Zaterdag 04/07/2020

'Deze

Yolanda Pulecio Betancourt beweegt al vijf jaar hemel en aarde om haar ontvoerde dochter Ingrid vrij te krijgen

eindeloze stilte is ondraaglijk'

Elke ochtend, al bijna vijf jaar, gooit ze een fles in zee. Of beter: leest Yolanda Pulecio op de radio een brief voor aan haar dochter, de begin 2002 door de guerrilla ontvoerde, Colombiaanse politica Ingrid Betancourt. Maar tekenen van leven heeft ze al tijden niet meer gekregen. 'Ik vertel haar: mijn lieve meid,

zelfs in de jungle blijf je sterk.'

door Lode Delputte Foto Filip Claus

'Typisch de guerrilla", oordeelde minister van Defensie Juan Manuel Santos die donderdagmiddag, 19 oktober. Even eerder waren bij een aanslag met een bomauto in Bogotá vijf gewonden gevallen. Soldaten, want het doelwit was het militair college van de Colombiaanse hoofdstad.

Voor Yolanda Pulecio betekende de aanslag het einde, het einde van de vaste hoop die ze al weken koesterde, van de stellige overtuiging zelfs dat er dan toch, eindelijk, een doorbraak in zicht was.

Had president Álvaro Uribe, pas begonnen aan zijn tweede mandaat, immers niet het licht op groen gezet voor onderhandelingen met de marxistisch-leninistische Farcguerrilla? Had hij niet gesuggereerd dat hij het leger, met het oog op de gesprekken, een ruim gebied in het departement Valle zou laten ontruimen, waarna de guerrillero's over een eigen onderhandelingsterrein zouden beschikken? Zou daarna niet werk gemaakt worden van een langverwacht humanitair akkoord, een regeling die ook Yolanda's dochter Ingrid - Ingrid Betancourt (45) - vierenhalf jaar na haar ontvoering vrij moest krijgen?

Hoop. Voor het eerst in tijden wist Yolanda Pulecio weer hoe échte hoop aanvoelde, zegt ze, "dat diepere bewustzijn dat de dingen de goede kant opgaan, en dat zoveel verder reikt dan de levensnoodzakelijke begoochelingen waaruit een mens moed schept".

Zeer helaas, de aanslag in Bogotá, die bewuste donderdagmiddag, dwong Yolanda met beide voeten op de grond terug. Amper was de knal gestomd of daar kwam de presidentiële mededeling dat er van toenadering geen sprake meer kon zijn. Dat de guerrillero's terroristen zijn en dat, gezien hun manifeste onwil om met de regering tot een akkoord te komen, het hem beter leek de gijzelaars te bevrijden.

"Het zou me niets verwonderen als die aanslag maar een voorwendsel was", zucht moeder Betancourt. "Ik vraag me af of sommige elementen binnen de staat de toenaderingspogingen met de guerrilla niet zo snel mogelijk ongedaan wilden maken. Heeft de guerrilla die aanslag gepleegd? Ik denk van niet. De procureur-generaal heeft zelf gezegd dat hij geen aanwijzingen bezat dat de daders bij de Farc moesten worden gezocht. Eerder dit jaar was een bomaanslag al eens abusievelijk aan hen toegeschreven. Journalisten kwamen er toen achter dat niet de rebellen maar een aantal militairen de hand in de zaak hadden."

Hoe dan ook, de bevrijdingsmethode voor ontvoerden die Uribe sindsdien weer voorstaat, is die van de harde hand. Dat de Farcguerrilla zijn gijzelaars in dat geval als menselijk schild dreigt te gebruiken lijkt het staatshoofd koud te laten. Yolanda Pulecio gruwelt. "Hoeveel van die pogingen heeft de Colombiaanse regering al op haar kerfstok? Een gouverneur, een burgemeester van Medellín, een meisje dat ooit schoonheidskoningin was en samen met haar echtgenoot omgekomen is, of nog, Diana Turbay, journaliste en dochter van de gelijknamige president: allemaal hebben ze het leven gelaten bij uit de hand gelopen bevrijdingsoperaties door leger of politie.

"De Belgische minister van Buitenlandse Zaken (Karel De Gucht, LD) reist volgende week naar Colombia? Ik zou hem willen verzoeken dat hij er bij mijn regering op aandringt dat ze het leven van de gekidnapten niet nodeloos in gevaar brengt."

