Zaterdag 20/07/2019
Ellan J. Levitsky.

D-day

‘Deze streek herleeft, met dank aan de oorlog’: 75ste verjaardag D-day wordt herdacht op Omaha Beach

Ellan J. Levitsky. Beeld AFP

In Vierville-sur-Mer runt de familie Brissard het D-day-museum nabij de heilige grond van Omaha Beach. Twee decennia geleden was dit uitgestorven gebied, nu komen zelfs Chinezen voor een D-day-trip. Met dank aan opa Brissard.

Het zijn drukke dagen voor de familie Brissard, uitbaters van het Musée D-day Omaha bij het Normandische kustplaatje Vierville-sur-Mer. Terwijl ­eigenaar Antoine hevig gesticulerend een kolossale legertruck met Britse toeristen helpt inparkeren, holt zijn broer Fabien met een bak gesneden frieten naar het frietkraam. “Dit is het laatste dat we hebben, alles is op.”

Het is altijd druk rond 6 juni, maar dit jubileumjaar spant de kroon. In 1944 landden de geallieerden troepen hier aan de kust. 75 jaar later leeft D-day – de Fransen zeggen ‘le Jour J’ – als nooit tevoren. Militaire jeeps met kentekens uit zo’n beetje heel Europa rijden af en aan, net zolang tot het parkeerterrein vol is en zich op de toegangsweg een lange file vormt.

Twintig jaar geleden was dit een nietszeggend stuk boerenland, vertelt Antoine Brissard, een energieke en jongensachtige man van 37. Zijn vader ­Michel kocht het in 1989 voor een habbekrats en liet een nabijgelegen Amerikaans militair veldhospitaal naar het terrein verplaatsen. Zo vond de ‘collection Brissard’ – de duizelingwekkende privécollectie van militaire objecten die Michel vanaf zijn kinderjaren had verzameld – een nieuw thuis, op enkele honderden meters van Omaha Beach, het strand waar op 6 juni 1944 meer dan drieduizend soldaten de dood vonden.

Michel Brissard werd in 1945 geboren in Normandië. De landerijen, stranden, bossen en riviertjes in die streek lagen bezaaid met spullen die Duitse en geallieerde soldaten kort voor ­Michels geboorte hadden achtergelaten. Net als veel leeftijdsgenootjes raakte Michel in de ban van het zoeken naar die militaire artefacten. Dat was geen ongevaarlijke hobby: het barstte in de regio van de wapens. Om de zoveel tijd ging ergens een landmijn af.

Al snel vergaarde Michel een omvangrijke verzameling. Dat ging eenvoudig. Met een metaaldetector en een schep kwam je een heel eind, vertelt Antoine. “Mijn vader en zijn vrienden hoorden bijvoorbeeld via via dat Duitse soldaten in een bepaalde boerderij hadden gebivakkeerd. Dan belden ze daar aan en vroegen ze of ze op het erf mochten zoeken. ‘Als jullie het maar netjes achterlaten’, zeiden de meeste mensen.”

De kick

In de eerste decennia na de oorlog hadden militaire objecten nauwelijks historische of symbolische waarden. Ze werden omgesmolten of meegegeven aan fanatieke verzamelaars als Michel. Voor hen was het spannend speelgoed. “Het ging om de kick van het vinden, en het vervolgens opknappen met een likje verf, of proberen het weer aan de praat te krijgen”, vertelt Antoine. Naarmate de jaren verstreken, veranderde dat. De oorlog werd geschiedenis en de objecten die bij die oorlog hoorden, kregen historische waarde. Voor Michel werd het zijn levenswerk, een obsessie. Vraag zoon Antoine of zijn vader vaak over de oorlog praatte en hij begint te lachen. “Vaak? Mijn vader praatte alleen maar over de oorlog. Altijd.” Toen Antoine 10 was scheidde zijn moeder van zijn vader. “Ze voelde dat ze op de tweede plek kwam. Mijn vader was getrouwd met de oorlog.”

Toen zijn vader in 2012 overleed, sprak het voor zich dat Antoine het museum zou overnemen. Hij zegde er zijn baan als beroepsmilitair voor op. Een gemakkelijke keuze. “We hebben alle ingrediënten in huis. Een gerespecteerde collectie, die zo groot is dat we lang niet alles in het museum kwijt kunnen. En we zitten aan Omaha ­Beach, een symbolische plek die mensen ­wereldwijd roert. Als ik bedenk hoeveel dit terrein ondertussen waard is… het is net alchemie. We hebben lood in goud veranderd.”

