Woensdag 16/10/2019
Jessika Soors: ‘Ik ben hoopvol en strijdvaardig, daarom ben ik in de politiek gegaan.’

Interview

Deradicaliseringsexpert Jessika Soors (Groen): ‘Het racisme is het nieuwe normaal geworden’

Jessika Soors: ‘Ik ben hoopvol en strijdvaardig, daarom ben ik in de politiek gegaan.’ Beeld Wouter Van Vooren

Jessika Soors werd bekend als deradicaliseringsambtenaar van de stad Vilvoorde. Nu gaat ze voor Groen in de Kamer zitten. Hoe kijkt ze met haar expertise naar het radicaliserende Vlaanderen?

11 september 2001 was de eerste dag van de rest van haar leven. Getriggerd door de dramatische gebeurtenissen die zich op die dag hadden afgespeeld, wist Jessika Soors al op haar dertiende dat ze arabistiek en islamkunde ging studeren. Na haar studies ging ze als deradicaliseringsambtenaar aan de slag in Vilvoorde, tot de politiek riep. Nu is ze een van de nieuwkomers in de uitgebreide fractie van Groen in de Kamer. Hoe verklaart zij, vanuit haar professionele achtergrond, het succes van radicaal-rechts?

Jessika Soors: “De heropleving van Vlaams Belang is vooral het gevolg van het klimaat van angst dat de voorbije jaren vanuit de politiek is gezaaid. N-VA heeft die opmars van extreemrechts mee georganiseerd. Heb je de advertentie gezien waarmee Francken voor de verkiezingen in Het Laatste Nieuws stond? ‘Je moet op N-VA stemmen, want anders komt er een tsunami van belastingen, migranten en van cultuurrelativisme op je af.’ Een tsunami aan migranten? (Zucht) Vervang het woord tsunami aan migranten door een tsunami aan joden of tsunami aan homo’s en het kot is te klein.”

Begrijpt u de groeiende onzekerheid bij mensen, met name over migratie?

“Absoluut, maar het is de verantwoordelijkheid van de politiek om daar boven te staan. Mensen zijn ongerust. Ze zien verandering, dat kan te maken hebben met migratie, met het klimaat, met zorgen om pensioen, of om werk. Mijn grootmoeder, die ondertussen 86 jaar is, spreekt ook over ‘de vreemden’, zij is geen slecht mens, zij zegt dat alleen maar omdat ze dingen rondom zich ziet gebeuren die ze geen plaats kan geven, en waarvan zij zich afvraagt welke impact dat op haar als mens zal hebben.”

U bent deradicaliseringsexpert. Het hele land lijkt te radicaliseren. Wat is uw remedie?

“Ingrijpende gebeurtenissen zorgen voor ingrijpende emoties. Maar als je daar als politicus boven staat en duidelijk maakt dat praten meer helpt dan schreeuwen, dan creëer je een ander politiek klimaat.

“De aanslagen van 22 maart hebben voor een grote piek in emoties en ongerustheid gezorgd, als je dan kijkt hoe de politiek daarop gereageerd heeft, dan hebben ze er weer voor gezorgd dat die angst verder kan gedijen. Met als gevolg dat mensen opnieuw op zoek gaan naar gemakkelijke antwoorden, en dan slaan populistische praatjes, zoals die van Vlaams Belang, maar eigenlijk ook die van N-VA, veel gemakkelijker aan.”

Wat is uw alternatief?

“Ik ben hoopvol en strijdvaardig, daarom ben ik in de politiek gegaan. Ik heb in de praktijk gezien dat mensen nood hebben aan een ander klimaat, dat ze nood hebben aan een hoopvol en constructief discours. Beschouw Groen maar als de dam tegen dat extreemrechtse discours.”

Groen bleef onder de verwachtingen.

“Op Groen na is er een rechtse draaikolk geweest, waarmee alle partijen verder naar rechts zijn opgeschoven. Bij de centrumpartijen CD&V en Open Vld maar ook bij sp.a is het niet meer ongewoon om het over het pushbackbeleid te hebben – John Crombez vond Francken te soft, zei hij op een bepaald moment. (stilte) Iedereen behalve Groen heeft mee die opschuifbeweging naar rechts gemaakt.”

Maar het had wel wat meer mogen zijn voor uw eigen partij.

“Voor alle duidelijkheid: Groen is gegroeid. In de Kamer gaan we van zes naar acht zetels, in het Vlaams Parlement van negen naar veertien. Maar uiteraard hadden we gehoopt op meer. Toch is de strijdvaardigheid binnen de partij enorm groot. Meer dan ooit zijn we overtuigd van ons verhaal voor de samenleving, zeker als je de resultaten van extreemrechts ziet. Een goeie week na de verkiezingen hebben we er al 300 nieuwe leden bij. De samenleving heeft nood aan hoop, aan perspectieven. Wij kunnen dat bieden.”

Mensen maken zich ook zorgen om hun veiligheid.

“Wij pleiten daarom voor een sterke hervorming van de strafuitvoering. Op dit moment zien we dat er onvoldoende werk wordt gemaakt van de opvolging van gevangenen. Feit blijft dat 98 procent van de gevangenen ooit vrij zal komen. De vraag is dan: hoe willen we dat die gevangenen vrijkomen? Willen we dat dat tikkende tijdbommen worden, of willen we dat die ex-gedetineerden weer kunnen meedraaien in de samenleving?

“Dat er voor bepaalde misdrijven zwaardere straffen moeten zijn, bijvoorbeeld voor seksuele delinquentie, stelt niemand ter discussie. Het is ook beter dat iemand onder voorwaarden vrijkomt zodat we weten waar hij woont, hoe hij zijn dagbesteding vult, vanwaar hij zijn inkomsten haalt, en met wie hij omgaat. Dat zijn manieren waarop we aan veiligheid in de samenleving werken, niet alleen maar door te roepen dat de gevangenen tot het einde van hun straf moeten vastzitten, of door te pretenderen dat je iemand kan opsluiten en vervolgens de sleutel kunt weggooien.”

Heeft minister Geens gefaald op Justitie?

“Ik heb veel respect voor de waardigheid waarmee hij een aantal crisissen het hoofd bood. Maar er is nog werk aan het beleid. Minister Geens zal dat erkennen, N-VA zal roepen dat het de schuld van links is. Typisch N-VA: voor alles bevoegd, maar voor niets verantwoordelijk.”

Jessika Soors: ‘In de voorbije legislatuur is de toon enorm veranderd. Het werd veel ruwer, waardoor ook de norm opschoof.’ Beeld Wouter Van Vooren

Wat met onze politie- en veiligheidsdiensten?

“De politiediensten zijn onderbemand. Dat is ook een van de grote werven die minister Jambon achterlaat. In 2014 heeft hij beloofd dat hij de politie ging hervormen en het capaciteitsgebrek en de rekrutering van de politie ging aanpakken. Dat is allemaal niet gebeurd en dat laat zich voelen op het terrein. 

“Zo is er bijvoorbeeld de concurrentie tussen de Brusselse politiezones en de politiezones in de Vlaamse rand. In Brussel kan iemand met de rang van politie-inspecteur met een gemiddelde van zes jaar anciënniteit tot 402 euro netto per maand meer verdienen dan iemand 5 kilometer verderop in de Vlaamse rand. Dat maakt dat veel meer politieagenten ervoor kiezen om in Brussel te gaan werken. Er zijn in de Vlaamse rand te veel openstaande vacatures bij de politiezones. Dus creëer je een soort van omgekeerde wereld waarbij politiezones agenten moeten overtuigen om voor hen te komen werken.

“In Vilvoorde bestaat de helft van de interventieploeg uit politieagenten die net van de schoolbanken komen en meteen in een van de zwaarste jobs op straat terechtkomen. De beloofde capaciteitsversterking van het kanaalplan voor politiezone Vilvoorde-Machelen bedroeg twintig voltijdse eenheden. In realiteit waren het er twee.”

U werkte voor Hans Bonte. Waarom bent u niet bij sp.a gegaan?

“Omdat sp.a zich vooral heeft laten opmerken door haar gezwalp, door haar interne verdeeldheid. Is dat nog een progressieve partij? Ik heb altijd op Groen gestemd, iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik in hart en nieren Groen ben. En los van mijn persoonlijke voorkeuren, vind ik dat Groen wel een inhoudelijk alternatief heeft, wel een aanbodpartij is die duidelijke standpunten durft in te nemen.”

Bent u bereid om naar de zorgen van een Vlaams Belang-kiezer te luisteren?

“Absoluut. Ik merk bij veel mensen veel afkeer van de politiek. Er zijn zoveel ruzies geweest dat ik plaatsvervangende schaamte voel, over de manier waarop de politiek zich daar heeft voorgesteld. In schooldebatten kon ik me enorm ergeren aan al dat gestook met platitudes. Je zit daar voor jongeren die de eerste keer moeten gaan stemmen, en dan gedraag je je als een bende ruziemakers.”

De aanslagen in Brussel hebben de angst en afkeer voor de islam doen toenemen. Is dat niet begrijpelijk?

“Als er ingrijpende gebeurtenissen plaatsvinden zoals aanslagen, en jammer genoeg hebben we ze ondertussen bij ons ook meegemaakt, dan laaien de emoties hoog op, maar dan moeten we kunnen praten met elkaar. Daarin draagt de politiek ook een grote verantwoordelijkheid. Als daags na de aanslagen een minister van Binnenlandse Zaken het over dansende moslims heeft, dan bepaal je wel de sfeer die er op dat moment in het land leeft.”

Hoe reageerden moslims in uw omgeving op die uitspraken?

“Ik heb rondom mij veel gekwetste mensen gehoord. De moslims met wie ik bevriend ben, waren even aangedaan door die aanslagen. ‘Wij zijn als Belg mee slachtoffer en moeten ons dan ook nog eens verantwoorden als moslim omdat wij niet op straat gedanst hebben’, zeiden ze. Dat dubbel gevecht draagt bij tot de vervreemding die jongeren toen gevoeld hebben.

“Het gaat niet alleen om Jan Jambon. In de voorbije legislatuur is de toon enorm veranderd. Het werd veel ruwer allemaal, waardoor ook de norm opgeschoven raakte. Neem Liesbeth Homans, die zegt dat niet elke moslim een terrorist is, maar dat elke terrorist wel een moslim is. Dat is een quote van een Vlaamse minister die nota bene verantwoordelijk is voor integratie en inburgering. Het racisme is het nieuwe normaal geworden.”

Wanneer wist u dat u deel wou uitmaken van het maatschappelijk debat?

“Ik was een rusteloze tiener. Ik vond mijn plaats niet. Ik volgde Latijn en dat ging goed, maar het kunstonderwijs sprak me meer aan. Het vijfde en zesde middelbaar heb ik thuis in één jaar gedaan. Op mijn 14de las ik boeken als Wat het Vlaams Blok verzwijgt van politicoloog Marc Spruyt. Ik wilde begrijpen wat er gaande was in de samenleving. En dat zag ik te weinig terugkomen op school: als leerling echt het gevoel hebben dat wat je in de klas voorgeschoteld krijgt gelinkt was aan wat er in de echte wereld gebeurde.

“In 2001 had ik de gelegenheid om met de familie van een vriendinnetje op reis te gaan naar Egypte en Marokko. Mijn wereld is toen opengegaan. In datzelfde jaar vonden de aanslagen van 11 september plaats. Ik was toen dertien jaar en wou begrijpen wat er aan de hand was. Dus vond ik dat ik Arabisch moest leren, zodat ik mijn eigen mening kon vormen.”

Hoe raakte u geïnteresseerd in radicalisering.

“Vanuit mijn zoektocht naar nuance was ik geïnteresseerd in het evenwicht tussen mainstream islam, en de radicale uitspattingen van de islam. Het cynische is dat ik enkele jaren voor de Syrië-strijders begonnen wegtrekken over dit onderwerp een beurs heb aangevraagd, maar mijn aanvraag werd geweigerd, ze vroegen zich af wat de maatschappelijke relevantie van dat onderzoek was.”

Sharia4Belgium was toen toch actief?

“Mensen dachten dat het ging over een paar zotten met een handdoek op hun hoofd, die grappige filmpjes voor het Atomium maakten, niemand nam hen au sérieux. Dat toont opnieuw aan dat er een afstand bestaat tussen het beleid en wat er leeft bij de mensen op het terrein. Die afstand hoop ik nu als politicus te kunnen overbruggen.”

U werd in 2013 deradicaliseringsambtenaar in Vilvoorde. Hoe ging u te werk?

“We hebben eerst en vooral geprobeerd om te achterhalen wie onze potentiële bondgenoten waren. Samen hebben we dan geprobeerd om alternatieven aan te reiken. Aan jongeren probeerden we te tonen dat er andere uitwegen zijn, dan naar Syrië te vertrekken. Je had ideologisch overtuigde extremisten, maar ook totaal andere gevallen. Er was een jongen die dagelijks thuis door zijn vader met een ketting aan de trapleuning werd vastgebonden en afgeranseld. Die jongen wilde gewoon ontsnappen, alles was beter dan thuis.”

Beeld Wouter Van Vooren
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234