Zaterdag 24/10/2020

New York Times

Deze column is glutenvrij. U kunt rustig verder lezen

"Sommige mensen kunnen gluten niet verteren, maar de heersende epidemie van voedselintolerantie gaat echt te ver", schrijft Cohen.Beeld thinkstock

Roger Cohen is columnist buitenlandse zaken en diplomatie van The New York Times.

Toen ik een paar weken geleden in Venetië was, vertelden vrienden over een restaurantkaart met de volgende belangrijke boodschap: 'Wij serveren GEEN glutenvrije gerechten.'

Het is niet moeilijk om je voor te stellen dat een geïrriteerde Italiaanse restaurateur, tot wanhoop gedreven door de herhaalde verzoeken van Amerikanen om glutenvrije pasta, eindelijk beslist om preventief een streep te zetten onder het gezeur. Ruw vertaald: dit is MIJN zaak en als je de pasta niet lust zoals la mamma hem altijd heeft gemaakt, dan ga je maar ergens anders.

Gluten zijn de belangrijkste eiwitten in tarwe, rogge en gerst. Tarwe werd een jaar of 12.000 geleden voor het eerst verbouwd, maar glutenintolerantie is relatief nieuw. De jager-verzamelaar die boer werd, zou geschokt zijn als hij wist wat hij heeft aangericht. Gluten zijn tegenwoordig voor veel mensen synoniem met vergif.
Deze column is trouwens glutenvrij. U kunt rustig verder lezen.

We zien een enorme, onverklaarbare opkomst van coeliakie, een auto-immuunaandoening die de dunne darm irriteert als mensen gluten eten. Volgens de website van de Mayo Clinic lijden vandaag vier keer meer mensen aan coeliakie dan zestig jaar geleden. Ongeveer een op de honderd heeft er nu last van. Het is niet duidelijk waarom. Misschien heeft het te maken met de manier waarop glutenproducten tegenwoordig worden gemaakt. Er wordt zelfs gesuggereerd dat het immuunsysteem zich verveelt en nieuwe doelwitten zoekt.

Maar er zit meer achter de glutenvrije trend dan coeliakie. Mensen beslissen dat gluten slecht moeten zijn omdat ze in de supermarkt rekken vol glutenvrije producten zien. Allerlei vormen van voedselintolerantie, voor tarwe, voor zuivel en noem maar op, bereiken in de wereldwijde middenklasse bijna epidemische niveaus.

Bijzondere voedingsbehoeften zijn een ware rage geworden. Echte en denkbeeldige allergieën rukken op. Eén op de vijf Britten zegt nu de ene of andere vorm van intolerantie te hebben, maar in 2010 stelde een studie van de universiteit van Portsmouth vast dat de klachten dikwijls uit de lucht gegrepen waren. De explosie van de voedselintolerantie is een uiting van het narcisme van de kleine verschillen: een speciale behoefte hebben, is een manier om je bijzonder te voelen in de cultuur van het 'ik'.

Maar ik wil niet intolerant zijn voor het trendy voedingsparticularisme, hoe overdreven het ook kan zijn. Want de voedselfetisj heeft ook veel goede kanten. Mensen letten beter op wat ze eten en hoe ze zich voelen als gevolg van wat ze eten. Ze stellen hogere eisen en vinden onmiddellijk de informatie die ze nodig hebben om verstandige keuzes te maken. En ze vergissen zich ongetwijfeld niet wanneer ze verwerkt en gemanipuleerd voedsel, toenemende vervuiling en stress met de vinger wijzen.

Het politieke is persoonlijk geworden. Vroeger wilden de mensen de wereld veranderen, nu hun lichaam. Gezondheid impliceert voedingskeuzes die een impact hebben op de planeet en is dus een politiek streven. Lokaal en biologisch eten is een politiek geëngageerde optie geworden. Het streven naar gezondheid, meer en meer in combinatie met het streven naar schoonheid en eeuwige jeugd, speelt een centrale rol in de huidige tijdsgeest. Ik eet gezond, dus ik ben.

Als mensen kunnen kiezen - en laten we niet vergeten dat een flink deel van de mensheid dat niet kan - eten ze beter. Dat is een goede zaak. Maar er is ook een schaduwzijde van genotzucht, commerciële manipulatie, de neurosen van de consumptiemaatschappij en narcistische kieskeurigheid.

Enkele jaren geleden hoorde ik het verhaal van een Londense traiteur, die het verjaardagsfeest verzorgde van Lord Carrington, de Britse conservatieve politicus die intussen 96 is. De traiteur vroeg of iemand van de bejaarde gasten bijzondere voedingsbehoeften had. Niemand van de vele tachtiger- en negentigplussers bleek speciale wensen te hebben. Allemaal aten ze vrolijk alles wat ze voorgeschoteld kregen.
Onlangs vertelde een vriendin over haar zus, die vorige zomer in Schotland een groot feest organiseerde. Toen ze naar bijzondere voedingsvereisten informeerde, kreeg ze een massa verzoeken, vooral van de jongere mensen. Bijna niemand tussen de 18 en de 25 at om het even wat. Een jonge vrouw schreef: "Ik verdraag geen schaaldieren, maar kreeft gaat wel." Juist.

Als mensen boven de 80 alles kunnen eten maar mensen onder de 25 gebukt gaan onder allergieën, is er iets ongezonds aan de gang - en dan vooral in de meest agressieve, competitieve, ongelijke, individualistische, neurotische, narcistische maatschappijen, waar de voedselverlichting wordt gecompenseerd door een soort dwangmatige etensangst die een bron van denkbeeldige intoleranties en allergieën kan zijn.

Als puntje bij paaltje komt, kies ik partij voor de Venetiaanse restaurateur die het opneemt voor de traditie, la mamma, en eten wat je op je bord krijgt. Gluten hebben de mensheid meer dan tien millennia lang goede diensten bewezen. Sommige mensen verteren ze niet, maar de epidemie van de voedselintolerantie gaat echt te ver.

Roger Cohen.Beeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234