Het lijkt alsof de Tweede Wereldoorlog naarmate de tijd verstrijkt steeds meer personen bezighoudt, zegt Antoine. 90 procent van de bezoekers van het museum komt uit het buitenland: Britten, Duitsers, Nederlanders, Amerikanen en sinds een aantal jaar steeds meer Chinezen en Indiërs. Niet alleen het museum profiteert daarvan. “Er zijn hier in de directe omgeving nu tal van hotels, vakantieappartementen en campings. Rond de eeuwwisseling was er nagenoeg niets. Deze hele streek is opgeleefd.”

Call of Duty

Het museum trekt veel schoolklassen. “Over sommige wapens weten scholieren meer dan ik”, vertelt ­museumgids Cécile Robert. “Die kennen ze van ­videogames als Call of Duty en Medal of Honor.” Ook in trek is de Enigma, een Duitse elektromechanische codeermachine, waarmee versleutelde berichten werden verstuurd. Het ziet eruit als een gewone typemachine, maar sinds de film The Imitation Game over Alan Turing uitkwam, is het een van de populairste museumstukken.

De markt voor historische militaire objecten is volgens Antoine geëxplodeerd. Duitse militaria zijn doorgaans het duurst. Omdat ze zeldzaam zijn, maar ook vanwege de nazi-symboliek. Op internet zijn verzamelaars – en dubieuze types – bereid enorme bedragen neer te leggen voor alles waar een hakenkruis op staat. Af en toe staat er ook een kapitaalkrachtige geïnteresseerde op de stoep. “Niet zolang geleden was hier iemand uit Qatar. Die deed een bod op onze Enigma.” Antoine wil niet zeggen hoeveel de man bood. Wel dat de prijs voor een intacte Enigma tussen de 300- en 800.000 euro ligt. En dat hij het bod niet heeft geaccepteerd. Liever vertelt hij hoe zijn vader aan de machine kwam. “Gevonden op een antiekmarkt, in de jaren 90. Voor 50 franc, minder dan 10 euro.”

Wereldleiders herdenken D-day in Portsmouth

Ze waren er allemaal. Koningin Elizabeth, kroonprins Charles, Donald Trump, Angela Merkel, Emmanuel Macron, Mark Rutte en andere wereldleiders. Maar de belangrijkste aanwezigen bij de herdenking van D-day in de Britse havenplaats Portsmouth waren de driehonderd oorlogsveteranen die hebben meegedaan aan de meest complexe en tot de verbeelding sprekende militaire operatie uit de moderne geschiedenis. Voor hen had Vera Lynns ‘We’ll Meet Again’ een bijzondere betekenis, toen het beroemde lied galmde over de plek waar D-day 75 jaar geleden was begonnen.

Gekleed in felroze zei Elizabeth in haar korte rede dat sommige mensen na de 60-jarige herdenking dachten dat het waarschijnlijk de laatste was waar de oorlogshelden zelf present zouden zijn. “Maar mijn generatie, de oorlogsgeneratie, is veerkrachtig en ik ben blij vandaag weer in uw gezelschap te zijn.” De 93-jarige vorstin zag niet alleen D-day-veteranen voor zich, maar ook haar wapenbroeders. Zelf zat de toen jonge prinses bij de ondersteunende landtroepen.

Voor de brexiterende Britten was de herdenking een gelegenheid om vernuft en verbeeldingskracht in herinnering te brengen, eigenschappen waarom ze bekendstaan. “De geweldige verscheidenheid aan technologie lag ten grondslag aan de landingen”, sprak stafchef Nicholas Carter, “en zorgde ervoor dat twee miljoen manschappen en een half miljoen voertuigen naar het vasteland konden worden gebracht.”

Voor Theresa May was dit haar laatste openbare optreden in eigen land als volwaardige premier. Ze las voor uit een brief van Norman Skinner, gericht aan zijn vrouw Gladys. “Ik stel me zo voor dat je nu in de tuin zit thee te drinken met Janey en Anne, klaar om ze in bed te stoppen”, schreef de 38-jarige kapitein twee dagen voor het vertrek. “Ik zou alles willen geven om weer bij jou te zijn, maar ik heb die wens nog niet kunnen realiseren omdat er werk te verrichten is.” De brief zat nog in zijn borstzak toen zijn lichaam werd gevonden op het strand van Normandië, in een vossenhol waar hij dekking had gezocht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden