Zaterdag 11/07/2020

"Deze plek is mijn backstage"

Bijna dertig jaar was Daan Stuyven niet uit de stad weg te slaan. Tot hij het grijze beton en de eeuwige sirenes beu was. De zanger verkaste naar een hoeve in het groene Overijse, waar de rust het altijd wint van de rock-'n-roll. Claxons werden ingeruild voor vogelgekwetter, hippe stadsvrienden moesten wijken voor twee paarden en een bronstige kerkuil. "Ik had hier vijf jaar eerder moeten komen wonen."

ertien jaar woonde Daan (45) in Brussel, en daarvoor vijftien jaar in Antwerpen. Soms ging hij lucht bijtanken in Manhay, zijn vroegere buitenverblijf in de Ardennen. Maar sinds een jaar heeft de zanger geen buitenverblijf meer nodig: Overijse ligt in een streek waar het landschap al lichte Ardennen-allures vertoont. Daan woont op een van de vele heuvels, in een prachtig gerestaureerde vierkantshoeve met een keurig onderhouden erf, een resem paardenstallen, een antieke druivenserre en een gigantische Prozac-tank. Maar daarover later meer.

Het is hier prachtig, Daan. Hoe heb je deze hoeve gevonden?

"Gewoon, op Immoweb. Ik kwam hier aan en was op slag verliefd. De vrouw des huizes wist niet dat ik muzikant was. Toen ze mij een rondleiding gaf, zei ze bijna verontschuldigend dat de vorige eigenaar ooit een muziekstudio had laten bouwen in een van de schuren. Waarop ik haar een papiertje en balpen vroeg om een bod te doen." (lacht)

Hoe voelt het om weer in het groen te wonen?

"Ik had dit vijf jaar eerder moeten doen. Hier wonen geeft me rust. Op een offday kan ik in de tuin zitten kijken hoe het gras groeit. Ik moet soms nog in mijn arm knijpen als ik zie hoe mooi het hier is. Al die kronkelbaantjes, heuvels, valleien,... Die reliëfverschillen vind ik zalig. Zo is mijn humeur ook. Ik heb pieken en dalen nodig, en ik heb graag dat het landschap ook zo is."

Mensen associëren jou meer met de stad dan met het platteland.

"Ik heb niet het profiel van iemand die op den buiten woont, nee. Maar ik heb dit gewoon nodig. Ik ben een weegschaal, ik vind mijn evenwicht in de extremen. Een concert geven in hartje Brussel, en de volgende ochtend koffie drinken tussen de vogels. Ik heb een teruggetrokken kantje. Je zal mij wel op het podium zien staan, maar niet in het publiek. Tussen al dat volk word ik al snel onrustig. Daarom ga ik zelf niet graag naar optredens: dan heb ik geen backstage om een koffie te drinken of een sigaretje te roken. Misschien is deze plek op een bepaalde manier wel mijn backstage."

Hit & run

Mis je de prikkels van de stad niet?

"Ja, maar dan doe ik een hit and run. Ik rijd naar Brussel, kom er oude bekenden tegen en geniet van de dynamiek in de stad. Zo'n avonden zijn heel intens, dat mag ik geen zeven dagen per week doen. Het drukke stadsleven kan mensen opfokken. Mij ook vroeger, en dat mis ik niet. Ik raak niet snel verveeld, ik heb al prikkels genoeg in mijn hoofd. ."

Was er een concrete aanleiding om Brussel te verlaten?

"Mijn dochtertje van zeven had leren fietsen, maar ik kon haar niet alleen op straat sturen. Dat vond ik zonde. Ze kwam op een leeftijd dat ze moest kunnen ademen en bewegen en buiten spelen. Ik ben zelf in de natuur opgegroeid, dat heeft mij veel deugd gedaan. Mijn twee kinderen wonen wel nog in Brussel en gaan er naar school. Mijn zoon is vijftien en vindt het hier een beetje raar. Dat snap ik: op mijn achtiende wilde ik ook weg van het platteland."

Heb je een haat-liefdeverhouding met Brussel?

"Eigenlijk wel. Ik zie ook de mooie kanten van de stad, maar zelf heb ik even een overdosis gehad. Ik werd zot van de sirenes, de claxons, het theater, de agressie. Ja, ik heb er veel agressie meegemaakt. Vreemd genoeg had ik dat niet door op het moment zelf. Ik raakte er zelfs aan gewend. (schouderophalend) 'Oké, ik ben weer overvallen.' 'Check, een nieuwe linkerruit voor de wagen.' Ik weet ook: zet een miljoen mensen bijeen, en dan ontstaan er automatisch spanningen. Maar Brussel heeft nog huiswerk. Er is zoveel dat beter kan. Doordat er drie overheden bij betrokken zijn, gaan de dingen maar niet vooruit. Het potentieel van de stad is veel groter dan wat er nu mee gebeurt."

Spacedorpje

Hoe voelt het om op een totaal nieuwe plek te gaan wonen?

"Het maakt je wakker. Er zijn opnieuw zoveel dingen te ontdekken. Het voelt hier echt alsof ik thuiskom, en dat heb ik al twintig jaar niet meer gehad. Mijn boekingsagent vond onlangs een opname terug van een concert in Overijse, tijdens de Druivenfeesten in 2007. Op het einde van het optreden hoor je mij zeggen: 'Dit is wel een spacedorpje, ooit kom ik hier nog wonen.' Ik weet niet waarom ik dat toen zei, maar het waren blijkbaar profetische woorden."

Heeft deze plek invloed op de muziek die je maakt?

"Ja, toch wel. Hier heb ik een studio met grote ramen. Ik zit volop in het daglicht en kijk uit op een grote wei. Dan maak je echt andere liedjes: positiever, zotter, relaxter. Alleen jammer dat er gsm- en internetontvangst is. Ik zou liever terug een telefoon met draaischijf hebben. En een antwoordapparaat met cassettes. Of de brievenbus, nog zo'n cool concept. Stuur mij een briefje, en ik antwoord je twee dagen later wel."

Je klinkt bijna als een kluizenaar, Daan. Anderzijds: je hebt al overal gewoond. Zit er een nomade in jou?

"Ik leef maar één keer, dus wil ik het ook boeiend houden. Ik zou liever zeven levens hebben zoals een kat, maar dat gaat niet. Dus splits ik mijn leven op in zeven hoofdstukken. En dit is er één van. Ik hou van variatie in mijn bestaan, op alle vlakken."

Dat gezegd zijnde, hoe is het nog in de liefde?

"Euh, gezellig. (lacht) Zonder dat ik er een statuut of vorm op plak. 'It's complicated', zo heet dat op Facebook. Ik vind het belangrijk om mooie momenten te kunnen delen. Maar ik weet niet of ik wel relatiebekwaam ben. Da's iets voor op m'n vijftigste, of zo. Later, als ik volwassen ben."

Je bent de zoon van een kunstschilder. Het lijkt hier wel de perfecte omgeving om te gaan schilderen.

"Dat was ook mijn eerste gedachte. Mijn plan is om een van de schuren in te richten als atelier. Schilderen was eigenlijk mijn eerste roeping. Nu heb ik er geen tijd voor, maar ooit neem ik het penseel terug op.(wijst) Mijn laatste wapenfeit is die oude mazouttank daar. Ik heb die in de kleuren van Prozac geschilderd. Het is dus een Prozac-pilletje van 2.000 liter."(lacht)

wilde poezen

Had je hier twintig jaar geleden ook kunnen wonen?

"Nee, toen klonk de lokroep van de stad nog te luid. Ik zou deze plek minder gewaardeerd hebben, denk ik. Lees: ik word oud. Tegelijk kan ik hier ook kind zijn. Op mijn grastractor zitten. Of 's nachts gaan wandelen. Dan ben ik meer met de beesten aan het klappen dan met de mensen. Er zitten toffe dieren bij, hoor. Vossen, duiven, wilde poezen. En een grote, witte kerkuil in de schuur. 's Nachts wordt die helemaal bronstig, en komt hij boven het erf vliegen."

Met die uil sla jij dan een klapke?

"Ja. Zo van: 'Yeah gast, ik snap u." (lacht)

Je hebt onlangs een plaat uitgebracht, The Mess, waarin je je eigen songs herwerkt. Eerder deed je dat ook al op 'Simple' en 'Concert'. Waarom herneem je telkens je oude nummers?

"Opdat het geen oude nummers zouden zijn. Ik wil dat mijn muziek levende materie blijft. Ik vind het leuk om nummers los te koppelen van het kleedje dat ik ze destijds heb aangetrokken. Het is maar een kleedje, weet je. Naakt zijn die songs even mooi."

Veel artiesten laten hun liedjes voor eeuwig en altijd onaangeroerd.

