Maandag 26/07/2021

ReportageFrankrijk

Deze kapitein vindt zijn soldaten in de banlieue: ‘Door discipline word je een beter mens’

Kapitein Nourouddine ­Abdoulhoussen (rode baret) met leden van zijn organisatie Laissez-Les Servir.	 Beeld AP
Kapitein Nourouddine ­Abdoulhoussen (rode baret) met leden van zijn organisatie Laissez-Les Servir.Beeld AP

In Frankrijk ontplofte eind april een bom: (oud-)generaals waarschuwden openlijk voor een burgeroorlog. De boosdoeners volgens hen: de politieke islam en ‘de hordes’ uit de voorsteden. Maar één militair vecht in de buitenwijken van Parijs voor een andere toekomst van Frankrijk.

‘Kameraden!’ De stem van Nourouddine Abdoulhoussen galmt door de gymzaal. Nu al zijn troepen binnen zijn, is het tijd voor de start van de dag. In strakke rijen stellen de kameraden zich op aan weerszijden van hun ‘Kapitein’. Links de moeders en de kleintjes, rechts de tieners in wit tenue, tussen hen in de Franse driekleur. Armen strak langs het lichaam, voeten bij elkaar – ‘Kom, kinderen des vaderlands, le jour de gloire est arrivé!’

De Marseillaise, de vlag, het militaire protocol – het is een bloedserieuze zaak voor Kapitein Abdoulhoussen. Want het goede leven begint bij discipline, trots en liefde voor het vaderland. Ook hier in Pierrefitte-sur-Seine, net buiten Parijs, in een van Frankrijks armste departementen, Seine-Saint-Denis. Of nee – júíst hier, wat Abdoulhoussen betreft. Als voormalig officier bij het Franse leger zet hij de militaire discipline in om jongeren uit arme voorsteden, veelal met een migratie-achtergrond, op weg te helpen ‘goede burgers’ te worden.

‘Klinkt dat fascistisch?’, vraagt Abdoulhoussen. ‘Ik weet dat sommige Fransen dat zullen zeggen. We schamen ons voor patriottisme. We zijn bang om migranten te leren dat Frans zijn mooi is. Maar dat is precies wat Frankrijk nu nodig heeft: een gedeelde identiteit waar iedereen trots op kan zijn. En dat begint bij het zichtbare.’

Burgeroorlog

Franse militairen die zich bemoeien met immigratie en identiteit – dat is uiterst ontvlambare materie dezer dagen. Eind april publiceerden zo’n twintig (oud-)generaals een open brief in het zeer conservatieve weekblad Valeurs Actuelles, waarin ze waarschuwden voor een op handen zijnde burgeroorlog. Frankrijk dreigt uiteen te vallen door een aantal ‘dodelijke gevaren’, schreven de militairen. De grote boosdoeners: ‘De politieke islam en hordes uit de voorsteden’, samen met antiracisten die ‘onrust, zelfs haat zaaien tussen bevolkingsgroepen’.

Als de regering die gevaren niet snel de kop indrukt, zou het leger gedwongen zijn tot ingrijpen. En zijn president Macron, diens kabinet en het Franse parlement straks ‘verantwoordelijk voor duizenden doden’. Behalve de (oud-)generaals ondertekenden ook bijna honderd hoge officieren en ruim duizend militairen de brief.

Furieus was zowel minister van Defensie Florence Parly als stafchef van het leger François Lecointre. De brief was onacceptabel, de strijdkrachten onwaardig. Neutraliteit is een van de essentiële principes voor het leger, en militairen horen zich niet te mengen in de binnenlandse politiek. ‘Hun prioriteit ligt bij de strijd tegen een concrete vijand, tegen de terroristen van IS’, reageerde Lecointre in het dagblad Le Parisien. De generaals zouden voor een militaire raad verschijnen, verzekerde hij, terwijl het ministerie de andere ondertekenaars zou achterhalen om die eveneens op sancties te trakteren.

Nog nauwelijks hadden de minister en stafchef de kwestie bezworen door te benadrukken dat de briefschrijvers toch vooral oudgedienden waren met een verwrongen beeld van de realiteit, of de volgende bom werd gedropt. Opnieuw via Valeurs Actuelles, dit keer door militairen in actieve dienst. Tenminste, zo zeggen de geheimzinnige briefschrijvers zelf – de auteurs blijven anoniem. ‘De burgeroorlog broeit in Frankrijk, en dat weet u heel goed’, schrijven ze. ‘Onze steden en dorpen vallen ten prooi aan geweld’, terwijl ‘haat tegen Frankrijk de norm is geworden’.

