Woensdag 11/12/2019

Dichten met bouwplannen

Het waren andere tijden. Architectuur zou poëzie zijn, en omgekeerd. Een huis was een manifest, een akte van geloof of twijfel. Het modernisme schreef voor dat het licht en de lucht iedereen toebehoorden. De nieuwe mens had geen boodschap aan oude vormen of gedachten.

door eric min

Een ontwerper mocht rechte hoeken afzweren, 'niet uit gebrek aan discipline maar om fysieke en morele verstarring te vermijden, uit een verlangen om te ontvangen en aan te bieden'. Een van de architecten die dit principe in de praktijk brachten, heet Albert Bontridder (°1921). Vanaf de jaren vijftig realiseerde hij markante gebouwen - soms op zijn eentje, maar ook vaak als partner van Paul-Amaury Michel, Jacques Dupuis en Paul-Emile Vincent. Hij bouwde een 'huizekotje' voor Louis Paul Boon in Erembodegem; de schrijver heeft het ontstaan ervan gememoreerd in Zomer te Ter-Muren, met een gastrol voor Bontridder als tippetotje. Boon zou het goedkope, ruw afgewerkte huis later eigenhandig vertimmeren. Zijn architect ging samenwerken met de vrijgevochten Jacques Dupuis, dandy par excellence maar later helaas ook alcoholist; hun bondgenootschap zou een kwarteeuw standhouden. In 1958 ontwierp Bontridder zijn eigen huis in Sint-Genesius-Rode, als een creatieve synthese van Dupuis' ideeën, met veel diagonale lijnen en kamers die in elkaar uitwaaieren. De schrijver Marcel Wauters, door Boon opgevoerd als 'mossieu colson van tministerie', literatuurhistoricus Marc Galle en Hugo Claus huurden de jonge architect en kunstbroeder in. Het schrijfkamerpaviljoen bij Claus' hoeve in Nukerke, een ondiepe put met een tent eroverheen, is een droom gebleven - Claus noemde het plan 'een gedicht' - maar de toon is gezet: de bescheiden Albert Bontridder is geen gewone architect maar een dichter onder de dichters.

In Francis Strauvens voortreffelijke monografie houden literatuur en architectuur elkaar in evenwicht, zonder dat een van beide ooit de bovenhand haalt. Bontridder trekt op met zijn klasgenoot Jan Walravens en zal later samen met hem in de redactie van het avant-gardetijdschrift Tijd en Mens belanden. Evengoed vinden we hem terug bij het blad Architectura van Renaat Braem of in de rangen van de legendarische Congrès internationaux d'architecture moderne. Bontridder verslindt Bataille en Le Corbusier. Hij publiceert dichtbundels en schrijft de eerste naoorlogse geschiedenis van de moderne architectuur in België, bouwt huizen en de faculteit menswetenschappen van de VUB; als notoir agnosticus kreeg hij ooit de Arkprijs van Het Vrije Woord. Strauven merkt terecht op dat Bontridder, die zowel in het Nederlands als in het Frans schrijft, als architect vooral erkenning kreeg in het zuiden en als dichter in Vlaanderen.

Literatuur en architectuur blijven twee verschillende werelden die elkaar nauwelijks kennen. Het is de verdienste van dit boek, waarin zowel gedichten, foto's als ontwerptekeningen een plaats kregen, dat ze eindelijk naast elkaar gezet worden - als twee porseleinen hondjes die naar elkaar zitten te staren en, na een leven op dezelfde schoorsteenmantel, eindelijk beseffen dat de een niet zonder de ander kan. We hebben dichters nodig om onze huizen te bouwen, leerling-tovenaars en filosofen als Bontridder, die in oktober 1945 Jean-Paul Sartre nog aan het werk zag in de Brusselse galerie Giroux en zich vervolgens op L'être et le néant stortte. Hij worstelde zich nooit echt door het dikke boek, maar dat hoeft niet. Goede architectuur kan ook een gebaar zijn: aanleiding, ruimte om te ademen. Bouwen is een vrouwelijke aangelegenheid. "Hij die uit de gelukzalige toestand van voor de geboorte uitgestoten werd in het harde licht van de buitenwereld, in de hardvochtige realiteit van stenen en zon, kan op de architectuur rekenen om zichzelf terug te vinden." Om hem op te nemen, te beschermen en te omarmen.

Francis Strauven

Albert Bontridder. Architect en dichter

A.M.A. - Archieven voor Moderne Architectuur, 132 p., 25 euro.

Helden en goden

Een nieuwe aflevering in de Kunstbibliotheek van Ludion, eigenlijk een bewerking van het Italiaanse origineel: efficiënte en uitbundig geïllustreerde zoek- en kijkboeken over symbolen, allegorieën en andere fenomenen die we op oude schilderijen mogen ontcijferen. In dit boek wordt de Griekse en Romeinse oudheid iconografisch tegen het licht gehouden door (vooral Italiaanse) schilders. Wie zich afvraagt waar Oidipous zijn complex vandaan haalde of wie die Semele uit Händels gelijknamige oratorium wel mag zijn, vindt hier het antwoord. Wel moet je enige voorkennis in huis hebben, en bijvoorbeeld weten dat Ares (alleen onder zijn Griekse naam terug te vinden) ook Mars heet. Wie Daidalos zoekt, moet Ikaros kennen. Een personenregister dat naast Afrodite ook Venus vermeldt, maar ook doorverwijst naar haar zoon Eros en aangeeft dat die weleens als Cupido of Amor door het leven gaat, zou veel leed kunnen voorkomen. Ook een stamboom ontbreekt. Tot zolang zullen we het moeten stellen met heerlijk werk van Bruegel, Rembrandt en hun mediterrane collega's. Googlen op papier kan een inspirerende ervaring zijn.

Lucia Impelluso

Helden en goden

(bewerkt en vertaald door Patrick de Rynck)

Ludion, 384 p., 19,90 euro

Voies libres

Het lijkt wel een aflevering van Het Bourgondisch complot, maar zonder de Maria van Dam of de stem van Carla Bruni. We herkennen de rust en de ruimte die Michiel Hendryckx op vrijdagavond door het programmarooster van Canvas liet waaien. Maar Voies libres is een boek met brede zwart-witfoto's van Christian Carez (°1938), die in opdracht van het Waalse ministerie van Transport langs de rivieren en kanalen van Wallonië trok, op zoek naar landschappen of mensen die bij het water horen. Caroline Lamarche (°1955) schreef er korte teksten bij, die in het Nederlands en Duits vertaald zijn.

Voies libres lijkt een modieus album uit de school van Bernd en Hilla Becher, waarin de watertorens of de staalfabrieken vervangen werden door oevers waar zelden een mens te zien is. Maar Carez is een vakman die weet wat hij doet. Zijn lage en langgerekte beelden doen recht aan het horizontale, zonnige landschap bij het water. En ja, de fabrieken zijn imposant, de huizen uitgewoond, de velden desolaat. Alles staat stil, zelfs de sluiswachter. Dat is het fascinerende van dit boek: de foto's zijn zo lang belicht dat de pakhuizen en de schoorstenen zich letterlijk in het papier hebben gebrand, maar elke beweging - een zeldzame wandelaar, een grassprietje, zelfs het trage varen van een binnenschip - is uitgeveegd. Een vlek van leven in een omgeving die nooit echt verandert.

Christian Carez & Caroline Lamarche

Voies libres

M.E.T. - Regards, 120 p., 25 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234