Woensdag 17/08/2022

AchtergrondAbortus

Dertig jaar geleden kende België zijn laatste abortusproces. ‘De gevangenis? Je hield dat toen echt voor mogelijk’

22 januari 1973. Vier vrouwen gaan in hongerstaking na de arrestatie van dokter Willy Peers die abortussen heeft uitgevoerd. Beeld RV Collectie / Archief : Fotocollectie Anefo
22 januari 1973. Vier vrouwen gaan in hongerstaking na de arrestatie van dokter Willy Peers die abortussen heeft uitgevoerd.Beeld RV Collectie / Archief : Fotocollectie Anefo

Dertig jaar geleden viel het finale doek over het ‘monsterproces’, de laatste keer dat justitie abortus vervolgde. Drie artsen van toen blikken terug. ‘En dan zie je wat zich nu in de VS afspeelt. Plots besef je: er hoeft toch niet zoveel te gebeuren.’

Douglas De Coninck

‘En wat is dat voor jou dan, dokter zijn? Dokter zijn, dat is toch mensen helpen?’ Ik voel me rood aanlopen. Alles in mij protesteert. Natuurlijk is dokter zijn mensen helpen, wat dacht je dan?’

Uit Omtrent abortus, dagboek van een dokter, 1985

Het boek vermeldt als auteur Jo Philippe. Het is de alias van de Gentse huisarts Rein Bellens. In deze passage beschrijft ze haar ondervraging in de kantoren van de Gentse Bijzondere Opsporingsbrigade (BOB) van de rijkswacht, de toenmalige federale politie. Het is 3 januari 1984. “Je wist op dat ogenblik niet wat de gevolgen konden zijn en welk risico je liep met de publicatie van een boek”, zegt Rein Bellens. “Ging je naar de gevangenis? Je hield het toen echt voor mogelijk.”

In haar masterproef De rechtszaak tegen het Gentse Kollektief Anticonceptie reconstrueerde Lori Verhoeven (25) in 2018 de gerechtelijke actie tegen Rein Bellens, Frans Van Acoleyen, Marc Cosyns, Lucie Van Crombrugge en nog een vijftigtal anderen. Het Kollektief Anticonceptie (KAC) hielp vanaf 1980 ongewenst zwangere vrouwen in een bescheiden huurwoning in de Sint-Pietersaalststraat in Gent. Het was er een dagelijks komen en gaan van artsen, verplegers en vrijwilligers. Wat niemand wist, was dat ze in het najaar van 1983 twee maanden lang werden bespioneerd door de BOB, die zich aan de overkant van de straat had verschanst.

Lori Verhoeven: “Als je de gerechtelijke stukken over die actie terugleest, lijkt het alsof ze met een heel zwaar moordonderzoek bezig waren. Ze noteerden de nummerplaten van auto’s – en fietsen – van al wie het pand binnenging of verliet, ook patiëntes. Op 22 november 1983 is er een huiszoeking uitgevoerd. De BOB zocht medische dossiers, maar die waren er niet. Die werden elke maandag naar een geheime plek overgebracht. Men nam wel de medische apparaten in beslag waardoor de werking een paar weken stillag.”

Baas in eigen buik

Tot begin 1973 werd in België zedig gezwegen over abortus. Dat veranderde op 17 januari van dat jaar met de arrestatie van de Naamse arts Willy Peers. Hij had vruchtafdrijving toegepast bij een 16-jarig meisje dat zwanger raakte na te zijn verkracht door haar vader. Peers was in die jaren in het Brusselse Sint-Pietersziekenhuis een pionier op het gebied van pijnloos bevallen.

Rein Bellens: “Willy Peers heeft de ingreep bij dat meisje niet alleen uitgevoerd, hij kwam er ook voor uit. En ook voor de meer dan driehonderd abortussen die hij daarvoor had uitgevoerd.”

Rein Bellens.

