Vrijdag 09/12/2022

ReportageBosnië-Herzegovina

Dertig jaar na hun eigen oorlog komt gevaar weer erg dichtbij: Poetins invasie rijt oude wonden open in Bosnië-Herzegovina

Mensen gooien witte rozen ter herdenking van de omgekomen burgers tijdens de oorlog in Servië. Beeld Anadolu Agency via Getty Images
Mensen gooien witte rozen ter herdenking van de omgekomen burgers tijdens de oorlog in Servië.Beeld Anadolu Agency via Getty Images

De oorlog in Oekraïne leidt tot een herbeleving van trauma’s bij inwoners van Bosnië-Herzegovina. Dertig jaar geleden waren zij het die te lijden hadden onder de verschrikkingen van de vorige grote oorlog in Europa. Een psychotherapeut en drie andere Bosniërs vertellen hoe de huidige oorlog hun leven beïnvloedt.

Thijs Kettenis

Marko Romic ziet ze sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne dagelijks in zijn praktijk: Bosniërs die de verschrikkingen van hún oorlog, begin jaren negentig, opnieuw beleven. “Dat noemen we hertraumatisering”, zegt de 55-jarige psychotherapeut uit de stad Mostar. “Moslims, Kroaten, Serviërs: iedereen is op zijn eigen manier getraumatiseerd geraakt. En dan vooral veertigplussers, die de oorlog bewust hebben meegemaakt.”

Direct nadat er na de Russische inval in Oekraïne beelden waren verschenen van de verwoestingen, zagen Romic en zijn collega’s de vraag om hulp sterk toenemen. Vrijwel alle cliënten lijden aan een vorm van posttraumatische stressstoornis (PTSS). “Door de nieuwe oorlog komen herinneringen, beelden, gedachten terug die mensen soms jaren hebben weggestopt. Maar ook bijvoorbeeld geuren. Dat soort herbelevingen zijn heel pijnlijk.”

Ze gaan gepaard met symptomen als diepe angstgevoelens en nervositeit, depressie, alles negatief zien, fobieën die opspelen, een kort lontje, of juist totale apathie. “Ik zelf voel bijvoorbeeld een heel groot verdriet. Dat zie ik ook bij veel cliënten.”

Psychotherapeut Marko Romic. Beeld Thijs Kettenis
Psychotherapeut Marko Romic.Beeld Thijs Kettenis

Niemand verwachtte het

Ook lichamelijke klachten als kortademigheid, slaaptekort, maag- en darmproblemen en hartritmestoornissen ziet Romic voorbijkomen. De parallellen tussen de twee oorlogen versterken dat alles. En die bestaan er niet alleen uit dat ze beide het oosten van Europa betreffen. “Voordat de oorlog hier uitbrak, zagen we die eerst in Slovenië, daarna in Kroatië. Het was logisch dat hij ook hierheen zou komen. Maar op een of andere manier geloofde niemand dat echt. Het gebeurde toch, en wel in de allerergste variant. Op exact dezelfde manier verwachtte niemand dat Rusland echt Oekraïne zou binnenvallen.”

De trauma’s hebben zelfs effect op wie de strijd dertig jaar geleden niet of niet bewust heeft meegemaakt. Bijvoorbeeld op jongeren die toen nog niet geboren waren. “We hebben hier veel te maken met transgenerationeel trauma. Ik was militair in de oorlog. Ik heb vier jaar gevochten. Dat was mijn beslissing. Ik vond dat ik moest beschermen wat van ons was, wat werd aangevallen. En allemaal dachten we dat we vochten voor de goede zaak, om die te beschermen. Maar ondertussen hebben we elkaar vernietigd. Dat is zo intens verdrietig. Al die verhalen horen onze kinderen aan.”

Het medicijn: praten

“Veel daarvan is niet goed verwerkt. Al voor de strijd in Oekraïne leden hele gezinnen ernstig onder de geestelijke gesteldheid, angst, depressies en alcoholisme. Omdat wij nu opnieuw van de leg zijn, lijden onze kinderen nu ook weer extra. Er zijn mensen die als een bezetene gingen hamsteren, de existentiële angst en angst voor honger kwam terug. Ook ik heb tijdens de oorlog vier maanden echt honger gehad. Toen at ik wat we vonden in verlaten huizen. Rijst zonder iets en bonen zonder kruiden. We schoten vogels dood om wat vlees te hebben. Mensen die daar niet goed mee kunnen omgaan, geven die angst voor verschrikkingen door aan hun kinderen.”

Een man duikt in de rivier de Neretva bij een brug in de Bosnische stad Mostar, die tijdens de Bosnische oorlog werd vernietigd. Beeld Damir Sagolj/Reuters
Een man duikt in de rivier de Neretva bij een brug in de Bosnische stad Mostar, die tijdens de Bosnische oorlog werd vernietigd.Beeld Damir Sagolj/Reuters

Het medicijn volgens Romic: praten, over de belevenissen en gevoelens van toen, in een gecontroleerde en veilige omgeving. Dat vergt ook uitzoeken waar een cliënt in diens omgeving steun kan vinden, bijvoorbeeld bij familie of vrienden. Therapie is niet altijd makkelijk in een traditioneel land waar zeker mannen niet snel over hun emoties praten. “Maar dat wordt gelukkig steeds normaler. Bosnië behoort nu tot de landen waar dat inmiddels redelijk kan. Deels komt dat ook doordat veel mensen zo in de put zitten dat ze beseffen dat ze er zonder hulp niet uitkomen.”

Bescherming tegen wie?

Toen Rusland in februari Oekraïne binnenviel, zag Zdrinko Vidovic (70) zo weer voor zich hoe dertig jaar geleden honderden militairen uit de bergen afdaalden, Mostar in. Eerst kwamen er controleposten rond de stad, daarna namen ze het vliegveld in. “Ik geloofde niet wat ik zag. Het bleken reservisten uit Montenegro, zwaarbewapend en met lange baarden. Dat kon twee dingen betekenen: een grote oefening van het Joegoslavische leger, of oorlog.”

Niet veel later raakten de vanuit Belgrado aangestuurde militairen slaags met de bewoners, overwegend Bosnische Kroaten en Bosniakken (moslims). Nadat ze eerst gezamenlijk de Serviërs en Montenegrijnen hadden verdreven, richtten ze in een bloedige strijd hun pijlen op elkaar. Vidovic werkte destijds bij de Joegoslavische PTT. Hij sloot zich aan bij het Bosnisch-Kroatische leger, en als telecomspecialist werd hij verantwoordelijk voor communicatiekanalen.

“Het Joegoslavische leger kwam zogenaamd om ons te beschermen. Maar waartegen, tegen wie?”, vraagt Vidovic retorisch. “Je ziet dat Poetin nu hetzelfde argument gebruikt als de Servische president Milosevic destijds. Als hij het leger niet had gestuurd, hadden wij het in Mostar onderling ook nooit tegen elkaar opgenomen. We hadden hier nooit problemen.”

Zdrinko Vidovic: 'Je ziet dat Poetin nu hetzelfde argument gebruikt als de Servische president Milosevic destijds.' Beeld Thijs Kettenis
Zdrinko Vidovic: 'Je ziet dat Poetin nu hetzelfde argument gebruikt als de Servische president Milosevic destijds.'Beeld Thijs Kettenis

Angst en depressie

Een gevoel van angst maakte zich direct na de Russische inval meester van Vidovic. Angst voor waar dit zou eindigen, ook in Mostar. Juist vanwege het patroon dat hij herkende. “En machteloosheid. Poetin valt zijn eigen broedervolk aan! Die man is compleet gek, straks blijkt Hitler nog een kind in vergelijking met hem. Gewone mensen willen dit niet. Oekraïners noch Russen. Net als wij destijds, maar we konden niets doen.”

De angst die daarbij om de hoek komt kijken, is ook het gevolg van de instabiliteit in de regio. “Rusland heeft grote invloed op Servië, en op de Serviërs hier in Bosnië. Die willen zich afscheiden, en krijgen de volle steun van Poetin. In Montenegro is de regering gevallen en blijven ze ruziën, en ook daarbij heeft Rusland een vinger in de pap. Natuurlijk kan de oorlog ook hier weer uitbreken. Maar ook bij jullie. Wij geloofden dertig jaar geleden ook niet dat het zou gebeuren.”

De schok van de Russische inval kwam op een moment dat Vidovic het al behoorlijk voor zijn kiezen had gekregen. Sinds eind 2019 verloor hij kort na elkaar zijn schoonzus en een neef. Bij zijn schoondochter werd kanker geconstateerd. “Ik moest zelf geopereerd worden aan een liesbreuk, maar de operatie werd steeds uitgesteld door corona. Intussen kwam er een avondklok en zat iedereen opgesloten vanwege corona. Ik raakte in een depressie en praatte nauwelijks meer. Daaruit krabbelde ik net op, en toen kwam die oorlog in Oekraïne eroverheen. Het gaat wel steeds beter nu, ook dankzij therapie en medicijnen. Ik ben weer sociaal, doe klusjes en werk op het land. Maar de vraag waar het heen moet met deze wereld, blijft me bezighouden. Vooral voor mijn drie kleinkinderen.”

‘De oorlog heeft de spanningen binnen Bosnië vergroot’

Selma (48) uit Sarajevo schoot vlak na de Russische inval in Oekraïne zo in de stress, dat ze haar man vroeg of het tijd was hun spullen te pakken en Bosnië te ontvluchten. Tijdens de oorlog in de jaren negentig woonde ze in Gorazde, een enclave van Bosniakken in Servisch gebied die door de VN was bestempeld als veilig gebied. “Drieënhalf jaar leefde ik in constante angst voor wat er uiteindelijk in Srebrenica is gebeurd. En nu zorgt de oorlog in Oekraïne dat ik bang ben weer in zo’n situatie terecht te komen. Angst voor de angst.”

Die wordt bij haar verder aangewakkerd doordat een groot deel van de Bosnische bevolking, vooral de Serviërs, Rusland steunt. De situatie in Oekraïne heeft de spanningen binnen Bosnië verder vergroot, zegt Selma, vooral omtrent de Servische wens tot afscheiding. Daarover onderling discussiëren doen leden van de bevolkingsgroepen nauwelijks. “We leven met elkaar, maar mijden deze onderwerpen. Zoals we dat al jaren doen om de vrede te bewaren.”

Tijdens de genocide in Srebrenica, deze maand dertig jaar geleden, vermoordden Bosnische Serviërs de man, zoon en twee broers van Kada Hotic.  Beeld Thijs Kettenis
Tijdens de genocide in Srebrenica, deze maand dertig jaar geleden, vermoordden Bosnische Serviërs de man, zoon en twee broers van Kada Hotic.Beeld Thijs Kettenis

Voortdurende twijfel

Sommige vrienden zeggen haar dat je niet in voortdurende angst kunt leven. Dat de oorlog elders plaatsvindt, en geen gevolgen voor Bosnië hoeft te hebben. “Maar mijn commentaar is dan: ik was achttien toen de oorlog begon, en ook toen verwachtte ik hem niet. Mijn vader ging gewoon naar zijn werk de dag dat hij losbarstte. En nu zeg je dat ik die angst moet negeren? Dat kan ik niet, tenzij ik een radicale beslissing neem en emigreer. Maar ik ben niet in die positie, dus ik heb besloten geen tv meer te kijken. Ik heb emotioneel afstand genomen van de oorlog. Om mezelf psychisch te beschermen wil ik niet voortdurend gebombardeerd worden met informatie en desinformatie.”

De angst manifesteert zich bij Selma in voortdurende twijfel over beslissingen. “We zijn nu ons huis aan het herinrichten. Maar waarom doen we dat? Heeft dat nog wel zin? Moeten we niet met andere zaken bezig zijn? Wat doe ik hier nog? Is het niet bewust, dan ben ik er wel onbewust mee bezig. Echt ontspannen lukt niet meer.”

Generatieverschillen

Selma vraagt zich hardop af of we ons niet al in een Derde Wereldoorlog bevinden. “Op een bepaalde manier toch wel? Sommige prijzen zijn verdubbeld. Dat doet me denken aan onze oorlog. Alles was schaars en duur. Als je Sarajevo nu uitrijdt, in de richting van Mostar, zie je allemaal nieuwe moestuintjes langs de weg.”

Het nieuws mijden helpt een hoop, maar neemt de angst niet volledig weg. Selma denkt dat dat te maken heeft met het feit dat zij oorlog heeft meegemaakt. “Ik heb een zoon van 25, en bij hem merk ik niets. Geen angst. Intussen ben ik bang dat hij wordt opgeroepen als het oorlog wordt, en dat ik in dezelfde situatie terechtkom als mijn ouders dertig jaar geleden.”

Strijd tussen eigen volk

Voor Kada Hotic (77) is de oorlog nooit afgelopen. Tijdens de genocide in Srebrenica, deze maand dertig jaar geleden, vermoordden Bosnische Serviërs haar man, zoon en twee broers. “Er wordt in Bosnië niet meer geschoten, er wordt niet meer gedood. Maar politici blijven verdeeldheid zaaien. Serviërs willen zich weer afscheiden.”

Tegenwoordig woont Hotic in Sarajevo. Met afgrijzen ziet ze de oorlogsbeelden uit Oekraïne. Én de parallellen met de situatie in Bosnië dertig jaar geleden. “In paniek op de vlucht slaan, alles achterlaten, geen huis meer hebben, Russen die de Oekraïners uitmoorden. Dat is hun eigen volk! De religie, mentaliteit, cultuur, de taal die bijna hetzelfde is. Ze zijn nog meer hetzelfde dan wij hier in Bosnië; onze religies verschillen. Mensen zijn onderling verbonden, sociaal en economisch. Maar oorlog maakt alles kapot. Die wordt gevoerd tegen mensen en tegen alles wat het leven betekent.”

Hotic maakt ook de vergelijking tussen de Joegoslavische president Milosevic destijds en de Russische president Poetin nu. “Net als Milosevic accepteert Poetin niet dat hij de agressor is. Wat bezielt dat soort mensen? Hij zegt dat hij fascisten bestrijdt. Dat fascisme is er inderdaad, maar dan in zijn hoofd.”

‘Ik heb geleerd het verdriet te dragen’

Verschillen met destijds ziet ze ook: de internationale gemeenschap die Oekraïne militair bijstaat, en de deuren wagenwijd openzet voor vluchtelingen. Dat was in de Bosnische oorlog wel anders, zegt ze. “Wat deed Europa? Dat stelde een algeheel wapenembargo in, zodat wij ons niet konden verdedigen. Een vriendin van mij was ingenieur, ze vluchtte naar Duitsland. Haar werd uitgelegd hoe een strijkijzer werkt, zodat ze kon strijken. Terwijl ze precies wist hoe je die strijkbout uit elkaar en weer in elkaar kunt zetten. Bosniërs zijn niet dom.”

Genocide kan morgen weer gebeuren, waarschuwt Hotic. Ze vindt dat fascisme krachtiger moet worden bestreden. Hoe afschuwelijk ze de gebeurtenissen in Oekraïne ook vindt, haar leven wordt er niet zwaarder door. “Het is heel moeilijk om de last van het verleden en de herinneringen los te laten. Ik heb geleerd het verdriet te dragen. Ik ben niet iemand met wie je medelijden hoeft te hebben. Ik zal niet voortdurend huilen. Ik heb daar geen reden voor. Ik vecht voor een normaal leven.”

“Mijn zoon kijkt toe, daar geloof ik in”, zegt Hotic. “Die wil niet dat ik lijd. Ik ga de deur uit, ik kleed me goed, ik wil eten, ik wil reizen. Ik zoek gerechtigheid in deze wereld. Zo wil ik mijn pensioen verdienen. Het is lastig voor degenen die dat doen in die andere wereld, die van het kwaad. Poetin, Milosevic, Karadzic en alle anderen die wandaden hebben gepleegd, hebben niets in mijn wereld. Niets, behalve vuur. En lijden. Dat moeten ze weten.”

Selma uit Sarajevo wil niet herkenbaar in de krant. Haar achternaam is bij de hoofdredactie bekend.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234