Leden van Laissez-Les Servir worden gebriefd tijdens de 40-daagse Marathon van Solidariteit, waarbij ze honderden maal­tijden per dag maken voor mensen in Pierrefitte-sur-Seine.	 Beeld AP
Leden van Laissez-Les Servir worden gebriefd tijdens de 40-daagse Marathon van Solidariteit, waarbij ze honderden maal­tijden per dag maken voor mensen in Pierrefitte-sur-Seine.Beeld AP

Wortels hakken

In de gymzaal van Pierrefitte-sur-Seine slaat Abdoulhoussen met zijn vuist op tafel. Hij kent een aantal wel, van die militairen die zich roeren. Maar waar blijven ze dan, als ze zo nodig oorlog willen voeren? ‘Kom hier en trek ten strijde, maar dan wel met z’n allen. Geef het goede voorbeeld in plaats van angst te zaaien. Ja, we moeten vechten – niet tegen elkaar, maar met elkaar!’

Laat ze beginnen bij de wortels, stelt de Kapitein voor – die moeten nog gesneden worden. Of help desnoods de uien pellen. Want dat is de militaire operatie van vandaag: voor het eind van de middag moeten hier minstens vierhonderd maaltijden zijn bereid en ingepakt om uit te delen aan armen en daklozen in de wijk. Het is de een-na-laatste dag in de 40-daagse Marathon van Solidariteit, zoals hij de missie heeft genoemd die volgens een minutieus uitgedacht regime wordt uitgevoerd.

Laissez-Les Servir heet zijn organisatie – Laat Ze Dienen. Daar begint het mee, legt Abdoulhoussen uit: ‘Door een ander te helpen, draag je iets bij én bouw je aan je zelfvertrouwen.’ Nu is dat de maaltijdenmarathon, maar ‘zijn’ jongeren helpen ook in coronatesttenten, geven bloed, of maken natuurgebieden schoon. Schoolverlaters en ‘probleemjongeren’ neemt hij mee op zomerkamp om met sport en spel meer grip op hun leven te krijgen. En voor geschiedenisles gaan de jongeren naar herdenkingen, zoals eerder deze maand nabij Lyon. Daar liggen op de nationale begraafplaats ook Senegalese soldaten die in de Tweede Wereldoorlog aan Franse zijde vochten.

Abdoulhoussen, een moslim van Indiase origine, kwam als migrant naar Frankrijk, waar hij zich al snel aansloot bij de strijdkrachten. ‘Als kind was ik gefascineerd door het leger. De mooie uniformen, het groepsgevoel, de trotse moeders. Prachtig theater vond ik het.’ Door te dienen in het leger kon hij zich naar eigen zeggen de waarden en tradities van zijn nieuwe vaderland toe-eigenen. ‘Daarmee deel ik in de erfenis van de Franse geschiedenis. Dat maakt me trots. Ik word niet minder Indiaas door Frans te zijn.’ Hij wijst op zijn leren instappers. ‘Ik draag nog steeds Indiase schoenen en ’s avonds eet ik curry. Maar die identiteit hoef ik niet voortdurend te claimen.’

Kapitein Nourouddine ­Abdoulhoussen deelt maaltijden uit aan ­armen en daklozen in Pierrefitte-sur-Seine, net buiten Parijs.  Beeld AP
Kapitein Nourouddine ­Abdoulhoussen deelt maaltijden uit aan ­armen en daklozen in Pierrefitte-sur-Seine, net buiten Parijs.Beeld AP

Houvast

Tevreden ziet Abdoulhoussen vanuit zijn ‘commandocentrum’ – een groot bureau naast de ingang van de gymzaal – toe hoe een van de jongens een oranje pion twee centimeter opschuift, terug in een strakke rij. “Wauw” begint daar, met oog voor detail.’ Aan de muur achter hem hangen de instructies per team – administratie, voorraadbeheer, verpakkingen, hygiëne, distributie. Daarnaast een overzicht van de menu’s per dag, en het aantal afgeleverde maaltijden – 654 op z’n hoogtepunt.

