Zondag 26/01/2020

'Dichter bij een western kom ik wellicht nooit'

Met Gangs of New York heeft Martin Scorsese een droom gerealiseerd. Een droom die meer dan dertig jaar geleden begon, toen hij voor het eerst het gelijknamige, in 1928 gepubliceerde boek van Herbert Asbury in handen kreeg. Gangs of New York is de kroniek van een chaotisch en gewelddadig stuk geschiedenis, rond 1860, van zijn geliefde stad New York. Zaterdag kwam Scorsese zelf zijn film in Europese première presenteren in het PSK in Brussel.

Brussel

Eigen berichtgeving

Jan Temmerman

De aanwezigheid van de wereldberoemde regisseur had alles te maken met zijn goede banden met het Koninklijk Filmarchief, waar hij 34 jaar geleden uit handen van de toenmalige conservator Jacques Ledoux de L'Âge d'Or-prijs mocht ontvangen voor zijn korte film The Big Shave. Toen het Filmarchief in de lente van 2001 in moeilijkheden raakte, was het trouwens ook Scorsese die, hoewel in volle draaiperiode voor Gangs of New York, met een overtuigend steunbericht te hulp snelde. Het hielp.

Van de maker van Mean Streets, Goodfellas en Casino zou je kunnen verwachten dat hij van Gangs of New York eveneens een gangsterfilm maakt. Maar hier moeten de gangs veeleer gezien worden als primitieve tribes, als etnische stammen. "Het gaat hier meer over ongeorganiseerde, dan over georganiseerde misdaad. En over politiek", vertelde Martin Scorsese gisteren op een persconferentie. "Ik ben vooral gefascineerd door tribal society. Wat gebeurt er als samenlevingen ineenstorten en verdwijnen? Dat is vroeger gebeurd en dat gebeurt nu nog steeds. En hoe worden samenlevingen opnieuw opgebouwd? Tijdens het draaien van Gangs of New York realiseerde ik mij plots dat ik wellicht nooit dichter bij het westerngenre zou komen dan met deze film. Weliswaar niet in een wijd open ruimte, maar veeleer in een claustrofobische situatie. Een tijdlang dacht ik dat we met een kruising tussen een western en een gangsterfim bezig waren, maar uiteindelijk is het vooral een film over Amerika en over politiek geworden." Gangs of New York vertelt dus een chaotisch en bloedig stuk geschiedenis, uit het midden van de negentiende eeuw, toen vanuit Ierland tienduizenden doodarme immigranten naar New York kwamen, waar ze door een deel van de zogenaamde native Americans of nativists als regelrechte indringers werden uitgespuwd.

In 1861 brak echter de Amerikaanse Burgeroorlog uit. De politici hadden 'stemmen' nodig en de legers van president Lincoln hadden steeds meer behoefte aan manschappen. In de film zit daarom een scène waarin jonge Ieren van de boot stappen en twee formulieren moeten ondertekenen: het ene maakte van hen Amerikaanse burgers en met het andere werden ze meteen ingelijfd in het leger 'om hun land te dienen'. Gangs of New York laat ook zien hoe in 1863 in New York de zogenaamde Draft Riots uitbraken, de destructieve rellen tegen het Amerikaanse 'lotelingensysteem', waarbij zonen van rijke families zich konden vrijkopen van de dienstplicht. Tegen die historische achtergrond speelt Leonardo DiCaprio de rol van Amsterdam Vallon, die zijn Ierse vader 'Priest' Vallon (rol van Liam Neeson) wil wreken, omdat die indertijd vermoord werd door Bill the Butcher. Dat was de erg toepasselijke bijnaam van William Cutting, de bijzonder wreedaardige aanvoerder van de anti-immigranten. De rol van Bill the Butcher wordt vertolkt door de Britse acteur Daniel Day-Lewis, die met Scorsese eerder al The Age of Innocence, een andere maar 'geciviliseerdere' geschiedenisles over New York draaide.

