Woensdag 23/09/2020

InterviewGezondheid

Depressie door uw darmen: hoe u zich beter kan voelen door uw darmflora te veranderen

Beeld Sven Franzen

Hippocrates zei het meer dan tweeduizend jaar geleden al: ‘Alle ziektes beginnen in de darmen.’ Maar pas sinds kort worden allerlei aandoeningen ook écht gelinkt aan de anderhalve kilo bacteriën die in onze dikke darm leven: ons microbioom. Professor Jeroen Raes van het Vlaams Darmflora Project is een absolute wereldautoriteit – zijn team ontdekte al een verband tussen onze darmbacteriën en depressie. Onze verslaggeefster liet haar microbioom testen in zijn lab en vroeg de professor de pieren uit zijn neus over de recente hype over darmen en stoelgang. Komen er na de bloed- en sperma- ook poepbanken? Moeten we opnieuw ‘vuiler’ gaan leven? En waarom at Hitler stront van Bulgaarse boeren?

De poepdokter – Gezond van mond tot kont: het is één van de meer sprekende boektitels die een rondje googelen op ‘darmflora’ oplevert. Goeroes allerhande bekogelen ons met tips om onze darmflora te boosten. Van de Britse arts Michael Mosley – van de bestseller Het slimmedarmendieet – tot Hollywood-actrice Gwyneth Paltrow op haar wollige gezondheidssite Goop: allemaal raden ze aan om je microbioom te laten testen. Dat kan door ‘a stool sample’ – een pakketje van uw uitwerpselen – op te sturen naar één van de buitenlandse internetbedrijfjes die tests aanbieden.

Omdat we in Vlaanderen met bio-informaticus Jeroen Raes van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie en het Rega Instituut aan de KU Leuven een échte kenner van onze darmflora hebben – in het kader van het Vlaams Darmflora Project verzamelt en onderzoekt Raes al sinds 2012 ontlastingsstalen van vijfduizend Vlamingen – besloot ik mijn microbioom te laten testen door zijn lab. Een maand nadat ik in het Leuvense Gasthuisberg een miniem, ingevroren staal had binnengebracht (in een funky plastic koeltasje!) mocht ik de resultaten komen bespreken.

Jeroen Raes: “Je staal kwam uit de onderzoeken als een zeer gemiddelde, gewone, gezonde darmflora.”

Microbioomtests zijn net als DNA-tests booming business. Silicon Valley-bedrijfjes bieden ze via het internet aan. Ze onderscheiden drie types darmflora en hanteren classificaties als ‘boerin’, ‘stadsbewoner’ en ‘jager-verzamelaar’.

(knikt) Dat zijn flitsende namen om drie types darmflora te benoemen die wij in ons lab vernoemen naar de dominante bacteriënfamilies in de darmflora. Die ‘boerin’ noemen wij hier het ruminococcustype. De ‘jager-verzamelaar’, dat is bij ons het prevotellatype: mensen met een zeer hoge vezelconsumptie. Bacteroïdes, jouw groep, is de ‘stadsbewoner’: het meest voorkomende darmfloratype in de westerse wereld.”

‘Stadsbewoner’ klinkt als iemand die de hele tijd fastfood naar binnen werkt! Ik kook altijd zelf, en behoorlijk gevarieerd.

“De ‘boerin’ en de ‘jager-verzamelaar’ worden door die bedrijfjes inderdaad naar voren geschoven als de gezonde types, en de ‘westerling’ als het ongezonde type, maar ik ga daar niet mee akkoord. Het probleem is dat ze nog werken met drie types darmflora, terwijl er eigenlijk vier zijn. Ze lopen achter op een ontdekking die wij hier in Leuven twee jaar geleden al hebben gedaan: dat de bacteroïdesgroep uiteenvalt in twéé types, een gezond en een ongezond. Het probleem is dat die internetbedrijfjes de twee bacteroïdestypes op één hoop gooien.

“Jij bent bacteroïdes type 1: met een gemiddelde tot gemiddeld hoge diversiteit aan goede bacteriën kunnen we die tot nader order gezond noemen. Bij bacteroïdes type 2, dat wij dus hebben ontdekt, is er wel degelijk een probleem: die darmflora heeft niet alleen veel minder bacteriën, maar ook nog eens minder soorten. Dat ‘armere’ darmfloratype wordt in verband gebracht met allerlei ziektes: van obesitas over metaboolsyndroom – een stofwisselingsziekte die leidt tot overgewicht – tot depressie. Mensen met darmziektes als de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa (twee zeer ernstige chronische darmontstekingen met diarree en bloederige ontlasting als symptomen, red.) zitten ook vaak in die bacteroïdes type 2-groep.”

Wie zijn staal naar die internetbedrijfjes opstuurt, krijgt via een app dieet- en gezondheidsadvies. Het ziet er heel wetenschappelijk uit.

“Dat is precies mijn grote probleem met die microbioomtests: ze zijn trendy, maar niet wetenschappelijk onderbouwd. Op basis van een uitslag bezorgen die bedrijfjes profielen aan hun deelnemers. Maar wat is het enige écht bewezen verschil tussen een ‘boerin’, het ruminococcustype, en de ‘stedeling’, het bacteroïdes 1-type? Wel, het ene type is wat meer geconstipeerd dan het andere. Mensen hebben geen microbioomtest nodig om te weten dat ze vaak geconstipeerd zijn. (lacht) Dat is ook geen sexy verhaal, en dus bieden die bedrijfjes diagnoses aan zonder dat ze de duizenden proeven hebben gedaan die daarvoor vereist zijn. Op basis van één stoelgangstaal zeggen ze: ‘Jij hebt een probleem.’ Ik kén ook de verslagen die ze opsturen. Onderaan staat er in kleine lettertjes: ‘Not for diagnostic purposes.’ Ze zijn wettelijk ingedekt, maar doen wél alsof ze aan geneeskunde doen en rekenen terloops meer dan 150 euro aan.

Professor Jeroen Raes.

“We zitten met het microbioom in een spannend nieuw veld, maar nog lang niet in een diagnostisch stadium waarin we aan de hand van één staal kunnen zeggen: ‘Dit is zo afwijkend, jij moet je zorgen maken.’ Behalve dus als je bacteroïdes type 2 test. En dat vierde type hanteren die bedrijfjes niet eens.”

VUILE KINDEREN

In mijn bacteroïdes 1-staal kon je dus níét zien of ik één of andere ziekte riskeer? Parkinson, alzheimer, depressie, diabetes: al die ziektes zijn al in verband gebracht met onze darmflora.

“Het enige dat ik met zekerheid kon zien, was dat je een vrouw bent, niet rookt, wél vlees eet en een normaal tot te licht lichaamsgewicht hebt.”

Volgens dokter Luc Colemont van Stop Darmkanker zal de microbioomtest in een nabije toekomst een belangrijk middel worden om ziektes op te sporen.

“Daar ben ik van overtuigd. Nu kan je bij de huisarts al om een stoelgangtest vragen. In het kader van de darmkankerscreening spoort men dan verborgen bloed op in de ontlasting – dat heeft allemaal nog niets met de bacteriën te maken. Maar dat zit er wél aan te komen, dat we via je darmflora vroegtijdig ziektes zullen kunnen opsporen. In de eerste plaats ziektes van de darm zelf. Binnen de tien jaar zijn ze er: microbioomtests die de ziekte van Crohn of darmkanker vroegtijdig zullen opsporen.”

Recente inzichten hebben darmkanker in verband gebracht met de overmatige aanwezigheid van één bepaalde bacterie: de fusobacterium nucleatum. Die veroorzaakt in de mond tandsteen. Wat moet ik daaruit opmaken?

“We weten zeker dat de fusobacterium een mondbacterie is die meespeelt in het ontstaan van tandsteen, maar we weten nog níét of ze bij mensen darmkanker veroorzaakt, of net veelvuldig voorkomt in de darm doordát er kanker is. De kip of het ei: dat is steeds de vraag als we verbanden vinden tussen een bepaalde darmbacterie en een ziekte. Wie was er eerst? Al is er rond de fusobacterium wél al wat ‘rook’: studies in muizen hebben aangetoond dat ze de groei van tumoren kan uitlokken.

“Mij zal je hier niet horen beweren dat een gedegen mondhygiëne een manier is om darmkanker te voorkomen. Daarvoor weten we nog te weinig, en darmkanker heeft ook te maken met erfelijkheid, voedingsgewoontes, roken...”

Er zijn gezinnen waarin iedereen dezelfde tandenborstel gebruikt. De theorie erachter is dat je daardoor je immuunsysteem boost. Doe jij dat thuis ook?

“Nee. Ik ben in principe een grote voorstander van een niet té doorgedreven hygiëne, maar zo’n gedeelde tandenborstel lijkt me overdreven. Ik heb er destijds genoeg discussies over gehad met mijn vrouw. (lacht) Ik vind níét dat baby’s de hele tijd badjes moeten krijgen, of dat alles rond hen perfect proper moet zijn. Laat kinderen maar eens grond eten: dat is gezond, zo trainen ze hun immuunsysteem. En hoe jonger je daarmee begint, hoe beter. Als het immuunsysteem van kinderen niet voldoende is blootgesteld aan goede én slechte bacteriën, riskeer je dat het op den duur overreageert en om de minste reden een ontstekingsreactie in gang zet. Dan zitten we op het terrein van aandoeningen als astma én de auto-immuunziektes, zoals de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa.

“Ook ons overdreven antibioticagebruik heeft ervoor gezorgd dat ons lichaam niet meer voldoende wordt blootgesteld aan bacteriën. Sinds de jaren 60 is er veel te veel antibiotica voorgeschreven: een enorme fout. We zijn te veel vergeten dat onze bacteriën – in onze darmen, op onze huid – onze bondgenoten zijn. Ze zijn onze eerstelijnsverdediging tegen een hoop narigheid.”

Ook tegen virussen zoals het coronavirus?

“Als je ‘vuiler’ leeft, kom je meer in contact met virussen, waardoor je lichaam een verdediging opbouwt. Maar tegen een nieuw virus als SARS-CoV‑2 zal dat allemaal weinig uitmaken. We hebben er op dit moment geen verweer tegen: geen medicijn, geen vaccin, geen immuniteit onder de bevolking. Zolang dat het geval is, moeten we extreem hygiënisch zijn, om doden te voorkomen.”

Hoe moet ik nu én ‘vuil leven’ én ‘extreem hygiënisch’ zijn?

“Simpel. Ik zeg níét dat mensen hun handen niet meer moeten wassen, integendeel. Mijn kinderen wassen nu ook hun handen telkens als ze thuiskomen. Maar contact met de natuur, met grondbacteriën: mensen, alstublieft, mijd dat níét. Vooral voor kleine kinderen is dat zo belangrijk, zij moeten nog volop bouwen aan een gezond immuunsysteem.”

Tuinieren zou ook goed zijn voor ons microbioom. Gaat het dan over het bioom op onze huid of dat in onze darm?

“Beide. Finse studies hebben aangetoond dat mensen die op boerderijen wonen en veel in contact komen met dieren en de natuur, een rijkere darmflora hebben.”

En het omgekeerde: zal onze nieuwe coronawereld vol ontsmette oppervlakken voor meer astma en auto-immuunziektes zorgen?

“Dat is een heel goede vraag, alleen kan ik ze niet beantwoorden. Als deze situatie heel lang – jaren, dus – duurt, zal dat zeker een gevolg zijn. Maar de vraag is hoelang we deze maatregelen nog moeten volgen én of er effecten op korte termijn mogelijk zijn: dat weten we niet.”

Baby’s die met een keizersnede geboren zijn, en daardoor bij de geboorte geen vaginale en fecale bacteriën van de moeder hebben ingeslikt, zouden een slechte ‘start’ nemen met hun darmflora. En daardoor meer kans lopen op obesitas.

