Woensdag 18/05/2022

Delhaize en Ahold dansen de tango

Een fusie van Delhaize en Ahold zou een Europese topspeler creëren, mét Nederlands overwicht. Bijna 150 jaar nadat Jules Delhaize zijn eerste winkel opende, betalen diens nazaten een zware prijs voor hun desinteresse in het beheer van de groep. Ons land speelt andermaal een kroonjuweel kwijt.

De Belgische en Nederlandse supermarktgroepen Delhaize en Koninklijk Ahold, moedermaatschappij van Albert Heijn, zijn in een paringsdans verwikkeld en willen fuseren. De gesprekken zijn nog in een aftastend stadium, weet de zakenkrant De Tijd.

De groepen zijn niet aan hun proefstuk toe. In 2006 waren er al eens verregaande onderhandelingen, maar die leverden niets op, officieel omdat Ahold er moeite mee had een fusie van gelijken te bewerkstelligen, terwijl de Nederlanders bijna twee keer zo groot waren als Delhaize. Ahold noch Delhaize wil voorlopig reageren op 'geruchten in de markt'.

Voor de Belgische markt zal een samengaan niet meteen voor problemen zorgen. Albert Heijn heeft met een dertigtal winkels in België een klein marktaandeel. In combinatie met het marktaandeel van 22 procent van Delhaize zou de nieuwe combinatie Colruyt als Belgische marktleider kunnen onttronen.

Een blik op de cijfers van beide groepen leert dat Ahold in een eventuele fusie het zwaarst weegt. Met een marktwaarde van 15,4 miljard euro is het ruim dubbel zo groot als Delhaize. Ook de verschillen in omzet en winstcijfers zijn significant. Een fusie tussen gelijken is het dus zeker niet.

Het valt maar te bezien op welke basis een mogelijk huwelijk voltrokken wordt; dat is onderdeel van de onderhandelingen. Maar dat we door de fusie alweer een Belgische trots zullen verliezen aan een buitenlandse groep, lijkt een logisch gevolg.

Familieruzie

Dat heeft Delhaize vooral aan zichzelf te danken. Noch Ahold, noch Delhaize heeft referentieaandeelhouders. Langs beide zijden is er dus geen partij die echt haar stempel kan drukken op de gesprekken of haar voet tussen de deur kan wringen. Bij het Nederlandse Ahold is de stichtende familie Heijn al langer uit beeld verdwenen. Vandaag zwaaien voornamelijk institutionele aandeelhouders de plak. Denk daarbij aan JPMorgan Chase, BlackRock en BNP Paribas.

Bij Delhaize wordt weliswaar de indruk gewekt dat de nazaten van stichter Jules Delhaize (°1867) nog aan de knoppen zitten, de waarheid is vele malen genuanceerder.

Al van bij de prille start bleek het moeilijk om de verschillende broers te verenigen achter één visie. Jules werd van bij de start bijgestaan door zijn broer Auguste. Even later kwamen toekomstige schoonbroer Jules Vieujant en de broers Edouard en Adolphe aan boord. Dat leidde tot hevige discussies over de juiste strategie. Het gevolg is dat vele familieleden weliswaar aandeelhouder zijn maar zich weinig of niet inlaten met het bedrijf zelf en los van de supermarktgroep hun eigen weg zoeken.

Als de families zouden samenwerken, zouden ze zich wel degelijk kunnen ontpoppen als referentieaandeelhouder. In 1990 waren er even gesprekken om alle aandelen onder te brengen in een familiale stichting. Dat zou de familie een sterk beslissingsmandaat garanderen in de verdere evolutie. Maar het bleef bij informele gesprekken. De families vonden dat ze beter op eigen benen bleven staan. Een verkeerde inschatting, zo zou blijken.

De mensen die zich vandaag het sterkst identificeren met het familiebedrijf zijn Pierre-Olivier Beckers (een nazaat van de familietak Vieujant), Didier Smits (idem) en Jacques de Vaucleroy. Zij hebben allen zitting in de raad van bestuur, maar ook dat loopt op zijn laatste beentjes. Zowel Beckers als Smits stappen straks op bij de algemene vergadering en worden vervangen door twee niet-familiale bestuurders.

