Zaterdag 26/11/2022

'Deze job is een cadeau'

Als kind wilde ze balletdanseres worden, maar nu prijst Agnes Goyvaerts zich gelukkig: 'Ik had al veertig jaar zonder werk gezeten. Schrijven kun je blijven doen.' Dat de wetgever haar na meer dan dertig jaar De Morgen met pensioen stuurt, is geen definitief afscheid: ze wil en zal blijven schrijven. En ze zal blijven eten met de Duiker.

Het zal Le Vismet worden", mailde ze een dag voor de lunch. Van de redactie van De Morgen is dat vijf minuten wandelen. Vijf wat vreemde minuten. Dat zijn de zenuwen. Want hoe doe je dat, een collega interviewen? Later mailt Agnes: "Rara wie het zenuwachtigst was." Waarom? Iemand interviewen die je kent, is anders dan een onbekende interviewen. En voor haar is er die andere rol. Altijd zelf de vragen gesteld. Sinds, vermoedt ze, 1979 in vaste dienst bij deze krant. Een intermezzo van drie jaar bij Libelle daar gelaten. Maar voordien had ze als freelancer al bij de Vooruit gewerkt. Agnes kent iedereen. Iedereen kent Agnes.

Het is de ober die het ijs breekt en een voorgerecht van lan- goustines voorstelt. "Zijn ze vers gekookt?", vraagt Agnes. "Van deze morgen", zegt de ober. "Ze zijn nog lauw." Daar gaat ze voor en ik volg. Blindelings. Straks zal ze een rekensommetje maken en glimlachend bij "niet eens duizend" restaurants komen. Duizend restaurants waar ze in de voorbije vijftien jaar at in opdracht van deze krant. 'Proefkonijn' heette de rubriek heel lang, nu in DMUZE'The happy eater'. Ondertitel: 'Agnes Goyvaerts kijkt verder dan haar bord rond is'. "Van thuis had ik dat nochtans niet meegekregen", zegt ze met een accent dat Antwerps is gebleven, ondanks een heel volwassen leven in Gent. "We aten heel eenvoudig en hadden geen wijn in huis. Alleen met Kerstmis werd er een fles geopend. Ook van het studentenhuis kwam het niet. De grootste lekkernij was gebakken cervela met ananas en paprika. Maar toen we 25 waren, gingen mijn lief en ik al in sterrenrestaurants eten. Gingen we op reis naar Avignon, dan stapten we van de trein, recht naar de Hiély. Ze schonken er witte Châteauneuf-du-Pape in geslepen karaffen en je mocht er in jeans binnen. Dat was toen niet vanzelfsprekend in een sterrenrestaurant. Hoe we het deden, weet ik niet. We deden het."

Zo eenvoudig: we deden het. Zoals het leven bijna. Wat niemand nog weet, vertelt ze bij het eerste glas riesling: Agnes Goyvaerts is eigenlijk onderwijzeres. In Antwerpen normaalschool gedaan, naar Gent gegaan om Romaanse te studeren. "Maar dat is een beetje onderbroken omdat we met de revolutie bezig waren", glimlacht ze. "Na een eerste jaar in het studentenhome, omdat mijn ouders dat veiliger vonden, woonde ik in een gemeenschapshuis. Andere bewoners zaten bij de Socialistische Jonge Wacht, de trotskisten, ik zat meteen in het goede milieu. In de keuken stond een stencilmachine waarmee wij, de meisjes, pamfletten afdrukten."

Stencilende meisjes in de keuken, zelfs revolutionairen hadden een rollenpatroon. Maar door al dat betogen en vergaderen en blaadjes uitgeven kwam er van studeren niets in huis. Daarmee stopte Agnes. En toen haar lief dat ook deed, moest er geld verdiend worden. "Vijf jaar heb ik lesgegeven in een stadsschool in de Van Hulthemstraat in Gent. Een vreselijk contrast. Ik kwam uit die militante hippiesfeer, en plotseling stond ik in een school waar in de leraarskamer Frans werd gesproken en waar ik witte handschoenen en nylonkousen moest dragen."

