Donderdag 09/04/2020

Denker-architect-ontwerper Gaetano Pesce

Eenenzeventig is hij. Architect, designer, urbanist en denker Gaetano Pesce had op de jongste meubelbeurs van Milaan nieuwe collecties bij Cassina, Meritalia, Le Fablier en Elica. Zijn nieuwe schoen van plastic kan je zelf in de juiste vorm knippen. Want Pesce werkt graag met hedendaagse materialen en vooral: hij gelooft rotsvast in personaliseren.

ij komt recht van het vliegtuig, want hij woont in New York. Maar hij moest bij de fabrikant in Milaan zijn en wordt nu verwacht in zijn Londens kantoor. Eerst even bellen naar Los Angeles, waar ze de laatste hand leggen aan een overzichtstentoonstelling van zijn werk. Op het terras van Burlington House wacht ik hem op, en hij komt netjes op tijd aangewandeld. Alleen, niet omringd door een zwerm drukdoende pr-meisjes, zoals zo vaak met vedetten van zijn kaliber.

Het is warm en het waait. Terwijl we proberen de kartonnen bekers en rondvliegende suikerzakjes in bedwang te houden, vertelt hij. En stelt hij vragen. Want hij lijkt even geïnteresseerd in het waarom en hoe van mijn reis naar Londen (“Speciaal voor mij? Echt waar? Met de Eurostar?”) als ik in hem. Maar met zachte dwang kan ik hem toch naar de aanleiding van het gesprek leiden: plastic schoenen. Zijn jongste verwezenlijking.

Pesce: “De schoen komt er op verzoek van het Braziliaanse merk Melissa, een zeer groot bedrijf dat geregeld samenwerkt met ontwerpers van buiten de sector. Mijn voorgangers zijn Vivienne Westwood, de Campana Brothers, Karim Rashid en Zaha Hadid. En toen was ik aan de beurt. Mijn schoenen werden in juli voorgesteld op de Fashion Week van Rio de Janeiro. Het was een superpresentatie, ze kregen veel bijval. En ik vind ze zelf ook geslaagd. Alleen ruiken ze nog te sterk. Om de geur van het materiaal te verdoezelen, wordt het plastic geparfumeerd maar dat vind ik overdreven. Het bijzondere aan mijn schoenen is evenwel dat wie ze koopt, zin krijgt om eraan te beginnen knippen en ze te personaliseren.”

Het woord is gevallen en het zal vaak terugkeren. Pesce is ervan overtuigd dat je met een object evenzeer een relatie kan hebben als met een mens. Voorwaarde is wel dat er een band ontstaat, dat het voorwerp op een of andere manier uniek is. Het is een gedachtegang die de laatste jaren bij velen leeft, vandaar het succes van vintage, van customizen, van artisanaal en authentiek. Bij Pesce is het echter geen gril van de dag. “Ik doe dat al vijfenveertig jaar”, zegt hij langs zijn neus weg.

Objecten met emotie

Gaetano Pesce was in de jaren zestig van de vorige eeuw een van de architecten die het functionalisme kritisch aanvielen. Steden werden massaal gemoderniseerd, men bouwde grote complexen en zowel kantoren als woningen werden bemeubeld volgens de principes van het good design. Pesce vond dat te onpersoonlijk, te kil. Hij was een voorvechter van the human object. Perfectie is niet des mensen, vindt hij. Architectuur en design moeten een emotionele lading hebben. Heel belangrijk zijn termen als kleurrijk, sensueel, tactiel, antropomorf, flexibel, lumineus en transparant.

“Op een bepaald moment was industrieel produceren in serie een grote stap voorwaarts”, zegt hij, “maar vandaag is de technologie voorhanden om objecten te personaliseren. Dertig jaar geleden heb ik een serie stoelen voor Cassina gemaakt. Ze werden in serie geproduceerd, en toch was elk exemplaar anders.” Die kleine verschillen waren het gevolg van de materiaalkeuze van Pesce.

Gevraagd naar invloeden verwijst Gaetano Pesce naar zijn leraar, de architect Carlo Scarpa, en de arte poverabeweging, die met doordeweekse materialen werkte. In 1968 ontwikkelde hij voor B&B Italia de lijn ‘Up’, iconische zitmeubelen. De stukken waren gemaakt van polyurethaanschuim en werden niet verkocht als afgewerkt product. Ze werden geleverd in een pakket en kregen pas hun vorm als ze genoeg lucht hadden opgenomen om uit te zetten. Polyurethaanschuim, hars en plastic waren zijn favoriete materialen voor hij onconventionele meubelen en objecten begon te maken in felle kleuren.