Het is meer dan symboliek en wijst op een dieperliggende familiale kloof: de oudere generaties die emotioneel gebonden zijn aan de onderneming van hun voorouders versus de families die geen enkele binding meer hebben. Pierre-Olivier Beckers en Didier Smits horen thuis in de eerste categorie. Beckers was vijftien jaar CEO van Delhaize Group. Hij volgde de succesvolle kruidenier Gui de Vaucleroy op. Beiden maken deel uit van de Delhaize-families. Maar de relaties tussen de tak-Beckers en de tak-De Vaucleroy zijn nooit hartelijk geweest. Beckers wordt omschreven als 'een goed mens' maar een 'slechte manager'. Hij betaalde te veel voor overnames en liet de verkeerde mensen te lang op de verkeerde stoel zitten. Zaken als beurskoers of rendement waren veel minder van tel.

Jacques de Vaucleroy, die als enige familiale vertegenwoordiger overblijft in de raad van bestuur, belichaamt dan weer de familietakken die een grotere afstand hadden tegenover het bedrijf. Zij strijken hun dividend op, en klaar. De Vaucleroy werkt bij de Franse verzekeraar AXA, waar hij verantwoordelijk is voor de activiteiten in Centraal-, Noord- en Oost-Europa. Voordien was Jacques de Vaucleroy lid van het wereldwijde directiecomité van ING. Hij is de zoon van Gui de Vaucleroy, en heet niet toevallig een financier te zijn. "Bij hen leeft die emotionele band veel minder sterk", zegt een vertrouwenspersoon. "Zij kijken naar het bedrijf als een belegging. Hun focus is het rendement, niet de lange termijn."

En dat weegt heel zwaar door bij wat vandaag te gebeuren staat bij Delhaize. Het maakt dat geen enkel familielid - als die dat al zou willen - een fusie met Ahold kan tegenhouden. Het gemeenschappelijke belang van de families in de groep wordt vandaag geschat op zo'n 20 procent. Maar omdat in 1990 geen familiale stichting werd gecreëerd of geen aandeelhoudersovereenkomst werd gesloten, betekent het dat de familie feitelijk buitenspel staat. Andere aandeelhouders - onder meer pure financiële partijen als Citibank met 10,62 procent en Silchester International Investors met 9,97 procent - wegen zo zwaarder door. Voor hen telt louter een industriële logica en een juiste prijs voor een akkoord.

Dat het ook anders kan, bewijzen de families achter grote Belgische groepen als Bekaert, Solvay of AB Inbev. Zij konden via stichtingen een aandeelhouderspact maken. Bijgevolg zijn de families nog altijd sterk vertegenwoordigd bij de groepen. Ook al hebben ze vaak geen operationele bevoegdheid, toch hebben ze als referentieaandeelhouder wel degelijk een zware impact op de evolutie van het bedrijf. Vaak zijn ze ook geduldiger als aandeelhouder en stellen ze het algemene belang van het bedrijf voorop in plaats van te mikken op kortetermijnwinst.

Jozef Lievens, gedelegeerd bestuurder van de Stichting voor het Familiebedrijf, een organisatie die advies geeft aan familiebedrijven: "De enige mogelijkheid om over verschillende generaties heen een eenheid te bewaren over het aandeelhouderschap is een betrokkenheid creëren. Dat kan via familiale governance, waarbij er een operationele of andere vorm van betrokkenheid is. Ook via een stichting of een aandeelhouderspact binnen een familie kun je financiële betrokkenheid bewaren. Als die er niet is, wordt de afstand tegenover het bedrijf met elke generatie groter", zegt Lievens.

De kans dat Delhaize straks dus een 'filiaal' van Ahold wordt, is in ieder geval groter geworden. Al moeten we een slag om de arm houden, want een huwelijk van Delhaize en Ahold werd al meerdere keren voorspeld.

Beide bedrijven vullen elkaar dan ook goed aan. Delhaize is in België actief met zijn kwaliteitssupermarkten, en Ahold-dochter Albert Heijn is marktleider in Nederland. Behalve in hun thuisland opereren beide ook succesvol in de Verenigde Staten. Sterker nog: ze halen daar het gros van hun omzet. En hoewel ze allebei actief zijn aan de oostkust van de Verenigde Staten, is de geografische overlap heel beperkt. De fusiegroep zal een uitgebreide strook bestrijken, vanaf de noordelijke staat Maine tot helemaal in het zuidelijk gelegen Georgia. Dat is een gigantisch gebied, met grote staten als Maine, New Hampshire, Massachusetts, New York, New Jersey, tot de dieper gelegen staten Georgia en Florida.

Delhaize heeft voorts beperkte activiteiten in Oost-Europa en Indonesië, terwijl Ahold nog aanwezig is in Duitsland, Tsjechië en Portugal. Er is een zekere complementariteit, heet dat dan.

Schone lei

Dat was deels al zo in 2006, waardoor de geruchtenmolen nooit helemaal stokte. Maar deze keer zouden de kaarten anders, lees beter, liggen. "Een fusie tussen Ahold en Delhaize zou waarde kunnen toevoegen voor beide bedrijven en positief zijn voor hun aandelenkoersen. Mits een fusie tegen de juiste voorwaarden en op vriendschappelijke basis wordt aangegaan", stelt analist Patrick Roquas van Rabobank in het Financieele Dagblad.

Bij Delhaize Group staat sinds eind 2013 de Nederlander Frans Muller aan het hoofd. Die brak met het dramatische expansieve beleid van zijn voorganger Pierre-Olivier Beckers. Muller zorgde voor een grote schoonmaak bij het concern, en nam in de Verenigde Staten bijvoorbeeld afscheid van de discountformule Bottom Dollar. In België is na een moeizame en woelige periode een sociaal akkoord gesloten over de herstructurering. Veertien supermarkten gaan dicht, tot 2.500 van de 15.000 banen sneuvelen. Die operatie, die moet leiden tot een herstel van de operationele winstgevendheid van Delhaize België, moet wel nog uitgevoerd worden, maar de financiële kosten zijn al verwerkt in de boeken. Vanaf nu kan dus letterlijk met een propere lei gewerkt worden aan de toekomst.

Al betekent dat niet dat er geen donkere wolken blijven hangen in België. De concurrentie is gigantisch, wat leidt tot een enorme druk op de winstmarges. Ironisch genoeg is die concurrentie de voorbije maanden enkel toegenomen door de komst van Ahold-dochter Albert Heijn. Voorlopig heeft de Nederlandse keten nog maar een dertigtal winkels in ons land, maar de ambitie om te groeien is meermaals verkondigd. Onder het motto 'if you can't beat them, join them' zou Delhaize scheep kunnen gaan met Ahold. Delhaize en Carrefour zitten van alle supermarktformules in ons land het dichtste bij Albert Heijn, en hebben dus het meeste last van de expansie van de Nederlandse groep, die marktleider is in Nederland en die zich met Koninklijke Ahold van een sterke moedermaatschappij verzekerd weet.

Al was dat enkele jaren geleden wel even anders. Ook Ahold heeft een bezwaard verleden van zich afgeschud. De internationale expansie van Ahold kwam abrupt tot stilstand toen in februari 2003 tegelijk bij vele dochtermaatschappijen boekhoudkundige onregelmatigheden aan het licht kwamen. Het leidde tot het gedwongen ontslag van het management. De belangrijkste financiële onregelmatigheden werden in de Verenigde Staten vastgesteld bij U.S. Foodservice, en ook bij de Argentijnse dochter Disco bleken de boeken niet te kloppen.

De financiële gevolgen waren verstrekkend, en kostten de groep 10 miljard euro aan omzetverlies, en een nettoverlies van 4,5 miljard euro. Er kwamen ook juridische geschillen en strafzaken. Na een schikking van bijna 1 miljard euro werd de zwarte bladzijde pas in 2006 omgedraaid. Ahold kon langzaam terugkrabbelen en zich opnieuw focussen op de toekomst.

Een fusie met Delhaize kan voor Ahold de kers op de taart betekenen, en kan de groep meteen een paar stappen hoger op de internationale ranglijst plaatsen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234