"Het is een ongelooflijk beroep, fantastisch als je het kunt, maar voor mij was het niks. Terwijl mijn lief 's avonds op café zat, moest ik thuis opstellen verbeteren en gevallen steken oprapen in katoenen kousen. Daar werd ik zo ongelukkig van."

Haar lief was Pol. Pol Moyaert, tot hij in 2002 overleed hoofdredacteur van Weekend Knack. Altijd haar man gebleven. Ze praat er straks over, maar nu al even: hij was snel avond- medewerker bij Het Laatste Nieuws, ging toen voor de Vooruit werken. In 't Keetje, het café ernaast, werd na de werkavond ge- dronken. Agnes ging wel eens mee, en op een dag was ze journaliste. Freelance. "De man die toen de kinderbladzijde deed, ging met pensioen. Omdat ik toch met kinderen bezig was, vroegen ze mij. Die bladzijde heette 'Het jonge volk', maar ons grote voorbeeld was de progressieve kinderpagina van Vrij Nederland. En daar ben ik met Jacky Huys, ook al overleden, aan begonnen. We doopten ze om tot 'Kinderkaffee, zijn schuilnaam was Joe Box en die van mij Betty Bar. Jacky stelde iedere week een plaat voor, ik schreef iets over het wereldnieuws en tekende een recept."

Behendig kraakt ze de langoustines. Dopt de vingers in het waterkommetje met citroen. Kraakt de scharen. Vraagt om een kreeftenvorkje.

Het verre Limburg

De recepten waren occasioneel, Agnes was toen geen culinair of modejournaliste. Na een tijd ging ze wel over Gent schrijven. Over gemeenteraden. De ajuinenstoet. Een schandaal bij wassalon Delimat. Ze leverde haar stukjes in bij mensen als Cesar Van de Poel en Jos De Man. "Hij kon je kopij aan een hoekje omhoog houden en je ermee terugsturen. Tot het goed was."

Prehistorisch zijn die tijden. Ook niet meer mogelijk. Toen in 1978 De Morgen ontstond op het puin van De Volksgazet en de Vooruit met Paul Goossens als hoofdredacteur, was Agnes een van de eersten in dienst. Nu ze afscheid neemt, blijft alleen filmjournalist Jan Temmerman over van die tijd. "In die jaren stond ik op met De Morgen en ging ik met De Morgen slapen. Een heel groot hiaat in mijn film- en muziekkennis situeert zich eind de jaren zeventig, begin de jaren tachtig. Ik kwam gewoon niet buiten. Het was werken en op café gaan."

Haar trouw is dus bijna legendarisch. De woelige geschiedenis van deze krant maakte Agnes op de eerste rij mee. De start dus, in 1985 de lezersactie 1.000 x 100.000, de eerste krant met computers ("al heb ik vaak huilend tussen de kast gestaan omdat mijn verhaal alweer verdwenen was"), nog eens bijna failliet, de overname door Uitgeverij Hoste, nu De Persgroep. Veel hoofdredacteurs ook. Lachend: "Ongeveer iedereen is hoofdredacteur geweest." Het is een overdrijving, maar in 1992 was ze het zelf een tijdje. Na het ontslag van Piet Piryns gingen vier mensen de krant leiden. Drie mannen en één vrouw: Agnes Goyvaerts. "Hoofdredacteur zonder middelen, ja. We werden wel betaald, maar er waren veel mensen weggegaan en de nieuwe die we aantrokken, konden we niet beloven wat we ze zouden betalen. Walter Pauli was zo iemand. Maar ook eerder was financiering altijd een probleem. Toen ik na drie jaar bij Libelle terugkeerde naar De Morgen stond in Le Soir dat Jean-Pierre Van Rossem de krant zou kopen. (lacht) Wat heb ik nu gedaan, dacht ik."