Gaetano Pesce: “Unieke stukken behoorden tot tweehonderd jaar geleden uitsluitend tot het domein van de kunst. Ik denk dat de markt van morgen alle mensen de kans moet bieden om originelen te kopen, en geen kopieën. Vroeger was een geschilderd zelfportret alleen weggelegd voor de machtigen der aarde, voor de rijken, de prinsen… Dankzij de technologie ligt dat vandaag binnen het bereik van een groot publiek. Design is de kunst van vandaag. Als ik een stoel maak met het portret erop van de koper, dan ontstaat tussen de stoel en zijn eigenaar een direct contact. Kijk, met een eenvoudige techniek heb ik ooit lampen gemaakt die het aangezicht voorstelden van de personen die ze gingen gebruiken. Dat is enkel mogelijk dankzij de nieuwe technologie, én als je werkt met niet-traditionele materialen.”

Kijk! daar rijdt mijn vriend

Maar lang niet iedereen in de designwereld zit op dezelfde golflengte. Men staat wel open voor zijn theorieën, merkt Gaetano Pesce, maar vaak interpreteert men ze anders. “Op die behoefte aan iets persoonlijks kan men inspelen met unieke stukken, pièces uniques, of met beperkte reeksen van bijvoorbeeld vijftien stuks die allemaal gelijk zijn. Maar dat is helemaal niet wat ik bedoel. Wanneer jij alleen een bepaald voorwerp bezit, ontwikkel je met dat voorwerp een relatie die vergelijkbaar is met de relatie tussen twee mensen. Noem het affectie, een vriendschapsband. Ofwel geef je de mensen voorwerpen die ze zelf kunnen interpreteren en aanpassen volgens hun creativiteit, ofwel geef je ze de mogelijkheid om iets unieks te kiezen uit een serie. Volgens mij wordt het technologisch mogelijk om elk stuk net een beetje anders te maken. Ik ben ervan overtuigd dat we binnenkort zelfs met gepersonaliseerde auto’s zullen rijden. Dat je, als er een auto voorbijrijdt, meteen kunt zien: ha, dat is mijn vriend, of mijn baas. Zonder meerprijs. Dat is de toekomst.”

Het grote verschil met pièces uniques zoals we die nu kennen, is dat ze minder duur zullen zijn. Gaetano Pesce: “Ik vind het belangrijk om voor een groot publiek te werken en de prijzen binnen de perken te houden. Het moet niet over duizenden dollars gaan, maar over 300 tot 400 dollar. Natuurlijk is wat ik maak, nog niet voor iedereen weggelegd. Maar het is wel een manier om te zeggen dat design democratisch is, en voor veel mensen bereikbaar. Dat dat dankzij de technologie vandaag mogelijk is, is een grote en mooie stap vooruit.”

GEMAAKT MET EEN HART

De theorie klinkt veelbelovend, maar hoe werkt het concreet? “Ik denk aan de reeks meubelen die ik heb ontworpen voor het Italiaanse bedrijf Zerodisegno met als titel ‘Nobody’s perfect’. Het zijn de arbeiders die beslissen hoe elke stoel, elk krukje en elke tafel er zal uitzien. Zo benut je de creativiteit van wie in de fabriek werkt. Ze zijn gewoon om altijd opnieuw dezelfde repetitieve bewegingen uit te voeren, maar ze zijn tot meer in staat. Met ‘Nobody’s perfect’ presenteer ik een proces dat een zekere vrijheid laat. Ik lever de gietvorm, en het zijn de arbeiders die beslissen welk materiaal ze gebruiken. In welke hoeveelheid, en welke kleur ze toevoegen. Omdat elke tafel en elke stoel verschillend is, wordt de mens die het ontwerp fysiek uitvoert, deel van het designproces. Een afgewerkt product onthult aldus de tekortkomingen van zijn maker en bewijst dat niemand perfect is. Ik beschouw het als een eresaluut aan de arbeiders die de harsvormen gieten. Bij ieder meubelstuk hoort een ‘geboortebewijs’, gesigneerd door mij én door de arbeider die het uitvoerde, met de datum van realisatie. Het hele concept berust op de gedachte dat ieder stuk is gemaakt met een hart.”

Maar het kon nog sterker. Nog veel democratischer: een schoen van plastic, ontworpen volgens dezelfde logica. “Een schoen of een meubel ontwerpen, daar zit weinig verschil in. En een schoen waaraan je kunt knippen tot hij uniek is, is een perfecte illustratie van wat ik beoog. Het begint als een halfhoog laarsje, maar in de zomer kun je er een lage schoen van maken of een sandaal. Je knipt maar. Het zijn damesschoenen en ze komen in maat 34 tot 40. Voor mannen maakt het merk Melissa geen schoenen, maar een mannenversie is net zo goed mogelijk. Men denkt er wel over na, en ik meen dat er nog veel mogelijk is.”

DESIGN ALS BOODSCHAP

Gaetano Pesce, Italiaan in hart en nieren, woont al sinds 1980 in New York. Is Italië dan niet een beetje het paradijs? “Ik wou de wereld verkennen, als Italiaan ken ik Italië voldoende. Ik heb in Helsinki, Parijs en Londen gewoond, en nu woon ik in New York. Het is een stad die vierentwintig uur per dag leeft. Ik heb de stad als standplaats gekozen omdat het er makkelijk is om te leven en te werken. De mensen moeten er werken, en de winkels moeten altijd open zijn. Je moet geen dienstregelingen in het oog houden, je moet niet lopen om voor sluitingstijd ergens te zijn. Dat is fijn. Tot enkele jaren geleden was in Londen alles gesloten op zaterdag en zondag. Ik vond dat vreselijk. Plots stopt een stad met ‘stad te zijn’, en dan wordt het een woestijn die plaats biedt aan geweld, want de straten zijn leeg. Ik vind dat een stad een machine moet zijn die onafgebroken werkt. U hebt gelijk, Italië is voor veel mensen een beetje het paradijs. Ook voor mij. Ik heb het geluk dat ik elke maand naar de bedrijven moet waarmee ik samenwerk. Dat blijf ik doen, want de industriëlen staan er meer open voor ideeën.

Ik heb nu een tafel gemaakt om de honderdvijftigste verjaardag te vieren van Italiës eenmaking. Dat wordt in 2011 herdacht. De tafel bestaat uit 61 tafels - 1861, het jaar van de stichting, zou te veel zijn geweest - die worden samengevoegd tot een enorme tafel in de vorm van Italië. Je kan met design, met andere woorden, ook een boodschap uitdragen. En die is dat kleine entiteiten belangrijk zijn en op zich kunnen bestaan, maar het samengaan van die kleine entiteiten draagt bij tot een groter geheel.”

OM VROLIJK VAN TE WORDEN

In de jaren 1990 kwam Gaetano Pesce naar Brussel om er een spectaculaire winkel in te richten voor kindermerk Dujardin, dat toen was overgenomen door Solange Schwennicke van Delvaux. Helaas is die verdwenen, maar ik herinner me nog hoe ongewoon hij was. Met poorten en meubelen die eruitzagen als kleurige snoep, als grote halfdoorschijnende gommetjes. “Het was een aangename ervaring om te werken voor kinderen. Ik heb met Dujardin de kans gekregen om me uit te drukken met materialen en kleuren die men normaal niet toepast in de architectuur of interieurs. Ze straalden vrolijkheid uit, sensualiteit en licht, een positief beeld kortom. Ik herinner me nog het renaissancebeeld van madonna met kind aan de deur. Het silhouet van een volwassene met een kind gaf duidelijk aan dat het een winkel voor kleine kinderen was.”

Gaetano Pesce houdt nog steeds van die materialen. “Een Italiaans juwelenbedrijf heeft me gevraagd om een reeks juwelen te maken in elastische hars. Dat de vraag komt uit de hoek van de zeer traditionele juwelenindustrie, is uitzonderlijk: gewoonlijk werkt men er met edelstenen en goud. Het doet me plezier, want het wijst op de openheid van een zeer conformistische sector. Als ik juwelen maak, moet de kostbaarheid blijken uit de ideeën en niet uit de materialen.

We reizen nu met de auto, de trein en het vliegtuig - ik vind het nog altijd een wonder als ik omhoog kijk en een vliegtuig zie opstijgen - en daarvoor gebruikt men hedendaagse materialen. Waarom zou ik me er dan niet mee uitdrukken? Ik vind dat een vorm van eerlijkheid. Bovendien zijn mijn materialen zeer rijk aan expressie, ze zijn elastisch en niet kwetsbaar. Je kunt spelen met kleur en transparantie, en ze zijn makkelijker om te bewerken dan traditionele materialen. Want daar moet je heel precies mee omspringen. Met mijn elastische hars mag het een millimeter breder of smaller zijn. Als ik een vaas maak van hars, kan ik er zo een etiket op plakken met het adres van de bestemmeling en ze opsturen naar het andere eind van de wereld. Bij een glazen vaas moet ik er een dure verpakking omheen doen, een verzekering nemen en dan riskeer ik nog dat ze gebroken aankomt. Zo zie je maar hoe erg de manier van werken verschilt tussen traditionele en hedendaagse materialen.”

Bij het afscheid diept Gaetano Pesce nog een anekdote op: “In de galeries van SoHo, New York lopen er op zondag vaak toeristen en passanten naar binnen. Niet uit interesse voor design, maar omdat de deur openstaat. Ik heb in de beroemde showroom Moss gemerkt dat mensen die absoluut niets kennen van design en niet weten wie ik ben, bij het zien van mijn vazen vrolijk reageren. Zonder er de waarde of de naam van de ontwerper van te kennen, kopen ze die. Omdat je er opgewekt van wordt. Is dat niet de moeite waard?”

KNIP KNIP

Het begint met een laarsje, maar als je wil maak je er een lage schoen van, of een sandaal.

Limited edition

In de reeks Chaplins voor Cassina maakte Pesce deze bank met kleurige, losse elementen.

Pescecappa

Waarom moet een dampkap altijd wit zijn? Pesce hangt er voor Elica een volledige fruitkorf aan vast.

POP

Ronde vormen, zachte materialen, gezellige kleuren. De zetel Up voor B&B Italia paste in de vrolijke tijd van de popart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234