Zondag 13/06/2021

ProfielHengameh Yaghoobi­farah

Deze columnist en schrijver duwt graag op de zere plekken van Duitsland – en ja, daar worden Duitsers ongemakkelijk van

Schrijver en columnist Hengameh Yaghoobifarah. Beeld Daniel Rosenthal
Schrijver en columnist Hengameh Yaghoobifarah.Beeld Daniel Rosenthal

Van schoolpleinmoeders tot extreemrechtse politieagenten: niemand is veilig voor columnist en schrijver Hengameh Yaghoobi­farah. Die confronteert Duitsers graag met de lelijke kanten van hun land. En ja, daar worden Duitsers erg ongemakkelijk van.

Als je in Duitsland wordt geboren als migrantenkind met de naam Hengameh Yaghoobifarah, zegt Hengameh Yaghoobifarah, dan leer je al vroeg dat er maar één manier is om de vervelende opmerkingen die je naar je hoofd krijgt uit te houden: incasseren en eroverheen gaan, met grappen die nóg harder zijn.

Dus als een klasgenoot vraagt waarom je Hengameh heet, en of je moeder dan misschien Portemonnee heet, heeft het geen zin om te gaan sippen in een hoekje. “Dan zei ik: ja, en mijn vader heet Toffifee”, zoals het kleverige karamelsnoepje. “Ook bij opmerkingen over mijn gewicht zei ik iets terug dat nog heftiger was, zodat andere kinderen voelden dat het me niet had geraakt.”

“Ik heb een andere maatstaf. Daardoor denk ik altijd dat de harde grappen die ik maak niet zo erg zijn”, zegt een van de meest omstreden columnisten van Duitsland. Vorige zomer joeg Yaghoobifarah het hele land in de gordijnen met een column waarvoor de Duitse minister Horst Seehofer van Binnenlandse Zaken Yaghoobifarah dreigde aan te klagen en het Duitse staatshoofd, bondspresident Frank-Walter Steinmeier, vermanende woorden tot de columnist richtte.

Migrantenzoon

Yaghoobifarah (30), kind van twee immigranten uit Iran, en behalve columnist ook podcastmaker, auteur van de bestseller Ministerium der Träume (Het ministerie van dromen) en een Instagram-persoonlijkheid op hardroze crocs met ‘ACAB’ (all cops are bastards) erop is iemand die de Duitsers graag confronteert met de lelijke kanten van hun land, met ongelijkheid, racisme en homofobie, waarvan veel mensen wegkijken.

Maar Hengameh Yaghoobifarah komt op het eerste gezicht niet over als een potentiële ‘staatsvijand’. Bruine ogen achter een montuurloze bril, afwachtende blik, twee piercings in de neus en een bos krullen die net zo donkerbruin zijn als de meubels in de kamer op de achtergrond. “Ja, ik zit bij mijn ouders thuis. We zijn een beetje gestrest.”

Yaghoobifarah was in de buurt voor een tv-opname en stond voor het bekende coronadilemma: wel of niet langsgaan? Toch gedaan. Nu blijkt iemand die bij de opnamen aanwezig was positief getest. Een zucht. “Ik voel me schuldig. Het erge is, mijn moeder krijgt later deze week haar eerste prik.”

‘Daddy’ staat er op het kettinkje om hun nek dat af en toe een straal zonlicht vangt, een toespeling op hun non-binaire identiteit. Yaghoobifarah voelt zich niet thuis in de categorieën vrouw of man. Omdat in het Nederlands nog geen neutraal persoonlijk voornaamwoord bestaat voor non-binaire personen gebruiken we ‘hen’ en ‘hun’, de termen die door non-binaire mensen zelf het meest worden gebezigd.

‘All cops are berufsunfähig’, alle politieagenten zijn arbeidsongeschikt, luidde de titel van de omstreden column in Die Tageszeitung (Taz), een intellectueel-linkse Berlijnse krant. Hij verscheen op 11 juni 2020, twee weken nadat een politieagent de zwarte Amerikaan George Floyd had vermoord en de Black Lives Matter-demonstraties naar Europa waren overgestoken. Het was een aflevering van Yaghoobifarahs tweewekelijkse satirische column over ‘fashion, fascisten, feminisme en meer’, zoals hen het op Instagram adequaat samenvat. In de stukjes neemt Yaghoobifarah graag witte, doorsnee-Duitsers op de hak, daarvoor gebruikt hen het slang van migrantenjongeren.

