Dinsdag 27/07/2021

Dertien Hobbits in een dozijn

Backstage. Volgende week woensdag bestormen Orks, elfen, mensen, dwergen en één Hobbit alweer de bioscopen voor een allerlaatste retourtje richting Midden-Aarde. Tof! Maar is er wel iemand die nog écht uitkijkt naar The Hobbit: The Battle of the Five Armies?

Wij trokken bij wijze van onderzoek - en voor een tripje op kosten van de distributeur, daar moeten we niet flauw over doen - naar het poepchique Londense Claridge's Hotel, aan de rand van Mayfair, waar onlangs het verzamelde wereldjournaille present gaf voor een rondje vragen stellen aan cast en crew van die laatste Hobbit-miserie. 'Is het nu eindelijk gedaan met die Midden-Aarde-films?'

Wat al meteen opvalt wanneer we - spectacularly underdressed en zo ongeveer evenveel op onze plaats als een bierkraag in een champagneglas - door de magnifieke lobby schrijden en ons nestelen in de daartoe bestemde zetels: Britse journalisten zijn geen Vlaamse journalisten. Alles is niet één maar vijf trapjes groter. Het sfeertje is amicaal genoeg, maar er sluipt in elke conversatie wel een competitiegedreven edge: 'Wat ga je deze week nog schrijven?' 'Heb je vorige maand die of die kunnen interviewen?' 'Hoeveel uur slaap jij gemiddeld per nacht?' De brug tussen journalist en paparazzo is een kleintje in Engeland, zo lijkt het.

Dé vraag op iedereens lippen is: 'Wat vond je van de film?'

We schrijven dinsdagmiddag en op maandagavond was er net het rodeloperevent van The Hobbit: The Battle of the Five Armies - "the defining conclusion to the epic saga", volgens de trailer - waarna de film voor de meeste aanwezige journalisten een eerste keer getoond werd. De meningen zijn opvallend: de meest vocale aanwezigen zijn er weg van, één liet naar eigen zeggen zelfs op tijd en stond een traantje. "De Hobbit-trilogie hóórt bij Lord of the Rings, het is één groot verhaal en samen vormen ze een perfect geheel." Nou.

Verloren magie

Eén journaliste vindt The Hobbit vlotjes beter dan de originele trilogie, een andere beklaagt zich erover dat op de persconferentie waarop we staan te wachten, geen persoonlijke vragen mogen worden gesteld, alleen dingen die rechtstreeks verband houden met The Hobbit. "Jammer, want naar het schijnt zijn Lee Pace (Thranduill) en Richard Armitage (Thorin) een koppel. Ze zijn gay, maar nog niet geout!" Alweer: nou. De collega in kwestie zou trouwens nog een handige weg rond dat akkefietje vinden: uiteindelijk wilde ze weten hoe "mannelijk ego" hun rol beïnvloedde, "en ook de relatie achter de schermen". Subtiel! Geen noemenswaardig antwoord gekregen, helaas.

De Britse bombast staat in schril contrast met de afwikkeling van de persvoorstelling op Vlaamse bodem, maandagochtend, en de reacties van de journalisten daar. Na afloop kwamen medewerkers van Fox, dat The Hobbit verdeelt in België, met de glimlach polsen wat er van de film gevonden werd: er werd eens diep ingeademd, met de schouders geschud, geblazen. Naast ons hoorden we een Brusselse journaliste zeggen: "La magique est perdue." Niks geen absolutely marvelous of simply stunning. Terwijl wij Belgen altijd nuchter blijven, is subtiliteit in Londen geen optie: merkwater en mooie hapjes staan aan de receptie netjes uitgestald en een paar dozijn bedienden staat klaar om vragen te beantwoorden. Zo'n 150 journalisten zijn komen opdagen - en als je weet hoeveel meningen die per kop tellen, dan weet je: dat zijn er veel.

Terwijl de Britten alles - de film nog het meest - bloody brilliant vinden, blijven de journalisten van het Europese vasteland net als wij Belgen koelhoofdiger. Een Duitse collega: "De eerste film wilde ik heel graag goed vinden. De tweede ging ik tegen beter weten in kijken. En naar de derde ging ik om ervan af te zijn." Net als wij!

Regisseur Peter Jackson zelf pareerde die kritiek op tamelijk makke wijze: "Ik luister niet naar critici. Ik maak deze films voor een grote groep mensen die er zot van zijn; er zullen er altijd zijn die het niet lusten." Maar daarmee gaat hij wel erg licht voorbij aan het feit dat net de fans vaak de grootste criticasters zijn: op het internet vind je tientallen artikels over wat er allemaal mis is met de Hobbit-films, en die zijn heus niet allemaal geschreven door streng bebrilde filmtheoretici die hun neus optrekken voor alles wat geurt naar blockbuster. Wel integendeel, het zijn vaak über-geeks, mensen die een blinde kaart van Midden-Aarde beter kunnen invullen dan die van Europa. Net het doelpubliek, dus, dat Jackson wil bereiken. Maar ja: Jackson leest geen kritiek. Misschien moeten wij dat maar voor hem doen.

'A fucking nightmare'

De laaiend positieve meningen hier en daar zijn een sterke indicatie dat zo'n pamperend persevent wérkt: is de smaak van de Britten echt zo anders of willen ze zeker niet te negatief zijn om op goede voet te blijven met de distributeur - om zo telkens de beste interviews en de mooiste exclusives te kunnen strikken? Een discussie voor een andere dag, maar wij kwamen in Londen genoeg lui tegen die de film wél kritisch wilden benaderen - blinde adoratie is immers nergens goed voor. Zo waren er collega-journalisten van Brazilië en Noorwegen, en een vriendelijke, kennelijk door comics en fantasy geobsedeerde lobbyboy.

En daarnet had ik het over geeks: waarom dan niet even naar de bron gaan? In Londen heb je Forbidden World, een tempel voor all things nerd, waar je naast speelgoedjes en standbeeldjes ook bergen comics en filmboeken vindt. De klachten van enkele stafleden daar - die overigens niet mals waren voor vooral deel één van The Hobbit: wij tekenden de woorden abysmal en a fucking nightmare op - werden ook in rekening gebracht. Zo konden we zelf, als steeds, geheel objectief blijven en alsnog enkele pijnpunten aanstippen.

Zoals daar is (met stip op één, overigens): te veel CGI - special effects dus. In The Hobbit wordt Jackson een filmmaker die zichzelf verliest in zijn computereffecten en door de bomen het bos niet meer ziet: genoeg mooie, fake plaatjes om je aan te vergapen, maar wat was ook alweer de magie die het boeltje deed werken in de eerste plaats?

Terwijl de machtige Uruk-Hai vroeger nog gigantische Afrikanen onder kilo's make-up waren, zijn ze nu vervangen door computergegenereerde exemplaren die er nog niet half zo schrikwekkend uitzien. Legolas verrukte vroeger jong en oud met zijn uitzinnige acrobatische toeren, maar in The Battle of the Five Armies ziet hij er vaak uit als een rubberen mannequin die door de lucht wordt gekatapulteerd. In plaats van echte stunts te stagen, liet Jackson dit keer liever iets ontwerpen op computer; dat is eraan te zien.

Niet dat de wetten van de fysica in een grootschalige blockbuster tot de letter nageleefd moeten worden - dan krijg je van die belachelijke wetenschappelijke stukken over de foutjes in Interstellar - maar wanneer de actie in niks meer verankerd zit in de realiteit, betekent ze ook niks meer. Het voelt vals aan, waardoor de opwinding zoek raakt. Net zo bij de Star Wars-prequels van George Lucas, die overigens opvallend veel parallellen vertonen met The Hobbit (net als The Phantom Menace en co. vertelt The Hobbit een verhaal dat zich vroeger afspeelt in de tijd, maar wel later werd gefilmd, bijvoorbeeld).

De jammerlijkste gelijkenis: de personages die zo krampachtig op kinderen gericht zijn dat ze pijn doen aan ogen en oren. The Phantom Menace had Jar-Jar Binks, The Battle of the Five Armies heeft Alfred, een grappig bedoelde lafaard die nog het best te vergelijken valt met de gluiperige Semi in The Mummy (die van Stephen Sommers) maar dan véél irritanter. (De enige persvraag gericht aan de acteur die hem vertolkt: "Had je niet liever een elf of een Hobbit gespeeld?") Probleem is niet alleen dat hij überhaupt in de films zit, maar ook - en dat is nog erger - dat Jackson niet aanvoelt hoe overbodig het personage is, en hoe nefast het is voor de rest van de film dat zijn verhaallijn zoveel aandacht krijgt.

Er zitten sowieso al tien plotlijnen te veel in The Battle of the Five Armies: Saruman, Elrond en Galadriel mogen één scène komen opdraven, er is een overbodige liefdesplot tussen Tauriel (Evangeline Lilly) en een of andere dwerg - "that wanker", volgens onze vriend de lobbyboy - en Legolas loopt de hele film te fronsen alsof hij zelf ook niet goed weet waarom hij nu alweer op de set moest staan.

Het is allemaal te veel, maar dat schijnt Jackson niet te deren: wie gaat hem wat maken? Net als bij Lucas lijkt de titanenslag die de originele trilogie was, hem te hebben uitgeput: bij The Hobbit lijkt het wel alsof hij blij was dat hij 's avonds op tijd naar zijn bed kon, en ook al eens achter een monitor tegen een greenscreen kon werken, in plaats van altijd maar op locatie.

Die vermoeide indruk laat Jackson ook na op de persconferentie: hij antwoordt - vriendelijk genoeg, dat wel - na veel zuchten en de meeste van zijn antwoorden staan al in de (weliswaar enorme) persmap die werd uitgedeeld. Kan je het hem kwalijk nemen? Zeventien jaar Midden-Aarde - want zo lang is hij er al mee bezig - is láng.

Tekenend is dan ook dat Jackson er sowieso al niet happig op was om aan The Hobbit te beginnen, en dat hij maar wat blij is dat hij zich binnenkort weer op andere, kleinschalige projecten kan storten. Lord of the Rings was een ambitieus project dat met de verfilming van de klassieke fantasytrilogie bij uitstek het onmogelijke probeerde te doen. The Hobbit is de slang die haar eigen staart opeet, het late Rome dat inzakt onder de eigen decadentie - Jackson ging vlotjes van ambitie naar exces. Het gevoel dat hij scheen te hebben over The Hobbit zit vervat in de originele titel van deel drie, voor die werd vervangen door The Battle of the Five Armies: There and Back Again - vrij vertaald: been there, done that.

Franchise-overkill

Dan is er evenwel nog één element dat het enthousiasme voor The Hobbit enorm tempert en waar de reeks zelf niets aan kan doen: de opwinding omtrent epische event movies is veel moeilijker aan te wakkeren vandaag dan in 2003, toen Return of the King in de zalen kwam. Er zijn er namelijk véél méér. "A bit too much" volgens die van Forbidden World, en als die het al zeggen...

Sinds Marvel een veelvoud van het bruto nationaal product van heel Afrika verdiende met haar Cinematic Universe, wil elke studio een deel van de koek, en zijn ze allemaal op de franchisewagen gesprongen: er wordt nu zelfs een filmuniversum gebouwd rond de oude monsters van Universal (de Mummy, Frankenstein, Wolfman - iets zegt ons dat de kids daar nu niet bepaald op zitten te wachten). Tot 2020 zullen er elk jaar minstens tien gigaproducties in de zalen komen, en er zijn maar weinig mensen die ze enthousiast allemáál zullen gaan zien. Lord of the Rings was uniek; The Hobbit verzuipt in een zee van haar soortgenoten.

Het kan dus evengoed aan sociaal-culturele als aan artistieke redenen liggen dat The Hobbit de schoenen van zijn voorganger niet weet te vullen, maar rave reviews over de plas of niet: het staat buiten kijf dat er iets fundamenteel scheelt aan de hele reeks, en dat ze lang niet dezelfde impact op een hele generatie heeft als Lord of the Rings - hoe graag Jackson dat ook zou willen en hoe hard hij er misschien wel zijn best voor heeft gedaan. Hij ziet The Hobbit en Lord of the Rings overigens als één lange cyclus. Op de persconferentie zei de regisseur: "Kinderen die nu nog te jong zijn, zullen binnen een paar jaar de films ontdekken en dan moeten ze beginnen met The Hobbit; daar start het verhaal en je zal zien dat het naadloos overvloeit in Lord of the Rings."

Misschien hield Jackson zich daar wel te véél mee bezig: The Hobbit zit zo tjokvol details, referenties en plotlijnen dat ze elkaar voor de voeten beginnen te lopen. Op den duur is hij alleen nog draadjes met elkaar aan het verbinden, geen boeiend verhaal aan het vertellen. En dat wordt het argument dat 'de actiescènes echt wel epic zijn' - wij transcriberen - behoorlijk dun.

The epic conclusion

In de balzaal van Claridge's - waar 150 man veel te dicht opeengepakt zit en lichaamsgeuren zich op de meest ongewenste manieren beginnen te vermengen - loopt de Q&A stilaan ten einde. De laatste vragen beginnen allemaal met "Thank you, it was a brilliant movie", wat ons op hersenspoeling lijkt, maar alla.

Wanneer Andy Serkis zijn uitleg over motion capture heeft gedaan, Martin Freeman zichzelf à la Kanye West (zij het een heel stuk sympathieker) met Jezus heeft vergeleken en Evangeline Lilly eens vettig in onze richting heeft geknipoogd - écht gebeurd - trekken we weer de lobby door. Buiten staat een handvol fans met boekjes, dvd's en pennen in de aanslag, vurig hopend dat een van de sterren in een onbewaakt moment zo dom is om de hoofdingang van het hotel uit te wandelen.

Eén vraag blijft nog door ons hoofd spoken, omdat we ze zelf wilden stellen: "Meneer Jackson, is het nu écht gedaan met uw Midden-Aarde-films of is er een kans dat er ooit nog één komt?"

Het antwoord, verrassend: "Alleen de rechten van The Hobbit en Lord of the Rings waren te koop; alle andere boeken zijn nog van de Tolkien Trust." Hoe? Dus als de rechten te koop zouden staan, zou hij wel willen? En wij dachten dat Jackson blij was eindelijk van Midden-Aarde af te zijn? Wat als de Tolkien Trust die rechten toch zou verkopen? Nóg eens een trilogie - eentje over De Silmarillion, misschien?

Op de vraag 'Is het nu eindelijk gedaan met die Midden-Aarde-films?' moeten we dus voorlopig het antwoord schuldig blijven. Wel onthouden: waar een wil is, is een weg. En waar er geld is, is er meestal véél wil.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234