Zaterdag 19/06/2021

Dertig jaar geleden verdween scheutist Serge Berten spoorloos

de folterkamers van Guatemala

Precies dertig jaar geleden werd Serge Berten in Guatemala City ontvoerd. Van de Vlaamse missionaris werd sindsdien niets meer vernomen. Vanavond verzamelen familie en sympathisanten in de Sint-Vedastuskerk in Menen voor de jaarlijkse herdenking van de vermoorde scheutist. Maar zijn moeder Agnes Parret staat iedere dag op met de pijn van het gemis. Intussen loopt in Brussel een gerechtelijk onderzoek naar de politieke verantwoordelijken achter de moord op Serge Berten en zijn confrater Walter Voordeckers.

gnes Parret (84) herinnert het zich nog haarscherp. Het was donderdag 20 januari 1982 toen de provinciaal overste van Scheut onaangekondigd voor haar deur stond. Er was iets gebeurd met haar zoon in Guatemala, en hij wilde vermijden dat de familie het via de media zou vernemen. Serge Berten, al zeven jaar missionaris in het Midden-Amerikaanse land, was op klaarlichte dag door gewapende mannen ontvoerd. Verdere details ontbraken, maar Agnes en haar man Roger wisten genoeg om het ergste te vrezen. De 29-jarige Serge Berten was immers niet de eerste scheutist die in Guatemala spoorloos verdween.

Op 1 mei 1980, tijdens een manifestatie van boerenorganisatie CUC in Guatemala City, werd Conrado de la Cruz door een gewapend commando opgepakt en per jeep afgevoerd. Van de Filippijnse scheutist werd sindsdien niets meer vernomen. Walter Voordeckers en Ward Capiau werden niet ontvoerd. De eerste viel op 12 mei 1980 in zijn parochie in Santa Lucia de Cotzumalguapa onder de kogels van een doodseskader, de tweede onderging op 22 oktober 1981 in San Lucas Sacatepéquez hetzelfde lot.

De omstandigheden en locaties verschilden, maar niet de achtergrond waartegen de liquidaties zich afspeelden. De vermoorde scheutisten hadden de kant gekozen van de boeren en arbeiders, die een verbeten strijd voor een menswaardig bestaan leverden. Guatemala was al sinds 1962 in de greep van een burgeroorlog, die de geschiedenis zou ingaan als het bloedigste conflict van de voorbije eeuw op het Amerikaanse continent. De Waarheidscommissie, opgericht in uitvoering van de vredesakkoorden van 1996, maakte in haar eindrapport gewag van 150.000 doden en 50.000 vermisten.

Veruit de meeste slachtoffers vielen in de periode 1979-1984, ook wel eens de Guatemalteekse genocide genoemd, omdat het gros van de slachtoffers tot de onderdrukte Maya-meerderheid behoorden. Scheut, de grootste missiecongregatie van de Lage Landen, deelde royaal in de klappen. In 1994, in de nasleep van de burgeroorlog, werd ook Fons Stessels in Guatemala City omgebracht. Officieel ging het om een roofmoord, maar er bestaan sterke vermoedens dat de Vlaamse missionaris werd geviseerd vanwege zijn inzet voor clandestiene vluchtelingen.

Armen en verdrukten

Aan de muur, in de met donkere meubels en ornamenten volgestouwde woonkamer, hangt een getekend portret. Serge Berten mag dan een boerenzoon uit West-Vlaanderen zijn geweest, met zijn donkere haren en snor kon hij voor een Spanjaard of mesties doorgaan. Heeft de kunstenaar gepoogd zijn gemoedsstemming postuum te vatten? Uit zijn blik spreekt weemoed, om zijn mond speelt een zorgelijke trek. Dit is geen man die de toekomst rooskleurig inziet.

"In de zomer voor zijn ontvoering is hij voor het laatst met verlof geweest", zegt zijn moeder. "Hij was speciaal gekomen voor het huwelijk van onze Luc. Maar Serge was niet in de stemming om te feesten. Hij piekerde, was in zichzelf gekeerd. Ik denk dat hij ons lang niet alles heeft verteld, maar we wisten wel dat hij het ginder erg moeilijk had. Bij het afscheid was hij ongewoon emotioneel. Als het echt niet meer gaat, zei hij, dan sta ik hier binnen drie maanden terug. Soms denk ik: hadden we hem de dag van zijn vertrek maar kunnen tegenhouden. Maar ja, dat zou toch nooit gelukt zijn. Na het feest kon hij niet snel genoeg terugkeren. Mijn mensen hebben me ginder nodig, zei hij. Zo was hij: opkomen voor de armen en onderdrukten. Als hij met verlof kwam, had hij omzeggens geen kleren aan zijn lijf. Alles weggeven, ook dat was onze Serge."

Ze zucht diep, het gesprek valt haar zwaar. Haar man heeft verstek gegeven. Te ziek en te zwak om bittere herinneringen op te halen. Roger Berten en Agnes Parret hebben vier zonen, Serge was de oudste. Het beloven sowieso lastige weken te worden. Precies dertig jaar is het geleden, de verjaardag zal niet ongemerkt voorbijgaan. Vandaag, zaterdag, vindt in de Sint-Vedastuskerk van Menen de jaarlijkse herdenking plaats, voor de gelegenheid opgeluisterd door het solidariteitskoor Vamos Pra Lutar. Maar ook zonder strijdliederen of gelegenheidsspeeches voelt ze de leemte. "Zoiets kun je niet vergeten", zegt Agnes. "Ik sta ermee op en ga ermee slapen. Altijd weer diezelfde vragen die in mijn hoofd malen. Wat is er gebeurd? Hoe lang heeft hij nog geleefd? Heeft hij veel pijn geleden? En waar is zijn graf? Serge is niet dood, hij is vermist. Dat maakt het nog erger, want je kunt niet eens rouwen."

De Bertens zijn nooit reizigers geweest, een boer laat zijn erf niet graag in de steek. Maar in de maanden na de ontvoering waren Agnes en Roger constant op de hort. "Ik denk dat we alle bedevaartsoorden van ons land hebben gezien", zegt ze. "We zijn naar Lourdes geweest voor Serge, we zijn kaarsen gaan branden in de Rue du Bac in Parijs, ook een bekend Maria-oord. Wat doe je niet in zo'n situatie? Zelfs een waarzegster hebben we geraadpleegd. Allemaal voor niets."

Vergeefse moeite was ook het inschakelen van een Antwerps detectivebureau. Nog altijd stellen ze zich de vraag: was het de privédetective menens toen hij met contacten in Guatemala schermde die misschien wel opheldering konden brengen? Het lijkt een boude belofte. Het Midden-Amerikaanse land was destijds een hopeloos kluwen waar dagelijks tientallen slachtoffers vielen, vermalen in de confrontatie tussen militairen, politie, doodseskaders en guerrillabewegingen.

"Na een poosje hebben we die detective opgezegd", zegt Agnes. "Dat heeft alleen maar geld gekost en niets opgeleverd." Weer een zucht, weer een geladen stilte. Dertig jaar is het geleden, maar eigenlijk weet ze nog niet veel meer dan toen. "Ik heb het dikwijls tegen mijn man gezegd", mijmert ze. "We gaan onze vragen moeten meenemen in ons graf."

Niet dat er geen moeite wordt gedaan om de waarheid aan het licht te brengen. De Brusselse onderzoeksrechter Jeroen Burm leidt een al tien jaar aanslepend onderzoek naar de moord op Walter Voordeckers en de ontvoering van Serge Berten. Het initiatief kwam er nadat de respectieve families samen met het missiehuis van Scheut in 2001 naar het gerecht waren gestapt en klacht indienden wegens grove mensenrechtenschendingen. Dat het ooit zover kwam, ligt dan weer aan de hardnekkigheid van het Serge Berten Comité. Al drie decennia streeft het comité een dubbel doel na: de herinnering aan zijn naamgever en bij uitbreiding alle vermoorde scheutisten levend houden. Tegelijkertijd ijvert het comité voor het doorbreken van de straffeloosheid. De verantwoordelijken voor de moorden moeten worden opgespoord en voor de rechtbank gesleept, is het niet in Guatemala dan wel in België.

Germain Wermerch is een van de vrijwilligers die zich met tomeloze energie op het Serge Berten Comité hebben gestort. "Ik heb hem niet persoonlijk gekend", zegt hij. "Maar ik deel zijn ideaal. Net als Serge spiegel ik me aan de figuur van Christus om te strijden voor een rechtvaardiger wereld."

We zitten in het salon van zijn rijhuis in Menen. Luxueus of indrukwekkend is het hoofdkwartier van het Serge Berten Comité niet, met drie is de rommelige woonkamer al aardig gevuld.

De derde aanwezige heeft Serge Berten wel persoonlijk gekend. Zo goed zelfs dat het weinig heeft gescheeld of Raf Allaert had hetzelfde lot als zijn vermiste confrater ondergaan. "In 1979 ben ik voor een tweede termijn naar Guatemala vertrokken", vertelt de gewezen scheutist. "Ik was er drie jaar niet geweest. De situatie was intussen dramatisch geëscaleerd, van een sluimerend conflict tot een open burgeroorlog. Ik werd tot pastoor van een parochie in de kustprovincie Escuintla benoemd, Serge was mijn onderpastoor. Zelf kon hij geen pastoor worden. Hij had zijn priesterstudies nog niet gedaan, tot grote frustratie van Scheut. 'Later,' antwoordde hij als Scheut aandrong om terug te keren en zijn theologiestudies aan te vatten, 'nu geef ik voorrang aan de strijd voor het volk.'

"We waren allebei lid van het Comité de Unidad Campesina (CUC), een boerenorganisatie die via basisgemeenschappen opereerde en haar inspiratie putte uit de bevrijdingstheologie. Het eerste grote wapenfeit van de CUC was een algemene staking op de plantages van de zuidkust. De grootgrondbezitters, die in Guatemala alle macht in handen hadden, reageerden woedend. In 1980 opende het leger letterlijk de jacht op de leiders van het CUC."

Wie kent nog de stencilmachine, de voorloper van het fotokopieerapparaat? Weinig uitvindingen lijken onschuldiger, maar in Guatemala was het bezit van een stencilmachine een staatszaak. Machines en eigenaars werden zorgvuldig geregistreerd, de autoriteiten waren immers als de dood voor het verspreiden van subversieve propaganda.

Raf Allaert kan er, met een gelukje zoals meteen zal blijken, van meespreken. "Ik had in 1979 bij Gestetner in Guatemala City zo'n machine kocht. Op vraag van Serge overigens, want zelf liep hij toen al te veel in de gaten om zo'n aankoop te riskeren. Zelf was ik gewoon lid van het CUC, maar hij speelde een sleutelrol in de vorming en de organisatie van de basisgroepen. Serge stond bovendien dicht bij het Ejercito Guerillero de los Pobres (EGP), zeg maar de gewapende arm van het CUC. Ik moet er geen tekening bij maken, die stencilmachine diende om clandestiene pamfletten te verspreiden."

En toen gebeurde het, op nieuwjaarsdag van 1982. Allaert: "Ik was op ronde om doopsels uit te dele toen een vrouwelijk CUC-lid me apart nam. De militairen hadden de machine in een onderaardse schuilplaats ontdekt, fluisterde ze in mijn oor, ze zouden via het serienummer snel achterhalen wie de eigenaar was. Ik heb onmiddellijk Serge gecontacteerd. Onrechtstreeks, want na zijn laatste verlof leefde hij permanent ondergedoken. Twee dagen later hebben we elkaar ontmoet, het zou de laatste keer zijn. Je hebt de keuze, zei hij, onderduiken zoals ik of zo snel mogelijk Guatemala verlaten."