Yolanda vertelt uitgebreid. Haar stem klinkt krachtig, licht gebroken door het vele verdriet misschien, vermoeid ook door de oeverloze inspanningen, maar allerminst geknakt. Strijdbaarheid? Het is iets wat 'Mamá Landa', afkomstig uit een bekende doktersfamilie, Ingrid met de moedermelk heeft meegegeven. Een kosmopolitisch, bemiddeld gezin, de Betancourts, niet echt een links nest, veeleer liberals in de Amerikaanse zin van het woord.

"Ik ben senator geweest voor de Liberale Partij, gemeenteraadslid voor Bogotá en ambassadrice. Mijn man (Gabriel Betancourt, van wie Ingrid geen afscheid heeft kunnen nemen, omdat hij na haar ontvoering is overleden, LD) was minister en ambassadeur, waardoor een deel van ons leven zich in Parijs heeft afgespeeld. Pas toen mijn dochter in de politiek gegaan is, ben ik eruit gestapt. Ik zei: 'Ingrid, mijn liefste, nu is het aan jou. Voor jou zet ik een stap opzij. Want ik heb begrepen dat je hiervoor wilt gaan, dat je een roeping hebt, dat je het fantastisch vindt om jezelf voor mensen dienstbaar te stellen.'"

Yolanda is bovendien een oude vriendin van de Colombiaanse auteur Gabriel García Márquez en wijlen Pablo Neruda. De Chileense dichter-diplomaat noemde kleine Ingrid destijds ma petite collègue, want als kind pleegde ze graag versjes.

Schrijven heeft Ingrid altijd al gelegen, mijmert haar moeder, lang vóór ze met La Rage au coeur (Woede in het hart, 2001) een bestseller schreef. In haar boek vertelt Ingrid Betancourt waarom ze presidentskandidate wou zijn, waar haar ecologische partij Oxígeno Verde voor stond, en hoezeer de corruptie in Colombia haar strijd dreef.

"Zolang de wereld niet weet welke toestanden zich in mijn land voordoen", zei ze een jaar voor haar ontvoering, die fatale 23 februari 2002, aan De Morgen, "zal ik mijn verontwaardiging van de daken blijven schreeuwen." En: "Ik zie heel erg af van de keuze die het leven mij heeft opgelegd. Maar voor mij is politiek iets essentieels. Ik heb geen gebruiksaanwijzing voor wat me kan overkomen. Mijn moederschap bijvoorbeeld. In mijn leven betekent kinderen beschermen om veiligheidsredenen zo ver mogelijk van hen weg blijven. Als Melanie en Lorenzo in mijn buurt zijn, voel ik me schuldig, onvoorzichtig, egoïstisch. Als ze ver weg zijn, voel ik me echter nog slechter."

Schrijven, zo hoopt Yolanda, doet Ingrid nog altijd. Maar vandaag is het vooral moeder die in de pen kruipt. Elke avond gaat ze aan haar bureau zitten en schrijft ze haar dochter een brief - "als een fles in zee". Die leest ze 's morgens vroeg, om vijf uur, op de radio voor, het ogenblik waarop familieleden van ontvoerden uit heel Colombia boodschappen doorsturen die ook in de jungle ontvangen kunnen worden.

"Nini, mijn liefde,

Ik bid God dat je me kunt horen. Maar wat er ook van zij, ondanks mijn twijfel zal ik niet ophouden je elke morgen boodschappen te sturen. Melanie en Lorenzo sturen je dikke kussen. En ik, ik vraag de guerrillero's dat ze naar me luisteren. Ik droom ervan een brief van mijn lieve dochter te lezen. Ik wil nieuws, nu. Ik kan deze eindeloze stilte niet meer aan."

"Mijn aanbeden Nini,

Het gerucht gaat dat president Uribe een krachtig offensief voorbereidt en een bevrijding met wapengekletter in de maak heeft. Ik bid God met al mijn krachten dat het hier om niet meer dan roddels gaat. De president heeft me beloofd dat hij nooit zo'n operatie zou lanceren zonder onze toestemming. Zou hij me dan voorgelogen hebben? Kon ik je maar vertellen hoeveel moeite het me kost nog vertrouwen in hem te hebben, nadat ik me zo vaak verraden heb gevoeld."

"Ik geloof in de bevrijding van Ingrid", weet haar moeder. "Wat ik met mijn brieven wil bereiken is dat ook zíj erin gelooft. Ik vertel haar: mijn lieve meid, je bent sterk. Ook in de jungle ben je sterk. Blijf geloven in jezelf, heb moed. Strijd voor je kinderen, strijd voor je leven. Weet dat we je allemaal begeleiden, dat we bij je zijn. Dat ook wij ons gekidnapt voelen."

