Zondag 17/10/2021

Deze eerste bergrit was een anticlimax

Maar er is ook een andere benadering mogelijk: “Op de slotklim toonde niemand zich bijzonder sterk, kon niemand claimen dat hij straks het meest kans maakt op het geel in Parijs. Wat Contador deed, was natuurlijk niet slecht. Dat viel vooral op omdat die andere favoriet, Andy Schleck, probeerde naar zijn wiel te springen toen de Spanjaard zijn beslissende demarrage plaatste. Het mislukte, waarop Schleck terugviel bij de andere favorieten. In zekere zin waren het natuurlijk de geklopten, want zij verloren 21 seconden op Contador. In andere zin was Contador eigenlijk de verliezer. Want hij toonde zich daarom wel de betere, maar zeker niet de allerbeste klimmer. Een scherpe versnelling, dat wel, maar de kloof uitbouwen tot een convenabele voorsprong deed en kon hij niet. Misschien dat dit de opvallendste karakteristiek van deze eerste bergrit was: de zwakte, of beter, de beperktheid van allen.’Ga maar na. Van het sterke Saxoblok van vorig jaar (toen nog onder de naam CSC) bleef weinig over. Op Tourwinnaar Carlos Sastre na gaat het grosso modo nochtans over dezelfde renners. Maar Fränk en Andy Schleck zijn niet maar de ranke aartsengelen die als het ware gewichtloos ten hemel opstegen, maar gewoon goede renners. De enige goede Saxorenners in de kopgroep, trouwens. Want ook al droeg hun ploeg het gewicht van de wedstrijd niet, al hun helpers lagen vele minuten achter. Nicky Sörensen, Jens Voigt, Kurt-Asle Arvesen, dit keer was het ver nà de kopmannen. En Fabian Cancellara, die vorig jaar nog buffelde en sleurde aan de kopgroep op de lastige Croix-de-Fer, is nu opnieuw een klimmer met beperkingen. Lucien Van Impe zag te vroeg een Tourwinnaar in de Zwitser.

Astana niet zo wow en super

Maar ook de Astana’s waren niet zo wow en zo super als soms gedaan wordt als ze samen op kop rijden van het peloton. Het was alleszins minder dan in de tijd van US Postal of Discovery. Toen de finale begon, waren er wel nog vier ‘kopmannen’, maar niet één van de helpers meer. Gregory Rast lijkt amper het niveau van een goede Tourrenner te halen - hij eindigde ook achteraan in de laatste bus, waardoor Zubeldia en Popovych misschien te vroeg te hard moeten werken. En bij de laatste tem-poversnelling ging Andreas Klöden er zelfs af. Goed, met Contador, Leipheimer en Armstrong had Astana nog wel drie uitzonderlijke klasbakken vooraan, maar dat is iets anders dan een granieten blok. Vooral omdat niet duidelijk is wie gaat, wie helpt, wie steunt, wie remt, wie duwt, wie beslist. De irritatie tussen Contador en Armstrong was hoorbaar - en nu was de toon bij de Amerikaan het scherpst. “De aanval van Contador was niet afgesproken, maar ik wist dat hij dat toch zou doen. Hij heeft me daarmee niet verbaasd.” Terwijl Contador op Arcalis de uitleg van Armstrong in La Grande Motte kopieerde: “Ik heb gewoon zelf tijd gepakt op de concurrenten. Daar is niets fout mee, want ik nam niemand in mijn wiel mee. En stop alstublieft met vragen over de pikorde bij Astana.Bij ploegen waar de pikorde wil vast staat, loopt het daarom niet lekkerder. Cadel Evans wilde van zijn achterstand wat afknabbelen, maar dat ging niet. Hij was sterk in het verweer, maar niet sterk genoeg om Contador te pakken. Carlos Sastre reed mee zoals altijd - die wacht zijn dag wel af om aan te vallen - de Schlecks eveneens, en Denis Mensjov zal wat tevreden geweest zijn dat hij na zo veel dagen tijdverlies gewoon in de ‘groep der favorieten’ eindigde. Dat vermochten Liquigasbeloften Vincenzo Nibali en vooral Roman Kreuzinger niet. Die laatste verloor zelfs meer dan een minuut op Contador.Besluit: er is nog helemaal niets gespeeld, er valt dus amper een conclusie te trekken. Van de favorieten is Contador de best geplaatste. Als we niet de tijd van de gele trui, maar die van de Spaanse Astanakopman als ijkpunt nemen, zitten er nog altijd zes renners binnen de minuut: ploegmaats Armstrong en Leipheimer op 0.31, Wiggins (Garmin) op 0.40, Klöden (weer een ploegmaat) op 0.48, en Tony Martin (Columbia) op 0.54. Dan een kloof met een aantal favorieten die niets van hun achterstand konden afhalen, maar die nog een beetje zagen oplopen: Andy Schleck (1.43), Fränk Schleck (2.19), Cadel Evans (3.01), Denis Mensjov (4.56). En die onderlinge verschillen kwamen er meer door de (ploegen)tijdrit en de waaierrit door de Camargue dan door toedoen van de eerste bergrit in de Tour.Is het lafheid - bang zijn om zich pijn te doen, rekenen & calculeren? Of is het misschien gewoon het wielrennen waarom pers, publiek en politiek hebben gevraagd? Namelijk: een soort wielrennen waar doping en zogenaamde ‘medische begeleiding’ oneindig strak in de hand gehouden worden? Een propere sport leidt natuurlijk sneller tot keurige Touretappes, zelfs in de bergen.Een vergelijking. Arcalis werd voor het eerst beklommen in 1997. Het was een fameuze rit toen, want de jonge en sterke Jan Ullrich viel van ver aan: de mond open, de benen pompend, topsport zoals wij allen dat toen graag hadden. Ullrich reed met zijn grote versnelling de twee beste klimmers van die tijd - Marco Pantani en Richard Virenque - op 1.08 - dat is zowat het driedubbele van Contador. Nota bene: Ullrich, Pantani en Virenque waren de meest notoire epo-zondaars in hun tijd. De uittredende gele trui Bjarne Riis kreeg meer dan drie minuten aan zijn broek, een groepje niet onaardige klimmers met Michael Boogerd, Christophe Moreau, François Simon en gele trui Cédric Vasseur op 7'.44. Met ongeveer die achterstand (op Contador, niet van de ritwinnaar) kwam dit keer het eerste busje binnen. Contador won trouwens àl zijn grote rondes met miniem verschil: 23 seconden op Evans in de Tour 2007, 1.57 op Ricco in de Giro 2008 - een marge die tot de laatste tijdrit amper 4 seconden bedroeg - en 46 seconden op Leipheimer in de Vuelta 2008. Je kunt zeggen dat Contador ook in deze Tour won zoals hij voorheen deed: volgens de geplogenheden van nu, de mogelijkheden vooral.Wat niet wegneemt dat deze bergrit een anticlimax was. Dat gevoel werd nog versterkt door de persconferenties van ritwinnaar Brice Feillu - die trouwens ook de bollentrui pakt - en gele trui Rinaldo Nocentini. Geen kritiek op die jongens, en zeker niet op hun prestatie. Maar ergens zegt het iets dat in de eerste koninginnenrit van deze Tour de lauweren gaan naar twee Tourdebutanten uit de meest bescheiden Franse ploegen. Het schouwspel was een Tour onwaardig. Er werd de vorige dagen enorm hard gereden, en toch regeerde vrijdag de tweede rij. En die jongens geven persconferenties op hun niveau. In keurig Engels, dat wel, maar voor hen mag de Tour nu al afgelopen zijn. En hun hoofd zit ook niet echt bij de competitie van morgen, of bij het afwegen van tactiek en strategie. Nocentini droeg zijn trui op aan “my mum and sister”, en deelde ondermeer mee: “I like a glass of wine and also beefsteck.”Dat het de jongen moge smaken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234