Nu had de auteur het vizier gericht op een instituut dat in Duitsland van oudsher evenveel wordt geliefd als gehaat: de politie. In een gedachte-experiment prakkiseert Yaghoobifarah over de vraag waar Duitsland zijn agenten moet laten als het politieapparaat zou worden afgeschaft. “Het aandeel autoritaire persoonlijkheden en mensen met een fascistische mentaliteit is in de beroepsgroep zo hoog, dat ze niet geschikt zijn voor burgerberoepen.” Na een grapje over mogelijke alternatieve bezigheden (keramiek beschilderen? ‘Toch te riskant dat ze dan clandestien swastika-theeserviezen gaan produceren en daarmee het volgende rechtse terreurnetwerk financieren’) besluit de columnist dat de vuilnisbelt het beste is. “Waar ze alleen nog omringd zijn door afval. Onder hun soortgenoten voelen ze zich beslist ook zelf het meest op hun gemak.”

Daarna escaleerde het snel, aangejaagd door prominente politici. Markus Blume, bestuurslid van de Beierse CSU, noemde Yaghoobifarah “de lelijke tronie van hatelijk links”. Minister Seehofer, ook CSU, maakte zijn dreigement om hen aan te klagen voor haatzaaien en aanzetten tot geweld uiteindelijk niet waar. Maar hij bracht wel honderden anderen op het idee om aangifte te doen, onder wie politici van de extreemrechtse AfD. Het duurde maanden voordat het Berlijnse OM alle zaken op grond van persvrijheid seponeerde.

Hoe verklaart Yaghoobifarah dat Duitsland overkookte door hun column? “Ik heb het idee dat sommige Duitsers zich overidentificeren met de politie, dat ze de politie bij voorbaat in bescherming nemen. Alsof Duitse agenten niet etnisch profileren, asielzoekers uitzetten en gewelddadig optreden tegen demonstranten. Veel mensen hebben oogkleppen op.”

Hen noemt de racistische aanslag in Hanau, waarbij begin 2020 negen Duitsers met een migratieachtergrond werden doodgeschoten, en vraagt zich af waarom Duitsers toen niet massaal de straat op gingen. Hen concludeert dat ze met ‘hun eigen racisme’ meer moeite hebben dan met racisme in een ander land. Een conclusie die The New York Times deelt naar aanleiding van Yaghoobifarahs column. “Ergens is het bijna amusant, dat zo veel Duitsers de hele zomer steun betuigen aan Black Lives Matter en zeggen: in de Verenigde Staten, dáár is het erg. Maar mijn column, nee, die gaat toch echt te ver.”

Bij een Black Lives Matter-demonstratie in Berlijn betuigt een demonstrant steun aan Yaghoobifarah. Een van hun columns zou geweld tegen de politie verheerlijken. Beeld Getty Images
Bij een Black Lives Matter-demonstratie in Berlijn betuigt een demonstrant steun aan Yaghoobifarah. Een van hun columns zou geweld tegen de politie verheerlijken.Beeld Getty Images

Zo ronkend als Yaghoobifarah kan schrijven, zo bedachtzaam praat hen. Met korte pauzes waarin de schrijver en columnist lijkt te bedenken of de volgende gedachte goed genoeg is om uit te spreken. Het maakt de luisteraar extra nieuwsgierig naar wat er nog komt – en of er überhaupt nog iets komt, want soms blijft hen gewoon stil. Yaghoobifarah kijkt dan rustig in de camera van hun laptop, drinkt een slok water uit de mok die bedrukt is met een vaal verwassen berenfamilie – uitsluitend te vinden in huizen van ouders met uitgevlogen kinderen – en houdt de stilte uit.

