Donderdag 26/11/2020

Deze mannen maken de kleren

SHARP DRESSED MAN. De tijd dat mannenmode beperkt bleef tot pak met das of short met sandalen ligt ver achter ons. Op de Parijse modeweek valt het aanbod niet meer onder één noemer te vatten, maar wat draagt de man nu echt en waarom? Wij zochten houvast bij de drijvende krachten achter de mannenmode.

Mannen zijn niet langer bang van mode. Daar lijkt iedereen die de voorbije week de lente-zomer 2016-collecties voor mannen in Parijs afstruinde het unaniem over eens te zijn. En dan hebben we het niet enkel over homo's, hipsters en ijdele rappers zoals Kanye West. Samen met de steeds verder doorgedreven individualisering verruimden we ook onze geesten en werden oude mannelijke stereotypes overboord gegooid; althans in de westerse grootsteden. Niemand die daar vandaag de dag nog raar opkijkt van een man die evenveel van bier als van glittersokken houdt.

Die vrijheid blijheid vertaalde zich naar de markt met een nog steeds toenemend aantal hippe mannenbladen, mannenmodebeurzen, mannenmodeweken en vrouwenlabels die plots ook mannen- of simpelweg unisexcollecties uitbrengen. Mannenmode is big business: al zo'n vijf jaar overstijgen de verkoopcijfers van mannenkledij die van vrouwenkledij. Dat komt omdat het saturatiepunt voor mannenmode nog lang niet bereikt is, wat bij vrouwenmode wel het geval is.

Maar niet enkel op economisch vlak is nog veel ruimte voor groei, ook vestimentair vallen nog nieuwe horizonten te verkennen. Nu mannenmode de sferen van kantoor-, sport- en zondagskledij verlaten heeft, kan er vrijuit geëxperimenteerd worden met stoffen, materialen en invloeden uit andere culturen, zoals in de vrouwenmode al decennia het geval is. Zo wordt nu ook de Parijse modeweek voor mannen steeds uitgebreider en diverser.

Vaste waarde op het programma zijn nog steeds de shows van bekende Belgen als Dries Van Noten, Haider Ackermann, Ann Demeulemeester, Raf Simons en Walter Van Beirendonck, net zoals die van gevierde ontwerpers als Rick Owens, Paul Smith en Yohji Yamamoto. Maar behalve dit, nochtans niet onbescheiden, officiële showschema valt er voor de modieuze man in Parijs meer te beleven, veel meer. De toenemende presentaties en showrooms van opkomende designers willen allemaal met hun kleren de man maken. Maar welke man dat nu juist is, is in deze immer uitdijende modejungle niet altijd even duidelijk.

Wat vertelt het succes van de mannenmode ons over de hedendaagse man? En wat brengt de toekomst; wordt het onderscheid tussen mannen- en vrouwenkleren stilaan irrelevant? We vroegen het tijdens de voorbije modeweek in Parijs aan de mannen die achter de schermen het mannelijk mode-ideaal van vandaag vormgeven.

De ontwerpers

"Mijn modecultuur is absoluut Belgisch, maar ik blijf wel un petit Français", vertelt Sebastien Meunier, de man die vandaag het gevestigde Ann Demeulemeester-huis leidt.

Na tien jaar bij Maison Martin Margiela, gecombineerd met zijn eigen label, wordt de Franse Sebastien Meunier in 2010 hoofdontwerper van Ann Demeulemeesters mannenlijn. Na Demeulemeesters vertrek in 2013 volgt hij haar op als algemeen artistiek directeur.

"Het is een balans vinden tussen het DNA van Ann en mijn eigen karakter; als ik niets van mezelf zou toevoegen zou het maar geforceerd overkomen. Gelukkig sluiten onze karakters nauw aan. Zo betekenen onze achternamen eigenlijk hetzelfde, grappig toch?"

Het Ann Demeulemeester-DNA laat zich omschrijven als elegante poëzie, met een androgyne toets. Maar androgynie is allesbehalve hetzelfde als unisex, benadrukt Meunier. "Ik geloof niet in genderneutrale kleren. La mode jogging, noem ik dat. De lichamen van mannen en vrouwen verschillen te veel om mooi aansluitend en elegante kledij voor beiden te kunnen maken."

Onder Meunier wordt die androgynie anders geïnterpreteerd dan vroeger. "Ann liet het verschil tussen man en vrouw vervagen, terwijl ik seksualiseer. Ik maak vrouwen mannelijker en mannen vrouwelijker."

Zo krijgt zijn lente-zomer 2016-mannencollectie Two Suns een vrouwelijk kantje door de vele transparante stoffen, tailleriemen en tinten roze. Ondergoed werd ontworpen door La Fille d'O. De Gentse Murielle Scherre voorzag de Ann Demeulemeester-man uitzonderlijk van elegante leggings en hoog getailleerde long johns, thermisch ondergoed met lange pijpen.

Maar verwijfd kun je deze collectie met vrouwelijke invloeden niet noemen, eerder emotioneel elegant. Two Suns is, zoals wel vaker bij Ann Demeulemeester, geïnspireerd door grootse gevoelens:

"De tweede zon symboliseert de eeuwige zoektocht naar die complementaire andere helft; de ideale liefde.Vorig seizoen ging het over mijn ex en de liefde die ik verloren had. Nu ben ik weer op zoek, hopelijk heb ik hem volgend seizoen gevonden."

Naast de gevestigde waarden presenteren ook opkomende ontwerpers hun vestimentaire visie op de moderne man in Parijs.

Zo showt de Brugse Glenn Martens zijn derde seizoen voor het urbane, maar gesofisticeerde Y/Project in de bekende Parijse nachtclub Le Gibus. De voormalige Antwerpse academiestudent verdiende zijn sporen bij Bruno Pieters, waarna hij aan de slag ging als assistent van Yohan Serfaty, de oprichter van Y/Project. Na diens overlijden werd Martens artistiek directeur.

Op de beats van Belgische jarentachtig-acid banen een rist alternatieve jongens én meisjes zich een weg door de overvolle club. Afgeschoren haar, kittenheels, denim op denim, oversizede hemden en veel sweaterstof: de show baadde in hetzelfde spannende underground-sfeertje als het gehypte Vêtements-collectief. Misschien niet helemaal toevallig; de Y/Project-persverantwoordelijke is tegelijk ook de dame die Vêtements in de mediawereld lanceerde.

Martens zet graag in op de grijze zone tussen mannen- en vrouwenkleding: "Ik zie voortdurend hoe vriendinnen mannenkleren naar hun hand zetten. Kleding is vandaag minder gecodificeerd. Waarom zou ik mannen en vrouwen dan van elkaar gescheiden houden?"

Kleinschaliger, maar daarom allesbehalve minder interessant is de aanpak van andere landgenoot Jan-Jan Van Essche, eveneens een oud-student van de Antwerpse academie. Na enkele jaren bij Lee Jeans - waar hij "veel leerde over corporate fashion; vooral wat ik niet wil" - richtte hij in 2010 zijn eigen label op, vandaag een viermansbedrijfje dat Van Essche bewust klein houdt.

In zijn showroom in Le Marais presenteert hij No Man Is An Island, een collectie voortgevloeid uit zijn ergernis over het vluchtelingenverhaal. "Ik begrijp niet waarom een blanke Europeaan zo veel meer waard is dan een zwarte Afrikaan. Niemand staat alleen; we dragen allemaal verantwoordelijkheid."

Dat sociale engagement uit zich in een collectie van voornamelijk oversizede broeken, hemden, T-shirts en vesten die geen schouders en amper naden hebben; Van Escches handelsmerk.

Het zijn erg beweeglijke kleren die je amper voelt en daardoor voor elk lichaamstype, man of vrouw, geschikt zijn: "Mijn kleren zijn voor iedereen die ze wil dragen. Het is toch veel mooier als je lichaam je kleren vormt, in plaats van omgekeerd?"

De pers

"De juiste stem voor het juiste publiek", dat maakt volgens Dan Thawley een goed modejournalist. Zonder enig diploma verhuisde de Australiër in 2009 naar Londen, op zoek naar een carrière in de mode. Via via belandde hij in Antwerpen, waar hij begon te schrijven voor A Magazine Curated By, België's eerste modetijdschrift dat oorspronkelijk werd opgericht door Walter Van Beirendonck. Sinds 2010 is Thawley, die nu in Parijs woont, hoofdredacteur van het tijdschrift. Daarnaast schrijft hij zowel voor de krant Australian Financial Review als modebladen Vogue, SSAW en AnOther Magazine.

Tijdens de mannenmodeweek sprint hij van show naar show voor interviews, verslagen, en het up-to-date houden van sociale media. Dat alles combineren wordt door het immer uitbreidende programma steeds moeilijker. Thawley ziet vooral de nadelen van de groeiende aandacht én consumptie van mannenmode.

"Vroeger gold Rick Owens als een radicale vernieuwer binnen de mannenmode, net zoals Raf Simons. Vandaag heeft iedereen hen gekopieerd, waardoor alles op elkaar lijkt; zelfs in het luxueuze Milaan wordt nu sportkledij geshowd."

Enkel ontwerpers die altijd hun eigen signatuur trouw zijn gebleven, maken volgens Thawley nog relevante mannenmode. In Parijs vindt hij die in Dries Van Noten en Ann Demeulemeester. "Beiden heel cerebrale mode, maar de Ann-man is eerder een Europese romanticus terwijl de Dries-man een zekere Angelsaksische deftigheid heeft."

Het defilé van Dada Dandy, de lente-zomer 2016-collectie van Dries Van Noten, onderstreept Thawleys these. Ondanks de spectaculaire setting van een gigantische loods in het 11de arrondissement, inclusief glitterkanon, presenteert Van Noten een eerder degelijke collectie: veel pantalons, hemden en trenchcoats, al dan niet opgeleukt met Marilyn Monroes lippen, glitterkreeftjes of een tijgerprintje.

"Het is totale onzin dat er in mannenmode nog meer geëxperimenteerd kan worden", denkt Thawley. "Extravagante experimenten in mannenmode zijn niet realistisch: mannen willen slimme kleren; technisch geavanceerde stoffen, verstopte broekzakken, dat soort leukigheden."

Die vindt de man voorlopig enkel aan een stevige prijs, want grote ketens hebben de veranderde mannenmode nog niet begrepen. Volgens Thawley ligt het grote gat in de modemarkt bij de high street voor mannen: "Vrouwen kunnen er voor geen geld goed uitzien in H&M. Als mannen daar gaan shoppen, lijken ze op hun opa's."

De styling

"Ik zorg ervoor dat de mensen op de foto of catwalk er zo goed mogelijk uitzien. Anderen moeten alles over hen willen weten. Als stylist creëer je het beeld van een merk, je helpt hen aan een imago", omschrijft Tom Van Dorpe zijn job.

Afkomstig uit Gent woont deze selfmade man vandaag in New York, waar hij als stylist werkt voor internationale toppers als Harper's Bazaar en Vogue, maar ook Hugo Boss en Les Hommes.

Op zijn achttiende begon Van Dorpe als modelscout voor Dominique Models. De gezichten die hij ontdekte zijn niet de minste: Hanne Gaby, Chavelli Inghels, Cesar Casier; allemaal internationale top vandaag.

Via de modellen kwam Van Dorpe in contact met modefotografen, waardoor hij uiteindelijk als stylist aan de slag kon. Na een tijdje in Parijs trekt Van Dorpe op zijn 24ste zonder enig plan, maar met veel ambitie naar New York.

"In de modewereld geraak je niet zo makkelijk binnen. Er zijn geen regels, geen te volgen pad tot succes. Alleen voor ontwerpers bestaat een opleiding."

Zonder opleiding, maar met de nodige connecties en voldoende lef wist Van Dorpe zijn eigen American dream waar te maken: een contract bij het gerenommeerde V Magazine betekent zijn internationale doorbraak als stylist.

Voor de Parijse modeweek doet hij onder andere de styling voor de mannenlijn van Carven, een chic, maar toegankelijk Frans modehuis. Mannen stylen vindt Van Dorpe net dat tikkeltje spannender: "Er is nog meer vernieuwing mogelijk, bij vrouwen is alles al gedaan".

Wat vertelt Carven ons dan over de man van vandaag? "De Carven-man is cool en fashion forward, maar wel beweeglijk", stelt ontwerper Barnabé Hardy. Dat vertaalde Van Dorpe naar vlotte, maar vatbare outfits: propere witte hemden zonder kragen - "om dassen te vermijden", aldus Hardy - op speelse shorts, afgewerkt met vrolijk hoog opgetrokken sokken in sportief schoeisel.

"Vroeger was mode enkel voor homo's, vandaag is er gelukkig een ouverture d'esprit. Want waarom zou een man geen recht hebben op kleur en fantasie?", zegt Hardy.

"Mode kan je vooruit helpen in het leven", beaamt Van Dorpe. "Wie zich goed kleedt, is succesvoller; vrouwen hebben dat al lang door, mannen komen daar nu pas achter."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234