Woensdag 02/12/2020

Deze wereld heeft dromers nodig

Utopieën zijn onmisbaar om de motor van de democratie draaiende te houden. Dat vindt Rutger Bregman (1988), historicus, schrijver en columnist, weldra bij De Correspondent en tweewekelijks voor de Volkskrant. Debuteerde vorig jaar met 'Met de kennis van toen. Actuele problemen in het licht van de geschiedenis'. In maart verscheen zijn tweede boek: 'De geschiedenis van de vooruitgang'.

Als er één ding is dat we onze kinderen zouden moeten leren over het verleden, dat in iedere inburgeringscursus aan bod zou moeten komen en wat we 's ochtends bij het wakker worden zouden moeten uitroepen, dan is het dit:

'Vroeger, dat was één bak ellende.'

Gedurende meer dan 99 procent van de wereldgeschiedenis was meer dan 99 procent van de mensheid arm, hongerig, bang, vies, dom, lelijk, ziek en ongelukkig. Niet zo gek dus dat er vroeger nog werd gedroomd van betere tijden. Neem de middeleeuwse droom van Luilekkerland. Gebraden ganzen vliegen rechtstreeks je mond in, pannenkoeken groeien aan de bomen en de rivieren zitten vol met wijn en limonade. Boer, ambachtsman en klerk - iedereen is gelijk aan elkaar en ligt heerlijk te luieren in het gras. De wildste erotische dromen komen uit, als zelfs de nonnen hun rokken omhoog tillen.

Zouden we een middeleeuwer vragen wat hij vindt van het moderne Westen - waar de honger is omgeslagen in overgewicht, iedereen gelijk is voor de wet en porno onbeperkt voorradig - hij zou ongetwijfeld aan Luilekkerland moeten denken. Wij zijn immers de wereldhistorische uitzondering: rijk, veilig én gezond.

Maar in Luilekkerland valt weinig meer te dromen. Een procentje extra koopkracht, wat minder CO2-uitstoot en misschien een nieuwe gadget - veel verder reiken onze visioenen niet meer. Ironisch is het wel: juist op het moment dat we voor de kolossale en wereldhistorische taak staan om zin te geven aan ons rijke, veilige en gezonde leven (je zou zeggen: het moment suprême voor alle intellectuelen, dominees en overige visionairen), hebben we de utopie doodverklaard. Een nieuwe droom is er niet, simpelweg omdat we ons geen betere wereld kunnen voorstellen.

Dat is de werkelijke crisis van deze tijd: niet dat we het niet goed hebben, maar dat we niet weten hoe het beter moet.

Zwelgen in ironie
De dromen van een betere wereld worden er al op jonge leeftijd uitgehamerd. Want leiden utopieën niet per definitie tot dwang, geweld en genocide? Dat is in ieder geval wat er met behulp van romans als Brave New World en Nineteen Eighty-Four wordt ingehamerd. Dromen veranderen altijd in nachtmerries. Een utopie wordt een dystopie, of sterker nog, een utopie is een dystopie. Een dyslecticus helpen we met lezen, maar de dystoop kan zijn utopie beter vergeten.

"Idealisten zijn de ergste cynici", leren we van Volkskrant-huisintellectueel Arnon Grunberg. Het "naoorlogse humanisme is dood" noteert zijn NRC-collega Bas Heijne om de zoveel tijd. Ooit beschouwden intellectuelen het als hun plicht om na te denken over een betere wereld, tegenwoordig zwelgen ze liever in ironie. 'De wereld is niet maakbaar', klinkt het dan.

Maar of het nu in de intellectuele mode is of niet, we leven in een tijdperk van immense vooruitgang. Sinds 1946 is het aantal oorlogsslachtoffers met 90 procent afgenomen. Sinds 1910 is het aantal slachtoffers van natuurrampen met 93 procent afgenomen. In de komende 30 jaar volgen meer mensen formeel onderwijs dan in de hele voorgaande wereldgeschiedenis. Tachtig procent van de mondiale welvaart is in de afgelopen 30 jaar geproduceerd. Kinderarbeid, kindersterfte, honger en extreme armoede zijn allemaal op retour en kunnen deze eeuw nog de deur uit.

Maar voor ons, inwoners van Luilekkerland, bestaat de vooruitgang niet meer. "Optimisme is een morele plicht", schreef de filosoof Karl Popper nog, maar hij was ook degene die zei dat utopieën geen hemel in de lucht, maar de hel op aarde vestigen. Die wijsheid is tot cliché verwerkt, en vervolgens tot dogma verheven. Iedereen met idealen loopt nu het risico als gevaarlijke utopist te worden weggezet.

Aldous Huxley en George Orwell, de schrijvers van Brave New World en Nineteen Eighty-Four, draaien zich om in hun graf. Zij richtten hun pijlen immers niet op het dromerige utopisme, maar op dictaturen, het consumentisme en het blinde vertrouwen in de wetten van de markt.

Zonder de utopie rest slechts de technocratie; politiek is verworden tot bedrijfsmanagement. Met de moord op de Grote Verhalen hebben juist de (linkse) intellectuelen de weg vrijgemaakt voor het laatste grote verhaal, dat van de Markt. Kiezers zweven niet omdat er zoveel te kiezen valt, maar omdat partijen zo op elkaar zijn gaan lijken. Het enige wat intellectuelen dan nog hoeven te doen, is cynisch, bij voorkeur in de kantlijnen van een krant. Radicale ideeën over een betere wereld zijn letterlijk ondenkbaar geworden.

Ondertussen is het aloude maakbaarheidsgeloof overgesprongen op het individu. Succes is nu een eigen keuze, en mislukken trouwens ook. Baan verloren? Dan heb je vast niet genoeg human capital vergaard. Ziek? Dan heb je een ongezonde levensstijl. Ongelukkig? Tja, de overheid is geen geluksmachine. De samenleving is niet maakbaar, maar jij wel - dat is de dystopie waar we nu in leven.

Het is, kortom, de hoogste tijd dat we weer utopieën gaan schrijven. Dan doel ik niet op de haarscherpe blauwdrukken van de toekomst die in vijfjarenplannen moeten worden verwezenlijkt. Daarin worden mensen immers ondergeschikt gemaakt aan idealen. Bedenk: utopie betekent zowel 'goede plaats' als 'nergens'.

Geestverruimend
Wat we nodig hebben, zijn geestverruimende alternatieven voor een tijd waarin het te veel gaat over procenten en te weinig over ideeën. En ik spreek nadrukkelijk in meervoud: utopieën moeten met elkaar botsen om de motor van de democratie draaiende te houden.

Bedenk: de fundamenten van wat we nu 'beschaving' noemen, zijn ooit bedacht door wereldvreemde utopisten. De Franse dromer Abbé de Saint-Pierre (1658-1743) filosofeerde als eerste over de mogelijkheid van 'Eeuwige Vrede' door een 'Europese Unie'. De zweverige Nicolas de Condorcet (1743-1794) droomde over een universele gelijkheid van blank en zwart en was de voorzitter van de eerste Franse antislavernijorganisatie. De wereldvreemde John Stuart Mill (1806-1873) vond zelfs dat vrouwen en mannen aan elkaar gelijk zijn.

Zonder alle wereldvreemde wetenschappers, politici en intellectuelen die de geschiedenis rijk is, zouden we nu nog steeds arm, hongerig, bang, vies, dom, lelijk, ziek en ongelukkig zijn. De Britse filosoof Bertrand Russell schreef jaren geleden: "Het is geen afgerond Utopia waar we naar moeten verlangen, maar een wereld waarin de verbeeldingskracht en de hoop levend en actief zijn."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234