“De timing kwam Seehofer goed uit, omdat de politie toen zwaar werd bekritiseerd. Door het idee te verspreiden dat ik opriep tot geweld tegen de politie bleek mijn column daarvan het ideale afleidingsmanoeuvre te zijn.”

Voor de Duitse politie was het inderdaad een moeilijke zomer. Extreemrechtse groeperingen bleken dreigbrieven te sturen naar bekende Duitse vrouwen met een migratieachtergrond. Hun adresgegevens waren doorgespeeld door agenten. Een gevoelig punt in Duitsland, waar elke paar maanden een nieuw extreemrechts netwerk binnen de politie wordt opgerold. Minister Seehofer bezweert steeds dat het om ‘incidenten’ gaat.

Op het moment dat Yaghoobifarah de column schreef, probeerde hij uit alle macht te voorkomen dat er een onderzoek naar etnisch profileren bij de politie werd geopend. Wat hem is gelukt, overigens.

Yaghoobifarah maakt deel uit van een nieuwe generatie Berlijnse columnisten, publicisten en schrijvers. Het zijn activistische twintigers en dertigers die geen fiducie hebben in politici die jaar in, jaar uit jaar beloven dat een rechtvaardigere samenleving ontstaat door kleine stapjes te nemen en na beschaafd en democratisch overleg. Ze laten van zich horen en zijn volgens veel mensen te radicaal. Tegelijkertijd winnen ze terrein in de media, omdat ze drukken waar het pijn doet. Ze schrijven vaak uit eigen ervaring, als slachtoffer van discriminatie of omdat ze zijn opgegroeid in een kansarm milieu. Hun belangrijkste wapen is identiteitspolitiek.

Het zijn idealistische individualisten die elkaar vooral online vinden. Critici omschrijven ze graag als ‘generatie woke’. En hoewel je ze in de hele westerse wereld ziet, komt het ongemak over de problemen die deze mensen aankaarten net wat harder aan in Duitsland, het land dat zich al 75 jaar laat voorstaan op de lessen die zijn getrokken uit zijn naziverleden.

Witte blik

Samen met schrijver en activist Fatma Aydemir bundelde Yaghoobifarah in 2019 de grieven van een aantal jonge schrijvers met een migratieachtergrond in de essaybundel Eure Heimat ist unsere Albtraum (Jullie geboorteland is onze nachtmerrie). In het essay dat Yaghoobifarah zelf schreef staat een zin die als het thema kan worden gezien: ‘De witte blik wordt gezien als neutraal en gezaghebbend. Daarom wordt de partijdigheid ervan vaak hevig betwist, vooral vanuit wit perspectief.’

Het gevoel af te wijken, om redenen waarvoor de schrijver nog geen woorden had, loopt als een rode lijn door hun jeugd. Die begon op een studentenkamer in Kiel, in het noorden van Duitsland, waar hun vader zijn studie afrondde. Na een reeks verhuizingen schoot het gezin wortel in een appartement in een slaperig Noord-Duits stadje. Omdat hun ouders hoogopgeleid zijn, ontsnappen ze aan de typische onderklasse waarin veel migranten terechtkomen, maar rijk waren ze niet.

Bij de familie Yaghoobifarah werd thuis veel gelachen, “vooral om onszelf”, maar de toekomst van de twee kinderen, Hengameh en hun vier jaar jongere zus, was een serieuze aangelegenheid. Ze moesten geneeskunde studeren, of rechten. Schrijver worden, de droom van Hengameh, vonden hun ouders “meer een hobby”. Ze kozen voor hun “zeer dromerige” oudste kind een gymnasium “met de beste reputatie in de omgeving”. Droog: “Nu, we weten allemaal wat dat in de praktijk betekent.” Hen laat een stilte vallen waarin de interviewer het antwoord kan geven. Een witte school? “Inderdaad.”

Het is de tijd dat hen begint de knoop van het ‘anders zijn’ te ontwarren en begrijpt dat racisme daarin een rol speelt, dat de vreemde tekens die lokale neonazi’s op hun muur hadden gespoten hakenkruizen zijn. “En net als alle Duitse schrijvers met een migratieachtergrond, had ik een leraar Duits die aan het einde van de derde klas onder mijn opstel schreef dat sprake was van ‘zwaarwegende tekortkomingen’ in mijn taalkennis. Nu ik een bestseller heb geschreven, lach ik in mijn vuistje.”

Ik ben niet hoe ik eruitzie, dacht Yaghoobifarah als kind, maar het zelfonderzoek begint pas op kamers in Freiburg, tijdens een studie media- en cultuurwetenschappen.

Identiteitspolitiek

Op de blogsite Tumblr ontdekte hen in die tijd identiteitspolitiek. “Eerst begon ik mijn eigen identiteit te analyseren en me af te vragen: wat ben ik eigenlijk? Welke van mijn negatieve gevoelens zijn het gevolg van de blik van de maatschappij? Het sterkte mij om te weten dat sommige negatieve gevoelens niet je eigen schuld zijn, maar het gevolg van bijvoorbeeld fatshaming of racisme.” Een minstens zo belangrijke ontdekking: dat ook witte geprivilegieerde mensen identiteitspolitiek bedrijven, “alleen wordt dat niet zo waargenomen”.

Vanaf het moment dat Yaghoobifarah begint te schrijven, eerst voor het feministische Missy Magazine en sinds 2016 voor de Taz, nemen veel mensen aanstoot aan hun teksten. Waarom?

“Hengameh Yaghoobifarah heeft het geluk en de pech voor veel meer te staan dan alleen zichzelf”, staat in een profiel van de Süddeutsche Zeitung. Die formulering vindt Yaghoobifarah goed gekozen. “Ik denk dat de wereld me ziet als iemand die staat voor antiracisme, queer feminisme en transgenders (non-binair zijn valt onder het paraplubegrip transgender, red.), en als iemand die deel uitmaakt van een jonge generatie die niet terugdeinst voor selfies op sociale media, en dat ik dik ben.” Er breekt een lach door. “Ik ben op zo veel manieren een mikpunt, er is voor ieder wat wils.”

Maar de sleutel tot waarom Yahgoobifarah omstreden is, is hun kruistocht tegen hoogopgeleid, zelfgenoegzaam links – een groep die door de meeste Duitse columnisten met rust wordt gelaten. “Ik doe dat uit teleurstelling, omdat ik van links meer had verwacht. Daarom doet het extra pijn om te merken dat ook daar racisme en misogynie voorkomen.” Yaghoobifarah gaat tekeer tegen witte mensen met dreadlocks – dat is culturele toe-eigening – en noemt het onder hippe linkse Berlijners populaire Fusion-festival een “toonbeeld van witte suprematie”.

Ook Annika valt in deze categorie, een door Yaghoobifarah bedacht karikatuur van de hoogopgeleide vrouw, de geprivilegieerde schoolpleinmoeder, die gewend is te krijgen wat ze wil, haar ellebogen weet te gebruiken en roddelt over mensen die ‘anders’ zijn. “In het Duits heb je ook van die stereotypische namen, een Murat, een Chantal of een Kevin: allemaal trappen naar de onderkant van de maatschappij. Ik wilde het omkeren. Ik wilde omhoog trappen.”

Hengameh Yaghoobifarah. ‘Ik heb het idee dat sommige Duitsers zich overidentificeren met de politie.’ Beeld Daniel Rosenthal
Hengameh Yaghoobifarah. ‘Ik heb het idee dat sommige Duitsers zich overidentificeren met de politie.’Beeld Daniel Rosenthal

Vraag van de interviewer: stel dat ik een Annika ben, want dat vraag je je toch af als hoogopgeleide heterovrouw... Bij wijze van antwoord verschijnt een Mona Lisa-achtig lachje.

... Wat hoop je dat er gebeurt als ik over het onuitstaanbare gedrag van Annika’s lees in een column? “Daar heb ik niet eens heel goed over nagedacht. Ik weet dat 80 procent van de Taz-lezers wit is, maar ik schrijf voor die 20 procent die anders is, lhbti, zwart of feministisch. Zodat die ook eens kunnen lachen. Mijn columns zijn niet educatief bedoeld. Er is genoeg geschreven over alledaags racisme. Maar als een Annika het leest, hoop ik dat ze begrijpt dat haar gedrag niet goed is.”

De prijs die Yaghoobifarah betaalt voor het voorhouden van ongemakkelijke spiegels, is hoog. De bedreigingen die hen al sinds 2012 krijgt, komen bijna uitsluitend van rechts. Na de politiecolumn was het zo erg dat hen moest verhuizen. “Rechts heeft me groter gemaakt dan ik ben. Dat leidt ertoe dat mensen zware middelen inzetten.” Bij publieke optredens is er personenbeveiliging. “Dat zorgt voor stress, ook omdat mensen dan denken dat ik me daardoor extra belangrijk voel. Ook bij de Taz waren er redacteuren die schreven dat ik die column alleen maar had geschreven voor de clicks en voor de invloed”, waarmee de lhbti-scene op sociale media wordt bedoeld. “Dat ik munt wilde slaan uit mijn achtergrond.”

Kapitaal op de aandachtsmarkt

“Met de biografie van een homoseksuele stedelijke migrant kan meer kapitaal worden gegenereerd op de aandachtsmarkt dan met het bestaan van een normalo in Eisenhüttenstadt”, schreef collega Stefan Reinecke in een opiniestuk waarin hij zichzelf herhaaldelijk ‘een witte man’ noemt.

“Ik vond die kritiek niet cool. Ik heb zelf weleens kritiek gehad op iemand van de Taz in mijn column en kreeg meteen mails dat je geen collega’s hoort aan te vallen. Oké, dacht ik, dat geldt nu dus niet? Ik had het idee dat ik zelf als vuilnis werd behandeld.”

“Als ik iets heb geleerd van het afgelopen jaar,” zegt Yaghoobifarah, “dan is het wel dat je er geen controle over hebt wat mensen op je projecteren. Dat ik ervoor moet waken dat ik niet mijn eigen columns slecht ga vinden als andere mensen ze slecht vinden.”

Net toen de storm over de column ging liggen, verscheen begin dit jaar Yaghoobifarahs eerste roman. Ministerium der Träume beschrijft het verhaal van Nasrin, een veertiger die in de jaren tachtig naar Duitsland vluchtte met haar moeder en zusje, nadat haar vader is omgebracht door het Iraanse regime. Het is een verhaal over racisme en opgroeien in een kansarme omgeving, over het worstelen met homoseksualiteit, maar ook over het ontworstelen aan dat alles.

Het is geen verhaal over slachtoffers, benadrukt Yaghoobifarah, maar een verhaal over mensen die in het leven niet de luxe hebben weg te kunnen kijken van onrechtvaardigheid. Zoals het 14-jarige nichtje van de hoofdpersoon in het boek zegt: “Mama heeft me gewaarschuwd (...) Als zij er op een dag niet meer is, moet ik op mezelf passen. Want de staat doet het niet.”

Ministerium der Träume, hoog in de bestsellerlijst van weekblad Der Spiegel, gaat over opgroeien in de dode hoek van de Duitse zelfgenoegzaamheid en leest als een inktzwarte versie van Yaghoobifarahs eigen jeugd. Het boek bestaat uit dezelfde ingrediënten als de columns in de Taz, met één verschil: de toon is anders. Het boek is zo geschreven dat lezers zich niet ongemakkelijk voelen, maar empathisch. Alle recensies zijn lovend. Enigszins verbaasd concludeert de recensent van Die Zeit dat er in de roman ruimte is voor gelaagdheid en ambivalentie die in de columns ontbreken.

Laatst kreeg de schrijver een mail van een lezer, een vrouw die zich voor de gelegenheid omschreef als een ‘oude aardappel’. Het boek heeft haar doen inzien waarom hen zo boos is in hun columns, schreef ze, en dat er in Duitsland mensen leven die dagelijks racisme ervaren. De schrijver, perplex: “Dus door een roman, een verzonnen verhaal, zien mensen dat opeens in? Alsof er geen criminaliteitsstatistieken, documentaires en kranten bestaan. Ik vind het verbluffend dat er blijkbaar een roman nodig is om mensen de ogen te openen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234