Woensdag 17/07/2019

Reportage Molenaars

Dertig Vlamingen erkend als molenaar: ‘Je ziet een hang naar authenticiteit’

Dankzij kersvers molenaar Bernadette Dingenen draait molen Ter Hengst in Ronse weer. Beeld Stefaan Temmerman

Dertig Vlamingen gaan aan de slag als nieuwe molenaars. Een hobby met karakter of pure folklore? ‘Als ik terugkom van de molen, ben ik altijd helemaal zen.’

“Het is eens iets anders dan een tuinkabouter.” Drie jaar geleden kochten Bernadette Dingenen en haar man Michel Van Waeyenberge een huis in de Vlaamse Ardennen, de streek waar ze al langer hun hart aan verloren hadden. “Dit huis heeft een prachtig uitzicht, maar er stond een windmolen in de tuin. Eigenlijk had ik helemaal niks te maken met molens, maar de vorige eigenaar had hem zo goed onderhouden dat ik het zonde vond om hem te laten verloederen. Ik heb dan op een zotte dag gezegd: ik word molenaar.” Al vond ze dat ook wel wat meant to be. “Wij woonden al in de Molenstraat in ons vorige huis, en mijn man heet niet voor niets Van Waeyenberge.”

In Ronse steekt de witte molen met rode wieken goed af tegen het groene landschap. Dingenen duwt de wieken zelf in gang, want de wind is vandaag te stil om het toestel zijn ding te laten doen. “Als work-out kan dat ook tellen, ik heb geen bye-bye-armen zoals andere vijftigers”, zegt Dingenen. “Dat maakt het zo’n leuke hobby: je bent met techniek bezig, maar ook met de natuur. Je leert de wolken lezen en de wind aanvoelen. Als ik terugkom van de molen, ben ik altijd helemaal zen.”

Bernadette Dingenen is Molenaar in Ronse. De wieken doen stoppen met draaien, dat vraagt om een stevige trek aan het koord. Beeld Stefaan Temmerman

Afgelopen weekend ontving Dingenen haar diploma tot molenaar samen met 29 andere cursisten. De molenaars zijn een groeiende hobbyclub in Vlaanderen. Voor Dingenen is de stiel de ideale combinatie met haar beroep als schooldirectrice. Een schuur naast het huis heeft ze ingericht als antiek klaslokaal, met verkleedkledij en klompen voor kinderen die er klasuitstapjes krijgen. Ze draagt haar gloednieuwe badge en blauwe boerensjaaltje met trots. “Natuurlijk is het een beetje folklore, we gaan terug naar vroeger. Maar ik vind het ook een machtig verhaal. Die molen staat hier sinds de achttiende eeuw. Zo’n zware balken en stenen, dat is toch fantastisch hoe mensen dat hier toen zonder kranen hebben kunnen bouwen.”

De windmolen in de tuin is dan ook beschermd erfgoed. Verderop in de straat staat er nog een molen, maar daar zijn de wieken al afgehaald. En nog een beetje verder is een ander exemplaar omgebouwd tot bed & breakfast. Het zijn slechts drie van de ongeveer 250 wind- en watermolens die Vlaanderen rijk is. En die zijn wel degelijk meer dan folklore, vindt kunsthistoricus Karel Dendooven van erfgoedvereniging Herita vzw. “Molens zijn niet gewoon leuk om naar te kijken, ze zijn een symbool van levend erfgoed. Je hebt het bouwsel zelf, het onroerende deel, maar evengoed het ambacht van de molenaar. Vergelijk het met een kerk: die heeft ook een pastoor nodig om haar betekenis te behouden. Zo is het ook bij molens: de molenaar zorgt ervoor dat het erfgoed tot leven komt.”

Biopizza’s en vruchtentaart

Zelf zet Dingenen de molendeuren regelmatig open voor publiek. Op de erfgoeddag, op de molendagen, of onlangs nog tijdens de lokale ommegang in Ronse, De Fiertel. “Je krijgt altijd interessante mensen over de vloer, die willen bijleren over cultuurgeschiedenis. En we leggen ook contact met andere molenaars.” Zo krijgt zij haar biograan van een bevriende molenaar en komt een andere medecursist langs om de houten spillen binnenin te restaureren. “Het is een echt netwerk, we helpen elkaar.”

Dat is nodig, want zo’n grote molen draaiende houden, blijkt een kostelijke hobby. Met zijn veertien meter hoogte telt de molen drie verdiepingen (of zolders, in molentaal), drie maalstenen van elk zo’n 1.500 kilogram en ontiegelijk veel houten radjes om alles te malen. “Wij proberen het onderhoud tot één keer per jaar te beperken, want de kosten lopen hoog op, maar subsidies aanvragen vraagt veel tijd.” Een paar jaar geleden bedroeg de erfgoedpremie nog 80 procent, intussen is die gehalveerd tot 40 procent. Een moleneigenaar moet dus al de helft van de kosten uit eigen zak betalen. Bij Dingenen kostte één grote houten balk bijvoorbeeld 100.000 euro, de centrale spilas van het maalsysteem.

Bernadette Dingenen (54) is molenaar in Ronse. Beeld Stefaan Temmerman

“Vooral het binnenwerk is prijzig”, zegt Dendooven. “Maar de draaipremies gelden enkel voor molens die nog kunnen malen. Sommige watermolens worden dus niet meer gerestaureerd, maar bijvoorbeeld binnenin omgebouwd om energie op te wekken. En als een molen écht verloederd is, kunnen we de maatschappelijke afweging maken of het wel de moeite is om die te restaureren. Dan zouden we ook kunnen pleiten voor een beter behoud van de andere molens.”

De opleiding voor het molenaarsberoep blijkt intussen wel een renouveau te kennen. Het gaat om een jaar theorielessen en nadien 100 uur stage, waarvan 25 uur ‘maalstage’. “Je ziet een hang naar authenticiteit bij heel wat mensen”, zegt Dendooven, “dat zou de animo voor het molenaarsambacht wel kunnen verklaren.” Sommige cursisten volgen hun familie op, anderen hebben een grote interesse in oudere technieken. En dan speelt er nog de behoefte naar eigen voeding maken.

Bij Dingenen blijft de windmolen voorlopig vooral educatief materiaal. “Ik denk dat het in de lift zit omdat je zo nauw met de natuur samenwerkt. Het blijft een gevaarlijk toestel: de wind is altijd sterker dan jezelf.” Voor de verkoop van brood gaat ze zich nog niet engageren. Maar er zijn wel plannen voor de toekomst. Een kleinere schuur zal dienst doen als bakhuisje, voor broden en pizza’s. En Dingenens’ man verzorgt de boomgaard in hun tuin. “Dan kunnen we later samen vruchtentaartjes maken.”

De binnenkant van Molen Ter Hengst in Ronse: houtwerk op maat, door vaklui. Beeld Stefaan Temmerman
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden