Woensdag 23/10/2019

DICHTER bij Ellen

Dichteres Ellen Deckwitz (1982) doet elke week haar ding met poëzie en proza

Oké, er zijn een paar voorbeelden van veellezers die ondanks een privébibliotheek vol Victor Hugo, Shakespeare en Thackeray toch een paar humanitaire blunders hebben begaan (Jozef Stalin) maar over het algemeen gaat men er toch van uit dat lezen je een beter mens maakt. Dankzij romans kun je bijvoorbeeld opeens begrip opbrengen voor een pedofiel (dankzij bijvoorbeeld Muidhond of Lolita) of voor een moordenaar (Misdaad en straf, Euripides' Medea) en dat niet alleen: door sommige boeken kunnen we ons opeens beter voorstellen hoe het zou kunnen zijn om een dier te zijn. Of niet?

Als kind was ik dol op Richard Adams' roman Waterschapsheuvel, over een clubje konijnen dat op zoek is naar een nieuwe woonplaats. Niet alleen hebben zij een taal, maar ook een eigen mythologie, mores, innerlijk leven. Op een zeker moment voel je je tijdens het lezen haast een konijn. Ik weet nog dat ik uit het boek opkeek naar mijn kat en haar niet meer zag als een mislukte dwergtijger, maar als een moordmachine.

Toen ik afgelopen zomer Waterschapsheuvel herlas, waren er toch wel wat bezwaren te maken. Want hoe weet je zeker of konijnen zo'n sterk innerlijk leven hebben? In verhalen worden dieren toch vaak stereotypes (Vos Reynaerde en spin Anansi zijn rotzakjes) of een metafoor voor de mens (Jonathan Livingston zeemeeuw, de gedichten van Ted Hughes over kraaien, de fabels van De La Fontaine). Gelukkig zijn er uitzonderingen, zoals Waterschapsheuvel, waarin de dieren gelaagde persoonlijkheden bezitten, maar dan kun je je weer afvragen of we ze niet tekortdoen, door ze op mensen te laten lijken.

"Misschien", zei een vriendin die dierenrechtenactivist is, "gaat het er bij dierenverhalen niet om dat je zeker weet wat er in ze omgaat, maar dat je compassie krijgt". Ik moet dan denken aan de gedichten van C.O. Jellema. Hij duidt dieren niet, maar accepteert hun vreemdheid. Een van mijn lievelingsverzen van hem, 'Zeegezicht', gaat over het vinden van een babykrab bij zee. Jellema vult weinig in. Het enige gevoel dat hij op een zeker moment aan het diertje toedicht, is onrust, omdat de hand waarover het loopt, warmte geeft: dat zijn krabben niet gewend van bodems. En dat maakt dat je je identificeert, medelijden krijgt, ze weer met rust laat.

Mensen en niet-mensen bedienen zich van verschillende talen. Er bestaat geen Google Translate waardoor we zeker weten wat een vis vindt, of wat een huisstofmijt denkt. Misschien is dat de troost van verhalen over dieren: je weet nooit echt of ze accuraat zijn, maar ze kunnen er wél voor zorgen dat je dieren wat beter behandelt (ik wilde hier eerst 'menselijker' schrijven, wat al veel zegt over hoe onze soort de andere beziet). Misschien kan literatuur ze geen leven inblazen en is het allemaal antropomorfisme. Maar dat neemt niet weg dat we door vertellingen over ze compassie met ze kunnen krijgen. En zo maakt lezen je, ondanks alles, een beter medebeest.

***

ZEEGEZICHT

Op de palm van jouw hand, in dat landschap
van gevormde levenslijnen, niet groter
dan een flinke waterdruppel
- terwijl zonsondergang de hele
hemel boven de eindstreep van het eiland
ginds in Turner-kleuren zet -
die babykrab, voorzichtig
van tussen de basaltblokken geraapt,
zijn onderkomen waar hij wachtte op de vloed.
Nog kleiner dan de nagel van jouw pink,
zijn grijsblauw pantsertje nog niet verkalkt,
krabbelt hij zijwaarts over plooi en heuvel,
een onbekende wereld, verontrust
dat bodem warmte geeft.
Dan, op de rand van dat heelal, laat hij
zich zonder aarzeling terugvallen in
de veiligheid van spleten, zeezand, steen,
met achterlating van een beeld, van
haast een naam.
Nu is het of wij, samen onder aan de dijk,
worden gezien, terwijl het water stijgt
en in doorschijning spiegelt hoe de hemel kleurt.
Heeft iemand iets gezegd? Nee, niemand sprak.

C.O. Jellema,Stemtest, 2003

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234