"Natuurlijk onthoud je vooral de leuke kanten, maar ik heb vaak gevloekt. Niet dat ik me zorgen maakte over de toekomst - dat was nog de tijdgeest van mei '68: aan geld dacht ik nooit en werk zou er altijd zijn. Wel erg waren de kliekjes. Populisten tegen intellectuelen. Niet-logeleden tegen logeleden. Toen Piryns zei dat de krant zou stoppen, kreeg wie zoals ik wilde blijven het verwijt enkel aan de eigen boterham te denken. Er zijn pijnlijke woorden gevallen, die zijn blijven hangen."

Het waterglas blijft gevuld, dat van de riesling is wat leger. Agnes heeft kabeljauw besteld. Aan de andere kant van de tafel komt rog.

Agnes Goyvaerts: meer dan de geschiedenis van deze krant is ze misschien wel de belangrijkste modejournaliste tot nu. De belangrijkste culinaire journaliste ook.

Eerst die mode. Een collega zei deze week dat zij de 'Antwerpse zes' op de kaart heeft gezet. Zes studenten van de modeacademie: Walter Van Beirendonck, Dries Van Noten, Ann Demeulemeester, Dirk Van Saene, Dirk Bikkembergs en Marina Yee. "Dat is te veel eer", zegt ze, vanzelfsprekend bijna. Op de a van Agnes volgt de b van bescheidenheid. "Maar ik kende hen wel van helemaal in het begin. Misschien was het wel egoïsme dat meespeelde. Dat ik dacht: ik ken iets wat de anderen nog niet kennen, ik ga die volgen. Iedereen vond hen halve gekken, ik vond hen interessant. En in onze krant kon dat. Collega's die mode volgden, hadden vooral aandacht voor de haute couture. Ik mocht opvoeren wie ik wilde, zelfs de kleinste nieuweling. Dus interviewde ik Dries Van Noten, thuis nog, in een atelier dat vol rollen stof lag. Maar je mag onze eigen impact niet overschatten. Eén fotootje in Vogue was voor hen belangrijker dan een dubbele pagina in De Morgen."

Er is meer dan de zes. Agnes interviewde twee modeontwerpers die niet te interviewen zouden zijn. Als eerste had ze een gesprek met Raf Simons. "Niemand kende hem, niemand had hem ooit gezien", zegt ze. "De ondertussen afgebleekte fax die hij me later stuurde, heb ik nog."

En dan Martin Margiela. Een paar keer sprak ze met de ontwerper. Eerst in Brussel, op een tentoonstelling van Limburgse ontwerpers. "De gouverneur stuurde me een boze brief omdat ik over 'het verre Limburg' had geschreven." Later, toen Margiela de Gouden Spoel won, en nog eens toen hij in Parijs voor Gaultier werkte. De enige bekende foto van Martin Margiela verscheen in deze krant. Daarna verdween hij uit het zicht. Hij, maar niet zijn collecties, alsof kabouters ze maakten. "In het begin stelde hij zijn eigen collecties zelf voor, hij leidde ons rond in zijn showrooms. Vandaag hangt er een sfeer rond Martin, er zijn echt mensen die denken dat hij niet meer dan een creatuur is. Wel, Martin Margiela is een mens die echt bestaat, ik heb hem gezien. Wel een zeer bescheiden mens, heel verlegen. Misschien hebben ze hem geadviseerd dat te cultiveren. Zelfs Walter (Van Beirendonck, RVP) heeft absoluut geen contact meer met hem."

Integer

Waren al die jonge Belgen haar ooit erkentelijk? "Ik heb er nooit bloemen van gekregen", glimlacht Agnes. "Misschien kan ik er iets makkelijker bij dan anderen, en voor de show van Ann Demeulemeester krijg ik een stoel op de eerste rij, zowat het hoogste wat je in de mode kunt bereiken. Maar met niemand ben ik bevriend. Zelfs met Walter niet, met wie ik een boek heb gemaakt. Ik ben nooit op zijn verjaardagsfeest geweest. En ik heb hem gebeld, maar hij wil ook met mij niet spreken over dat faillissement. Toen het nieuws pas bekend was, had ik dat overigens zelf moeilijk gevonden. Ik ben niet de journaliste die zoiets op straat wil gooien. Zoals ik ouders nooit om foto's van hun overleden kinderen zou vragen."