"Van verschillende mensen heb ik te horen gekregen dat Gangs of New York, of toch zijn locatie, namelijk Paradise Square in de Five Points-wijk, met de gevechten tussen verschillende religies en rassen, zowat de fundering is van al mijn films", vertelde Scorsese. "Waarom heb ik deze film dan niet eerder gemaakt? Onlangs realiseerde ik mij dat ik in feite eerst mijn andere films moest draaien om Gangs of New York te kunnen maken. Ik zou niet geweten hebben wat ik in dit verhaal moest benadrukken. Er waren zoveel dingen die ik over New York wilde vertellen. Door de jaren heen was ik in staat om een en ander in te perken, zodat ik uiteindelijk min of meer een idee kreeg van hoe ik die tijd en plaats in New York wou benaderen. Er was immers zoveel. Er kunnen oneindig veel films gemaakt worden, alleen maar over de periode rond 1850 en wat er toen allemaal aan de Amerikaanse Oostkust, in de grotere steden zoals New York, Philadelphia en Boston, gebeurde. Een stad als New York blijft ook nu constant veranderen. Er blijven steeds nieuwe etnische groepen toestromen. Het is steeds hetzelfde verhaal dat telkens weer verandert in een ander verhaal. Er zal dus nooit een einde komen aan de verhalen die in die stad ontstaan. Dat is nu eenmaal de aard van New York: zoveel wanhopige mensen, zoveel verschillende soorten mensen, die daar op een hoop geduwd worden en proberen samen te leven. Dat is zeer fascinerend.

"In het begin van de film laten we zien hoe een van de gangs, de Dead Rabbits, zich als het ware vanuit de ondergrond vormt, terechtkomt in de bijna helse omgeving van een oude brouwerij en dan naar buiten stapt, naar het besneeuwde plein, waar het gevecht begint. De bedoeling was dat het publiek zich niet meteen zou realiseren dat het om New York ging. Het kon een postapocalyptische situatie zijn. Of misschien waren het de middeleeuwen. Op dezelfde manier wou ik de film laten eindigen met een soort apocalyptische catastrofe, namelijk de Draft Riots, een door de mens veroorzaakte ramp (waarbij delen van New York vanaf schepen in puin werden geschoten, JT). Ik wou de ultieme confrontatie tussen de hoofdpersonages situeren in dat specifieke apocalyptische moment uit de Amerikaanse geschiedenis, zodat ze als het ware door die geschiedenis overweldigd zouden worden."

Dat is trouwens de reden waarom Bill the Butcher in de film, in tegenstelling tot het historische personage, niet sterft aan de gevolgen van een eerdere moordaanslag.

"Dat geven we ook toe", glimlacht Scorsese, "door het personage een andere familienaam te geven, namelijk Cutting in plaats van Poole. De echte Poole werd inderdaad neergeschoten tijdens een cafégevecht. Die Poole was een flashy gangster, van protestantse, Engelse afkomst, die de Ieren haatte. Hij hield van mooie kleren en liet het geld graag rollen, wat hem bij velen natuurlijk geliefd maakte. Hij was, net als zoveel andere gangleden, een ex-bokser. In die tijd werd er met de blote vuist gevochten in bokswedstrijden die soms meer dan honderd rondes duurden. Er werd veel gedronken en elke avond werd er wel ergens gevochten. Op zo'n avond liep hij de verkeerde Ier, een zekere Baker, tegen het lijf. Het hele verhaal van de dood van Poole werd jaren geleden beschreven in The New Yorker. Het leek wel een komisch verhaal: na een eerste schermutseling ging Baker op zoek naar een pistool, had daar drie uur voor nodig en nadat Poole dan uiteindelijk was neergeschoten, duurde het nog eens vijf dagen vooraleer hij overleed. Zijn uitvaart werd zowat de eerste grote gansterbegrafenis, met tienduizenden toeschouwers in de straat en ontelbare bloemenkransen. En omdat verteld werd dat Poole vermoord was door de Ierse katholieken, werd hij een soort martelaar voor de zaak van de nativists." Gangs of New York is een grootschalige, epische film geworden. Groots met de g van geschiedenis en van geweld, maar ook van godsdienst. De toenmalige, historische confrontatie tussen de vaak protestantse nativists en de katholieke Ierse immigranten kan trouwens makkelijk begrepen worden als een allegorische verwijzing naar brandend actuele, eveneens door religie gedomineerde conflicten, zodat Gangs of New York niet zozeer in het rijtje maffiafilms van Scorsese thuishoort, maar misschien eerder bij The Last Temptation of Christ en Kundun gerangschikt moet worden.

"Ik vind het concept van het rooms-katholicisme in het Amerika van de negentiende eeuw interessant omdat het om mensen gaat die gevochten hadden voor een land én voor godsdienstvrijheid. Zij zagen de toevloed van katholieke immigranten als een bedreiging, want zij vreesden dat een 'buitenlandse macht', namelijk het Vaticaan, controle zou krijgen over hun eigen regering. Dergelijke situatie zorgt voor conflicten. Je moet ook weten dat er in Amerika weliswaar godsdienstvrijheid bestaat, maar voor zover ik weet, is er nog maar één katholieke president geweest. En die is na drie jaar vermoord."

Wat de toekomst van het filmmedium betreft, liet Scorsese - een notoir voorvechter van filmconservatie en zélf eigenaar van een niet onaardig filmarchief - weten dat hij optimistisch, maar toch ook bezorgd is.

"Films die alleen maar ontspanning beogen, zijn er altijd geweest. Ik ben zelf ook naar films gaan kijken, waarbij ik absoluut niet wou nadenken, maar alleen maar iets wou zien bewegen op het scherm. Nu doe ik dat nog nauwelijks, want veel van die grote entertainmentfilms vind ik nu vooral... uitputtend. Ja, uitputtend en ze hebben niet zoveel te vertellen, maar visueel kunnen ze soms wel verbluffend zijn. Het feit dat die grote, zogenaamde popcornmovies zoveel geld opbrengen, houdt wel het risico in dat ze als het ware de schermen 'opeten' zodat er niet veel ruimte blijft voor andere films, voor een ander soort cinema. Maar tegelijk weet ik dat die andere films altijd gemaakt zullen worden. Overal ter wereld blijven jongeren de passie voelen om zichzelf uit te drukken in film. En zij doén dat ook, zelfs zonder geld. Ze maken films met zeer lage budgetten. De (visuele) media zijn aan het veranderen. Digitale video heeft een andere esthetiek dan film, maar de sterke passie om zichzelf te uiten in film is er nog steeds. In het midden van de jaren tachtig was ik ongerust, maar gedurende de hele jaren negentig voelde ik echt het geloof groeien in de independent cinema, in de zogenaamde lower budget-cinema. "Maar het allerbelangrijkste is dat er blijvend gezorgd wordt voor de context van de filmgeschiedenis. Rafaelle Donato, een goede vriend die met mij samengewerkt heeft aan mijn documentaires over de Amerikaanse en de Italiaanse filmgeschiedenis, stelde onlangs vast dat er in Amerika minder aan filmstudie wordt gedaan. Zo wordt bijvoorbeeld het essentiële verschil tussen de Russische montage en de voorkeur van André Bazin voor de sequentie-opname niet meer bestudeerd. De context verdwijnt. Daarom vind ik het onze verantwoordelijkheid om filmarchieven te steunen. Filmmakers zoals ikzelf, Spielberg en anderen van wie de naam en het werk bekend is bij de jongeren, kunnen een rol spelen. Wij kunnen hen bijvoorbeeld zeggen: 'Dit zijn tien films die jullie moeten zien en wel om die redenen.' Zo kunnen we opnieuw voor die context zorgen of toch zeker voor een sfeer waarin die historische context minstens beschikbaar blijft. Dan kunnen de jongeren nog altijd zelf beslissen of ze die aanvaarden dan wel verwerpen."

Gangs of New York draait vanaf woensdag in de Belgische bioscopen.

'Dat is nu eenmaal de aard van New York: zoveel wanhopige mensen, zoveel verschillende soorten mensen die op een hoop geduwd worden en proberen samen te leven. Dat is zeer fascinerend.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234