Yolanda, een voormalige schoonheidskoningin die in de jaren vijftig kunst studeerde in Barcelona, nog altijd schildert en ondanks alles de elegantie van Sophia Loren blijft uitstralen, beseft wel dat Ingrid, door haar politieke engagement in het door oorlog getroffen Colombia, reële veiligheidsrisico's liep. "Iedereen die in Colombia met politiek bezig is, loopt nu eenmaal risico", zegt ze Yolanda laconiek. "Ik heb zelf ook riskante dingen gedaan. Destijds voerde ik campagne met mijn goede vriend Luis Carlos Galán, de razend populaire presidentskandidaat. Ik stond pal naast hem toen hij die fatale kogel kreeg, in 1989." En dan huivert ze: "Een vreselijk moment."

Ook Ingrid schuwde het gevaar niet. Ze werd ontvoerd terwijl ze zonder escorte op weg was naar het zuidelijke jungleplaatsje San Vicente del Caguán, de enige gemeente in Colombia waar een Oxígenoverkozene burgemeester was. Een pompbediende is de laatste die Ingrid en Clara 'Clarita' Rojas, haar assistente, heeft gezien.

Bijna vijf jaar later groeien Melanie en Lorenzo, intussen al aankomende studenten, zonder mams op. Al die tijd hielden ze deuren en ramen gesloten voor de gedachte dat haar ook maar iets overkomen zou zijn. Ingrid zit diep in de jungle, hopen ze, op een van die enge plekken waar enkel infraroodcamera's van satellieten menselijke aanwezigheid kunnen bespeuren - zonder te achterhalen of het kampen met ontvoerden betreft, guerrillabases of drugshandelaars.

Het laatste teken van leven dateert inmiddels alweer van drie jaar geleden. "Dat was een video, een opname die ik nog vaak bekijk omdat ik er kracht uit put, waarop Ingrid lang haar heeft en bijzonder kranig oogt", lacht Yolanda. "Sindsdien hebben we niets meer van de Farc ontvangen. Natuurlijk, soms vertellen Raúl Reyes en andere Farccommandanten aan journalisten dat het goed gaat met haar. Ik weet niet of die berichten kloppen, maar ik ben verplicht om ze te geloven, ze zijn mijn enige houvast."

Iets anders om zich aan op te trekken heeft Yolanda niet, zegt ze, behalve God dan. Ingrids moeder is veel gewend, maar ook haar wordt het af en toe te machtig. Dan verontschuldigt ze zich, diept ze haar zakdoek op en begint stilletjes te huilen. "Het idee dat ze in de modder zit, in de kou, de regen, tussen de insecten. Waar komt ze de dag mee door? Wat doen ze haar daar aan? Heeft ze wel te eten? Is ze ziek, of niet? En waarom, ach, waarom is dit gebeurd? We weten het niet. Het doet pijn, het doet zoveel pijn."

Maar ze herpakt zich snel. Yolanda's strijd voor Ingrid en Clarita mag niet verhullen dat ze het voor alle gekidnapten in haar land opneemt, stelt ze nadrukkelijk. "Vicepresident Santos beschuldigt me ervan enkel met Ingrid bezig te zijn. Leugens, sinds het begin heb ik het voor iedereen opgenomen. Wat wel klopt, is dat mijn dochter willens nillens het symbool geworden is voor de gekidnapten. De enige positieve kant aan de zaak is dat door Ingrids ontvoering de wereld gaan beseffen is hoe afschuwwekkend het lot van de Colombiaanse ontvoerden is.

"Drieduizend kidnapslachtoffers", zucht moeder Betancourt. "Maar is dat cijfer correct? Ik heb het de minister van Landsverdediging zelf nog gevraagd: weet ú hoeveel ontvoerden Colombia vandaag telt, excellentie? Hij had er geen idee van. Geen mens die het weet."

De officiële cijfers evolueren nochtans in gunstige zin. Volgens de regering-Uribe zijn dankzij haar veiligheidsbeleid vorig jaar minder dan 500 Colombianen ontvoerd, een cijfer dat mooier oogt dan dat van veel andere Latijns-Amerikaanse landen: Mexico, Brazilië, Centraal-Amerika. Maar volgens Yolanda moet dat verhaal met een fikse korrel zout genomen worden.

"Sommige mensen worden ontvoerd en na het betalen van losgeld bevrijd, in opperste discretie, zonder dat iemand er ooit achter kwam dat ze ontvoerd waren. Veel families hebben geen vertrouwen in de overheid en proberen de zaak op eigen houtje te beredderen. Die zie je in de statistieken niet verschijnen."