Op het menu vandaag: rijstsalade, de lievelingsmaaltijd van Linda’s oudste zoon. ‘Vijf maanden geleden ben ik hem verloren’, vertelt de jonge vrouw terwijl ze naar buiten wijst. ‘Hier vlakbij is het gebeurd.’ Een ruzie met vrienden, ‘het liep uit de hand’. Net 18 jaar was hij. Nu komt ze hier, om de andere moeders te helpen met koken en om afleiding te vinden. ‘Als ik alleen thuisblijf, word ik depressief. Dat ik hier word verwacht, geeft me houvast.’

Net als veel jongeren hier leerde Linda Abdoulhoussen kennen op straat. Zijn recept: op pad gaan in de arme voorsteden, een praatje aanknopen met rondhangende jeugd, vragen wat ze te doen hebben en ze uitnodigen bij hem langs te komen. Soms met een lokkertje, lacht de Frans-Pakistaanse Ali. ‘Morgen om tien uur gaan we paintballen, zei de Kapitein toen ik hem voor het eerst ontmoette. Dat leek me wel wat.’ Dat hij de volgende ochtend in een liefdadigheidsactie bleek beland, nam hij op de koop toe. ‘Na twee dagen werken, kregen we inderdaad onze beloning.’

Intussen is hij opgeklommen tot chef hygiëne, en voorziet hij daarnaast zijn kapitein van koffie. ‘Waarom ik ben gebleven? Onder zijn leiding word ik een beter mens’, zegt Ali zonder spot. ‘Als ik nu een taak krijg, wil ik het goed doen. De Kapitein geeft ons vertrouwen en verantwoordelijkheid, dat helpt me vooruit. En hij heeft een team van vijftig militairen aangestuurd. Door hem na te doen, probeer ik een goede leider te worden.’

 Nourouddine ­Abdoulhoussen aan het werk in Pierrefitte-sur-Seine. Beeld AP
Nourouddine ­Abdoulhoussen aan het werk in Pierrefitte-sur-Seine.Beeld AP

Zin om te leven

Misère in het kwadraat, vatte de Franse krant Libération de sfeer in Pierrefitte-sur-Seine een paar jaar geleden bondig samen. Een in zichzelf gekeerd bolwerk van drugs, criminaliteit en extreme armoede, waarin dramatische incidenten zoals met Linda’s zoon bij de wrange realiteit horen. De flatgebouwen met ingegooide ruiten, winkelwagens vol vuilnis op straat en rondhangende daklozen stemmen inderdaad mistroostig. Maar wie hier binnenstapt, komt ‘met goed gedrag en goed humeur’, vat een van de moeders het samen.

Ja, iedereen hier heeft een verhaal – migrant zonder papieren, een broer die jihadist wordt, een halve wijsvinger als gevolg van een agressieve man. Zelf heeft Mina gisteren haar laatste chemokuur gehad. ‘Maar de Kapitein maakt geen onderscheid, orders zijn orders. Er samen iets van maken, geeft zin om te leven.’

Voor wie de Marathon tot een goed einde brengt, volgt straks een certificaat, getekend door de burgemeester. De overgrote meerderheid van de deelnemers van Laissez-Les Servir zijn vrijwilligers, de organisatie draait op donaties uit het netwerk van Abdoulhoussen. Aan de muur hangt een rij met sponsornamen; bedrijven die hier kunnen scouten voor getrainde werknemers.

Een enkeling weet Abdoulhoussen zelf een betaalde plek te geven, zoals de Senegalese Biline, die als ‘sergeant’ nu andere jongeren onder zijn hoede neemt. ‘Ik gebruikte drugs, haalde narigheid uit, had geen vaste verblijfplaats’, zegt Biline. ‘Discipline heeft dat veranderd. Nu laat ik andere jongeren zien hoe je verantwoordelijkheid moet nemen.’

Trots

Het Franse leger, dat is niet anders dan het Franse volk, zegt Abdoulhoussen. Met andere woorden: militairen zijn niet rechtser dan de rest van Frankrijk. En die extreem-rechtse tekst, zoals premier Castex de recente brief noemde, is geen uitwas die zich beperkt tot een clubje anonieme militairen. Marine Le Pen, kandidaat voor de presidentsverkiezingen namens Rassemblement National, schaarde zich zonder aarzelen achter de briefschrijvers die volgens haar ‘miljoenen Fransen’ aan hun zijde vinden.

Maar met extreem-rechtse praatjes komt Frankrijk niet vooruit, zoals armoede en racisme voor hem evenmin een excuus zijn om het op te geven. ‘Kijk om je heen, help wie je kan, en deel de trots voor dit land. De Kapitein wacht op jullie.’

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234