Donderdag 01/10/2020

Concertrecensie

Diamanda Galás kijkt de dood in de ogen in Gent

Diamanda Galás.Beeld Alex Vanhee

Er is excentriek en er is Diamanda Galás. De hogepriesteres van de avant-garde voerde in de Gentse Handelsbeurs een macabere dans uit met de dood. De nachtmerries kregen we er gratis bij.

Laten we beginnen met een kleine teleurstelling: Diamanda Galás dronk tussen de nummers door water uit een plastic fles, terwijl je van deze duistere diva minstens verwacht dat ze bloed uit een mensenschedel zou drinken. Overtrokken? Oké, misschien een beetje, maar de Grieks-Amerikaanse Galás speelt ook zelf met haar imago als moderne heks die bij nacht en ontij met de duivel danst.

Zo betrad ze met haar ravenzwarte haren, lijkbleke gelaat en vuurrode lippen het podium van de Handelsbeurs als een kruising tussen Cruella de Vil en de Koningin van Onderland. Tot groot enthousiasme van de devote fans - blij trouwens om te zien dat er nog échte punks en goths rondlopen, piercings, hanenkammen en vervaarlijke make-up incluis.

Tasten naar houvast

Avant-garde en confrontatie zijn Galás (60) op het lijf geschreven, en haar eerste twee nummers waren dan ook een waarschuwing aan het publiek: laat varen alle hoop, gij die hier luistert. Louter met haar uitzonderlijk wendbare stem - ze heeft een bereik van drie tot vier octaven - en een vleugelpiano schilderde ze een inktzwart klankbeeld waarin het tasten was naar enig houvast.

Al in de eerste song - een Arabische traditional, vermoeden we - schoot haar stem van hoog naar laag, van schel naar zwoel, en haar piano volgde: nu eens speelde ze vingervlug, dan weer hamerde ze als een bezetene op haar klavier. Hetzelfde verhaal in song twee, 'I gatto lo sapranno', een gedicht van Cesare Pavese dat Galás naar haar hand had gezet.

Diamanda Galás.Beeld Alex Vanhee

Pas bij het derde nummer, 'Fernand', de eerste van twee Jacques Brel-covers, vonden we aansluiting bij Galás. "C'est triste à mourir", zong ze, en meteen was helder waar het haar om te doen was: de dood, en de angst daarvoor trachten te bezweren door het beest in de ogen te kijken. Haar huidige tournee heet niet voor niets Death Will Come and Have Your Eyes. Indrukwekkend was hoe ze in 'Fernand' die worsteling tussen leven en dood op haar piano verklankte: Galás schakelde tussen frivole, levenslustige riedeltjes en bruut gehamer - alsof een mechanische pop op de toetsen zat te rammen.

Marlene Dietrich from hell

De dood loerde ook over Galás' schouder in 'Die Stunde kommt', 'O Death' en '25 Minutes to Go'. Het eerste was een gedicht van de negentiende-eeuwer Ferdinand Freiligrath, dat ook ooit door Franz Liszt op muziek is gezet, waarin Galás klonk als een Marlene Dietrich from hell - de Handelsbeurs was plots een ondergronds verzetscabaret in nazi-Berlijn waar tegen de klippen het leven op decadente wijze werd gevierd. 'O Death', een Amerikaanse traditional die ook te horen was in de Coen-film O Brother, Where Art Thou, kwam het dichtst in de buurt van een klassieke song: Galás zong diep vanuit de buik en keel, en uit de combinatie van echo op haar stem en flitsende spots was maar één conclusie te trekken: we gaan allemaal naar de verdoemenis!

In '25 Minutes to Go' - oorspronkelijk van Shel Silverstein, het bekendst van Johnny Cash en ooit zelfs gecoverd door Will Tura - ging Galás helemaal op in de song: je hoorde haast hoe de strop om de nek van de gehangene werd aangetrokken. Maar het sterkste staaltje inleving was 'Amsterdam': in die Brel-klassieker kroop Galás in de huid van de verbitterde hoerenmadam die haar gal spuwt over de brassende zeelui die haar meisjes opzadelen met vieze ziekten. Haar performance bood een andere blik op die song - ze koos, zoals ze al haar hele carrière doet, de kant van de verdrukten en de stemlozen.

Bloederig karkas

Zoals ze 'Amsterdam' hertekende, zo groef ze ook de essentie van de stokoude bluessong 'See That My Grave Is Kept Clean' van Blind Lemon Jefferson opnieuw naar boven: bezwering van de dood over het graf heen, in de vorm van een smeekbede aan God of een geliefde. Nog hartverscheurender - en dat mag je bij Galás bijna letterlijk nemen - klonk haar cover van 'A Soul That's Been Abused', een bluesballad uit 2005 van Ronnie Earl & Duke Robillard en een voor Galás' doen zeldzaam recente cover. De Grieks-Amerikaanse klauwde zich een weg door het bloederige karkas van een mislukte liefde: ze gilde, krijste en huilde naar de maan, en zorgde zo voor het indrukwekkendste moment van haar set.

Goed, het concert bleek met zijn tien songs - inclusief bisnummer 'Let My People Go' - in een uur tijd nogal kort, en Galás had geen boodschap aan contact met het publiek. Maar het werd wel weer duidelijk dat de duivel nog altijd de beste deuntjes heeft.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234