De Control Risk Group (CRG), een in Londen gebaseerde veiligheidsconsulent die het min of meer kan weten, geeft om strategische redenen al jaren geen cijfers vrij. Ook een sluitende juridische consensus over wat ontvoering nu is, blijkt onbestaande. Kidnapcijfers moeten daarom meestal in een welbepaalde context worden gelezen.

Niet alleen over de cijfers wordt geredetwist, ook de ideale methode om mensen vrij te krijgen, is het voorwerp van gebakkelei. "Het is moeilijk om alle betrokkenen in dit complexe dossier op één lijn te krijgen", geeft Yolanda toe. "País Libre bijvoorbeeld, de belangengroep die vicepresident Santos oprichtte na zijn eigen vrijlating uit de klauwen van Pablo Escobar, leunt nauw bij de regering aan. Wij niet, wij zijn bijzonder kritisch, omdat we het recht hebben van de regering te eisen dat ze meer menselijkheid aan de dag legt.

"Hetzelfde vragen we uiteraard aan de guerrilla. Want laat mij niet zeggen dat ik de Farc niet veroordeel. Die heren hebben mijn leven kapotgemaakt, me mijn dochter afgepakt. De guerrilla is wreed! Hij schendt zonder omzien onze meest elementaire mensenrechten. Maar dat doet ook de regering. Ik weet niet wie van beide ik de wreedste vind; het enige wat ik weet, is dat wij, en alle ontvoerden, tussen die twee actoren gevangen zitten, de speelbal van hun goodwill zijn, of het gebrek daaraan."

Af en toe heeft ze erover gedacht om zelf naar de guerrilla toe te stappen. Maar de angst houdt haar tegen. "Neen, niet de angst dat ze ook mij kidnappen. Wat me wel tegenhoudt, is de vrees dat er in Bogotá straks niemand achterblijft om Ingrid te verdedigen, naar haar te blijven zoeken."

Wat moet een mens beginnen om een ontvoerd familielid vrij te krijgen? Wat kan Yolanda nog ondernemen dat ze niet al vijf keer geprobeerd heeft? Zelfs binnen de erg eensgezinde familie Betancourt is er niet altijd unanimiteit. Zo vond Yolanda het geen goed idee dat Ingrids tweede echtgenoot Juan Carlos zelf in de politiek stapte in de hoop zo haar vrijlating te bespoedigen. En meent ze dat Fabrice, de vader van Ingrids kinderen, beter geen klacht indient bij het Internationaal Tribunaal in Den Haag. "Ik heb het gevoel dat zoiets zich alleen maar tegen mijn Ingrid zal keren."

Toch is Yolanda het niet eens met de kritiek dat Ingrid, juist door de ruchtbaarheid die aan de zaak gegeven wordt, een hogere prijs voor haar vrijlating zal moeten betalen. "We hebben de guerrilla alles geboden wat we te bieden hadden. Tevergeefs. Juist daarom is de steun van de internationale gemeenschap, van Frankrijk, Spanje en Zwitserland, van de Ingrid Betancourtcomités wereldwijd, zo vitaal. Die houden Ingrid levend.

"Meer nog, wat me pijn doet, is het gebrek aan steun in Colombia zelf. Al heb ik daar ook wel begrip voor. De Colombianen zijn moe. Elke dag zien ze doden op tv. (pauseert nadrukkelijk) Slachtpartijen. Moorden. Aanslagen. Veertig jaar oorlog. Dan zwijg ik nog over de honger of de extreme armoede. Zestig procent van de bevolking lijdt op de een of andere manier voedseltekort. De meerderheid van de mensen in mijn land is behoeftig. Juist aan die sociale ellende wou Ingrid zo hard werken."

Yolanda heeft het president Uribe vorig jaar zelf nog gevraagd: "Mijnheer de president", zei ze, "hoe is het mogelijk dat u het geld van de Colombianen opdoet aan wapens? Waarom schept u er geen banen mee?" Uribe had zijn antwoord klaar: "Omdat ik een strijder ben, doña Yolanda. Ik wil de guerrilla weg."

"Uribe is gefrustreerd", denkt Yolanda. "Hij steunt Bush en daar ben ik natuurlijk tegen. Maar los daarvan, hoeveel guerrillero's heeft hij al opgepakt? Niet één. Heeft hij de drugshandel aan banden gelegd? Neen. Loopt zijn demobilisering van extreem rechtse paramilitairen van een leien dakje? Allerminst. Ik heb de indruk dat ook Ingrid in het web van officiële frustraties en belangen gevangen zit."

