Woensdag 28/09/2022

InterviewHistoricus Steije Hofhuis

Deze historicus bestudeerde heksenvervolgingen in Europa en kwam tot verbazende inzichten: ‘Je ziet het vandaag ook: elk tegenargument past in het complot’

Steije Hofhuis: 'Wie ontkende een heks te zijn, was zéker een heks.' Beeld  Marjolein van Damme
Steije Hofhuis: 'Wie ontkende een heks te zijn, was zéker een heks.'Beeld Marjolein van Damme

De Nederlandse historicus Steije Hofhuis ­(39) bestudeerde heksenvervolgingen in Europa. Een gesprek over zijn pionierswerk, over ­paniek, brandstapels, en oude en moderne complottheorieën. ‘Sommige heksenjagers belandden uiteindelijk zélf op de brandstapel.’

Joël De Ceulaer

Niet alleen virussen, ook ideeën kunnen besmettelijk zijn. En als je er op die manier naar kijkt – naar die ideeën – kun je op een heel nieuwe manier aan geschiedschrijving doen. Dat bewijst de Nederlandse historicus Steije Hofhuis met zijn doctoraatsverhandeling, die hij pas afrondde. Hij onderzocht heksenvervolgingen van de 15de tot de 17de eeuw, en kwam tot buitengewoon verbazende, maar boeiende inzichten.

Waren heksenverbrandingen geen middel­eeuws probleem?

“Als je kijkt naar de vervolging van mensen die ervan verdacht werden een verbond met de duivel te zijn aangegaan, en daardoor over magische gaven beschikten, dan beginnen ze in de late middel­eeuwen. Voor die tijd werden in lokale gemeenschappen wel mensen verdacht van kwaadaardige magie, maar in de 15de eeuw kwam het idee dat ze hun gaven kregen doordat ze bij een sekte behoorden die de duivel aanbad. Pas vanaf 1560 wordt dat echt een grootschalig fenomeen. Na 1630 neemt het weer af.”

Waarom sloeg het precies in die periode toe?

“Het was in veel opzichten een harde tijd, met godsdienstoorlogen en veel vervolgingen. Vanaf 1560 gaat het ook economisch moeilijk in Europa. Door de bevolkingsgroei komt er druk op de bestaansmiddelen en door de klimaatverandering begint de kleine ijstijd zich harder te manifesteren. Dat leidde tot rare weers­omstandig­heden en mislukte oogsten. In die situatie werden mensen gevoelig voor het idee: hier zit meer achter.”

De duivel, dus.

“Het idee dat God de mensen strafte voor hun zonden, bestond natuurlijk ook al. Maar vanaf 1560 ontstaat er veel ruimte voor de overtuiging dat een sekte van heksen zich had aangesloten bij de duivel. Die heksen waren overwegend vrouwen, soms ook mannen, die ’s nachts verzamelden tijdens de heksensabbat, waar ze vreselijke dingen deden, zoals op de Bijbel spugen en seks hebben met demonen. Naar die bijeenkomsten konden ze ook vliegen, bijvoorbeeld op een bezem­steel. Ze berokkenden schade, ­deden oogsten mislukken, maakten kinderen ziek, en dus moest je hen vervolgen.”

BIO

• geboren op 27 mei 1983 in Zeist (NL) • studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam • werkte onder meer samen met de Vlaamse wetenschaps­filosoof Maarten Boudry aan een aantal papers over culturele evolutie • zijn dissertatie heet Qualitative Darwinism: An Evolutionary History of Witch-hunting

Hoe gebeurde zo’n vervolging praktisch? Werd er weleens iemand vrijgesproken?

“Bij een dramatische gebeurtenis in een dorp kon plots een volkswoede ontstaan. Mensen gingen dan wel naar de autoriteiten, want er waren al rechtsgemeenschappen. Je kon niet zomaar het recht in eigen hand nemen, en iemand belasteren was ook niet zonder risico’s. Maar als de roep dat er iets moest gebeuren luid weerklonk, wisten autoriteiten zich soms geen raad. Vaak vonden ze het onzin en deden ze niets. Of martelden ze de verdachte even en lieten die daarna weer vrij. Maar het kon soms ook escaleren.”

Marteling leidde vaak tot bekentenissen.

“Dat is een cruciaal punt. Bekentenissen waren in het toenmalige recht heel belangrijk voor een veroordeling. En hekserij was een zogenaamd crimen exceptum, een misdaad zo uitzonderlijk dat het gebruik van foltering was toegestaan. Dat kon de lont in het kruitvat steken: als ­iemand bekende, moest die namen noemen van andere heksen – in extreme gevallen leidde dat tot een ketenjacht op honderden mensen tegelijk. De straf was vaak verbranding aan de paal, soms nadat ze werden gedood, soms ­levend.”

U schrijft ook dat kinderen er gaandeweg bij betrokken raakten.

“Dat is ook een belangrijke evolutie: het steeds sterkere idee dat ook kinderen heksen konden zijn, en aan de sabbat deelnamen. Een volwassene zal niet zo gauw uit zichzelf zeggen dat hij of zij een heks is. Kinderen wel, soms slaat hun fantasie op hol – en dan is het hek van de dam, omdat ze makkelijk te overtuigen zijn om veel namen te noemen.”

Hoeveel heksen zijn er in totaal verbrand?

“In de door mij bestudeerde periode, toen de heksenvervolgingen op hun hoogtepunt waren, zijn in Europa waarschijnlijk rond de 50.000 à 60.000 veroordeelde heksen verbrand.”

Dan moeten we, voor we naar uw verklaring gaan, eerst overlopen welke klassieke ­verklaringen historici voor die vervolgingen hebben bedacht.

“Wat veel van die klassieke verklaringen gemeen hebben, is het idee dat die vervolgingen een middel waren om een bepaald doel te bereiken. En dat een bepaalde groep dat middel had bedacht, en in het eigen voordeel gebruikte. Een bekende verklaring is dat de kerk er­achter zat, en dat het een strategie was om de bevolking onder de knoet te houden. Of dat de inquisitie zichzelf werk wilde verschaffen door een nieuwe sekte te bedenken. Een andere verklaring gaat ervan uit dat mannen het deden om vrouwen een lesje te leren.”

De feministische verklaring.

“Precies, en die zie je nu weer opkomen. Het idee dat het patriarchaat sluwe middelen bedenkt om vrouwen te onderdrukken. De heksen­jacht was eigenlijk een vrouwen­jacht: heksen zouden dan als het ware de eerste feministen zijn geweest, en met de vervolging wilden mannen dan zogezegd een voorbeeld stellen: dit is er wat er gebeurt als een vrouw zich misdraagt.

“Er bestaat ook een verklaring die wil dat vervolgingen een verdienmodel waren voor heksenjagers. Of dat de bezittende klasse een zonde­bok nodig had om de aandacht af te ­leiden van hun macht; dat is de marxistische verklaring.”

En met die verklaringen breekt u radicaal?

“Nou, het interessante is dat de meeste historici dat eigenlijk al hebben gedaan. Er was duidelijk geen centrale sturing, het was geen meesterplan van deze of gene groep. En tot 20 à 25 procent van de veroordeelde heksen waren mannen, wat de feministische verklaring ook verzwakt. Bij veel historici leeft nu het idee dat mensen oprecht bang waren voor het einde der tijden, vaak in paniek sloegen en dachten dat hun geloof in God op de proef werd gesteld. Maar de opstoten kwamen vaak spontaan tot stand, niet gepland.”

Elsa Plainacher was een Oostenrijkse ‘heks’. Op 27 september 1583 belandde ze in Wenen op de brandstapel. Beeld ullstein bild via Getty Images
Elsa Plainacher was een Oostenrijkse ‘heks’. Op 27 september 1583 belandde ze in Wenen op de brandstapel.Beeld ullstein bild via Getty Images

En u voegt daar nu dus een evolutionaire invals­hoek aan toe. Zoals er genetische ­evolutie is, is er ook culturele evolutie, ­volgens hetzelfde mechanisme.

“Klopt. En daarbij hoort een idee dat ik overneem van de klassieke verklaringen. Het klopt dat het systeem van die heksenvervolgingen bijzonder sluw in elkaar zat. Het systeem had alle elementen om tot grote vervolgingen te kunnen leiden: het idee dat heksen konden vliegen over grote afstanden, dat ze in grote groepen bijeenkwamen. Daardoor kon een vervolging zich snel verspreiden van het ene dorpje naar het andere. Als je dat allemaal bestudeert, krijg je het idee dat het intelligent is ontworpen. ­Omdat het er zo uitziet.”

Het is een ontwerp zonder een ontwerper, zoals alle levensvormen op aarde.

“Exact. Ik pas de darwiniaanse verklaring toe op het culturele evolutieproces. Net zoals dat voor biologische organismen geldt, bestaan er ook van ideeën altijd allerlei varianten. De ­variant die het beste is aangepast aan zijn omgeving, haalt het. Die aanpassingen zijn vaak toevalstreffers, maar ze worden cumulatief behouden doordat ze overleven en zich verder verspreiden. Het slimme ontwerp komt zo tot stand door een blind proces.”

Vergelijk het eens met virussen, bijvoorbeeld?

“Wel, virussen zijn ook slim aangepast om zich in stand te houden. Ze verspreiden zich via de dragers die verkouden worden en dan snotteren, hoesten en niezen – dat zijn als het ware trucjes van het virus om zich te verspreiden. En dat is niet slim bedacht door iemand, dat is zo geëvolueerd. Zo werkt dat ook met ideeën, dat is de stelling waarop mijn verhandeling berust. Die heb ik overgenomen van denkers zoals bioloog Richard Dawkins, filosoof Daniel Dennett en de psycholoog Susan Blackmore.”

Hoe ging u dan concreet te werk?

“Ik heb historische bronnen geraadpleegd, op zoek naar varianten van het heksen­idee die het niet zo goed hebben overleefd. En die bleken er absoluut te zijn geweest. Een mooi voorbeeld vond ik op een pamflet uit 1555 in het Duitse Derneburg: daarin wordt verslag gedaan van heksen die op de brandstapel belanden, maar door een demon van het vuur worden gered en enkele dagen later terugkomen om nog iemand te doden en te dansen rond een vuurtje in het huis van het slachtoffer. Die variant heeft zich niet goed verspreid, terwijl heksen­vervolgingen in 1555 al stevige proporties aannamen.”

Dat verhaal was een soort dood­lopende straat?

“Het idee dat heksen op de brandstapel worden gered en terugkomen om wraak te nemen, is niet bevorderlijk voor de verspreiding van heksen­verbrandingen. Dat idee wordt er dus uit geconcurreerd door de overtuiging dat de heks wel degelijk in as opgaat, waardoor het gevaar vermindert en God tevreden zal zijn.”

Idem dito voor de sabbat en die verre vluchten op de bezem­steel.

“Ja, dat soort mutaties, zeg maar, maakten het idee alleen maar virulenter. Als je gelooft dat er geheime bijeenkomsten zijn waar heksen uit alle windstreken elkaar ontmoeten, kan de vervolging ook naar alle windstreken uitdijen. De overtuiging dat ook kinderen heksen konden zijn, was ook erg bevorderlijk voor de verspreiding: kinderen vertellen veel makkelijker wat heksenjagers willen horen. Zo is het fenomeen geëvolueerd: het raakte steeds beter aangepast. Minder succesvolle varianten werden eruit gewied.”

En zoals genen zelfzuchtig zijn, om Richard Dawkins te citeren, zo zijn culturele feno­menen dat ook.

“Cultuurfenomenen zijn niet per se aangepast om onze belangen te dienen, maar om hun ­eigen reproductie te bevorderen, ook als daar voor de dragers kosten aan verbonden zijn. Als je bij heksenvervolgingen de vraag stelt wie er voordeel bij heeft, wat een logische vraag is, dan luidt het antwoord: het cultuurfenomeen zélf. Niet per se de heksen­jagers. Net zoals bij virussen kan de drager het slachtoffer worden van het cultuurfenomeen dat hij helpt te verspreiden. Er zijn veel voorbeelden van mensen die heksen­jager waren, of die opriepen om ­iemand te vervolgen, en uiteindelijk zélf op de brandstapel belandden.”

Hoe eindigden de vervolgingen?

“Een belangrijke vraag: als het zo goed in elkaar zat, waarom is het dan verdwenen? Deels omdat de omgeving veranderde: het klimaat stabiliseerde, de bevolkingsdruk daalde, de juridische procedures werden zorgvuldiger, en het geloof in duivel en magie nam ook af.

“Maar er ontstond ook onrust omdat de ­vervolgingen zo vernietigend werden voor zoveel mensen, ook voor mannen die tot de elite behoorden. Het idee vatte post dat er toch iets misging. Gaandeweg won de overtuiging aan kracht dat de heksen­jachten zelf een instrument van de duivel waren om gemeenschappen te ­ontwrichten.”

Kun je zeggen dat er een soort groeps­immuniteit ontstond?

“Daar zit iets in. In steden waar een grote vervolging had plaatsgevonden, bleven mensen soms achter met de overtuiging dat het veel te erg uit de hand was gelopen. Zo ontstond er een soort immuniteit op plekken die zwaar getroffen waren: mensen waren na zo’n grote vervolging niet meer bereid om het nog eens mee te maken.

null Beeld Jill Heesbeen
Beeld Jill Heesbeen

“Vergelijk het met virussen die hun hand ook kunnen overspelen: als een virus zo agressief wordt dat het de drager snel doodt, kan het zich niet verspreiden en dooft het uit. Je zou kunnen zeggen dat het heksenvirus in een mildere vorm verder leeft, in onschuldige kindersprookjes.”

Was dat hele heksen­idee een samen­zwerings­theorie?

“In zekere zin wel. Allerlei geïsoleerde gebeurtenissen werden geïnterpreteerd als een onderdeel van een groot, kwaadaardig plan: de duivel die heksen inschakelde om oogsten te doen mislukken. Theologisch zit het een tikje ingewikkelder in elkaar, omdat het met een almachtige God strikt genomen gezien kan worden als een plan van God, die de duivel en heksen gebruikt om de mens te straffen. Maar in de ­beleving van veel mensen was het de duivel die verantwoordelijk was voor allerlei vormen van onverklaarbaar leed.”

We leven al eeuwen in het wetenschappelijke tijdperk, maar complot­theorieën blijven hardnekkig woekeren. Dankzij sociale media breder dan ooit.

“Het darwinistische perspectief is interessant om daarop los te laten. Complot­theorieën zitten buitengewoon goed in elkaar om mensen voor zich te winnen. Ze raken steeds beter aangepast om mensen te manipuleren, door in te spelen op angsten en onzekerheden die op dat moment leven. De ideeën tappen in op onze angsten, zeg maar.”

Welke angsten inspireren een beweging ­zoals QAnon, denkt u?

“Een van de ideeën die door QAnon worden verspreid, is dat Democratische politici in de VS kinderen verkrachten. Dat is voor Amerikanen in de Republikeinse partij het ergste wat kan gebeuren. Door in te spelen op woede en angst raakt dat idee verspreid.”

Ook het idee dat de verkiezingen gestolen werden, is wijdverspreid. Zou Trump daar zelf van overtuigd zijn, of weet hij gewoon dat zo’n riedel goed werkt?

“Dat kan ik niet beoordelen, maar het zou kunnen dat hij het echt gelooft. Wat het in ieder geval doet, is zijn achterban motiveren om nog feller tegen de Democraten te zijn. Het idee ­mobiliseert mensen, tot en met de bestorming van het Capitool.”

Samen­zwerings­theorieën zijn merkwaardig goed bestand tegen ontkrachting. Wie het complot ontkent, maakt er zelf deel van uit, geloven de complot­denkers.

“Opnieuw een teken dat het fenomeen goed in elkaar zit. Potentiële vijanden moeten snel onschadelijk worden gemaakt. Bij de heksen was dat ook zo: een gebrek aan bewijs was juist een bewijs, want heksen deden het bewijs­materiaal natuurlijk verdwijnen. Wie tijdens de foltering ontkende een heks te zijn, was zéker een heks, want je moet wel veel steun van de duivel krijgen om tijdens foltering te blijven ontkennen. Dat zie je ook bij hedendaagse samen­zwerings­theorieën: elk tegen­argument past in het ­complot.”

Alle ballen prijs.

“Kijk naar wat het Hoog­gerechts­hof in de VS heeft beslist over abortus. Je zou denken dat aanhangers van QAnon dat als een duidelijke overwinning van Trump beschouwen, en als een teken dat de Democraten aan macht verliezen. Maar wat denken sommigen dan: dat abortus­arrest dient om hen zand in de ogen te strooien, om hen te doen geloven dat de boze krachten nog niet alles in hun macht hebben.”

Hoe weet je van jezelf dat je in de ban bent van een complot­theorie?

“Het is moeilijk om zoiets van jezelf te zien, maar dit lijkt me in het algemeen een goede vuist­regel: als het geloofs­systeem dat je aanhangt geen kritiek verdraagt, is dat een slecht teken. Vormen van kritiek zijn nadelig voor de reproductie van een idee, dus die moeten onschadelijk worden gemaakt. Een ander teken dat je op een verkeerd spoor zit, is als je niet meer kunt aangeven wat je van mening zou doen veranderen. Je moet altijd open­staan voor empirische gegevens die je overtuiging zouden onder­mijnen.”

‘Een van de ideeën die QAnon verspreidt, is dat Democraten in de VS 
kinderen verkrachten. Dat is voor Republikeinen het ergste wat kan gebeuren.’ Beeld  Marjolein van Damme
‘Een van de ideeën die QAnon verspreidt, is dat Democraten in de VS kinderen verkrachten. Dat is voor Republikeinen het ergste wat kan gebeuren.’Beeld Marjolein van Damme

Wat zou uw overtuiging over heksen­vervolgingen onder­mijnen?

“Als er bijvoorbeeld documenten aan het licht zouden komen waaruit duidelijk blijkt dat er sprake was van centrale planning. Bij de Holocaust was dat bijvoorbeeld wel het geval, die is deels gepland tijdens de zogenoemde Wannseeconferentie. Bij de heksen­jachten was dat niet het geval. Wat mijn hypothese wel wat nuanceert, zijn passages in historische bronnen waarin heksen­jagers toch bepaalde elementen goed begrepen, bijvoorbeeld hoe ze kinderen konden inzetten om een jacht op gang te krijgen.”

Het evolutionaire denken botst tegenwoordig op veel weerstand, bijvoorbeeld als het gaat over de verschillen tussen man en vrouw. Uw onderzoek viel ook niet goed bij historici, neem ik aan?

“Ik hoop dat mijn proefschrift collega’s ertoe aanzet om het idee ernstig te nemen, maar het is niet gemakkelijk geweest. Ik heb vier jaar naar een plek gezocht om mijn doctoraat te schrijven, en die vond ik maar niet. Er is enorm veel weerstand tegen het darwinisme in de mens- en geestes­wetenschappen. Cultuur, zo luidt het vooroordeel, kun je niet in mechanismen vatten. Er is ook veel relativisme in delen van de geestes­wetenschappen. Zo ben ik tijdens voordrachten en gesprekken wel­eens op weerstand gebotst omdat ik zei dat heksen natuurlijk niet op bezem­stelen rond­vlogen.”

Hoezo, iedereen weet toch dat je niet op een bezem kunt vliegen?

“Nou, vooral aanhangers van de Franse filosoof Bruno Latour denken daar toch anders over. Als ik zoiets beweer, vragen zij wie ik wel denk dat ik ben, om zoiets te beoordelen als waar of niet waar.”

Maar de zwaarte­kracht bestond toen toch ook al. Of geloven ze dat ook niet?

“Ze zullen nooit zeggen dat heksen wél op bezems konden vliegen, maar ze vinden het naar eigen zeggen ‘niet interessant’ om het waarheidsgehalte daarvan te bespreken. Ik vraag wel­eens aan collega’s of ik er als historicus mag van uitgaan dat de zwaartekracht in de 16de eeuw al bestond. En een aanzienlijk deel vindt dat een lastige vraag.”

Dat meent u niet?

“Dat zit nu eenmaal in het werk van Latour, en dat is erg invloedrijk. Hij ziet mensen als onderdeel van een netwerk; de zwaartekracht wordt pas in de 17de eeuw, met de introductie ervan door Isaac Newton, deel van dat netwerk. Idem voor microben: die werden pas deel van het wetenschappelijke netwerk toen Louis Pasteur ermee aan de slag ging. Of die microbes voor die tijd al bestonden, vindt Latour geen interessante vraag. Zo is het volgens hem ook problematisch om te zeggen dat de Egyptische farao Ramses II aan tuberculose is gestorven, omdat de bewuste bacil toen nog geen écht bestaan had.”

Hoe discussieer je met zulke ­mensen?

“Ik werd gek van die discussies. Het klinkt onschuldig, maar het is een fundamentele barrière waar ik op stuitte: het relativisme waardoor je zogezegd niet kunt bepalen of iets waar is of niet, of iets echt bestaat of niet. Ik vond mensen om mij te begeleiden, maar geen financiering. Tot een emeritus hoogleraar mijn onderzoek interessant genoeg vond om het te financieren met een fonds uit haar erfenis. De beoordelingscommissie heeft mijn werk goed­gekeurd. Eind september volgt de verdediging aan de Universiteit Utrecht.”

Tot slot: u schrijft dat de evolutionaire benadering van cultuur­fenomenen kan helpen om het menselijk welzijn te vergroten. Met een soort vaccinatie tegen onzin?

“Daar zijn onderzoekers mee bezig, met het idee dat we immuniteit kunnen verwerven tegen culturele pathogenen. Sowieso kan kennis ons helpen. Als we weten dat culturele fenomenen trucjes gebruiken om zich via onze hersenen te verspreiden, dan kunnen we onze kritische houding aanscherpen en vermijden dat we onaangenaam gemanipuleerd worden. Zo heeft kennis van virussen ons ook geholpen bij de bestrijding ervan.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234