Foltercentrum

Hij spreekt het niet uit, maar het staat zwart op wit in het boek met brieven aan Serge dat vijf jaar geleden verscheen. Dat hij met gemengde gevoelens terugdenkt aan de keuze die hij destijds maakte. Raf zocht zijn toevlucht in het hoofdkwartier van de scheutisten, hij werd onder begeleiding van de Belgische ambassade op het eerste vliegtuig richting België gezet. Geen moment te vroeg, want twee dagen na de ontmoeting met Serge werd zijn parochiehuis door militairen bestormd.

De soldaten namen de jonge Vlaamse scheutist Pablo Schildermans mee, samen met een lokale priester en de koster, die al tijdens de raid koudweg werd afgemaakt. Schildermans werd in elkaar geslagen, met brandende sigarettenpeuken bewerkt, en verschillende dagen hardhandig ondervraagd.

"Wellicht was er een abuis in het spel", zegt Raf. "Ze waren op zoek naar Serge, die officieel nog altijd in ons parochiehuis verbleef. Tijdens zijn verhoor ging het er voortdurend over: waar is Sergio? Ook over mijn relaties met het CUC werden vragen gesteld. Maar Pablo was nieuw in Guatemala, hij wist niet veel. Al bij al heeft hij nog geluk gehad. Na de tussenkomst van de pauselijke nuntiatuur en de Belgische ambassade hebben ze hem weer vrijgelaten."

Raf was al in België toen zich het volgende bedrijf in de kroniek van een aangekondigde liquidatie afspeelde. Het was dinsdag 19 januari toen Serge zich in Guatemala City naar een afspraak met de plaatselijke EGP-commandant begaf. "Ze hadden op straat afgesproken", zegt Raf. "Praten terwijl ze een blokje omliepen, dat was de techniek om minder op te vallen. Ze waren in de buurt van de politiekazerne toen er ineens een auto met vijf gewapende mannen stopte. De EGP-commandant kon zich uit de voeten maken, voor Serge en de twee anderen was het te laat."

Over het vervolg kun je alleen gissen, wat overigens een deprimerende oefening is. Er zijn weinig plekken in deze wereld waar de mensenrechten zo grof met de voeten werden getreden als in Guatemala. Om maar iets te vernoemen: in de eerste helft van de jaren tachtig werden 600 dorpen verwoest en in sommige gevallen uitgemoord, vrouwen en kinderen inbegrepen.

Naar alle waarschijnlijkheid werd Serge naar de Escuela Politécnica afgevoerd, een berucht foltercentrum in de hoofdstad. Aan expertise geen gebrek: nogal wat Guatemalteekse officiers waren alumni van de Escuela de las Américas in Panama, door Washington opgericht in het kader van de strijd tegen het communisme in Latijns-Amerika. Bijzondere ondervragingstechnieken, een eufemisme voor martelen, waren een belangrijk onderdeel van het curriculum.

"Bij de guerrilla was de regel: zorg ervoor dat je niet levend in handen valt van het leger", zegt Germain. "Ward Capiau heeft die regel toegepast. Toen ze op het punt stonden hem te arresteren, heeft hij het op een lopen gezet zodat ze geen andere keuze hadden dan hem in de rug neer te schieten. Een snelle dood, dat was beter dan gefolterd worden. Serge heeft die kans niet gekregen. We weten niet hoe lang hij nog heeft geleefd, maar het laat zich raden dat ze hem zwaar hebben aangepakt. Serge was een wandelende telefoonboek, hij kende heel veel mensen in het verzet. Is hij onder de extreme druk gekraakt en heeft hij namen genoemd? Het zou kunnen, want in de weken na zijn ontvoering hebben ze meerdere EGP-leiders opgepakt."

Nog meer giswerk: wat is er met het stoffelijk overschot gebeurd? Guatemala is bezaaid met massagraven. Vaak werden slachtoffers vanuit helikopters in de Pacaya of de Fuego gedumpt, twee vulkanen dicht bij de vroegere hoofdstad Antigua. "Toch is er nog een sprankel hoop", zegt Germain. "Ze zijn nu al een paar jaar bezig met het blootleggen van massagraven. De schedels worden bewaard, in de hoop dat ze ooit kunnen helpen bij de identificatie. Het is zoeken naar een speld in een hooiberg, maar misschien vinden we Serge ooit nog terug. Zijn ouders hebben DNA afgestaan voor het gerechtelijk onderzoek, want je weet maar nooit."

Dertig jaar is lang geleden, zelfs de feiten van de Bende van Nijvel werden recenter gepleegd. Wat valt er dan nog te verwachten van de Belgische justitie, wetende dat de onderzochte misdaden zich aan de andere kant van de wereld onder vreemde jurisdictie hebben afgespeeld?

"Voor verjaring moeten we niet vrezen", zegt Germain. "Onze klacht is gebaseerd op de Belgische genocidewet. Het gaat dus om schendingen van mensenrechten, en daarvoor geldt geen verjaringstermijn. We maken ons geen illusies: de soldaten of paramilitairen die de schoten hebben gelost of de folteringen hebben uitgevoerd, zullen we nooit vinden. Onze klacht is gericht tegen de top van het toenmalige regime. Ik mag geen namen noemen, maar denk aan presidenten, ministers en generaals. Zij waren het die de moordcampagnes van het leger en de doodseskaders orkestreerden.

"Daar draait het gerechtelijk onderzoek dus om: we moeten de chain of command blootleggen, bewijzen dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen de bevelen aan de top en de moord op Walter en Serge. Het onderzoek is traag gestart, het heeft bijvoorbeeld vijf jaar geduurd om de nodige fondsen te vinden om het dossier te vertalen. Maar sinds 2005 gaat het vooruit, er werden al rogatoire commissies naar Guatemala en de Verenigde Staten uitgestuurd. Hout vasthouden, maar we hopen dat er nog dit jaar een assisenzaak van komt."

Zonder de beklaagden, want er bestaat geen enkele kans dat Guatemala hen uitlevert. Het wordt een assisenproces bij verstek. "Een symbolisch proces," beaamt Raf, "maar daarom niet minder belangrijk. We moeten het signaal geven dat het afgelopen is met de straffeloosheid. Reken maar dat ze de zaak in Guatemala op de voet volgen, net als op de ambassade in Brussel. Er is trouwens een precedent: Spanje heeft al eerder een onderzoek gevoerd, na een klacht door Rigoberta Menchu, die in 1992 de Nobelprijs voor de Vrede heeft gewonnen. De Spaanse rechter heeft zelfs om de uitlevering van enkele beklaagden gevraagd, sommigen prijken overigens ook op onze beklaagdenlijst. Zonder resultaat natuurlijk. De burgeroorlog is al lang gedaan, maar het leger blijft onaantastbaar. De architecten van de massamoorden hebben zich in een geheime broederschap verenigd, een lobby met tentakels die tot in de top van het leger en de politiek reiken. Geen sprake dat men zou raken aan de amnestie voor de gruwelen uit het verleden."

Leo Tindemans

Navraag bij het parket-generaal leert dat het zo'n vaart niet zal lopen. Het onderzoek zit weliswaar in een beslissende fase, maar er moeten wellicht nog enkele rogatoire commissies worden uitgestuurd. De kans op een assisenproces blijft gaaf, maar het zal niet meer voor dit jaar zijn. Niettemin: de daadkracht van de Belgische justitie kwam als een verademing voor de families en sympathisanten van de vermoorde missionarissen. Wat een verschil met de apathie en obstructie die ze in de jaren na de moorden mochten ondervinden.

Spreek de naam Leo Tindemans uit, en Raf en Germain beginnen haast te schuimbekken van woede. Het voormalige CVP-boegbeeld was minister van Buitenlandse Zaken toen de scheutisten werden vermoord. "Tindemans had Guatemala onder druk moeten zetten om op zijn minst uitleg te geven over het lot van Serge", zegt Raf. "Maar in de plaats daarvan ging hij op de rem staan. Als overtuigd Atlantist voelde hij geen greintje sympathie voor het idealisme waarvoor Walter, Ward en Serge hun leven hadden gegeven. Opkomen voor arme boeren en arbeiders, dat was in zijn ogen een verkapte vorm van communisme. Slachtoffers van de dictatuur? Ze hadden het zelf gezocht, zo redeneerde de minister.

"Niet verbazend dat ons comité op ramkoers lag met Tindemans, want we bleven maar betogen en hem met lastige vragen bestoken. Wat had die man een bloedhekel aan ons! Als we toch een afspraak met zijn kabinet konden versieren, dan stond de gerechtelijke politie ons in Brussel op te wachten. Het ergste vind ik dat hij ons in het parlement voor lijkenpikkers heeft uitgemaakt. Tindemans draaide bovendien zijn hand niet om voor chantage. Hij maande de familie Capiau aan zich koest te houden. In hun eigen belang, want anders zou aan het licht komen dat hun zoon niet als missionaris was gestorven maar als een guerrillastrijder, die nota bene een vrouw en kind achterliet. Je kunt wel denken welke indruk dat maakte op een diepgelovige familie."

Merkwaardig genoeg tapte ook Scheut destijds uit hetzelfde vaatje. De nabestaanden werden tot terughoudendheid aangespoord. Publiek protest kon de veiligheid van de achtergebleven scheutisten in gevaar brengen, kregen ze te horen, of het einde van de hele missie inluiden. Achter pragmatische overwegingen ging vooral een diepe verdeeldheid schuil. Lang niet alle scheutisten steunden het activisme dat hun confraters fataal was geworden, door het missiehuis liep een diepe kloof tussen progressieve en conservatieve strekkingen. Voor Raf Allaert was de maat vol. "Eind 1982 ben ik uitgetreden", zegt hij. "De zaak van Serge was de spreekwoordelijke druppel in de emmer."

Louterend

Het is uiteindelijk niet bij Lourdes gebleven. Agnes Parret en Roger Berten hebben hun afstandsrecord nog gevoelig verbeterd. In 1989 reisden ze een eerste keer naar Guatemala, waar ze niet alleen de parochie van hun zoon bezochten maar ook de plek van de ontvoering. Het was een bewogen trip. De Bertens werden ontvangen door de democratisch verkozen president, en door een generaal die zijn handen in schuld waste, ook al waren er sterke aanwijzingen dat hij rechtstreeks verantwoordelijk was voor het folteren van politieke gevangenen. In 1997 vlogen ze een tweede keer naar Guatemala, om er met de families van de andere vermoorde scheutisten te getuigen voor de Waarheidscommissie.

Agnes knikt alleen maar als de reizen ter sprake komen. Al die airmiles, de gepensioneerde boerin heeft er nooit om gevraagd. Toch was het een louterende ervaring. Haar zoon heeft ze er niet mee teruggekregen, maar ze begrijpt nu beter waar hij voor gestorven is. Hoopt ze nog op gerechtigheid? Is het een troostgevende gedachte dat de politieke verantwoordelijken straks door een Belgisch assisenhof kunnen worden veroordeeld? "Ja", zegt ze. "Maar ze zullen zich moeten haasten in Brussel. Als het nog lang duurt, zijn alle verantwoordelijken dood en liggen wij ook al in onze put."

Maandag in De Morgen

vermoord in het buitenland

Toeristen, expats, missionarissen..., ook zonder burgeroorlog worden Belgen vermoord in het buitenland. Een drama voor de nabestaanden, zeker als de plaatselijke autoriteiten het vertikken de daders op te sporen en te vervolgen. Maadag in uw krant.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234