 Beeld Wouter Van Vooren
Rein Bellens.Beeld Wouter Van Vooren

Een op YouTube terug te vinden zwart-witfragment laat een boevenwagentje zien dat de arts overbrengt naar de gevangenis van Namen. “Ik weet wat ik heb gedaan en waarom”, verklaart Willy Peers tegenover een tv-ploeg. “Ik ben arts, ik heb het gedaan met de volksgezondheid als doel. Ik beschouw het als mijn plicht en blijf bij mijn overtuigingen.”

Peers, een verzetsheld uit de Tweede Wereldoorlog, groeit in de jaren daarna uit tot een cultfiguur, altijd op de voorste rij op betogingen met de obligate slogan: baas in eigen buik.

Verhoeven: “Er is toen wekenlang in heel België betoogd. Een petitie voor de vrijlating van Peers leverde een kwart miljoen handtekeningen op. Hij is na zes weken vrijgelaten onder druk van de publieke opinie. Dat was het begin van het abortusdebat in België.”

Peers werd aangehouden op grond van het strafwetboek van 1867, dat voor opzettelijke vruchtafdrijving straffen tot twintig jaar cel of vijftien jaar dwangarbeid voorzag. In haar beleidsverklaring beloofde de nieuwe regering-Tindemans op 30 april 1974: “Wat het probleem van de vruchtafdrijving betreft, stelt de regering voor een Senaatscommissie op te richten, samengesteld uit eminente personaliteiten uit de wetenschappelijke, gerechtelijke en politieke wereld.”

De regering kondigde tegelijk de opheffing aan van het “verbod op de verspreiding en promotie van anticonceptie”. In afwachting van een eindrapport van de commissie vroeg het parlement het college van procureurs-generaal om abortus niet langer actief op te sporen of te vervolgen.

Verhoeven: “Men dacht: als we de anticonceptiepil toelaten, zal het abortusprobleem vanzelf wel verdwijnen. Typisch Belgisch (lacht).”

De commissie werd initieel voorgezeten door de liberale politica Lucienne Herman-Michielsens. Na een eerste interview in Het Laatste Nieuws werd ze meteen gedwongen tot ontslag.

Pioniers

Frans Van Acoleyen (73), in 1974 afgestudeerd als arts en later grondlegger van Geneeskunde voor het Volk (PVDA), was een van de eerste Vlaamse abortusartsen.

“Na het tumult rond de zaak-Peers was er in Gent, zoals in veel steden, een abortuscomité opgericht”, vertelt hij. “Men wou zelf een abortuscentrum oprichten, maar er waren geen geschoolde artsen. Ik heb dan eind jaren zeventig een opleiding gevolgd bij dokter Jo Boutte in Baudour, een dorp in de Borinage en studiegenoot van Willy Peers. Boutte werkte als gynaecoloog in een kliniek. Het gebeurde in Baudour nog halvelings ‘in den duik’. Abortus werd in Wallonië, anders dan in Vlaanderen, getolereerd. Toch werden de ingrepen uitgevoerd op de kankerafdeling, in een lokaal waar niemand dat zou verwachten. Ik heb verder een opleiding gevolgd en een dag per week abortussen uitgevoerd bij de abortuskliniek in het Nederlandse Groede, waar ook Rein Bellens is opgeleid. In die tijd kwam 90 procent van de patiënten daar uit Vlaanderen.”

Huisarts op rust Frans Van Acoleyen. Beeld Wouter Van Vooren
Huisarts op rust Frans Van Acoleyen.Beeld Wouter Van Vooren

Verhoeven: “Mijn generatie vindt het de normaalste zaak van de wereld dat je bij een ongewenste zwangerschap hulp kan krijgen. We zijn er ons niet van bewust wat voor risico’s een kleine groep mensen in die tijd heeft genomen. Rein Bellens heeft op haar zolder een gigantisch archief. Ik heb daar uren, dagen, in mogen doorbrengen. Ik kan niet zeggen hoeveel respect ik voor haar heb.”

Van Acoleyen: “In Groede had ik op een dag een rijkswachter die daar zat met zijn echtgenote. Heel schuldbewust. Hij zei: ‘Ik ben daar ook tegen, maar ja.’ Het was een heel hypocriete tijd. Wij hadden in die begindagen in Gent behoefte aan dekking, want bij een abortus kan altijd iets fout gaan. We vroegen de afdeling gynaecologie van de UGent of we in het geval van een ernstige complicatie bij hen terechtkonden. Nee, dat kon niet: we moesten naar de spoed. In woorden steunde men ons, in daden niet. Later vernamen we dat diezelfde afdeling vrouwen met een ongewenste zwangerschap naar ons doorstuurde.”

Marc Cosyns, een andere pionier bij het KAC en vandaag verbonden aan de UGent: “Vrouwen uit bemiddelde kringen konden terecht bij hun privégynaecoloog, de grote massa nergens. Wij wilden deze vorm van medische zorg voor iedereen toegankelijk maken. Ik herinner me van die eerste jaren bij het KAC vooral de steun van een grote groep mensen. Er waren vrouwen die een uur of twee per week vrijwillig kwamen helpen bij het onthaal, die het intakegesprek voerden.”

Marc Cosyns. Beeld Wouter Van Vooren
Marc Cosyns.Beeld Wouter Van Vooren

Van Acoleyen: “Lucie Van Crombrugge was zo iemand. Men heeft geen idee hoeveel gesprekken er bij ons toe leidden dat het jonge koppel daar een week later weer stond: ‘We hebben eens goed nagedacht, we gaan het kindje houden.’ Mensen waren in die tijd radeloos bij een niet-geplande zwangerschap. Lucie, en vele anderen, voerden die gesprekken. Je had ook vrouwen die daar kwamen en duidelijk onder druk stonden van hun partner. Die mannen konden het niet hebben dat Lucie met hen in discussie ging, maar ze deed het toch en aan het eind gaf de wil van de vrouw de doorslag.”

‘Kannibalisme’

‘Bij het onthaalgesprek vertelt ze dat ze naar een ‘lapper’ is geweest. ‘Ik heb pillen gekregen. Ik moest ze oplossen in water en daarmee moest ik mijn vagina spoelen. Het was purper en het brandde erg. Het zou ook bij koeien gebruikt worden.’ Natuurlijk heb ik gelezen over vrouwen die hete kruiken op hun buik leggen, warme zitbaden nemen, een fles porto leegdrinken, kininepillen slikken die soms een abortus opwekken maar ook het zenuwstelsel kunnen aantasten met blindheid, doofheid, verlamming tot gevolg. Vrouwen die allerlei instrumenten in de baarmoeder proppen, zoals haarspelden, een balein van een regenscherm, breinaalden.’ (Uit het boek van Jo Philippe, 1985.)

Rein Bellens: “Als het Hooggerechtshof in de VS doorzet, zul je zien wat we wereldwijd zien. Vrouwen gaan online de abortuspil bestellen. Maar hoe kan dat op een veilige manier als er geen arts is die de duur van de zwangerschap kan bepalen en de de vrouw verder opvolgt? Niet elke bloeding betekent dat de abortus ook is gelukt. Volgens het Alan Guttmacher Institute overlijden in ontwikkelde landen 0,6 vrouwen op 100.000 aan de gevolgen van een abortus. In ontwikkelingslanden zijn er dat 330, en in Afrika zelfs 680. Dat is wat er in de VS zal gebeuren: er zullen vrouwen sterven.”

Op 1 juli 1982 trok Paul Tant (CVP, nu cd&v) in het parlement luidkeels van leer tegen een advertentie die hem onder ogen was gekomen over een kliniek in Montreux die een nieuwe, revolutionaire verjongingskuur aanbood door gebruik van enkel met dat doel verwekte 21 weken oude menselijke foetussen. “In gemoede menen wij de vraag te mogen stellen of het hier geen moderne vorm van kannibalisme betreft.”

Het bleek achteraf te gaan om een kuur met embryonale cellen van schapen en kalveren.

In haar boek vermeldt Rein Bellens hoe ze in 1982 politica Paula D’Hondt (CVP) aanschrijft, en als antwoord krijgt. “Ik waardeer uw mening, probeer ook de onze te appreciëren.” Haar bedenking: “Eén ding is wel zeker. Met haar mening kom ik niet in de gevangenis, met de mijne misschien wel.”

Halfweg 1981 liet de Brusselse procureur-generaal Victor Van Honsté, vrijmetselaar en professor aan de ULB, de minister van Justitie weten dat de politiek lang genoeg had getalmd en hij zich niet langer gebonden achtte door de directieven uit 1974. Het gevolg was een correctioneel proces tegen onder anderen de Brusselse abortusartsen Pierre-Olivier Hubinont en Jean-Jacques Amy. In zijn aanklacht stelde de procureur: “Hoe kunnen artsen die tot taak hebben al hun verstand, hun kennis, hun hart te gebruiken om het leed te lenigen en het leven te redden het leven wegnemen en uitschakelen?”

Op 30 juni 1983 eindigde de rechtszaak voor het hof van beroep in Brussel met een arrest, dat zegt: “Het is mogelijk dat de vervolgde artsen, hoe geleerd zij ook zijn, konden geloven dat abortus tussen 1977 en 1981 dat abortus vrij was, gezien de tien jaar durende controverse.” Aangezien alle Belgen gelijk zijn voor de wet en abortus in andere arrondissementen al die tijd niet werd vervolgd, sprak het hof de artsen vrij.

Rein Bellens: “Even was er euforie vanwege de vrijspraak. Maar dan? Voor de toekomst bood die uitspraak geen enkele garantie.”

De abortuswet

‘Het monsteronderzoek’, zo titelde De Morgen op 13 juni 1985. Deze krant berichtte heel uitgebreid over de spionageactie van de BOB, anderhalf jaar eerder. Over de werking van het KAC, dat vandaag als LUNA-abortuscentrum Gent nog altijd bestaat.

Verhoeven: “De Morgen was de eerste krant die het woord ‘monster’ gebruikte. Die ene titel heeft ontzettend veel in gang gezet. Er stonden aanvankelijk meer dan zestig mensen terecht in Gent – medewerkers van het KAC maar ook patiëntes en hun partners. Dat was er gewoon vér over.”

De Gentse rechtbank sprak begin 1988 alle verdachten vrij, maar het parket ging in beroep en op 14 november werden enkele artsen alsnog veroordeeld, waarna ze cassatie aantekenden. Het KAC greep de rechtszaak aan voor protestacties. Op een van de vele debatavonden staken senatrice Lucienne Herman-Michielsens en haar collega Roger Lallemand (PS) de koppen bij elkaar. Ze stemden hun eerdere wetsvoorstellen op elkaar af, waarbij abortus tijdens de eerste vijftien – uiteindelijk twaalf – weken van de zwangerschap mocht worden uitgevoerd op verzoek van de vrouw.

Op 3 april 1990 kreeg het ontwerp in de Kamer een meerderheid van 126 stemmen voor, 69 tegen en 12 onthoudingen. Een dag later bleek dat koning Boudewijn de wet weigerde te ondertekenen, waarna hij gedurende één dag, tijdens de mini-Koningskwestie, “in de onmogelijkheid te regeren” werd verklaard.

Frans Van Acoleyen: “Ik heb nooit het gevoel gehad iets bijzonders te hebben betekend, maar die dag herinner ik mij goed. Ik zei tegen mijn vrouw: ‘Ik heb er mee voor gezorgd dat we één dag niet in een monarchie hebben geleefd.’ (lacht)

Marc Cosyns: “Twee jaar later, op 15 mei 1992, zijn we met de laatste vijf voor het hof van beroep in Antwerpen vrijgesproken. Voor mij is die dag nog altijd evenwaardig aan een verjaardag. Bijna tien jaar lang was dat een deel van onze levens, een zwaard van Damocles. En dan zien we nu wat er zich in de VS afspeelt. Je beseft: er hoeft toch niet zoveel te gebeuren, een kleine politieke omwenteling maar, en die donkere periode is helemaal terug.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234