Integer, zegt iemand over Agnes. "Zelfs de crèmekes die ze op de redactie toegestuurd kreeg, stak ze in een tombola voor het goede doel." Haar kasten hangen niet vol gekregen kleren. "Vaak ben ik niet in de verleiding geweest", zegt ze. "In de mode krijg je veel minder dan mensen denken.Veel verder dan een T-shirt of een sjaal gaat het niet. Al waren er ooit andere tijden. Toen ik de eerste keer naar Milaan ging, lag op de kamer van elk van mijn collega's een jasje van Versace. Bij mij niet, ze kenden me nog niet. Maar het feit dat ik het me herinner, bewijst hoe uitzonderlijk het was."

Milaan, Londen, Parijs: dat zijn de modeshows. Agnes geraakte niet altijd aan kaartjes, maar wel vaak binnen. Door bij Galliano stoer te zwaaien met een uitnodiging van een jaar eerder ("die leek er heel erg op"), soms door gewoon onder het tentzeil op de Carré du Louvre te kruipen. Galliano interviewde ze nooit. Onlangs wel Pierre Bergé, de man achter Yves Saint-Laurent, zoals in het De Morgen Magazine stond: na tien jaar aandringen en met knikkende knieën. Drie keer Christian Lacroix. "Onder meer in een van de chicste couturesalons van Parijs, maar wat een gewone mens. Hij is van Arles, we praatten over de opkomst van rechts in het zuiden, over totaal andere dingen dan mode. Het moet niet altijd over de inspiratie van het seizoen gaan."

"Een hele moeilijke was Rei Kawakubo van Comme des Garçons. Ik bezocht haar samen met fotograaf Patrick De Spiegelaere. Er waren drie tolken bij, ze deed alsof ze geen Engels of Frans verstond, wat ze overigens wél deed. Ik stelde een vraag, de tolk vertaalde tien minuten, zij antwoordde met één woord en de tolk vertaalde weer tien minuten. Achteraf was ik nat van het zweet, maar ik was wel fier. Ook zij praatte bijna nooit."

We praten over eten. De voorbije vijftien jaar moet Agnes, naar eigen ruwe schatting dus, zo'n duizend restaurants bezocht hebben. Lang voor eten zo hot was als het vandaag is. Lang voor de hype. "Die er ver over is, vind ik", zegt ze. "Gisteren passeerde ik op de fiets twee meisjes en ik ving een deel van hun gesprek op: 'Ja, het was wel genoeg gegaard, maar ik vond toch dat het weinig smaak had.' Maar allez..., kun je nu echt over niks anders praten dan over een stukje vlees?"

"Vooral het sociologische aspect heeft me altijd geboeid. In de mode zie je hoe dat evolueert, maar je ziet dat ook bij eten. Ze vroegen me ooit om jurylid te worden van Masterchef, maar dat interesseert me niet. Wel wie die mensen zijn, wie er over de vloer komt, hoe het eruit ziet. Iemand als Willy Slawinski (de vroeg overleden sterrenchef van het Gentse Apicius, RVP) zag ik ooit geraniums afkoken om er een jus van te maken. Tegelijk was hij heel spartaans, geen levensgenieter, zelf at hij niet. Later hoorde ik dat hij zijn recepten 's nachts uitprobeerde opdat niemand zou zien wat hij deed."

"Voor deze lunch dacht ik eerst naar 't Fornuis van Johan Segers te gaan. Een zeer verstandige mens, met een goeie levensvisie. Hij heeft onder meer een meisje uit India geadopteerd en hij vertelde me hoe hij haar met een vingertje het laatste korreltje rijst uit haar kommetje zag halen. Dat had hem aan het denken gezet over waarmee hij bezig was. Dat vind ik prachtig. Waarom we niet bij hem zitten? Hij kookt fantastisch, maar hij heeft geen kaart. Dan zegt hij (Agnes begint in het Antwerps:) 'Vandaag heb ik goei truffeltjes, ik doe dat met een beetje americain', en je zegt natuurlijk ja. (lacht) Maar wat je betaalt, daar heb je dus op voorhand geen idee van."