"Door Housewife op verschillende manieren te spelen, wordt het méér dan een dansnummer. Of neem The Player: dat heb ik in een nieuwe versie veel lager ingezongen. Wat oorspronkelijk een speelse knipoog was, krijgt opeens een dramatische meerwaarde. Dat zijn interessante experimenten. En eigenlijk doe ik niets nieuws: tweehonderd jaar geleden schreven muzikanten een melodie die iedereen kon uitvoeren, met gelijk welk instrument. Er bestond geen opgenomen versie van."

Hoe plaats jij jezelf in de Belgische muziekscene? Je bent niet meer de jonge beeldenstormer van zeventien jaar geleden.

"In de tijd dat we met Dead Man Ray begonnen, waren er nog een pak beelden te bestormen. Toen ik nadien Swedish Designer Drugs uitbracht, was dat not done. Radioprogrammatoren waren in de war en wisten niet goed wat ze ermee moesten doen. Vandaag worden alle genres door mekaar gespeeld, het is veel moeilijker om nog een beeldenstormer te zijn.

Maar ik ben gelukkig met mijn lichte outsiderstatuut. Ik heb het nodig om vanuit een onverwachte hoek binnen te komen. Zet mij niet op een troon, dat gaat mij niet goed af. Ik ben liever de hofnar dan de koning."

Producer Wouter Van Belle zei over jou in Belpop: "Daan is heel ambitieus, hij wil wereldberoemd worden.'

"Dat was niet echt een relevante uitspraak, vond ik. Ik heb altijd een soort deal willen sluiten met de maatschappij. Een deal waarbij ik compleet onafhankelijk ben en mijn goesting kan doen, zonder andere mensen lastig te vallen. De enige manier waarop dat voor mij kon, was rockmuzikant worden. Nu ik dat heb bereikt, is dat ook voldoende. Size doesn't matter, integendeel. Weet jij hoeveel werk er kruipt in wereldberoemd worden? Stel je voor dat ik in tien landen mijn platen moest verkopen, inclusief promo en interviews, dan zou ik gek worden. Dat is niet kwalitatief meer."

Wringt het dan niet, dat je nooit echt bent doorgebroken in het buitenland?

"Bwa. Op mijn twintigste was dat niet slecht geweest, maar vandaag vind ik het leuker om mooie, creatieve dingen te maken. Zag jij Van Gogh al op promotour naar New York gaan om zijn zonnebloemen te verdedigen? Dan bleef hij geen interessant werk maken, denk ik."

In welke muzikale fase zit je nu?

"Ik heb zin om er een stevige lap op te geven. Maar ik hang er geen deadline of concept meer aan vast. De druk moet er eens volledig af. Het kan zijn dat ik binnen een half jaar met iets nieuws kom, of binnen vijf jaar. Als ik goeie ideeën heb, neem ik ze op. En dan zie ik of het de moeite loont om ze uit te brengen."

Je bent 45 nu. Moet het beste nog komen?

"Ouder worden vind ik wel tof, hoor. Je wint aan ervaring in alles wat je doet, inclusief zottigheid en spelplezier. En ik zit nog boordevol energie. Ik voel mij soms als een klein jongetje met de kop en de baard van een veertiger. Ik kijk er nog altijd van op als mensen 'meneer' tegen mij zeggen. 'Meneer? When did this happen?"

Wordt geboren in Leuven op 24 september 1969.

Groeide op in Holsbeek bij Leuven, als jongste van vier.

Richtte in 1998 de experimentele rockband Dead Man Ray op, brak in 2002 solo door bij het grote publiek.

Heeft intussen zo'n tien soloplaten achter zijn naam staan.

Bracht eind vorig jaar Total uit, een indrukwekkend carrière-overzicht met 170 nummers.

Heeft twee kinderen, George en Michelle.

"Deze brasserie is vernoemd naar de bekende stripfiguur van Marc Sleen. Hij baseerde het huis van Nero op dit gebouw - het oude tramstation van Hoeilaart. Vandaag is het een tof restaurantje waar je nog heel wat tekeningen van Sleen kan bewonderen."

Nerocafé, A. Biesmanslaan 1, 1560 Hoeilaart. www.nerocafe.be.

"Als kind ging ik vaak aan de Zoete Waters wandelen. Ik ken die omgeving al van midden jaren 70. Je kan er fantastische wandelingen maken: het begint bij rustig water, dan moet je bergop door een groot donker bos, en dan kom je boven aan een gigantische open vlakte. Het is bijna een metafoor voor het leven zelf."

Zoete Waters, Maurits Noëstraat, 3050 Oud-Heverlee.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234