Vrijdag 15/01/2021

Deels een Van Dyck, of toch niet?

schilderkunst

twijfels blijven bestaan na restauratie van antwerps portret

Het gezicht is vermoedelijk door Antoon van Dyck zelf geschilderd. De handen, de rok en de achtergrond zijn wellicht het werk van een goede atelierleerling. Dat zijn de bevindingen na een twee jaar durende restauratie van het Portret van de abt Scaglia in het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten. Al meer dan honderd jaar bestaan er twijfels over de authenticiteit van dat schilderij. De recente restauratie werpt iets meer licht op de zaak.

Antwerpen / Van onze verslaggever

Eric Rinckhout

Scaglia is op z'n minst een intrigerende figuur. Volgens sommige bronnen was hij een gewiekst diplomaat, andere omschrijven hem als een geheim agent, zelfs een spion, die in diplomatieke correspondentie ook bekendstond als 'agent XX', een soort zeventiende-eeuwse James Bond. Hoewel hij kort voor zijn dood intrad in het minderbroedersklooster in Antwerpen had hij een reputatie als rokkenjager, net zoals 007.

Van Dyck (1599-1641) en Scaglia (1592-1641) kenden elkaar goed. Het katholicisme en het versieren van vrouwen hadden zij met elkaar gemeen, alsook de liefde voor de kunst: Scaglia bezat zeven schilderijen van Van Dyck. Maar Scaglia was ook nog eens zakenman en kunsthandelaar: zo bemiddelde hij, samen met Rubens, tussen de Engelse koning Charles I en Jacob Jordaens voor de opdracht van een reeks decoratieve schilderijen in het Queen's House, Greenwich.

Cesare Alessandro Scaglia de Verrua, zoals hij voluit heette, vertegenwoordigde de hertogen van Savoye in achtereenvolgens Rome, Parijs en Londen. Tijdens zijn ambassadeurschap in Londen diende hij ook de belangen van de Spaanse koning en kwam zo in aanvaring met zijn broodheer in Savoye. Scaglia week uit naar Brussel en vestigde zich later, in 1639 en inmiddels zwaar ziek, in Antwerpen. Hij wilde zijn laatste jaren doorbrengen in het minderbroedersklooster, waarvan nog restanten te vinden zijn in de huidige Academie. Daar liet Scaglia een altaar oprichten. Aan Van Dyck gaf hij de opdracht voor een Bewening van Christus die boven zijn graf moest komen. Later bestelde hij een portret van zichzelf, eveneens bij Van Dyck.

Maar dan rijst er een probleem. In de Londense National Gallery hangt er een nagenoeg identiek portret ten voeten uit van Scaglia, dat echter krachtiger en trefzekerder is dan de Antwerpse versie en algemeen wordt beschouwd als Van Dycks origineel. Al sinds 1862 bestaan er twijfels over de authenticiteit van de Antwerpse versie, twijfels die door de recente restauratie niet zijn weggenomen. "Er is een groot verschil met Van Dycks Bewening van Christus", zegt restauratrice Catherine Van Herck. Zij nam enkele jaren geleden ook dat religieuze werk onder handen. "Daarin herken je zo de hand van de meester. De penseelvoering is krachtig, de hoogsels zijn met precisie aangebracht en creëren volume." Bij de Antwerpse versie van het portret van Scaglia nam Van Herck deels het vergeelde vernis weg en merkte dat het portret sneller en oppervlakkiger geschilderd is, minder sterk dan wat men van een grootmeester mag verwachten. Het gezicht is weliswaar van betere kwaliteit - kijk naar de grijnslach en de glinsterende ogen - en zou van de hand van Van Dyck zelf kunnen zijn. Handen, kleding en decor zijn wellicht geschilderd door een ateliermedewerker.

In 1992 werd het testament van Scaglia ontdekt. Daarin was sprake van een tweede versie van zijn portret, een versie die Scaglia aan het Antwerpse minderbroedersklooster schonk. Het portret hing daar trouwens tot de Fransen het in 1794 naar Parijs meenamen. Na zijn teruggave ging het tot de museumcollectie behoren. Op basis van de historische bronnen kan men er bijvoorbeeld van uitgaan dat de originele (Londense) versie de residentie van Scaglia sierde en dat de tweede (Antwerpse) versie voor de minderbroederskapel bedoeld was, nogmaals snel door Van Dyck voor vriend Scaglia opgezet en door een leerling afgewerkt. Museumdirecteur Paul Huvenne wijst erop dat dit geen ongewone praktijk was voor Van Dyck: "Hij leidde een schilderijenfabriekje. Het moest snel gaan, want tot Van Dycks ongenoegen betaalden portretten niet zo goed. Aan religieuze taferelen kon hij langer werken: die stonden hoger in aanzien en brachten veel meer op."

Het aardige is dat vanaf nu in zaal H van het Antwerpse museum Van Dycks Bewening van Christus en het Portret van Scaglia weer in elkaars nabijheid hangen, zoals dat ook Scaglia's bedoeling is geweest.

'Van Dyck leidde een schilderijenfabriekje. Het moest snel gaan, want tot zijn ongenoegen betaalden portretten niet zo goed'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234