Zondag 22/09/2019

Dichter bij Ellen

Dichteres Ellen Deckwitz (1982) doet elke week haar ding met poëzie en proza

SIRKKA TURKKA

Los Angeles en de verdediging van engelen. De lange winteravonden staan er weer aan te komen, de trams. Er zit een gat in de ene postzak in het postkantoor aan de Annastraat en 's winters graven de honden gaten in de sneeuw, gratis, een bedankje kan er niet af. Inspirerend, dit leven, schuimbekt een dichter in een café. Nadat de bekende oorlogsboekenschrijver zich met een knal het leven had benomen werd hij nummer één op zijn terrein. Ik sta op en gil: We Shall Overcome, yeah. Een natte sneeuwbal, als een sneeuwklokje vergeten in de sneeuw, op straat congruente potten en pannen met een regencape over de schouders, doorzichtig. Ik kon het niet altijd met mezelf uithouden, de artillerie gericht op het zenuwstelsel van de schoonheid, cyanidemaan, regen, wankelende panelen, er komt een moment dat ik altijd moe ben. Ik kwam zonder herinneringen in het leven, ik vertrek zonder verstand, op geen enkele wijze loyaal. Ik laat anderen de mat niet onder me vandaan trekken. Dat doe ik zelf.
Sirkka Turkka, De hond zingt in zijn slaap, De Bezige Bij, 2005

Grote emoties

Als schrijver ben je eigenlijk in financieel opzicht altijd van ijsschots naar ijsschots aan het springen: schnabbel hier, optreden daar. Een van de leukste inkomstenbronnen is jureren: goed voor je netwerk, het betaalt oké en meestal is het lachen: ik herinner me een wedstrijd waarin een jonge dichter de tepels van zijn geliefde beschreef als 'venerische liefdesknopjes'. De rest van de vergadering was één groot feest.

Wat me door jarenlang jureren op een gegeven moment opviel, is dat veel teksten van beginnende schrijvers op elkaar lijken. Het standaard ingezonden korte verhaal draait altijd om Grote Emoties, met daarbij Woede en Verdriet als hoofdrolspelers. Aan het eind gaat er bijna altijd wel iemand dood, wordt iemand gek of blijkt het allemaal een droom. Het standaard wedstrijdgedicht is confessioneel met enkele natuurbeelden. Het is vrijwel altijd óf in het vrije vers geschreven óf in wat in het beste geval bedoeld kan zijn als een sonnet. Beide tekstsoorten staan bol van archaïsche woorden. Het is opmerkelijk dat deze inzendingen allemaal zo op elkaar lijken. Alsof de auteurs op de hoogte zijn van de ingrediënten voor een winnende tekst.

Het werpt natuurlijk ook de vraag op waar deze succesreceptuur dan vandaan komt. Deze beginnersliteratuur heeft allereerst opvallend veel gemeen met werk dat in zijn tijd wél origineel was. Het confessionele en de natuurbeelden komen we al tegen vanaf de romantiek en bloeide in eigen land bij de Beweging van Tachtig. Het rauw-realistische korte verhaal vol zelfkant, moord en doodslag: ook negentiende eeuw.

De taal die in de wedstrijdinzendingen wordt gebezigd, lijkt uit diezelfde periode te stammen: er wordt wat afge-immerd en ge-nochtanst. Hoe kan het nou dat al die beginnersteksten lijken op literatuur die al meer dan honderd jaar uit de mode is? Simpel: van dit soort letteren werd op de middelbare school gezegd dat het Literatuur met grote L was. Geen wonder dat men dit dan probeert na te bootsen.

"Grappige theorie", zei een bevriende literatuurwetenschapper toen ik deze bevindingen met hem deelde, "maar wat natuurlijk ook meespeelt, is dat geen hond na de middelbare nog leest. Geen wonder dat ze denken dat het imiteren van Couperus of Willem Kloos het hoogst haalbare is". Dat stemde me even heel moedeloos, maar hij had wel gelijk. Vaak word ik na een uitslag aan de mouw getrokken door teleurgestelde verliezers (meestal gewapend met een boze moeder/partner). Als ik dan aan hen vraag of ze weleens lezen, zeggen ze van niet. Ze snappen niet wat dat met schrijven te maken heeft.

Ik heb net creative writing gegeven aan een club studenten die ik er ook even van moest overtuigen dat wie leest, beter gaat schrijven. Ik zette hen op een dieet: korte verhalen van Rob van Essen, essays van Maggie Nelson en Ta-Nehisi Coates. De knotsgekke gedichten van Sirkka Turkka. Binnen enkele weken veranderden hun schrijfsels van matige Tachtigerimitaties in verrassende moderne teksten. Wie wil schrijven, moet eerst lezen. Wie weet dringt dat ooit door tot de tienduizenden die jaarlijks inzenden naar schrijfwedstrijden. Het zou jammer zijn dat er dan bij het jureren minder te gniffelen valt om allerhande liefdesknopjes, maar goede literatuur mag wat kosten, zelfs een lach.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234