Zaterdag 21/05/2022

Denier: 'Racing Genk heeft te veel ambitie'

Gisteravond boog de raad van bestuur van Racing Genk zich over de vraag: hoe geraakt de club uit de huidige malaise? Hulptrainer Pierre Denier, een clubman in hart en nieren, analyseert de opgang en terugval van de Limburgse fusieclub: 'Trainer Aimé Anthuenis haalde het uiterste uit de spelers.' Nu staat de kampioen van 1999 pas twaalfde. Op korte termijn ziet Denier maar één remedie: vanavond op het veld van Standard winnen.

Genk

Eigen berichtgeving

Axel Van Nijverseel

In de schaduw van het Fenixstadion staat net als vroeger een mengelmoes bejaarde mijnwerkers met of zonder Italiaans accent de training te bestuderen. De discussies zijn wel heftiger dan ooit. Ieder denkt te weten wie schuld heeft aan de slechte prestaties van Racing Genk. Het bestuur, de luie spelers, de geldwolven die Genk in de steek lieten en trainer Johan Boskamp zijn de meest geciteerde namen.

Wie kan het best antwoorden op de schuldvraag? Pierre Denier misschien. De huidige hulptrainer heeft zowat alles meegemaakt bij Racing Genk. Al 26 jaar maakt hij deel uit van het meubilair. Nooit verandert Denier van club. "Hoofdtrainer wil ik niet worden", benadrukt hij, "want ik wil niet ontslagen worden." Tot de fusie met Waterschei in 1988 speelde Denier bij Winterslag. Na vier seizoenen voetballen bij Racing Genk werd hij hulptrainer. De Limburgers promoveerden naar eerste klasse, wonnen de beker en als absoluut hoogtepunt werd hulptrainer Denier landskampioen met Genk. "De eerste jaren liep de fusie erg stroef", blikt hij terug. "Het bestuur zat niet op dezelfde golflengte. We versleten heel wat trainers. Toen kwamen manager Paul Heylen en trainer Aimé Anthuenis op hetzelfde ogenblik naar Genk. Vier jaar kenden we enkel maar successen. We deden goede aankopen. Alles zat mee. We wonnen de beker en de competitie met aantrekkelijk voetbal."

Niemand van de kampioenenploeg van '99 speelt vandaag op het niveau van toen. Hoe komt dat?

"Aimé Anthuenis haalde het uiterste uit die spelers. De meeste spelers van toen hebben Genk verlaten. Van de vertrekkers heeft alleen Jacky Peeters bij AA Gent een basisplek. De rest is geblesseerd of zit op de bank. Sommige jongens als Branko Strupar en Thordur Gudjonsson zijn op het juiste moment vertrokken. Genk heeft veel geld verdiend aan die spelers."

Is Anthuenis de beste trainer met wie u hebt samengewerkt?

"(twijfelt) Ja, maar Pier Janssen (nu trainer bij tweedeklasser Heusden-Zolder, AVN) had ook veel kwaliteiten. Alleen kwam Pier hier in het volle groeiproces van de club. Een slecht moment. Met Aimé was het prettig werken. Hij liet me veel initiatief nemen. Ik had zelfs inspraak in de opstelling. Ik begrijp niet dat men in Anderlecht kritiek op hem heeft. Het moet er altijd beter en mooier, terwijl hij Sporting toch de titel schonk die ze wilden. Dat Anderlecht nu ook sterk presteert in de Champions League is geen toeval."

Had u verwacht dat Anthuenis bij Anderlecht zou slagen?

"Ja. Aimé kan erg goed zijn spelers motiveren. Bovendien weet hij heel goed wie hij in zijn ploeg wil. Hij kent elke speler van België. Ook weet hij goed wat de buitenlandse markt te bieden heeft. Dat Anderlecht nu ook Genkenaars Didier Zokora en Marc Hendrikx wil, kan ik begrijpen. Ik neem het Aimé niet kwalijk. Hij ziet hun kwaliteiten. Ik hou ze liever hier. Maar ik ga Aimé niet opbellen om te vragen hen hier te laten. Ik weet hoe het Genkse bestuur is. Als er een goed bod komt op Zokora, is hij weg."

Anthuenis liet een zware erfenis achter. Zijn opvolger Jos Heyligen moest al snel plaats maken voor Johan Boskamp.

"De lat lag erg hoog. We stonden op de derde plek toen Jos moest vertrekken. De druk was groot. Voor zo'n jonge club had Genk te veel ambitie. De supporters waren vier jaar verwend geweest. Maar heel wat transfers vielen tegen. Vorig seizoen maakte de bekerwinst ons seizoen goed. Nu staan we er nog slechter voor. We scoren te weinig. Maar we mogen nu niet in paniek raken."

Sinds het vertrek van Branko Strupar en Souleymane Oulare is scoren het probleem.

"Ja, vroeger scoorden trouwens ook de middenvelders. Nu niet meer. We hebben een van de beste verdedigingen van het land en toch staan we pas op de twaalfde plek. Ik vind het jammer dat de transfer van Toni Brogno is afgesprongen. Met zijn dribbels zou hij hier het publiek op de banken gekregen hebben."

Genk is niet meer de kampioenenploeg van weleer.

"Klopt. Anderlecht en Brugge zijn sterker. Maar met Standard en Moeskroen moeten we ons wel kunnen meten. Met Zokora en Akran Roumani hebben we goed gekocht. Ook de achttienjarige Koen Daerden bloeit open. Hij gaat het nog ver schoppen. Maar tegen Standard kan hij niet spelen wegens een jeugdinterland."

Hoe gaat het met het Genkse jeugdbeleid?

"Goed. Maar we hebben geen geduld om jongeren te laten groeien in de eerste ploeg. Als we om de drie jaar een vaste waarde uit de eigen jeugd hebben, mogen we tevreden zijn. Jeugdproduct Cederic Van Der Elst staat op het punt om door te breken. We kopen veel spelers rechtstreeks voor het A-elftal. Maar dan zitten we met andere problemen. Zo moeten onze vele buitenlanders heel wat interlands afwerken. Bijvoorbeeld: Josip Skoko, een schitterende speler, is bekaf door het vele reizen met de Australische nationale ploeg. We konden hem toch niet verbieden om naar de Olympische Spelen te gaan?"

Had u verwacht dat Genk zo diep zou zakken dit seizoen?

"Nee. Mijn prognose voor dit seizoen was de vierde of vijfde plek. Het kan nog. Maar zodra een ploeg onderaan staat, verliezen de spelers het vertrouwen. Thuis durven we te weinig initiatief nemen. Faalangst. Het begon bij enkele spelers en het sloeg al snel over naar drie vierde van de ploeg. Vooral tegen Werder Bremen was het erg. Twee keer zwaar verliezen door domme fouten, dat was het dieptepunt."

Binnen het bestuur is het hommeles. Ondervoorzitter Luc Rijckalts werd deze week ontslagen. Volgens Het Belang van Limburg zijn er ook financiële problemen door gesjoemel.

"Het ontslag van Rijckalts kwam als een donderslag bij heldere hemel. Hij is een figuur die de opgang van Genk heeft meegemaakt. De club zou alle problemen beter binnenskamers houden. Elke dag lopen hier journalisten rond die alles uitvergroten. Berichten over alle soorten problemen kunnen we nu best missen. De trainer en ik hebben erover gepraat. We willen de spelersgroep beschermen tegen die zaken."

Tegen Standard moet de ommekeer komen.

"Ik hoop het. Om het met de woorden van Anthuenis te zeggen: je mag nog zo'n schoon stadion hebben als je wil, in de groene rechthoek moet het gebeuren. Er is veel kritiek, nu moet een antwoord volgen. Een overwinning tegen een ploeg als Standard moet de kick geven om een reeks goede resultaten neer te zetten. Ik geloof erin, want op verplaatsing spelen we altijd een stuk losser en dus ook beter."

Voetbal

Denier: 'Zodra een ploeg onderaan staat, verliezen de spelers het vertrouwen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234