Dinsdag 18/06/2019

Sudan

Demonstraties in Sudan: klappen en zingen voor democratie

Betogers brengen het V-teken als mede-demonstranten uit de Sudanese stad Atbara per trein aankomen in Khartoem. Beeld AFP

De sfeer bij de volksprotesten in Khartoem doet denken aan een festival. Maar de eisen van de betogers zijn serieus: betaalbaar brood, rechten voor vrouwen en politieke verandering. ‘Het hele systeem moet anders.’

Iman loopt met haar man en hun dochtertje van 6 langs een afzetting van gebroken bakstenen en geknakte takken die is opgeworpen door de betogers bij het militaire hoofdkwartier in Khartoem. Dochter Nujood wappert met het rood, wit, zwart en groen van de vlag van Sudan. In het Arabisch staat erop geschreven: “Wij komen uit Atbara”.

Atbara, bijna 300 kilometer van de hoofdstad Khartoem: daar begonnen in december de protesten tegen stijgende broodprijzen die uitmondden in volksprotesten in heel Sudan, en uiteindelijk in de val van Omar al-Bashir als president op 12 april. Moeder Iman: “Met Bashirs vertrek kwam een dertig jaar oude droom uit. En dan te bedenken dat de opstand begon in onze stad, in onze buurt zelfs. Ik ben trots dat ik uit Atbara kom!”

Iman en haar gezin móésten na Bashirs aftocht wel naar de hoofdstad reizen, van de plaats waar de eerste vonken van het verzet oplaaiden naar de plek waar het vuur van de volksopstand nog steeds volop brandt. Een “vrijheidstrein” met betogers tot op de daken van de wagons reed deze week van Atbara naar Khartoem. Nu lopen Iman en haar man en dochter bij het militaire hoofdkwartier naar groene, gele en oranje tentzeilen die aan honderden betogers beschutting bieden tegen de meedogenloze zon. Ze vlijen zich neer op gevlochten matten. Overal om hen heen wapperen de vlaggen van Sudans ongekende volksprotest. “Bashirs bewind was van de duivel!”, scanderen mensen. Ze maken muziek, ze dansen, ze klappen, ze zingen.

Recentelijk aangebrachte muurschildering nabij het hoofdkwartier van het leger. Beeld AFP

Medicijnenstudent Banan van 18 houdt in een tent verderop een draadloze paarse microfoon met ingebouwde speaker vast en roept: “Ik doe tegen de wens van mijn ouders in mee met de protesten. Mensen zeggen: ‘Als je in Sudan als vrouw demonstreert, ben je oneerbiedig tegenover jezelf en je familie.’ Maar mijn generatie heeft een ander idee van respect. Wij zullen de ouderwetse opvattingen niet overnemen!”

Uit alle hoeken van het immense en diverse land zijn ze hier, de Sudanezen, van alle achtergronden, met al hun wensen en hun dromen – en hun jarenlang opgekropte woede over de repressie en uitbuiting door het gehate bewind van Bashir. De broodprijzen zijn een kwestie, net als vrouwenrechten – maar er is ook een tent van zwarte Darfuri’s, met foto’s van de jarenlange terreurcampagne van de gearabiseerde machthebbers tegen de ‘Afrikaanse’ bewoners van Darfur. Foto’s van kapotgeschoten lichamen, platgebrande huizen en doodsbenauwde mensen in greppels. “Wij zijn allemaal Darfur” luidt een van de protestleuzen.

Banan, de medicijnenstudent: “Ik kan de eendracht onder de mensen niet in woorden vatten. Wat je bij de sit-in hier ziet, is een microkosmos van een nieuw Sudan. We willen democratie!”

Door de al drie weken lang luidkeels geuite eisen van het volk voor de deur lijkt het legercomplex in Khartoem te zijn veranderd in een quasi-permanent klachtenloket. Militairen kijken vanachter de spijlen in hun metershoge omheining kalmpjes naar de vreedzame betogers. Soldaten met lagere rangen kwamen op deze plek ruim twee weken geleden letterlijk de betogers te hulp toen die werden bestookt door scherpschutters van de gevreesde geheime dienst – daar, vanaf die tien verdiepingen hoge flat-in-aanbouw verderop. Topfiguren binnen Sudans veelvormige veiligheidsapparaat besloten de dag erna om, onder druk van de opstand, Omar al-Bashir terzijde te schuiven.

