Maandag 23/09/2019

‘Den Bell’ was jarenlang hofleverancier van topmanagers voor de Belgische economieDe laatste managersfabriek

Jo Cornu stapt op bij Agfa, maar blijft bestuurder in verschillende andere bedrijven. Paul Depuydt gaat aan de slag bij het Kempense chemiebedrijf Ravago. En de nieuwe baas van Agfa heet Christian Reinaudo. De greep van het Alcatel-netwerk op de Belgische economie is misschien niet meer wat ze geweest is, maar helemaal weg is ze nog niet.

brussel l

Toeval bestaat niet. Enkele uren nadat Jo Cornu zijn afscheid van Agfa aankondigt, trekt Paul Depuydt bij Alcatel de deur achter zich dicht. En nauwelijks 36 uur later moeten 1400 Antwerpse ambtenaren inderhaast geëvacueerd worden uit Den Bell, het gebouw van waaruit de voorloper van Alcatel sinds 1882 zijn zaakjes bestierde. Symbolischer kon nauwelijks. Alcatel en zijn managers waren jarenlang steunpilaren van de Belgische economie. Pionier van nieuwe technologieën. Veroveraar van onontgonnen wereldmarkten. En hofleverancier van managers die uitzwermden over de hele economie.Om zijn verleden als staaldraadproducent van zich af te schudden, trok Bekaert Julien De Wilde aan. Om Agfa uit de miserie te tillen, en de miljoenenlekkage met de pensioenplannen te stoppen, moest Jo Cornu opdraven. En toen Bekaert zich van Belgisch tot Chinees bedrijf wilde omvormen, belde het Bert De Graeve. De Graeve is een Alcatel-boy. Cornu is dat ook. En Reinaudo, zijn opvolger bij Agfa. En Julien De Wilde. En Martin De Prycker, die Barco destijds door de crisis moest loodsen. En Rudi Thomaes, die nu als spreekbuis van de Belgische industrie optreedt. De greep van ‘Den Bell’, zoals de Antwerpse vestiging van de Alcatel-groep respectvol, bijna liefkozend werd genoemd door al wie van ver of van dichtbij te maken had met het bedrijf, is niet te onderschatten.‘Den Bell’ was een icoon in het Antwerpse. Een van de grootste werkgevers van de streek. Wereldberoemd als uitvinder van de ADSL, een datatechnologie die de wereld zou veranderen. Een eiland van waaruit Belgische ingenieurs hoogstpersoonlijk de verovering van China organiseerden. Maar ook: een kweekvijver van managementtalent, die vlotjes zijn zonen naar alle geledingen van de Belgische economie en over de hele wereld uitzond. Jo Cornu en Julien De Wilde mochten destijds vanuit de Parijse salons mee de strategie van de Franse technologiegroep Alcatel bepalen. Weliswaar in de schaduw van toenmalig topman Serge Tchuruk, maar toch: we zien het vandaag, temidden de uit Frankrijk gestuurde veroveringstocht, niet zo direct meer gebeuren. Martin De Prycker mocht wereldwijd de R&D aansturen van de Alcatel-groep, wiens naam toen nog net iets meer weerklank had in de technologiewereld dan vandaag. En de Bell-boys hadden de voorbije jaren ook elders in onze economie een stevige vinger in de pap: bij Agfa, bij Bekaert, bij Telindus, bij de VRT. Allemaal op basis van de reputatie die ze voor zichzelf hadden gebouwd bij Alcatel Bell, een bedrijf dat beroemd was geworden door zijn focus op innovatie, zijn permanente reorganisatie en zijn vermogen om zich pijlsnel aan voortdurend veranderende omstandigheden aan te passen.Voor de buitenwereld heeft de reputatie van den Bell misschien nooit die van pakweg het Vlerick-netwerk kunnen evenaren. Maar voor wie de economische ontwikkeling in Belgenland echt van dichtbij volgde, was ook den Bell een begrip. Een voorbeeld dat tot navolging strekte. “De kansen die ik destijds bij Alcatel gekregen heb om me internationaal te bekwamen, probeer ik nu ook aan de mensen bij Bekaert te geven”, legde Bekaert-CEO Bert De Graeve, die ooit de Chinese vestiging van Alcatel leidde, ons onlangs nog uit.

Intussen is echter ook het iconische Alcatel in België van zijn pluimen aan het laten. Toen Bell in 1987 met het Franse Alcatel fuseerde, en vervolgens rond de eeuwwisseling bij het Amerikaanse Lucent aansloot, genoten de Antwerpse techneuten een onverwoestbare status. De Amerikanen noemden hen the Marines. De lofzang sloeg op hun pioniersmentaliteit. “We waren de eerste Alcatel-soldaten die landden in verre, buitenlandse markten. We gingen het terrein verkennen, en sleurden vervolgens de hele groep mee in een waanzinnig avontuur”, zegt Rudi Thomaes, die tot in 2002 de Antwerpse Alcatelpoot leidde. “We trokken als een van de eerste bedrijven ter wereld naar China en Rusland met onze producten. En als we nieuwe dingen ontwikkelden, slaagden we er lange tijd ook in om de productie in België te houden”, somt Martin De Prycker op. Afscheidnemend fabrieksdirecteur Paul Depuydt beaamt: “Er zijn maar weinig bedrijven in België waar mensen zo internationaal kunnen werken.” Depuydt volgde destijds Thomaes op aan de top van de Antwerpse Alcatel-fabrieken, en kondigde deze week aan dat hij Alcatel verlaat om Ravago te leiden, een Kempens chemiebedrijf. Den Bell stuurt nog steeds zijn zonen uit, maar kennelijk toch naar plaatsen die net iets minder in het oog springen dan vroeger.

Want het Bell-bastion lijkt van zijn pluimen te laten als hofleverancier voor headhunters. Gewoon omdat de multipolariteit die het bedrijf destijds groot heeft gemaakt, niet meer van deze tijd is. Dertig jaar geleden ontwikkelde de onderneming zo’n beetje álles - van kleine informaticasystemen of zelfs gsm’s, tot zware investeringsgoederen voor regeringen en bedrijven. De werknemers konden al die businesses binnen de bedrijfsmuren ontdekken en doorgronden. Bovendien wisten ze dat het productengamma om de tien jaar helemaal veranderde, en dat ze zich dus willens nillens opnieuw moésten uitvinden. Dat zichzelf opnieuw uitvinden was trouwens een constante in het curriculum van al die Alcatel-zonen die de voorbije jaren in andere Belgische bedrijven opdoken.Net als de ingebakken polyvalentie. ‘We hadden geleerd om van product naar product te hoppen”, zegt Thomaes, “maar we doorliepen ook alle stadia van ontwikkeling en productie”. Wie nieuwe dingen wilde uitvinden, kon in Antwerpen terecht. Wie het design tot product wilde zien uitgroeien, kon terecht in de halfgeleiderfabrieken van Mitec, de Gentse fabriek die computerkaarten maakte, de assemblagehal in Geel of de plaatslagerij in Hoboken. En voor wie echt zijn kennis aan de wereld wilde verkopen, lag de weg naar China of Zuid-Amerika wijd open.Maar vandaag is Alcatels fabricage helemaal uit België, en zelfs uit Europa verdwenen - de groep is zijn laatste Europese productievestiging aan het verkopen. Qua personeelsvolume heeft de Antwerpse vestiging de storm niet eens zo slecht doorstaan, maar het aura van den Bell is in de loop der tijden toch fors getaand. En de tijd waarin den Bell managers kneedde die àlles leken te kunnen, is definitief voorbij.

Alcatel heeft nog een uitstekende naam als onderzoekscentrum van de informaticagroep. Meer nog: in het ontwikkelen van nieuwe producten is Antwerpen, met zijn 1.800 werknemers, misschien zelfs belangrijker dan ooit in onderzoek en ontwikkeling. “Bij ons werken 900 mensen puur op innovatieve producten”, zegt Paul Depuydt. “Het bedrijf investeert daar alleen al in België 150 miljoen euro per jaar in. Maar wel altijd met de overtuiging dat succes pas volgt wanneer de vraag in de markt met de technologische vaardigheden van de mensen spoort. We hebben ons de jongste jaren toegespitst op toekomstgerichter productontwikkeling: geen telefonie meer, maar multimediale gegevensnetwerken. Maar het dna van het bedrijf is niet veranderd: we blijven voortrekkers en pioniers met een uitgesproken neus voor business.’Misschien wel. Maar de centrale hoofdkwartieren die aan de hele wereld leverden, zijn in een global economy helemaal uit de mode geraakt. “De telecom is fel veranderd in de voorbije jaren”, zucht Martin De Prycker. “Alcatel is een keer of vier kleiner geworden, en de globalisering heeft de rollen binnen het bedrijf herverdeeld: Antwerpen mag nog wel innoverende producten ontwikkelen, maar of die ook verkocht worden, hangt af van regionale directeuren in verre landen.”Dat ondermijnt ook de kweekvijverfunctie die de Bell-fabrieken ooit hadden: omdat Antwerpen niet meer kan uitpakken met zijn exportrealisaties, verliest het ook stukje bij beetje zijn renommée als hofleverancier van managementtalent. Bovendien kan Alcatel zich nog wel profileren als een vernieuwend bedrijf dat vooruitstrevende technologieën ontwikkelt in een hele rist interne start-ups, maar het is toch steeds meer een ingenieursbedrijf geworden. Wat De Prycker zorgen baart. “We hebben nood aan internationaler georiënteerde bedrijven, type AB Inbev, die Belgen naar topfuncties kunnen laten opklimmen. Bekaert neemt die rol al een beetje op, Umicore iets minder. Maar die bedrijven zijn stukken kleiner dan het Alcatel van vroeger.” Dat is zorgwekkend, omdat het de basis weg kan doen schuiven voor lokaal talent dat een internationale carrière wil beginnen. En als die machine stokt, komen België en de Belgische economie vroeg of laat in ademnood.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234