Donderdag 20/02/2020

Lichtfestival

Deze man zet voor de derde keer Gent in vuur en vlam met het Lichtfestival

Beeld Stefaan Temmerman

Veel volk op straat in Gent? Dan is Serge Platel in de buurt. Volgend weekend zal Platel weer bewijzen dat hij als geen ander weet hoe je een breed publiek warm maakt voor cultuur. Dan moet het Lichtfestival een half miljoen bezoekers naar de Gentse binnenstad lokken.

Het verhaal van het Lichtfestival begint vijf jaar geleden. In zijn zoektocht naar een evenement om tijdens de donkere maanden na kerst en nieuw wat leven in de stad te blazen, belandt het toenmalige Gentse stadsbestuur in het Zuid-Franse Lyon. Daar zakken elk jaar opnieuw ruim drie miljoen fans naar het stadscentrum af voor het Fête des Lumières.

Het stadsbestuur is enthousiast en besluit om het concept, weliswaar in iets bescheidener vorm, naar de Arteveldestad te kopiëren. Enig probleem: het vinden van iemand die een evenement van die omvang in goede banen kan leiden. Al snel komt de stad bij Serge Platel terecht. Als organisator van Het Festival van Vlaanderen krijgt hij met evenementen als OdeGand, een muziekfestival op en rond het water, al een aantal jaar het grote publiek de deur uit voor cultuur.

Maar het succes van het Lichtfestival had zelfs hij niet zien aankomen. "Op de allereerste avond, in 2011, kwam er 10.000 man kijken", vertelt hij. "Daar waren we toen heel tevreden mee. Maar de tweede avond waren er dat plots meer dan het dubbel, en na vier dagen zaten we aan 200.000 bezoekers. Zonder noemenswaardige promotie."

Een jaar later deed het Lichtfestival het met 500.000 bezoekers nog beter, en ook voor deze editie mikt de organisatie op een half miljoen bezoekers. Platel: "Van alle evenementen waar ik aan meewerk, is het Lichtfestival veruit het meest sociale. Gekleurde medeburgers, bejaarden, pubers, kleine kinderen. Iedereen zit op die tram naar het centrum."

Botst het festival net daardoor niet stilaan op zijn limieten?
"Het moet voor iedereen comfortabel blijven. En dus moet je keuzes maken. Het parcours is dit jaar ruimer en breder geworden. Het loopt van aan het Sint-Pietersplein tot aan Portus Ganda. Een goede zaak, ook al betekent het dat we het historisch centrum voor een stukje verlaten."

En wat met de bewoners? Is een festival van die grootte in het stadscentrum nog wel haalbaar in een tijdperk waarin bewoners bij de minste hinder naar de rechtbank stappen?
"Dat is iets wat me al lang bezighoudt. Ik begrijp dat mensen het niet leuk vinden wanneer ze door zo'n Lichtfestival vier dagen lang niet met de auto aan hun huis raken. Het is ook te makkelijk om te zeggen dat die enkelingen zich maar moeten schikken naar de 500.000 mensen die zo'n festival wel leuk vinden. Daar gaat het niet om. Maar we moeten wel beseffen dat zo'n festival een absolute noodzaak is. Je hoort vaak dat cultuur het peper en zout van onze samenleving is. Ik ben het daar absoluut niet mee eens. Cultuur is veel meer dan enkel wat kruiden. Cultuur zijn de groenten, de patatten of het vlees. Cultuur is iets wat iedereen op zijn bord moet krijgen."

"Als ingenieur bij Artsen zonder Grenzen hielp ik mee bij de opbouw van een vluchtelingenkamp aan de Angolese grens. Toen de eerste vluchtelingen daar aankwamen, vroegen ze niet meer dan een maaltijd, een deken en een plaats om te slapen. Maar al heel snel, binnen een paar dagen, kwamen ze vragen naar een radio of muziekinstrument. Dat is me altijd bijgebleven. Met eten alleen kom je er niet. Muziek, literatuur, kunst... dat zijn net de dingen die ons tot mens maken. En dus moet je culturele evenementen blijven organiseren, ook al kan niet elk individueel belang gevolgd worden."

Niet alleen sommige bewoners, ook milieu-activisten hebben bezwaar. Is het Lichtfestival ecologisch verantwoord?
"We hebben het elektriciteitsverbruik tijdens het festival vergeleken met een gewone dag en er is praktisch geen verschil. We doven tijdens het festival een heleboel lichten en spots die anders wel branden om de projecties beter zichtbaar te maken. Het hangt er ook van af hoe je duurzaamheid definieert. Op zo'n Lichtfestival komen verschillende generaties samen, het creëert sociale cohesie. Dat is in mijn ogen ook een vorm van duurzaamheid."

U bent de man van de grote publieksevenementen. Hoe belangrijk zijn de bezoekersaantallen dit weekend?
"Mensen communiceren graag in cijfers. Op het einde van de rit wordt er altijd naar bezoekersaantallen gekeken. Maar het gaat niet om het breken van records. De vraag is niet: 'Waar kunnen we veel volk mee lokken?' Daar moet je als organisator niet mee bezig zijn. Je moet iets op poten zetten waar je zelf naartoe zou komen. We zijn geen stofzuigerverkopers op zoek naar het best verkopende model. Neen, we willen gewoon een goede stofzuiger maken, dan komen de klanten vanzelf."

Beeld Stefaan Temmerman

Vorig jaar programmeerde u Flip Kowlier op een klassiek festival als OdeGand. Was dat toch niet vooral een poging om veel volk naar het slotevenement te lokken?
"Ik snap dat mensen dat denken, maar de keuze voor Flip had daar niets mee te maken. Het slotevenement van OdeGand is trouwens gratis, of er nu veel of weinig volk komt, maakt markteconomisch niets uit. Al is het natuurlijk altijd leuk als je veel volk op de been kan brengen. (lacht) Flip paste vorig jaar gewoon perfect in het concept. Het thema was 'La Sauvagerie', we hadden een grote circustent op het water staan en Flip had net een plaat uit die zich in het circusmilieu afspeelde. Meer hoef je daar niet achter te zoeken. Maar het klopt wel dat ik graag veel volk in mijn zaal heb."

Hoe doet u dat zonder in populisme te vervallen?
"Ik neem graag het Festival van Vlaanderen als voorbeeld. We proberen met het Festival divers genoeg te zijn, zodat iedereen er zijn gading vindt. We brengen hedendaagse, soms zelf atonale muziek, maar anderzijds brengen we ook de grote klassiekers. Er is maar één criterium: of het nu hedendaags, klassiek of populair is, wat we brengen moet absolute top zijn. De opvattingen over wat mainstream is en wat niet veranderen ook constant. Net dat maakt het zo boeiend."

"Een paar jaar geleden zag ik op Rock Werchter Chris Martin van Coldplay de draak steken met Lady Gaga die op hetzelfde moment op het tweede podium speelde. Ondertussen nam diezelfde Lady Gaga wel een fantastische plaat op met Tony Bennett en staat ze dit jaar op Gent Jazz."

"Als Festival van Vlaanderen moeten we buiten de lijntjes kleuren, moeten we de grenzen opzoeken. Het Festival heeft dat altijd gedaan. Nog lang voor ik er iets te zeggen had, stonden ook al mensen als Maurice Béjart, Raymond van het Groenewoud en Mink DeVille op de affiche. Het is een kwestie van evenwicht. Je moet een volledig menu samenstellen. Als mijn artistiek directeur een hele reeks kleine, fijne dingen opscharrelt, zal ik aandringen op een grote naam. Staan alleen grote namen op de affiche, dan wil ik die aanvullen met kleinere, onbekende dingen. We vragen veel van ons publiek. Hoewel ze alles tegenwoordig gratis op YouTube en consoorten vinden, willen wij dat ze tickets kopen en uit hun huis komen op een moment waarop ze liever in de zetel blijven zitten. Als mensen dat voor je doen, moet je hen ook iets teruggeven."

Op welke manier?
"Het product dat we brengen is niet vanzelfsprekend. Rond het klassieke repertoire hangen heel wat vooroordelen. Dus moet je nadenken over hoe je de mensen toch die zaal in krijgt. OdeGand is jaar na jaar uitverkocht, terwijl er op het programma vaak heel moeilijke, hedendaagse producties staan. Brengen we die zoals die stukken meestal gebracht worden, dan haakt een groot deel van het publiek af. Nu komen ze kijken omdat ze het door de locatie, de setting en het decor een ervaring vinden."

"De communicatie speelt daarbij een heel belangrijke rol. Het Festival van Vlaanderen is een merk dat mensen kan afschrikken. Veel mensen zijn er van overtuigd dat wat het Festival brengt, sowieso niets voor hen is. Daarom hebben we OdeGand als afzonderlijk evenement in de markt gezet. Veel mensen weten nog steeds niet dat OdeGand eigenlijk een organisatie van het Festival van Vlaanderen is. Dat was vroeger met de happenings ook al zo. Toen ik naar Mink DeVille ging kijken, stond ik er niet bij stil dat dat eigenlijk een concert van het Festival van Vlaanderen was. We denken heel goed na over de communicatie en de beleving zonder dat we raken aan wat er op het podium gebeurt. Op die manier kan je met hetzelfde product een ander publiek aanboren."

Stroomt dat andere publiek door naar het klassiekere werk?
"Laten we realistisch wezen. Het is niet omdat we op OdeGand by Night Jeff Mills een variant op de Vier Jaargetijden van Vivaldi laten brengen dat er de dag daarna plots een stormloop op tickets voor de opera en De Bijloke zal ontstaan. Ik ben al lang tevreden wanneer we mensen kunnen prikkelen. Ook al is het maar voor even."

"Ik herinner me nog steeds de eerste try-out van House Music, een evenement waarbij we klassieke muzikanten op studentenkoten lieten spelen. Het meisje dat haar kot ter beschikking stelde, kreeg in een televisie-interview vooraf de vraag wat ze van de avond verwachtte. 'Geen idee', was het antwoord. 'Zolang het maar geen dwarsfluit is.' Waarna de muzikante voor die avond met haar dwarsfluit de kamer binnenstapte. (lacht) Maar na afloop waren alle aanwezigen enthousiast. Ik ben niet zo naïef om te denken dat zo'n studente de dag nadien een cd vol dwarsfluitmuziek gaat kopen, maar we hebben wel haar interesse gewekt in wat we doen."

"De muzikale opvoeding is volledig weggevallen. Op school is er gewoon geen aandacht meer voor. Veel jonge mensen komen niet meer in aanraking met klassieke muziek. Ik zie het als onze taak om hen daar toch toe te verleiden."

Lukt dat nog in besparingstijden? Ook het Festival moet 7,5 procent van zijn 320.000 euro Vlaamse subsidies inleveren.
"Wij zullen dat voelen, maar het is de bedoeling dat het publiek daar niets van merkt. Ons voordeel is dat we een gezonde inkomstenstructuur hebben. Dertig procent van onze middelen komt uit subsidies, de rest halen we uit ticketverkoop en commerciële partnerships."

Het model dat Vlaams cultuurminister Sven Gatz ook bij andere cultuurhuizen wil installeren. Alleen beweren die dat ze niet nog meer middelen uit de private markt kunnen halen.
"Het is moeilijk vergelijken. Een organisatie als NTGent bijvoorbeeld heeft een veel zwaardere kostenstructuur met veel vaste kosten. Wij zijn flexibeler. Wat ik wel merk, is dat het zoeken naar mogelijkheden op de private markt bij ons een fulltime job is. Een job waar sommige collega's uit de culturele sector hun neus voor ophalen. Ze zien nog te vaak de nadelen en niet de voordelen van zo'n commerciële partner."

"Terwijl zo'n partner toch een grote hulp kan zijn in het bereiken van een nieuw publiek. Als een sponsordeal met een bank ervoor kan zorgen dat op alle betaalterminals de affiche van het Festival van Vlaanderen te zien is, dan is dat toch een enorme meerwaarde? En daar hoef je op artistiek vlak geen toegevingen voor te doen. Voor zo'n partner hoeft het niet altijd Bach en Beethoven te zijn. Wat je op het podium brengt, moet van goede kwaliteit zijn, dan kan er heel wat. Je publiek moet iets beleven, iets meemaken. Wanneer je daarin slaagt, zal zo'n partner niet ontevreden zijn."

"Er zijn natuurlijk meer confronterende vormen van cultuur, bij de podiumkunsten bijvoorbeeld, waar partnerships minder voor de hand liggen. Maar dan nog vind je altijd wel een CEO die daarvoor open staat. Waarmee ik niet zeg dat het makkelijk is. Ook voor ons is het geen walk in the park."

Beeld Stefaan Temmerman
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234