Woensdag 22/09/2021

Denktank in Bagdad

Over het onevenwicht tussen een obscurantistisch christelijk Westen en een nieuwsgierig islamitisch Oosten, en over de invloed van dat Oosten op het Westen, handelt Het Huis der Wijsheid van Jonathan Lyons.

Hoe Arabische wetenschap de westerse verstarring brak

De titel van zijn boek verwijst naar een instelling die onder kalief Abu Jafar al-Mansur werd opgericht. Al-Mansur, de tweede kalief van de Abassiden, liet vanaf 762 een hoofdstad bouwen voor de nieuwe dynastie. En in die hoofdstad, Bagdad, richtte hij het Huis der Wijsheid op, dat tegelijk bibliotheek, vertaalbureau, en denktank moest worden waar zoveel mogelijk kennis uit de bekende wereld diende te worden bewaard, bestudeerd, verbeterd en toegepast.

De Abassiden hadden de macht binnen de moslimwereld verworven door coalities af te sluiten met bekeerlingen buiten de Arabische wereld. De vorige dynastie, de Oemajjaden, was ook al pro kennis en wetenschap, maar de Abassiden gingen nog vele stappen verder. In de overgeleverde uitspraken van de profeet, de hadith, koesterden ze zinnetjes als: “De inkt van de geleerde is waardevoller dan het bloed van de martelaar.” En voor de Abassiden was de wijsheid niet vooral in eigen geloofskringen te zoeken, bijna integendeel. De Perzische meesterwerken, en vervolgens de oude Griekse of Latijnse teksten, maar ook klassieke teksten uit het Sanskriet werden vertaald en verspreid. Met per taal en per onderwerp ook de beste experts die men kon vinden.

Het was niet de bedoeling, argumenteert Lyons, om klakkeloos over te nemen wat al bestond, maar om op elk terrein de eigen bedenkingen te confronteren met wat er in de rest van de wereld over was gedacht.

Aan het hof bestond, weliswaar afhankelijk van de kalief, een soort gedrevenheid om te weten. Bij vredesverdragen lieten de kaliefen stipuleren dat ze exemplaren wilden van bepaalde teksten waarover hun tegenstanders beschikten. Vaak was de gezochte kennis onmiddellijk nuttig, zoals met sterrenkunde, bouwkunde, geografie, wiskunde, geneeskunde. Men wendde de logica van de Griekse filosoof Aristoteles aan om bij geloofsdisputen tegenstanders van de islam onder tafel te praten en liefst te bekeren. De drang om te weten kon ook politiek nuttig zijn. De Abassiden konden zich etaleren als tolerante erfgenamen van het Grieks-Romeins gedachtegoed, in tegenstelling tot de zweverige, intolerante christenen die de Grieks-Romeinse traditie afwezen.

In het Huis der Wijsheid zat natuurlijk ook veel onzin. Niet toevallig had kalief al-Mansur uitvoerig de sterren geraadpleegd alvorens de bouw van Bagdad te laten beginnen. De kaliefen wilden de toekomst kennen, op voorhand weten hoe een veldslag zou uitdraaien, en uit goedkoop metaal goud produceren - ook daarvoor diende het Huis der Wijsheid. En over een latere kalief werd geschreven dat hij het publiceren van boeken pas ten volle ondersteunde nadat hij in een droom was bezocht door Aristoteles die hem duidelijk had gemaakt dat wetenschap ook een religieuze plicht was. Zelfs in de takken waar het Huis der Wijsheid reële vooruitgang boekte, zoals geneeskunde, bleef astrologie een belangrijke rol spelen - diagnose werd gekoppeld aan de stand van de sterren.

Jonathan Lyons contrasteert in zijn boek het multiculturele Bagdad, waar wetenschappers, al dan niet moslims, van over de hele bekende wereld verwelkomd werden, waar religieuze vluchtelingen een plaats kregen, ook al moesten ze een extra belasting betalen, met het stilgevallen christelijk Europa, waar de kennis van de oudheid als heidens werd afgeschreven. Lyons haalt, misschien ietwat onterecht, de heilige Augustinus naar voor als de typische denker die het wereldse en de kennisverwerving over de natuur terzijde schoof omdat die in de weg zouden staan van openbaring en heil. Nieuwsgierigheid werd voor de christelijke autoriteiten een ondeugd die alleen maar tot zonde en onbetamelijke kennis kon leiden. Het werd belangrijker in de wereld naar symbolen te zoeken, naar heilige getallen, dan naar observeerbare samenhangen. Het Westen vergat de oude Griekse en Latijnse auteurs, verloor hun werken en hun kennis.

Zo rond 1100, nochtans een tijd dat er meer over kruistochten te doen was dan over kennisverwerving, begonnen christelijke intellectuelen, onder wie de monnik Adelard van Bath, de beperkingen van hun eigen systeem in te zien. Adelard, die onder meer aan de meest prestigieuze universiteit van de christelijke wereld studeerde, die van Parijs, was gedesillusioneerd over zijn eigen onderwijs. Hij besloot elders te gaan kijken. Hij reisde naar het Oosten, leerde Arabisch en maakte zich de Grieks-Romeinse klassieken en de nieuwe kennis van het moslimrijk eigen. Lange jaren was hij onderweg, zijn route is onduidelijk maar hij verbleef onder meer in Antiochië. Toen hij terugkeerde kon hij in talloze publicaties weergeven wat hij aan schatten had ontdekt.

Adelard was een heel actieve vertaler en bewerker, en hij kreeg navolging. De medische teksten van Avicenna werden verspreid. De Koran werd vertaald. De toonaangevende progressieve Andalusische filosoof Ibn Rushd (Averroës in het Westen), die betoogde dat de wereld eeuwig was, wat in evidente tegenspraak was met het scheppingsverhaal, was tegen de 13de eeuw zo aanwezig in westerse universiteiten dat er een ideeëncrisis dreigde.

Dat conflict werd min of meer, en tijdelijk, beslecht door de theoloog Thomas van Aquino, die argumenteerde dat er geen conflict hoefde te zijn tussen religie en rede.

Hij was zich misschien zelf niet bewust van de gevolgen van die stelling. De deur werd geopend voor onderzoek op steeds meer terreinen. Dat gebeurde zelden zonder slag of stoot, en de brandstapels dreigden voor wie vrij onderzoek probeerde te plegen. Vele eeuwen later zou Charles Darwin te voorschijn komen uit een christelijke traditie die inderdaad vond dat de rede de religie diende, en dat wetenschappers God eer aandeden door Zijn schepping tot in het kleinste detail te bestuderen - toen bleek dat er wel degelijk enkele conflicten waren tussen religie en rede.

Dit boek levert een schat aan kennis maar het heeft zijn beperkingen. Misschien omdat het bronnenmateriaal over hem schaars is, komt de figuur van Adelard nooit helemaal tot leven. Hij moet briljant zijn geweest en heel kritisch, en, in de trant van Plato hebben gepleit voor een politiek regime waarbij de filosofen het voor het zeggen hadden, hij schreef zijn boeken vaak als een soort dialoog met een neef, maar om nu te zeggen dat we hem na dit boek kennen - neen.

Een andere kritiek is eigenlijk bedekte lof. Na lectuur van dit boek kan de lezer smachten naar wat er niet of minimaal is behandeld. Lyons had wel een boekdeel of zes kunnen toevoegen. Waarom verstarde de moslimwereld na enkele eeuwen en werd, om de aan de profeet toegeschreven uitspraak om te keren, het bloed van de martelaar weer wel meer waard dan de inkt van de geleerde?

Maar daarnaast bevat het boek voldoende stof om de meest veeleisende lezer een avond of twee te denken te geven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234