Woensdag 20/10/2021

Derde keer goede keer voor Vandervost

podium

océ podium prijs gaat naar artistiek leider van de tijd

Niet de gedoodverfde favorieten Jan Fabre of Jan Decorte kregen gisteravond in de Koninklijke Muntschouwburg in Brussel de vijfde Océ Podium Prijs ter waarde van 1 miljoen frank, maar wel Lucas Vandervost (43) voor zijn werk bij het Antwerps gezelschap De Tijd. Het gaat om de grootste theateronderscheiding van het land.

Brussel / Van onze medewerkster

Sally De Kunst

De keuze voor Lucas Vandervost is enerzijds verrassend, aangezien de Océ Podium Prijs "een waardevolle artistieke prestatie van het voorbije jaar op het terrein van de podiumkunsten in Vlaanderen honoreert". In die zin leken Jan Fabre, die zich afgelopen seizoen als theatermaker herbevestigde met As long as the world needs a warrior's soul en My movements are alone like streetdogs, en Jan Decorte, die zijn opvallende comeback voortzette met Amlett, meer voor de hand liggende laureaten. Anderzijds lauwert de eindjury, die dit jaar was samengesteld uit voorzitter Pol Arias (VRT), Katrien Darras (VTI, Etcetera), Geert Sels (De Standaard), Klaas Tindemans (Rits, de Roovers), Bart Van den Eynde (Laika) en Marianne Van Kerkhoven (Kaaitheater, Het Net, Etcetera), met Vandervost een theatermaker die al drie opeenvolgende jaren in verschillende hoedanigheden in de Océ-shortlist prijkt.

In 1999 werd het op de Italiaanse auteur Antonio Tabucchi en door Vandervost bij De Tijd geregisseerde Pereira verklaart al genomineerd, een voorstelling waarover merkwaardig genoeg in het juryrapport van de Océ Podium Prijs 2001 niet meer gerept wordt. In 2000 werd De Tijd als gezelschap naar voren geschoven en dit jaar werden Vandervost en De Tijd samen in de nominatielijst opgenomen. De nominatiejury, die deze keer bestond uit 291 professionelen uit de podiumkunstensector, liet de eindjury naast Vandervost-De Tijd, Fabre en Decorte, de keuze uit De Leenane Trilogie, een coproductie tussen Het Toneelhuis en Zuidelijk Toneel Hollandia, culturele werkplaats Rataplan uit Borgerhout, het collectief de Roovers en theatermaker Eric De Volder.

Hoewel Lucas Vandervost en zijn gezelschap De Tijd samen als laureaat uit de bus kwamen, wordt in het juryrapport merkwaardig genoeg alleen Vandervost als oeuvrebouwer gelauwerd. Johan Van Assche, de andere huisregisseur en zakelijk leider van De Tijd, blijft onvermeld: "De jury looft Lucas Vandervost voor de ijzeren consequentie van zijn werk. Voor zijn doorgedreven keuzes. Voor de manier waarop hij, zonder concessies, kiest voor teksttheater dat niet van gemakkelijk materiaal vertrekt. Voor de even grote consequentie waarop hij aan deze teksten theatraal vorm geeft. Voor de manier waarop hij zijn acteurs laat balanceren tussen spelen en citeren. Voor hoe hij eerder het accent legt op de vertelling en de taal zelf dan op de verteller of het personage. Voor hoe de scenografie in zijn voorstellingen telkens al een kunstwerk is op zich."

Lucas Vandervost studeerde in 1979 af als acteur aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen bij Dora Van der Groen. Na zijn studies profileerde hij zich met Het Gezelschap van de Witte Kraai, waarvan Sam Bogaerts, Johan Van Assche en Warre Borgmans de voornaamste andere leden waren. In 1987 versmolten Het Gezelschap van de Witte Kraai en Theater Akt-Vertikaal van Ivo van Hove tot De Tijd. Na het vertrek van Van Hove in 1990 naar het Zuidelijk Toneel zette Vandervost zijn parcours bij De Tijd alleen verder. Hij koos vaak voor sobere theatrale bewerkingen van literaire teksten, of voor bestaande stukken die door sommigen als onspeelbaar beschouwd worden. Daarvoor omringde hij zich steeds weer met dezelfde mensen als acteurs Dirk Buyse, Bob De Moor of Wim Van der Grijn en auteurs Paul Pourveur en Filip Vanluchene. In het seizoen 1993-1994 realiseerde Vandervost twee hoogtepunten uit zijn oeuvre: De Fantasten van Robert Musil en De ondergang van de Titanic van Hans Magnus Enzensberger. Beide voorstellingen werden geselecteerd voor het Nederlands-Vlaams Theaterfestival 1994 en dat jaar ontving Vandervost zowel de Thersites- als de Thaliaprijs.

Vanaf 1995 haakte een deel van de pers en het publiek echter af. Over die periode zei Vandervost in een openhartig interview met Betty Mellaerts in De Bijsluiter van 8 januari 2000: "Door te ontdekken wat mijn stijl was, ging ik hem toepassen. Ik programmeerde almaar moeilijker teksten omdat ik daarvoor stond, er prijzen voor gekregen had. Ik dacht: dit wordt van mij verwacht en dus zocht ik onspeelbare teksten, terwijl ik ze vroeger vond omdat ik ervan hield. (...) Ik stak al mijn energie in mijn zogenaamde opdracht: regisseren, maar ik heb mijn fout ontdekt door zelf weer te gaan spelen. (in Vaders en zonen uit 1998, SDK) (...) Ik moet mij amuseren, dacht ik, opnieuw houden van. Ik had mijn spelplezier teruggevonden."

Deze ommekeer had tot gevolg dat Vandervosts werk op een publieksvriendelijke manier een nieuw creatief elan kreeg, een verdienste die volgens de Océ-eindjury het voorbije seizoen zijn orgelpunt kende in de regie van Risquons-tout van auteur Filip Vanluchene, volgens het juryrapport een toonbeeld van hoe "een respectvolle en intelligente behandeling van een allesbehalve gemakkelijke schriftuur en een complexe intrige toch een hoog gehalte van vermaak en genot niet in de weg hoeven te staan."

De jury looft de laureaat voor de ijzeren consequentie van zijn werk

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234