“Het verband tussen keizersnedes en ziektes: de pers springt daar graag op, maar binnen ons veld is daar geen consensus over. Er zijn wetenschappers die zeggen dat kinderen die met een keizersnede zijn geboren een verstoorde darmflora hebben en risico lopen op obesitas, autisme, allergieën en astma, en er zijn wetenschappers die zeggen dat er niets aan de hand is.

“De studies die een verstoorde darmflora blootlegden, hebben niet gecontroleerd waarom die moeders met een keizersnede waren bevallen. Er worden meer keizersnedes uitgevoerd bij vrouwen die obees zijn. Het zou dus evengoed kunnen dat die kinderen een andere darmflora hebben omdat ze die hebben geërfd van hun obese moeder, en niet omdat ze de bacteriën van het geboortekanaal niet hebben ingeslikt.”

Toch zijn er artsen die pleiten voor vaginal seeding: de baby die met een keizersnede ter wereld is gekomen, krijgt dan via de mond een vaginaal uitstrijkje van de moeder toegediend.

“Een collega van me heeft dat gedaan bij één van zijn kinderen. Eén van mijn kinderen is ook via een keizersnede geboren, en ik heb het níét gedaan. Wie zegt dat baby’s later niet alle nodige bacteriën binnenkrijgen, via huidcontact met de moeder, borstvoeding, maar ook via alles wat ze in hun mond steken? We weten het gewoon nog niet.”

KAKTRANSPLANTATIES

De laatste jaren is een heel scala aan ziektes in verband gebracht met onze darmflora: obesitas, diabetes type 2, het metaboolsyndroom, multiple sclerose, reumatoïde artritis... Kunnen we die ziektes al behandelen door de darmflora te veranderen?

“Voor een aantal zien we de bewijzen daarvoor steeds groter worden: voor reumatoïde artritis, het metaboolsyndroom en diabetes type 2. Voor die laatste wordt nu volop en mét succes geëxperimenteerd met fecale transplantaties – niet alleen bij muizen, maar ook bij mensen. Door fecaal materiaal van een gezonde donor in te brengen bij een diabetespatiënt, zien we dat de insulinegevoeligheid kan verbeteren. Het zijn kleine studies en we zien nog maar een tijdelijk effect, maar ik vind dat enorm hoopgevend.”

Fecale transplantaties zijn niet nieuw: de Chinezen deden het al in de vierde eeuw na Christus!

“Ja, ze dienden oraal opgelost fecaal materiaal toe en noemden dat ‘gele soep’. Er zijn ook verhalen van bedoeïenen die bij darminfecties mest van hun dieren aten. En zeg tegen een veearts dat je paard een infectie heeft, en hij transplanteert mest van een gezond paard. Fecale transplantatie zit in onze overlevering, maar we werken die techniek pas nu klinisch uit. Muizen eten ook heel de tijd elkaars uitwerpselen op, wellicht omdat het goed is voor hun darmflora.”

In Leiden in Nederland is er al een grote ‘poepbank’. Komen zulke banken er ook bij ons, in navolging van de bloed- en spermabanken?

“Zeker. Onze weefselbanken slaan op dit moment al fecaal materiaal op van gezonde donoren. Er worden ook al volop fecale transplantaties toegepast in onze ziekenhuizen: voor de behandeling van de darmaandoening clostridium difficile (een hardnekkige bacteriële infectie van de darm die kan optreden na een antibioticakuur en dodelijk kan zijn, red.). Dat is de enige aandoening waarvoor al is bewezen dat fecale transplantatie goed werkt.”

Op websites met gekke namen als The Poop Project of The Power of Poop leer je hoe je jezelf of een huisgenoot thuis een fecale transplantatie kunt geven. Wie haalt het nu in godsnaam in zijn hoofd om zoiets zélf te doen?

“Meer mensen dan je denkt. Wanhopige mensen, die ik begrijp. Ik krijg regelmatig mails van mensen met darmaandoeningen wier levenskwaliteit daar zwaar onder lijdt en die me zeer schrijnende verhalen vertellen. Elke strohalm waaraan ze zich kunnen vastklampen, is er één. Er staan duizenden filmpjes online over DIY-transplantaties, maar die zijn écht levensgevaarlijk. Recentelijk overleed nog een patiënt in de VS, en dat was dan nog in een ziekenhuis, waar een staal gescreend wordt op gevaarlijke bacteriën – wat thuis niet eens mogelijk is.”

Gaan we naar een toekomst waarin (zet)pillen met fecaal materiaal van topmodellen mensen met obesitas dun zullen maken?

(lacht) Ik denk niet dat het fecaliën van topmodellen zullen zijn, maar het is geen onnozele vraag: er zijn bedrijfjes die al pillen met fecaal materiaal aanbieden, tegen clostridium difficile. Maar dat wordt niet de toekomst, net zomin als fecale transplantatie: het zijn maar tussenstappen. Uiteindelijk zullen we achterhalen welke bacteriën precies werken. Eens we die kunnen kweken, zitten we bij een nieuwe generatie probiotica: dat wordt de toekomst.”

Zullen we dan geen antibiotica meer nodig hebben – medicijnen die bacteriën doden, de slechte én de goede – maar alleen nog probiotica, die de groei van goede bacteriën stimuleren?

“We zullen altíjd antibiotica nodig hebben. Voor acute, zware bacteriële infecties zijn ze broodnodig. En we zitten met het serieuze probleem van de multiresistentie: steeds meer bacteriën reageren niet meer op steeds meer soorten antibiotica. Een bijkomend probleem is dat de farma-industrie niet meer investeert in antibiotica, omdat ze niet genoeg opbrengen. Bedrijven kunnen veel meer verdienen met heel exclusieve medicijnen – denk aan baby Pia. Maar dat probiotica steeds belangrijker zullen worden in de preventie én de behandeling van ziektes is zeker.”

Die nieuwe generatie probiotica zal voor alle duidelijkheid niets te maken hebben met de probiotische producten in de supermarkt. Drankjes als Yakult en Actimel zouden ons immuunsysteem helemaal niet boosten.

“Die drankjes bevatten lactobacillen: bacteriën die je nodig hebt na een ernstige verstoring van je darmflora, bijvoorbeeld na zware diarree. Maar of het nuttig is om alle dagen je darmen te koloniseren met die ‘basislaag’? Er zijn maar een paar betrouwbare studies die aantonen van wel. Intussen heeft de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid haar criteria zodanig verstrengd dat geen enkele fabrikant nog een gezondheidsclaim op die flesjes kan zetten. De grap is dat het de consument jarenlang ingepeperd is dat ze werken tegen allerlei aandoeningen: de fabrikanten hebben die claims dus niet meer nodig. Er is ook het placebo-effect. Veel mensen komen me zeggen: ‘Maar meneer, als ik dat neem, dan voel ik me écht beter.’ Wie ben ik dan om te zeggen dat ze zich níét beter voelen? Wetenschappers zijn de eersten om toe te geven dat ze niet alles weten.

“Nu, de volgende generatie probiotica wordt iets heel anders, met heel specifieke bacteriën die doelgericht bepaalde ziektes zullen behandelen. Het eerste dat op de markt zal komen, is een probioticum tegen clostridium difficile. Daarna zullen probiotica volgen om colitis ulcerosa of het metaboolsyndroom te behandelen.”

Al in de jaren 40 kreeg Adolf Hilter van zijn lijfarts het probioticum Mutaflor, met de bacterie E. coli, om zijn flatulentie tegen te gaan. Volgens de overlevering speciaal voor de Führer gedestilleerd uit de fecaliën van ‘de allersterkste Bulgaarse boeren’.

“Dat verhaal ken ik niet. (lacht) De grote familie van de E. coli-bacteriën kennen we vooral als ziekteverwekkers die zeer gemene dingen kunnen doen. (bekijkt de samenstelling die ik heb meegebracht) Ik zie hier de specifieke E. coli Nissle-stam, een bacterie waarvan we nu weten dat ze probiotische eigenschappen heeft. Die kan Hitler geholpen hebben. Het is wel typerend dat ze in die tijd met een E. coli aankwamen. Ze hadden toen nog niet door dat onze darmbacteriën niet overleven als ze in aanraking komen met zuurstof, en ze hadden ook onze technieken nog niet om in zuurstofvrije kasten te werken. Dus gooiden ze een fecaal staal op een plaatje en keken ze wat er groeide: dat was E. coli, want die familie darmbacteriën groeit wél in zuurstofomstandigheden. Heel lang heeft de wetenschap gedacht dat E. coli een zeer dominante darmbacterie is. Intussen kennen we meer dan duizend darmbacteriesoorten én weten we dat E. coli maar een zeer kleine fractie van de darmflora uitmaakt. Maar de redenering in Hitlers tijd was: de Führer heeft problemen met zijn darmen, hij zal wat te weinig van de ‘belangrijke’ darmbacterie E. coli hebben.”

PROBIOTISCHE PROZAC

Heel wat hersenziektes worden in verband gebracht met ons microbioom: autisme, alzheimer, parkinson en depressie. Uw team in Leuven ontdekte dat de bacteriën dialister en coprococcus vaak ontbreken in de darmflora van depressieve personen. Heeft u in mijn staal wel genoeg van die bacteriën gevonden?

“Het is niet zo dat we je nu kunnen testen op de aan- of afwezigheid van die twee bacteriën en kunnen stellen: jij bent depressief of niet. Maar het spreekt énorm tot de mensen hun verbeelding dat ziektes in onze hersenen verband zouden houden met bacteriën in onze darm. Dat wereldje van de gut-brain axis is ook het allernieuwste wereldje. Daar zijn nog de minste bewijzen voor oorzakelijke verbanden, al beginnen ze zich op te stapelen: dus dat het darmbacteriën zijn die depressies veroorzaken, en niet andersom.”

Er wordt ook al gesproken over ‘psychobiotica’: probiotica om hersenziektes te behandelen. Werken jullie hier in Leuven aan zo’n ‘probiotische Prozac’?

“Er wordt nu enorm geëxperimenteerd, bij muizen én bij mensen, om autisme, depressie en parkinson te behandelen via fecale transplantatie. De volgende stap is inderdaad dat we een ‘psychobioticum’ ontwikkelen, bijvoorbeeld tegen depressie. Maar ik ga hier nu wel heel kort door de bocht, want het is nog niet zeker dat er een oorzakelijk verband is. Maar stél dat de oorzaak van ‘beneden’ naar 'boven' loopt, dan zouden dialister en coprococcus psychobiotica kunnen zijn tegen depressie, ja.”

Kunnen we die twee ‘antidepressiebacteriën’ niet gewoon doen groeien via een dieet?

“In principe wel. Alleen weten we nog niet wat ze graag eten, want we zijn er niet eens in geslaagd om die bacteriën te isoleren uit stoelgangstalen en in leven te houden. Dat vraagt nog jaren werk.

“Kijk, ik ben enorm optimistisch over wat er over enkele jaren mogelijk zal zijn, zowel om vroegtijdig ziektes op te sporen, als om ze te behandelen. Maar ik heb een zéér groot probleem met de hele hype rond het microbioom. Een wetenschapper hoeft maar iets te zeggen als: ‘Ik heb bij twintig parkinsonpatiënten een bepaalde darmbacterie gezien die twintig niet-parkinsonpatiënten níét hadden’, of het wordt op allerlei gezondheidssites gedeeld als: ‘Uw darmbacteriën veroorzaken parkinson, volg nu dieet x!’ Die stap is totaal van de pot gerukt. Ik zeg niet dat het niet mogelijk is in de toekomst, maar nu is dat voorbarig.

“Voeding en gezondheid zijn trendy, je hebt de recente nieuwe kijk op de darmflora, er is nog te weinig wetenschappelijke kennis én de risico’s zijn beperkt – je kan niet zo vreselijk veel kwaad doen door iemand probioticum x of y toe te dienen. Het is de perfecte storm, hè.”

Wat vindt u van Het slimmedarmendieet van de Britse arts en tv-maker Michael Mosley? Het is nog wachten op het eerste Vlaamse ‘darmflorakookboek’, maar in Mosleys kielzog ging een heel nieuwe markt van kookboeken open die ons gezonde darmen beloven.

“Ik heb al van meerdere Vlaamse uitgeverijen de vraag gekregen of ik niet wil meewerken aan zo’n kookboek. Ik wil dat wel doen, als ik harde data heb en echte raadgevingen kan geven, maar dat kan nog niet. Het probleem met die kookboeken is dat ze de verhoogde – maar nog lang niet volledige! – kennis rond de darmflora gebruiken om ons een ‘geheel nieuw wonderdieet’ aan te smeren. Het enige wat er in al die kookboeken staat, is: ‘Eet meer vezels.’ Of: ‘Eet meer groenten en peulvruchten.’ Ja, jongens, dat zijn gewoon de aanbevelingen van de Belgische voedingsdriehoek.”

DMM1602 darmenBeeld Studio Caro

Maar er is dus ook niets mis mee? We éten te weinig vezels...

“En het is wellicht ook zo dat een gebalanceerde voedingsgewoonte met veel verschillende vezels leidt tot een goede, diverse darmflora. Behalve voor patiënten met het prikkelbaredarmsyndroom: die moet je vooral géén bonen en andere vezelrijke producten doen eten, of ze komen niet meer bij van de pijn.

“Wat mij stoort, is dat er geld wordt verdiend met open deuren in te trappen. Het hippe microbioomsausje dat over algemeen geldend voedingsadvies wordt gegoten, is pure marketing. Bovendien begint alles in het onderzoek erop te wijzen dat het ene dieet van alles verandert in de ene persoon zijn darmflora, maar niets in een andere persoon. Daarom is mijn lab nu in samenwerking met supermarktketen Colruyt een grootschalig onderzoek in Vlaanderen aan het voeren: we willen zíén wat bepaalde dieetveranderingen bij zeer veel mensen teweegbrengen, en wat die doen met hun darmflora.”

Je dieet veranderen zou wél tot een veranderde darmflora kunnen leiden, en dat al in twee weken. Die is dus enorm maakbaar.

“We zien inderdaad dat als we een effect bereiken, dat heel snel kan. Maar de vraag is: wélke verandering in het dieet moeten we doorvoeren om dat effect te bereiken? De respons van de darmflora op een bepaald dieet verschilt heel erg van persoon tot persoon. Er bestaat echt niet zoiets als hét darmfloradieet voor iedereen.”

Ik lees wel veel goeds over de darmbacterie akkermansia.

“Akkermansia is een zogenaamde ‘mucuseter’: een bacterie die leeft van de slijmlaag in onze darmen. Ze is ook een bacterie die al geassocieerd is met positieve eigenschappen, ook in een studie waaraan wij hebben meegewerkt. Er zijn indicaties dat ze kan helpen in de strijd tegen diabetes type 2. Dat is hoopgevend: akkermansia zou een probioticum van de toekomst kunnen worden.”

Michael Mosley raadt ons in zijn boeken Het vastendieet en De snelle 800 aan om periodiek te vasten: volgens hem is dat een manier om akkermansia te laten groeien.

“Wat is vasten? Je darm zodanig uithongeren dat je ecosysteem overschakelt op een systeem dat zijn eten in de darm gaat zoeken. En welk eten vinden onze darmbacteriën in de darm? De slijmlaag van onze darmwand. Welke bacterie leeft er graag op dat slijm? Akkermansia. Door periodiek te vasten, kun je akkermansia dus de kans geven om te vermeerderen. Maar mij zul je nooit horen beweren dat vasten om die reden goed is tegen diabetes.

“Nu, ik zeg ook niet dat vasten ongezond is: in het Westen eten we te veel calorieën. Dat leidt tot obesitas, en obesitas tot diabetes: dat is wél bewezen.”