Een letterlijk uitpuilende trein met mensen uit Atbara, de stad waar de protesten begonnen. Beeld AFP

Nubische koningin

Nu toont een militair in een groen camouflagepak zijn solidariteit met zijn demonstrerende landgenoten door in de mensenzee een Sudanese vlag op zijn linkeronderarm te laten zetten. Een gehoofddoekte vrouw brengt de schildering aan met waterverf. De militair rookt rustig een sigaret. Op de spoorbrug boven hem zitten tientallen betogers, ze maken een oorverdovend geluid door met stokken en stenen ritmisch op het metaal van de brug te slaan. Naast de brug staat een metersbreed billboard met de beeltenis van Alaa Salah, de ‘Nubische koningin’, de student in wit gewaad wier foto deze maand uitgroeide tot iconisch beeld van de Sudanese volksopstand. Fier staart haar evenbeeld naar het legercomplex.

Al met al is de sit-in – met zang, dans en eten, met middaggebeden, rokende mannen en jubelende vrouwen, met watertanks, voedselvoorziening en slaaptenten – een soort van festivalterrein aan de Nijl. Een órdelijk festivalterrein, dat wel: vrijwilligers vegen de straten, verzamelen vuilnis en fouilleren deelnemers bij geïmproviseerde versperringen die  infiltratie door handlangers van het oude bewind moeten tegengaan. De vrijwilligers, dat zijn de oranje hesjes.

Bij alle eensgezindheid en standvastigheid is de vraag toch of de betogers kunnen volhouden. Of ze eensgezind blíjven over de te volgen strategie voor een hervormd Sudan. De organisatie Sudanese Professionals Association (SPA), een drijvende kracht achter de protesten, wil met de machthebbers van de militaire raad praten over de transitie naar een burgerregering. Woensdagavond maakte de militaire raad een gebaar door drie van zijn tien eigen leden te verwijderen, drie figuren uit de kringen dicht rond Omar al-Bashir. Zal de SPA straks zelf toegeven? Zal ze, in weerwil van haar strikte eis tot nu toe, overwegen om samen met militairen een overgangsregering te vormen? Het risico is dat de militairen dan de betogers in de val laten lopen.

Op deze donderdag houden de betogers in elk geval de druk op de militaire raad onverminderd hoog. We zijn er bijna; nu doordrukken tot de hele raad opgeeft, is het sentiment. Er is zelfs weer een nieuwe megademonstratie in Khartoem.

Saudi-Arabië

Als sterke man in de militaire raad geldt generaal Mohamed Hamdan Dagalo ‘Hemeti’. Hij heeft bloed aan zijn handen door zijn rol in de geweldscampagne van het Bashir-bewind in Darfur. Zijn raad krijgt geld van Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Hemeti voert de paramilitaire Rapid Support Forces aan. Deze gewapende mannen bezetten met hun groene pick-ups strategische plekken in Khartoem, ze luieren in de laadbakken achter kanonnen en afweergeschut, ze zitten op gerafelde kantoorstoelen met wieltjes in de schaduw van bomen of ze houden zich bezig met het vergelijken van hun zonnebrillen.

Voor de betogers is het te hopen dat generaal Hemeti’s gewapende mannen zo geduldig zullen blijven. Hoe moet het verder als de betogers echt als één front blijven vasthouden aan het vertrek van de voltallige militaire raad?

Banan, de medicijnenstudent, klinkt vastberaden: “Geen compromis!” Sudan heeft geleerd van eerdere volksprotesten, zegt ze, kijk ook naar Egypte of pas nog naar Algerije, waar militairen presidenten afzetten onder druk van het volk, maar waar de onderliggende systemen buitengewoon hardnekkig blijken. De les van de opstanden in de Arabische wereld, volgens Banan: “We moeten niet zelfvoldaan zijn. Niet de overwinning uitroepen als de president weg is. Zorgen dat er niet gewoon nieuwe gezichten komen met dezelfde aanpak. Het hele systeem moet anders.”

Maar Banan laat toch iets van twijfel doorklinken als ze zegt: “Ik hóóp dat de militairen in Sudan alle macht overdragen. Ik hoop erop, meer dan dat ik er zeker van ben.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden