is marketing, beseft hij, die wijn moet verkocht worden in België. De druiven komen van een boer in Alhama de Granada.

Maar rondkijkend zien we 130 olijfbomen, goed voor ruwweg 5.000 kilo olijven en samen met olijven van nog andere bomen persen ze jaarlijks 5.000 liter Extra Virgen olijfolie. "Alles ecologisch. Toen ik dat in het dorp vertelde, tikten ze tegen hun hoofd. Terwijl hun voorouders het net zo deden. Pas toen op een charla, een gesprek over het ecologisch telen, de voorzitter van de olijfproducerende gemeentes zijn steun uitsprak, zagen ze het zitten.

"Natuurlijk moet je als Belg niet zeggen hoe het moet. Maar aan de universiteit van Córdoba is een departement gespecialiseerd in olijventeelt, die cursussen vind je online. Ik had ook een goeie medestander. De apotheker vertelde dat die boeren al jaren bij hem komen met aandoeningen van het centrale zenuwstelsel. Door die wolken van pesticiden. En natuurlijk telt vooral geld. Money talks, bullshit walks. Dat ze er meer mee kunnen verdienen, was hét argument.

"Ze noemen de Andalusiërs soms de Walen van Spanje, maar ze werken keihard. Als het heet is, staan ze om 6 uur al op het land. Natuurlijk is er siësta, maar ze werken nadien tot 21 uur door. Maar het is hard en soms geeft dat problemen. Je kent 'Strange Fruit' van Billie Holiday? Wel, er zijn dit jaar al twee boeren gevonden die zich aan een van hun olijfbomen hebben opgehangen."

De madeleine van Proust

Julia was 11 toen ze zonder een woord Spaans in het klasje van Alcaucín werd gedropt. Zeven jaar later mag ze in de vooravond haar examenuitslagen ophalen en kan ze straks meedoen aan de selectividad, ooit ons maturiteitsexamen. De universiteit van Málaga lonkt, maar ze denkt aan een gap year. Misschien omdat ze zag wat een sabbatical deed. Haar Spaans is perfect. "Alleen de typische jongerentaal is soms moeilijk."

'Wie Spanje niet kent, zal geneigd zijn om over kitsch te spreken', schrijft Cees Nooteboom in Wat het oog je vertelt en niemand schreef meer over het land dan hij. De schrijver weet al dat dat zijn stelling zal ontkrachten, maar hoe is het leven in een dorp als Periana? Voor een meisje van 18? Voor een koppel dat een leven in de media en een druk sociaal leven in Antwerpen gewoon was. Ja, Alain reist voor de olijfolie en voor bedrijven - hij is te huur als mediatrainer van de Expert Academy - regelmatig naar Vlaanderen. Maar voeden gesprekken in de Verdugo de geest net zoveel als in de Hopper? "Ik begrijp je vraag en ik kom hier met een ander soort mensen in contact. Dat doet deugd. En in het begin had ik al helemaal geen publiek nodig. Laat me gerust, dacht ik. Maar ik geef toe dat ik door zo met die paarden bezig te zijn ook wel intellectuele diepgang begon te missen."

Dan is 'tinternet' een geschenk. Er is Facebook, Alain kan er de meningen niet laten. "Bruno Wyndaele zei altijd: 'Je bent een soort onderwijzer, je wil altijd iets meegeven.' Al ten tijde van P-Magazine zat ik zo in elkaar. (herpakt zich) Het zat er altijd in."

Altijd is lang en Grootaers is 51. Hij werd heel erg gevormd door Humo. "Guy Mortier en Marc Mijlemans waren mijn twee belangrijkste invloeden", zegt hij en bij de betreurde Mijlemans was dat zelfs op verrassende wijze. "Ik was keeper bij Lierse, als buddy van Dany Verlinden, die in de eerste ploeg stond. Ooit verving ik hem zelfs eens in een bekermatch tegen Waterschei en ook eens tegen Antwerp. Maar toen ik aan de VUB ging studeren, was Ernst Künnecke trainer en hij wilde enkel met profs werken. Op zondagochtend speelde ik met de UEFA's en Marc, die bij het Lisp woonde, kwam kijken. Ik had toen een eigen striptijdschrift en Marc zei: 'Alain, jij bent de nieuwe Jan Mulder.' Dat uit de mond van iemand naar wie ik zo opkeek. Humo was toen mijn gids. Ik herinner me een recensie van een plaat van Status Quo door Marc Didden. Tien keer na elkaar schreef hij: 'Fantastisch tof. Fantastisch tof. Fantastisch tof. Op de wijs van 'Whatever You Want'. Geweldig toch?"

Zo zitten we, op dit terras, in de jaren 70. Zelfs met een link. "De geur van paardenmest is mijn madeleine van Proust. Als ik dat ruik, moet ik aan crème glace denken. Omdat in Leopoldsburg, waar ik tot mijn zesde woonde, de ijscocar door een boerenpaard werd getrokken. Nadien woonden we in Lier en vandaag wonen we allemaal verspreid. Eigenlijk zien we elkaar niet zo veel. Walter (zijn broer, zanger van De Kreuners, RVP) is hier nog nooit geweest. Een paar jaar geleden was hij op motortrip in Spanje en hij belde me: 'Ik ben in de buurt, hoe moet ik rijden?' (lacht) Hij zat dus in Almería, op vijf uur van hier. Andalucía is zo groot als de Benelux. Spanje is België niet. Málaga zou je misschien nog met Antwerpen kunnen vergelijken. En Periana? Zwevezele zeker?"

Walter is de Grootaers - ze zijn met zes - die wij het best kennen. Alain was lange tijd niet meer dan 'de broer van'. "Toen ik 12 was, was hij al wereldberoemd in Vlaanderen. Dat was soms lastig omdat ik altijd vereenzelvigd werd met hem. Maar soms was het handig. Als ik Jacques Vermeire wilde interviewen, had ik hem 10 minuten later aan de lijn. Ik vind nog altijd dat De Kreuners met 's Nachts kouder dan buiten en Er sterft een beer in de Taiga straffe platen hebben gemaakt. Twee jaar lang was ik hun manager, maar teksten schreef ik er nooit voor. Misschien was ik daar te onzeker voor. Die twijfel is er nog omdat ik vind dat mensen als Marc Mijlemans zo ver boven mij uitstaken. Als ik nu iets schrijf, heb ik graag dat Jakobien het eerst even naleest voor ik het verstuur."

Ali's laarzen

Rosada is een vis van hier, voortreffelijk in papillot met prei, citroengras, tomaten en wilde venkel. A-la-in, zo noemen de Periana's hem, kookt lekker. Die naam is grappig in deze oude streek waar elk woord met 'al' op Moorse roots wijst. 'Al-ain' is zelfs een Arabisch woord, het betekent 'bron'. En zo belandt dit verhaal vanzelf bij het tragische lot van Ali. Een man die meer dan een jaar de paarden op de finca verzorgde.

Dat ging zo: "Ali was een Sahrawi. Dat is een nomadisch volk dat naar Algerije vluchtte toen Marokko na de dood van Franco de Westelijke Sahara binnentrok. Ali werd geboren in een vluchtelingenkamp en trouwde daar ook. Een jaar na zijn huwelijk kwam hij naar Spanje op zoek naar werk."

Dat vond hij onder meer bij Alain. "In een streek met 33 procent werkloosheid is het raar, maar er was geen Spanjaard te vinden om te helpen met de paarden. Maar in de Verdugo kenden ze iemand die Sahrawi-mensen hielp en de volgende dag stond Ali hier. Met paarden had hij geen ervaring, wel met kamelen. Close enough, dacht ik. Vanaf dan was hij er elke dag. (lacht) Eerst bad hij nog vijf keer per dag, maar toen hij zag dat niemand hem controleerde, brokkelde dat af. Met mijn oude gsm kon hij via onze wifi skypen en WhatsAppen met zijn vrouw. Alleen van tuinieren kende Ali geen fluit. Voor wie uit de woestijn komt, is alles en niks onkruid. Daar leerde ik van en ik schreef er een column over: 'Onkruid is een mening.'"

Maar het verhaal van Ali staat in de verleden tijd. Ali is dood. Een lang verhaal wordt korter: "In december wilde Ali naar huis om zijn familie te bezoeken. Ik heb hem van Periana naar Málaga gebracht, de hele weg zat hij te huilen. Na het afscheid heb ik hem nooit meer teruggezien. Ergens in Algerije is hij gestorven na een hartaanval. Wat vreemd is: hij was pas 36. Hij had me nog gebeld: 'Overmorgen vertrek ik.' Hij zou zeven dagen onderweg zijn, maar drie dagen later belde iemand uit Algerije of ik Ali kende."

Ergens op de finca staan Ali's laarzen nog. Ergens ligt zijn uniform. Alain had hem dat gegeven. "Ali was hygiënisch niet helemaal à jour", glimlacht Alain met warmte. "Maar hoe zeg je iemand dat sokken na twee weken ruiken? Daarom gaf ik hem dat uniform waarvan de sokken een belangrijk onderdeel waren."

Stilte valt zwaar in zijn ogen."Ik ben niet goed in de dood", zegt Alain dan. "Zelfs met onze dieren. We zijn paardenmensen, geen paardenhandelaars. We hebben drie paarden verloren en ik vond het een drama."

"Er is geen schaal van 'ergheid'. Je moet verdriet laten slijten. Natuurlijk is er boosheid. Mijn vader overleed toen hij 83 was en daar had ik vrede mee. Hij stierf bij wijze van spreken knipogend. Maar mijn broer Guy was 46 toen hij aan pancreaskanker overleed. Guy ging klauwend ten onder en stierf kwaad. Waarom hij? Hij had vier kinderen. Maar het universum is onverschillig, it doesn't care. Ik voel me niet uitverkoren en evenmin geviseerd. En ik ben een atheïst, al zeg ik liever: non-theïst. Hoe zou ik tegen God kunnen zijn als ik niet geloof dat Hij bestaat?"

Zijn hoed gaat op het hoofd dat vol zit van Ali en Guy, dat is niet zo slecht, die hoed uit India is ontworpen om je kop fris te houden. "Hij is gemaakt van wortels van de vetiver, een plant die water in zich opzuigt. Je moet hem in het water leggen en het volgende uur onttrekt die hoed alle warmte aan je hoofd." Zo zijn we terug in de hitte van de Axarquía, zoals deze streek heet. We gaan wandelen in de tuin rond het huis. Er groeit avocado. Door het microklimaat is dit de enige streek waar ze groeien. Dan moeten dit de meest noordelijke avocadobomen van Europa zijn, want 100 meter hogerop groeien ze al niet meer. Guaiaba is er ook, een tropische vrucht. "Wat we aanplanten, moet eetbaar zijn." Citroen, peren, mandarijnen, Boeddha's hand, papaja, granaatappel. Verderop aaien we wat paarden. Bienvenida, een paard dat 'bomproof' is: "Schiet een raket naast dat dier af en het bougeert niet." En Tiznao, de lieveling van Ali, een schimmel en een ruin. "Moslims mogen van de Koran alleen op hengsten rijden, niet op merries. Waarom? Don't get me started."

Hij zegt: "Ik ben geen weemoedig man. Toen mijn moeder naar het rusthuis verhuisde en mijn broer het huis leegmaakte, stuurde hij me wat foto's. Dat maakte me niet triest. Ook als ik Tiznao zie, krijg ik gewoon een fijn gevoel. Tussen die paarden staan, troost me wel. Dat, samen met Jakobien, Julia en deze omgeving: dichter bij geluk dan hier kom je niet. Mijn sabbatical was hét kantelmoment in mijn leven en het overlijden van mijn broer was de beslissende factor. Guy maakte veel plannen, maar hij kon ze niet uitvoeren. Zijn dood deed me beslissen: ik doe het nu. Die reis heeft heel mijn leven veranderd."

Hoe, dat somt hij in puntjes op. "A: je kunt bijna overal leven en overal iets betekenen. En b: zien in welke omstandigheden mensen leven, had grote invloed op mijn politiek denken. De regimes die ik zag, waren zeer divers. Van het kastensysteem in India en Nepal tot het Aziatisch communisme in Laos en een soort liberaal communisme in Vietnam. Mijn conclusie is dat een goed politiek systeem mensen met rust laat. Vrijheid van denken en handelen is van het grootste belang."

Dat zette hem aan het denken over België. Over de ontzettende inertie. "Wie in Azië initiatief neemt, wordt weinig in de weg gelegd. Zelfs in het corrupte Cambodja is dat zo. In België lijkt het alsof ze, met al die papierwinkels, liever hebben dat iedereen ambtenaar wordt. Ik ben geen neoliberaal, maar die andere kant van het spectrum vind ik toch ook best lastig, hoor."

In Periana worden de wijn en de olijven even vergeten, de boer wordt weer politoloog, net omwille van die drie laatste letters: het oog van Alain ging open. "Vroeger was je links als je pleitte voor de scheiding van kerk en staat. Zeg je dat nu over de islam, dan word je meteen in de hoek van het racisme gezet. Dat heeft er niks mee te maken. Hoe iemand als Luckas Vander Taelen afgebrand werd, vind ik verschrikkelijk.

"In Antwerpen zie ik zelf hoe het straatbeeld veranderd is. Het is een mengeling van Vlamingen, Polen, Maghrebijnen en dat is goed. Maar als je opmerkt dat er samenlevingsproblemen zijn, word je weggeparkeerd als rechts. Dat vind ik de historische fout van links. De 69-jarige man uit Borgerhout die klaagde over het vuilnis op straat, was verzuurd. Maar goeie vrienden van me, de meest linksen die ik ken, die van het Zuid naar Borgerhout verhuisden, zijn daar weer gaan lopen. Gelukkig zijn die mensen flexibel genoeg om niet racistisch te worden, maar de dokwerker die dat niet kon werd door links in de steek gelaten en kwam bij het Vlaams Belang terecht. Ik ben geen N-VA'er en geen Blokker, maar ik ben wel liberaler dan links en ik denk dat een goeie liberale partij nodig is. Zonder de oude 19de-eeuwse tegenstellingen."

Geschiedenisles

Julia moet haar rapport halen, in Periana 'stad' zeg maar, we rijden mee naar waar een van zes geadopteerde zwerfhonden is voorgelopen. We zien hem terug in de Calle Pablo Picasso van dit dorp, dat in 1884 door een aardbeving verwoest werd. We gaan zitten waar voorspeld: op het terras van Verdugo. Grootaers' Spaans klinkt echt. "Ik volgde les bij een Argentijnse dame, alleen zijn de Argentijnen de Limburgers van de Spaanstalige wereld: ze spreken traag en duidelijk. Terwijl de Andalusiërs de West-Vlamingen zijn. Natuurlijk wilde ik Spaans leren. Onlangs hoorde ik een Brit over iemand die in een bar werkte: 'Ik woon hier nu tien jaar en die spreekt nu nog geen Engels!"

Er komen nootjes bij de pils en tapas, gratis: dit is de provincie Málaga. En als er hesp op het bordje ligt, geeft Alain geschiedenisles. "Dat je hier overal jamón krijgt, komt uit de tijd na de Moren. Toen de katholieken het overnamen, mocht je als moslim alleen blijven als je je bekeerde. Jamón, van varkens, was daarbij de lakmoesproef. Wie hesp at, mocht blijven."

Daarnet kwam die Arabische wereld via Ali dit verhaal binnen, maar hoe kijk je vanuit Al-Andalus, waar nog overal tekens en namen naar toen verwijzen, naar het kalifaat van IS? En naar wat hun gezanten in Europa doen? "Ik zie dat Spanje anders met die aanslagen omgaat. Vergeet niet dat ze 40 jaar ETA achter de rug hebben. De Guardia Civil heeft een speciale afdeling terrorisme, als met een perpetuum mobile gingen ze naadloos van de ETA naar het jihadisme over. Met de Spaanse enclaves in Ceuta en Melilla in Marokko is de Arabische wereld ook dichtbij. De voelsprieten staan altijd op. Elke maand pakken ze jihadisten op.

"Het leven in een kalifaat valt mee, hoor", glimlacht hij, maar dat is een grapje. "Alleen zitten die 800 jaar onder moslimbewind nog in het geheugen van veel Andalusiërs en die mensen zijn net daardoor niet racistisch. Maar iedereen is gelijk voor de wet. Ze zijn keihard voor zichzelf en keihard voor de anderen."

Zo'n dag, 51 jaar en een zoveelste leven dat zich nu hier afspeelt, met Jakobien en Julia ("geslaagd!") vallen in één stuk amper te vatten. Het zou zelfs niet in één boek lukken. Alleen al daarom zitten er nog drie in Alains hoofd. Een coming of age-verhaal, een ander boek over de clash tussen culturen en godsdiensten, en een derde dat een reisverhaal in de voetsporen van 13de-eeuwse reizende priester Willem van Rubroeck wordt.

Dat is voor later, nu moet de blaffende Campeona gestreeld. In Jakobiens boek Dagen op Finca Don Carmelo kreeg ze een hoofdstuk. Een hond, genoemd 'ter ere van de voetbaloverwinning van ons nieuwe thuisland'.

Ja, Campeona wordt een dagje ouder.

fincadoncarmelo.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234