Dinsdag 02/06/2020

Interview

Deze burgemeester vecht tegen twee vijanden: het virus én premier Orbán

Burgemeester Gergely ­Karácsony laat zich bijpraten in het Kelen-ziekenhuis in Boedapest, 24 april.Beeld Akos Stiller

De burgemeester van Boedapest probeert zijn stad zo goed als mogelijk door de coronatijd te loodsen. Maar hij vecht een strijd tegen twee vijanden: het virus én premier Orbán. Die laatste doet er alles aan om de burgemeester het werken onmogelijk te maken.

In het historische centrum van Boedapest komt een man aangereden op een grote bakfiets. Het is de pakket­bezorger. Hij haalt een doosje tevoorschijn en een dikke envelop, en wandelt het gemeentehuis binnen. Post voor Gergely Karácsony (44), maar niet de post waar die op hoopt. Al weken wacht de burgemeester van Boedapest op een bericht van de centrale regering. Hij vraagt om cijfers, statistieken, al was het maar een handgeschreven tabelletje, om beter te begrijpen waar het coronavirus zich in de hoofdstad precies schuilhoudt.

Maar Karácsony hoort niks terug.

Hoeveel brieven en e-mails hij verstuurd heeft? “Tientallen”, schat hij, sinds de Hongaarse regering halverwege maart de noodtoestand uitriep. Het precieze aantal weet hij niet. Met een glimlach: “We versturen er iedere dag één.”

Uit voorzorg ontvangt de burgemeester – zittend op gepaste afstand – ons op de zonovergoten binnenplaats. Karácsony werd in oktober vorig jaar gekozen namens een kleine oppositiepartij. In zijn eerste jaar is hij meteen verwikkeld geraakt in een harde strijd, of preciezer: een “politieke oorlog”. Niet zozeer met het ­virus, al is dat wel de aanleiding, maar met premier Viktor Orbán. Nu Boedapest in het hele land koploper is in besmettingen – ruim 1.600 van de 3.300 – heeft Orbán in de burgemeester een ideale schuldige gevonden.

Informatie-oorlog

De ‘oorlog’ in de straten van Boedapest draait niet om grondgebied maar om informatie, zegt Karácsony. Het hoofdtoneel: de ziekenhuizen. In de media lekte een grafiek uit waaruit blijkt dat drie op de vijf nieuwe besmettingen uit ziekenhuizen en tehuizen komt. Maar de ziekenhuizen vallen allemaal onder de centrale overheid. Artsen hebben een spreekverbod, ook tegenover de pers, met als gevolg dat alleen het nationale crisisteam (dat onder premier Orbán valt) weet hoeveel besmettingen er precies zijn en – belangrijker nog – wáár.

De informatie die het crisisteam naar buiten brengt, is summier. Hoofdarts Cecilia Müller – vanwege haar 61-jarige leeftijd omgedoopt tot ’s lands ‘grootmoeder’ – komt tijdens haar onlinepersconferenties met nuttige (‘veeg je toetsenbord schoon’) en minder nuttige (‘gebruik je koelkast niet om van de stress af te komen’) tips. Maar over de vraag hoeveel patiënten of artsen besmet zijn geraakt in hoofdstedelijke ziekenhuizen, zwijgt ze al weken.

Karácsony – als altijd zonder stropdas – schetst het toneelstuk waar hij in beland is. Hij heeft wel verantwoordelijkheid, maar geen informatie. Z’n beleid maakt hij naar eigen zeggen op basis van “internationale voorbeelden”. Gezichtsmaskers kocht hij – toen de gevraagde aantallen uitbleven – buiten de regering om. De persconferenties van Müller zijn min of meer z’n enige bron van informatie. “Ik weet precies evenveel als iedere andere burger van Boedapest.” In het parlement hield hij een A4’tje omhoog met daarop “alle communicatie” tot dusver met Müllers team. Het was één e-mail, met daarop de toezegging: ‘We zullen u informeren.’

‘Dodenfabriek’

Een tweede front in de Hongaarse informatieoorlog zijn de bejaardenhuizen. In een tehuis aan de oostkant van de stad vielen 42 doden. Iedere dag wijst het kamp-Orbán nu naar de burgemeester: de tehuizen vallen onder hem. Karácsony zou het virus op z’n beloop hebben gelaten. Het bejaardenhuis in Oost-Boedapest is een “dodenfabriek” geworden, citeerde pro-Orbán boulevardkrant Ripost een weduwe.

De burgemeester kijkt zuinig. “Niemand is foutloos, maar ik zou niet weten wat ik anders had moeten doen. Als het virus eenmaal binnen is, is het moeilijk te stoppen.” Brieven op de gemeentewebsite laten zien dat Karácsony eind maart aandrong op het testen van bewoners, toen er nog geen besmettingen bekend waren. Hij wilde bewoners testen die uit het ziekenhuis ontslagen werden, en naar het tehuis zouden terugkeren. Er kwam een antwoord van Orbáns chefstaf. Onnodig, zei hij. Testen zou een “vals gevoel van veiligheid” geven en was bovendien duur.

Oud-karmelietenklooster

Dat de slungelachtige politicoloog Karácsony in alles anders is dan andere eerdere burgemeesters, was vanaf dag één duidelijk. Als het even kan, komt hij op de fiets naar z’n werk. Een rijbewijs heeft hij niet. Met de dood van zijn vader (in een auto-ongeluk) in het achterhoofd, pleitte hij voor snelheidsverlagingen. Op de grote ringweg liet Karácsony fiets­paden aanleggen, zodat het aantal fietsers in de stad nu flink toeneemt.

Zijn clash met de zittende macht wordt pas echt zichtbaar als je vanaf het gemeentehuis de straat uitloopt tot aan de Kossuth-boulevard, vanwaar je de Donau in de zon kunt zien schitteren. Hoog boven het water, op de kasteelheuvel van het district Boeda, staat een voormalig karmelietenklooster waar premier Orbán vorig jaar naartoe verhuisde – een lang gekoesterde wens. De laatste premier verliet de kasteelheuvel in 1944. Wie van symboliek houdt, zoals sommige Orbán-watchers, kan uit de verhuizing (geschatte kosten: 65 miljoen euro) opmaken dat hij probeert aan te knopen bij het autoritaire, vooroorlogse Hongarije.

“Hij zweeft boven de wateren”, knipoogt de burgemeester. Op de vraag of hij het 06-nummer van Orbán heeft, schudt hij het hoofd. “Ik denk niet dat de premier met me wil praten.” Na wat aandringen zegt hij dat hij juist af wil van die “ontransparante” manier van politiek bedrijven. “Dit is de zwaarste crisis in honderd jaar. Het gaat me om een dialoog tussen de instituties. Nu is er geen enkele samenwerking.” Op vragen van de Volkskrant schrijft Orbáns woordvoerder dat Karácsony “liegt” en een “rookgordijn” creëert. “Het is hoog tijd dat de burgemeester verantwoordelijkheid neemt.’ “

Geslepen strijd

Tussen 2010 en 2019 had Orbáns ­regerende Fidesz-partij de hoofdstad nog stevig in handen. Nu dat niet langer het geval is, is alles erop gericht Karácsony te laten mislukken, schetst Gábor Györi van denktank Policy Solutions. Met technisch ogende wetten wordt de gemeentekas leeggezogen. De belasting op auto’s werd geschrapt, de vennootschapsbelasting voor grote bedrijven (een belangrijke inkomstenbron voor gemeenten) naar provinciaal niveau getild, waar Fidesz oppermachtig is. “Ik noem het death by a thousand cuts”, zegt Györi. “Het zijn altijd maatregelen die zo technisch zijn dat ze de kiezer ontgaan.” De subsidies voor politieke partijen – die Fidesz niet nodig heeft, maar de oppositie wel – gingen doormidden, geld dat volgens Orbán nodig is voor de crisisbestrijding.

In crisistijd heeft de straatvechter Orbán graag een vijand. Begin maart, toen het virus naar Hongarije kwam, probeerde hij een verband te leggen met migratie, maar toen dat niet aansloeg, veranderde de toon. De steden werden de boeman. Alleen de klein­tjes die in Fidesz-handen zijn, krijgen nog miljoeneninvesteringen. Een nieuw verschenen rapport van de gezaghebbende waakhond Freedom House taxeert Hongarije niet langer als een democratie, maar als een “hybride regime”, vergelijkbaar met Oekraïne en Servië.

De nieuwe brief

De burgemeester veegt de lentebloesem van z’n jaspanden. In de tuin achter hem tjilpen de leeuweriken om het hardst. Karácsony’s mediadame wijst naar de achterste vleugel van het enorme pand, ooit een lazaret voor oorlogsveteranen. Nu worden er bedden klaargezet voor nieuwe inwoners. Daklozen kunnen er straks gratis verblijven, op voorwaarde dat ze binnenblijven zolang de pandemie niet voorbij is. Met geld van de door Orbán gehate filantroop George Soros regelde de burgemeester 15.000 tests, bedoeld voor zowel daklozen als bejaarden.

Dan veert Karácsony overeind. Op zijn bureau ligt de nieuwste brief aan Orbáns kabinet klaar. “Ik moet mijn handtekening nog zetten”, zegt hij, en haast zich naar binnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234