"Agnes is zo lief dat ze, als het eten ergens niet zo best was, toch nog schreef dat de servetten goed gestreken waren", zei politiek commentator Yves Desmet deze week. Ze knikt. "Soms ben ik te mild. Maar al weet ik dat lezers graag iets negatiefs lezen, ik ken ook de impact van één zinnetje. Lang geleden schreef ik over Jeroen Meus' restaurant dat je een supplement moest betalen voor de kaas. Dat klopte niet en Jeroen belde meteen. Erg kwaad. Op dat moment was dat heel vervelend, maar nu apprecieer ik dat. Liever dat dan dat ze niks laten weten en dat ze achteraf tegen hun klanten zeggen: dat mens moet hier niet meer komen."

"Als ik iemand interview, besef ik dat je ongevraagd in iemands leven binnendringt. En dan wil ik toch een portret maken waar die mens zich in herkent. Deze job is een cadeau. Je mag met mensen praten bijwie je anders niet zou geraken. Dat is ongelooflijk en het heeft me over mijn verlegenheid geholpen."

Een dessert neemt ze niet, wel een muntthee. De rekening volgt. Uitgerekend in de twee domeinen waarover ze veel schreef, gaat veel geld om. Of haar dat stoorde? "Niet als ik het verband zie met kwaliteit. Het is de creativiteit die ik prachtig vind, niet de dames die met limousines naar de haute-coutureshows komen en dan veel geld uitgeven omdat iets een grote naam heeft. Dan ben ik zo blij als ik in Gent weer van de trein stap en in mijn jeans kan rondlopen." Maar links zijn en het materieel zeer goed hebben, daarin ziet Agnes geen tegenspraak. "Je moet niet arm zijn om links te zijn. Integendeel bijna. Als je niets te kort hebt, kun je je permitteren opstandig te zijn. Als je arm bent, moet je je mond houden om je werk niet kwijt te geraken. Waarom zou iemand die links is geen mooi huis mogen hebben? Je moet toch niet alles weggeven? Ik heb een paar minder gefortuneerde vrienden en ik probeer te delen. Waar ik het wel lastig mee had, was toen we vorig jaar uitgerekend op 1 mei een luxebijlage van het Magazine maakten. Pas op: ik was daar bij. Maakte het zelf mee. Maar die dag was toevallig ook de Dag van de Armoede. Dat realiseerde ik me pas toen dat 's morgens in de bus viel. Dat was niet de beste dag om over juwelen van Cartier te schrijven."

Links op je achttiende, rechts als je 40 bent, laat staan 65. Bij Agnes klopt dat cliché niet. Haar hart bloedt als ze in de krant jonge meisjes anti-abortusleuzes hoort schreeuwen. Daar kan ze kwaad van worden. Hetzelfde met vrouwen die oproepen voor een huisvrouwenloon. "Daar hebben we tegen gevochten. Zelfstandig zijn, daar gaat het toch om", zegt ze fel. "Als gevolg van mijn feministische periode ging ik in 1980 naar een vrouwentop in Bagdad. Lily Boeykens (de eerste voorzitter van de Vrouwenraad, RVP) had me zelfs het nummer van Saddam Hoessein bezorgd. Stond letterlijk in mijn boekje, dat ik helaas kwijt ben. In een volle zaal met vrouwen werd hij bejubeld. Maar de sfeer was er zeer benauwend. We moesten onze reispas, onze tickets en onze bagage afgeven. Ik voelde me totaal overgeleverd. Toen ik zei dat ik mijn koffer terug wilde omdat 'mijn medicijnen' erin zaten, de pil dus, zeiden ze doodleuk: 'Welke medicijnen zijn dat, we gaan die wel voor je kopen.' Neen, die sfeer was echt niet prettig. Onbehaaglijk zelfs."