Veel mensen, klaagt Yolanda, parasiteren op de zaak-Ingrid. Niet alleen op de hogere niveaus, tot op het allerlaagste toe.

"Kun je je voorstellen hoe goedgelovig ik was toen ik kleren meegaf aan onbekenden die bij me passeerden en zich voordeden als boodschappers van de guerrilla die zogenaamd gestuurd waren om Ingrids garderobe even voor haar mee te nemen? Daar trap ik gelukkig niet meer in. Maar het illustreert het cynisme waaraan velen in mijn land ten prooi zijn."

Zelf zal Yolanda zich nimmer tot dat soort gevoelens verlagen. En blijft ze Colombia adoreren. Een van de mooiste landen ter wereld, lacht ze, geweldige mensen ook, al gaat het helaas slecht met ze. "Kijk naar de kinderen over wie ik me ontferm. Hun werkloze ouders geven hun lijm te snuiven omdat ze geen geld hebben voor eten."

Ach, de straatkinderen die ze al decennialang in zelf opgerichte opvangtehuizen begeleidt, en die haar mamá Landa noemen. "Zijn het er achtduizend? Tienduizend? Hoeveel kinderen heb ik uit de goot gehaald? Ik ben de tel kwijt geraakt. Overal waar ik kom, ontmoet ik niños die ik begeleid heb. Ik was onlangs op een trouwpartij. Plots stapte de fotograaf op me af: 'Hé, Mama Landa, u was mijn moeder!' Je kunt je niet voorstellen hoeveel geluk die momenten mij verschaffen, zien dat die jongens het maken. Ik heb me met hele generaties straatkinderen beziggehouden en velen van hen bellen me iedere dag. 'Mamá Landa, is er nieuws van manita (Ingrid, LD)? Is er nieuws van onze zus?'"

Helaas moet Yolanda altijd weer hetzelfde antwoord geven: neen, niño, nieuws heb ik niet. En ondanks al onze acties zit er nog altijd geen vaart in het humanitair akkoord, de veelbesproken regeling waarbij, in navolging van de Conventie van Genève, de strijdende partijen elkaars krijgsgevangenen uitwisselen. Ingrid Betancourt, herinnert haar moeder, is immers lang niet de enige ontvoerde politica in haar land. De guerrilla houdt ook parlementsleden vast, soldaten, politieagenten; mensen voor wie de rebellen geen losgeld eisen waarmee ze vervolgens wapens kopen, wel de vrijlating van honderden gevangen guerrillero's.

"Dit soort akkoorden wordt in het Midden-Oosten vaak gesloten en is ook in Colombia al toegepast", haalt Yolanda de schouders op. "Onder (de door Ingrid Betancourt van corruptie beschuldigde, LD) president Samper bijvoorbeeld, onder diens opvolger Pastrana ook. Zo moeilijk is het allemaal niet. Maar onder president Uribe is de zaak veranderd. Hij wil niet!"

Dus rest Yolanda niets dan vechten, onaflaatbaar, met alle middelen die ze heeft, de wereld rondreizend.

"Niet alleen voor Ingrid, voor alle ontvoerden", herhaalt ze. "Ik ben bevriend geraakt met de soldatenmoeders, met moeders van politici, met moeders van welke kidnapslachtoffers ook. Eén gigantische familie zijn we geworden. Een familie die lijdt, helaas. Sommigen lijden in volstrekte stilte, anderen zijn agressiever. Maar iedereen heeft het recht om op zijn of haar wijze met gemis om te gaan."

Opnieuw diept Yolanda, heel even, haar zakdoek op. Ze huilt zachtjes, kortstondig, op haar manier. Of ze niet moe wordt van de voortdurende interviews, voordrachten, gesprekken met diplomaten en politici? Heeft het zoden aan de dijk gezet?

"Mijn leven is lastig, maar als een interview ook maar een haartje helpt om mijn lieve Ingrid vrij te krijgen dan doe ik het graag, en zal ik het blijven doen."

De brieven van Yolanda Pulecio Betancourt aan haar dochter zijn gebundeld in het boek Ingrid ma fille, mon amour. Robert Laffont, 260 pp, 19 euro, Parijs, 2006. www.betancourt.info

Het idee dat Ingrid in de modder zit, in de kou, de regen, tussen de insecten. Wat doen ze haar daar aan? Heeft ze wel te eten? Is ze ziek, of niet? En waarom, ach, waarom is dit gebeurd? We weten het niet. Het doet zoveel pijn

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234