Hoe zit het met vlees? Hebben veganisten echt een rijkere darmflora dan vleeseters?

“Met het Vlaams Darmflora Project hebben we de stoelgangstalen van meer dan drieduizend Vlamingen onderzocht, en we hebben die mensen ook ondervraagd over hun voedingsgewoonten. We zagen weinig verschil in de darmflora van vleeseters en niet-vleeseters. Dus: veganist of vleeseter, het maakt weinig uit voor je darmflora, op voorwaarde dat je genoeg vezels eet – groenten dus. Voor een gezonde darmflora is het veel belangrijker wat je wél eet dan wat je níét eet.”

ZUURKOOL EN KIMCHI

Aan bepaalde voedingsmiddelen worden ‘prebiotische’ werkingen toegeschreven. Aan de aardpeer bijvoorbeeld.

“Een prebioticum is gewoon een andere naam voor een vezel: een voedingsstof die de groei van goedaardige bacteriën in de darm bevordert. In aardpeer zit veel inuline, een vezel waar onze bifidobacteriën van houden. Inuline zit ook in prei, uien, look...”

Pascale Naessens zal het niet graag horen, maar een gekookte, afgekoelde aardappel is een soort ‘superfood’. Waarom?

“Als een gekookte aardappel afkoelt, krijg je een verandering van de zetmeelstructuur: het losgekomen zetmeel gaat zich weer vastzetten en wordt ‘weerstandig zetmeel’: dat is opnieuw een vezel, een prebioticum. Bacteriën in onze dikke darm doen er zich tegoed aan en produceren er boterzuur door. Dat heeft een ontstekingsremmende werking en wordt gebruikt als voedingsstof door de cellen van onze darmwand.”

Dé culinaire trend van het moment is fermentatie. Driesterrenchef Peter Goossens vindt er maar niets aan – ‘veel te zuur’ – maar al die krioelende bacteriën in zuurkool of Koreaanse kimchi zijn wél goed voor onze darmflora.

“Voedingsmiddelen met een natuurlijke fermentatie stellen onze darmflora en ons immuunsysteem bloot aan bacteriën en gisten van de buitenwereld. Daarnaast zitten er in dat soort fermentaties zeer veel melkzuurbacteriën, die we in onze darmflora nodig hebben.

“Fermentatie is van oorsprong een bewaartechniek. Ik spreek hier nu even niet als wetenschapper, maar dat mensen iets al honderden jaren doen, is meestal een goede indicatie dat het ook nut heeft.”

In Peru bestudeert u de darmflora van de bewoners van een dorpje in het Amazonewoud. Hebben zij een ander microbioom?

“Ja, volledig. Het zijn échte jager-verzamelaars die nooit in contact zijn gekomen met de westerse wereld. Ze jagen in het oerwoud, wonen aan de rivier en eten veel vis. Ze doen ook een beetje aan landbouw, verbouwen mais en maniok. Voorts eten ze bladeren en knollen uit het woud en stoken ze hun eigen alcohol, waarbij ze fruit, meestal bananen, laten fermenteren door wat er in de lucht hangt.

“Het prevotelladarmfloratype, de ‘jager-verzamelaar’, is er écht heel dominant. Jouw type, het typisch westerse bacteroïdes 1, komt er weinig voor. En bacteroïdes 2, het darmfloratype dat we al associëren met allerlei ziektes, waaronder depressie, komt er bijna niet voor.

“Ze hebben ook bacteriënsoorten in hun darmen die we hier niet zien. En ze lopen rond met een darmparasiet, de blastocystis, zonder dat ze er enige last van hebben. Hun bloedwaarden zijn zelfs beter dan de onze. Dan denk ik: misschien is ons lichaam in staat om in symbiose te leven met organismen die we veel te lang al te makkelijk als parasieten hebben geklasseerd. Je hebt natuurlijk zeer gemene darmparasieten, maar misschien hebben we hier in het Westen ook de ‘brave’ parasieten uitgeroeid. Dan vraag ik me af: hadden we dat wel moeten doen? Ik denk van niet.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234