Eén april, morgen dus, is de eerste dag van Agnes' pensioen. En dan? Ze schrijft een biografie van de Gentse burgemeester Daniël Termont. Ze gaat boeken lezen. "Tot nu waren dat te vaak magazines en kranten. En als ik boeken las, dan was ik nog eindredactie aan het doen." In haar stamcafé 't Kanon zal ze misschien wat vaker opduiken. "Die vinden het straf dat ik, die altijd in goede restaurants mag eten, daar graag een gewoon pintje drink." Met een Ierse vriend kan ze in de Celtic Towers naar Iers rugby kijken. En: "Ik geef toe dat ik heel graag naar Thuis kijk", schatert ze. "Als ik weet dat ik het ga missen, neem ik het op." Maar er is woensdag toch een tafeltje gereserveerd in een restaurant aan zee. Voor een recensie in DMUZE.

"Er was lang geen leven buiten de krant", zegt ze. Dat ze dat in de verleden tijd zegt, heeft een reden: het was zeker zo toen ze met Pol bij dezelfde krant werkte. Dat hij in 1989 overstapte naar Weekend Knack had met risicospreiding te maken. Liep het slecht af met De Morgen, dan had één van de twee toch nog een baan.

Le Bon Marché

Haar Pol. Tien jaar geleden overleed hij aan kanker. "Horen dat hij ziek was, was het ergste. Maar dat ging op en af. Eerst was hij ziek. De chemo werkte, de waarden werden beter, we gingen pinten pakken om dat te vieren. Maar toen, op mijn verjaardag, moesten we binnen voor een nieuwe chemokuur. 'Gaan we niet doen', zei de dokter. 'Het heeft geen zin meer.' Pol heeft nog een week geleefd, een hele zware week. Waardoor het doodgaan zelf bijna een opluchting was. Omdat ik hem zag aftakelen, de laatste week viel hij 's nachts uit bed. Dat was niet uit te houden. Misschien heb ik achteraf enkel spijt omdat ik niet vaker thuis ben gebleven. Dat ik empathischer had moeten zijn. Maar de medische wetenschap stond toch ver, het zou wel in orde komen. Neen. Ik denk dat Pol dat wel besefte, maar dat hij mij spaarde."

Kun je je leven opnieuw opnemen? Ja. "In het begin heb ik heel hard gewerkt. Ook al zei de hoofdredacteur: 'Neem gerust vakantie.' Maar wat moest ik in een hotel gaan zitten denken? Na een week stond ik terug op de krant. Ook wel vanuit de naïviteit dat het magazine dat ik toen leidde niet zou verschijnen als ik er niet was. En werken was therapie. De klop kwam, natuurlijk, veel later. Soms onverwacht. Stond ik in Parijs, in de mannenafdeling van Le Bon Marché, waar ik altijd iets voor hem kocht. Daar stond ik dan, te blèren. Ook thuiskomen in een leeg huis was erg. Na een tijd heb ik mezelf verplicht weer buiten te komen, en stilaan heb ik een ongelooflijke vriendenkring opgebouwd. Oud-collega's van de krant, maar ook veel jonge mensen. De Duiker en consorten, een goede vriendin, van wie een van de kinderen mijn petekind is, andere mensen. Vorige week organiseerden al die vrienden een feestje voor mijn verjaardag. Dat was uniek."

Die vrienden troostten haar. Zoals popmuziek dat doet. Op de redactie komt ze vaak binnen met een hoofdtelefoon op. De wereld buiten gehouden, in haar oren Lou Reed. En, jawel, de Duiker. Tom Vermeir is zijn naam, hij acteert en hij zingt en speelt gitaar bij A Brand, de laatste jaren dook hij als tafelgenoot vaak op in Agnes' recensies. "Iedereen is erdoor gefascineerd. Wie is de Duiker? Dat móést niet anoniem blijven, maar het werd deel van het spel. Zijn moeder is zo oud als ik, hij zou mijn zoon kunnen zijn. Maar het klikt. Via hem ben ik naar het theater beginnen te gaan, iets wat mij eigenlijk niet zo lag. Hij ziet mij graag, ik zie hem graag, hij gaat graag mee eten en ik luister graag naar zijn muziek. Waarom hij de Duiker heet? Heel eenvoudig: hij geeft duikles."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234