Dinsdag 22/10/2019

DICHTER bij Ellen

Dichteres Ellen Deckwitz (1982) doet elke week haar ding met poëzie en proza

Er is nog geen wetenschappelijk bewijs voor het bestaan van Blue Monday (aka de deprimerendste dag van het jaar) maar toen ik afgelopen maandagochtend in de metro om me heen keek, viel het lastig te ontkennen. Alle passagiers keken alsof ze naar de guillotine gingen, de hoofden leken gedoofde lantaarns. Januari is natuurlijk geen fijne maand: verstuikte darmen van de kerstdis, een jetlag van de feestdagen, het besef dat het nieuwe jaar teleurstellend veel lijkt op het voorgaande. Het is koud, donker en bij de meesten gaat de serotinekraan dan dicht.

Het bestaan van Blue Monday is dan misschien niet wetenschappelijk onderbouwd, onlangs kwam er uit een onderzoek wel weer eens naar voren wat u allang weet: dat lezen helpt tegen sipte, angst en stress. Natuurlijk, het ligt er dan wel aan welk boek je kiest. Sommige romans zijn prachtig maar zo mistroostig dat je ze beter zou laten liggen als je al in de put zit, omdat je anders meteen met een kaasschaaf je polsen te lijf wilt gaan, zoals Menuet van Louis Paul Boon, waarbij de romantekst wordt vergezeld van een onophoudelijke reeks krantenberichten over mishandelde dieren en verongelukte mensen. En veel poëzie lijkt eerder een hoogmis voor het donker dan een schouderklop in grauwe tijden. Dat neemt niet weg dat we aan de hand van al die zwarte parels wel kunnen leren om onze somberte onder woorden te brengen en dat dat ook iets waard is (met verwoorden begint immers verwerken), maar in deze kille januaridagen hebben we eerder letteren nodig die ons een beetje oppeppen.

En dan kom je uit bij de Amerikaanse poëet Walt Whitman (1819-1892), een dichter die velen kennen maar, getuige wat rondvraagjes op universiteit, leesclubs en literatuurfestivals, niemand meer leest. En dat is zonde, want zijn werk is enorm opwekkend. Neem regels als 'I celebrate myself and sing myself' of 'Keep your face always toward the sunshine and the shadows will fall behind you'. Goed, soms hebben de gedichten een iets te blij newagegehalte: 'I believe a leaf of grass is no less than the journey-work of the stars' en vraag je je af of Whitman geen verre voorvader is van schilder Bob Ross. Maar over het algemeen is het in diens oeuvre feest.

Een van mijn lievelingsgedichten van hem is 'Crossing Brooklyn Ferry'. Het lange gedicht begint met de blije verwondering die Whitman eigen is, maar gaat dan in op het bestaan van het donker, waar de dichter zelf ook mee bekend is. Hij geeft toe dat hij op zijn tijd ook niet vies was van een potje flink haten, maar richt zich vervolgens weer op het hoopvolle: dat ook wij een rol spelen en grip hebben op de omvang ervan.

'Crossing Brooklyn Ferry' viert de verbintenis tussen mensen. Kijk, lijkt Whitman te willen zeggen, ook ik had last van duisternis, je bent niet alleen. En zo helpt hij je over de afgrond heen die januari is. Hij laat je koorddansen over het ravijn, tot het licht weer in zicht komt.

CROSSING BROOKLYN FERRY, 7,8

Niet alleen op jou vallen de zwarte stukjes,
Het zwart daalde ook neer op mij,
Het grootste wat ik had bereikt leek leeg en verdacht,
Mijn zogenaamde verheven gedachten, waren ze in werkelijkheid niet magertjes? Zou men mij niet uitlachen?

Noch ben jij de enige die weet wat het is om slecht te zijn,
Ik ben degene die wist wat het was om slecht te zijn,
Ook ik haakte de oude knoop van tegenstrijdigheid,
Roddelde, bloosde, koesterde wrok, loog, stal, misgunde,
Zat vol bedrog, woede, lust, gloeiende wensen die ik niet durfde uit te spreken,
Was dwars, ijdel, hebberig, oppervlakkig, sluw, laf, kwaadaardig
(....)
Werd geroepen door mijn diepste naam door de heldere luide stemmen van jonge mannen als ze me aan zagen komen of voorbij gaan,
Voelde hun armen om mijn nek als ik stond, of het achteloze leunen van hun vlees tegen het mijne als ik zat, zag velen die ik liefhad op straat of op de veerboot of op een publieke bijeenkomst, maar vertelde hen niets, leefde hetzelfde leven als de rest, hetzelfde lachen, knagen, slapen.

Speelde de rol die steeds terugkijkt op de acteur of actrice,
Dezelfde rol, de rol is wat we ervan maken, zo groot als we willen,
Of zo klein als we willen, of en groot en klein.

Walt Whitman, uit Leaves of Grass, 1855, vertaling Renske Dekker

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234