Vrijdag 30/10/2020

(Deel 2)

Paul-Henry Gendebien: 'Ik hoor dat Karel De Gucht ons model zelfs naar Irak wil exporteren. Arme Irakezen, denk ik dan, alsof ze al geen problemen genoeg hebben'Philippe Darcis: 'Niemand kent Jambe-de-Bois nog. Alleen in mijn Luikse club van postkaartenverzamelaars doet zijn naam nog een belletje rinkelen'

Het begon met operagezang, het eindigde met kanongebulder. Toen de kruitdampen optrokken had de operetterevolutie een nieuw land gebaard. België, nakomertje van de Europese geschiedenis. De vaders van de revolutie staan al lang op sokkels. Hun nazaten wikken en wegen de erfenis, drie weken lang in Zeno.

De mannen van 1830Alexandre Gendebien en Charlier Jambe-de-Bois hadden niet veel gemeen. Gendebien was een Belg die Fransman wilde zijn. Dat is hem niet gelukt, maar als zwaargewicht van het Voorlopig Bewind heeft hij wel zijn stempel op 1830 gedrukt. Charlier Jambe-de-Bois was de kreupele kanonnier die de Hollanders in het Warandepark van hun sokken blies. De ene kreeg een standbeeld, de andere een marionet in Theater Toone. Twee verschillende iconen van de onafhankelijkheid, tegen het licht gehouden door twee even verschillende nazaten. Erik Raspoet / Foto's Stephan VanfleterenPaul-Henry Gendebien, de man van Frankrijk

Alexandre Gendebien heeft het getroffen met zijn standbeeld. Het Frère Orbanplein is een oase van rust, geprangd tussen de Wet- en Belliardstraat. Op warme zomerdagen wordt er op de banken achter zijn bronzen rug stevig gescharreld, vaak collegiaal maar niet altijd matrimoniaal. De clandestiene vrijages deren Alexandre niet, zijn blik is verankerd op de ingang van het statige gebouw aan de overkant. De Raad van State, een beter vis-à-vis kon deze advocaat-politicus zich niet dromen.

De beeldhouwer heeft puik werk geleverd. Er zit schwung in de wapperende jaspanden, uit het fijnbesneden gezicht spreken daadkracht en ironie. Wat zou Alexandre Gendebien denken van het communautaire gehakketak dat zich geregeld onder zijn neus afspeelt? Het burgemeesterschap van José Happart in Voeren, de rondzendbrief van Leo Peeters, de vaudeville van geluidsnormen voor vliegtuiglawaai waarmee Brusselaars en Vlamingen elkaar belagen? De Raad van State is een van de arena's waar 's lands gemeenschappen elkaar met juridische spitsvondigheden bestoken. Het laat zich raden wat hij heeft gedacht. Hadden we ons in 1830 maar bij Frankrijk aangesloten, dan spraken we nu allemaal Frans en vielen er helemaal geen taaltoestanden te betreuren. Aan hem heeft het niet gelegen. Alexandre Gendebien heeft er alles aan gedaan om de Belgische opstand in een Franse annexatie te doen uitmonden.

Aansluiten bij de machtige zuiderbuur is ook de dada van Paul-Henry Gendebien. Het moet iets met de genen zijn. Zes generaties scheiden hem van de man op de sokkel, maar de gelijkenissen zijn frappant. Flamboyant, welbespraakt en radicaal zijn eigenschappen die hij met zijn beroemde voorzaat deelt. En net als Alexandre is hij in de politiek opgegroeid. Aan vaderskant genoeg parlementsleden om een kamerfractie mee te vormen, aan moederszijde een grootvader met een klinkende naam: Henry Carton de Wiart, meervoudig minister en eenmalig premier voor en tijdens het interbellum. Paul-Henry Gendebien zelf stond eind de jaren zestig aan de wieg van het Rassemblement Wallon, hij heeft zowel in het Belgische als het Europese parlement gezeten. Ook zijn grote liefde, beleden in talloze boeken en publicaties, deelt hij met Alexandre Gendebien. Ze heet francofolie, een oude vlam die hij in een hedendaags kleedje heeft gestoken. Van integrale annexatie bij Frankrijk is al lang geen sprake meer. Paul-Henry Gendebien is de vaandeldrager van het rattachisme, een beweging die ijvert voor aansluiting van Wallonië bij Frankrijk.

We installeren ons op een terrasje op het Luxemburgplein, in het hart van de Europese wijk. Bij een glas rode wijn geeft hij zijn visie op de Belgische onafhankelijkheid. Erudiet, maar volkomen ongeschikt voor vaderlandslievende doeleinden. De glorieuze revolutie van 1830? "Zo heldhaftig was het allemaal niet", zegt hij. "De Hollanders hebben het erg onhandig gespeeld, zowel militair als politiek. Neem nu de slag om Brussel. Wat een idee om met een leger in de kronkelende steegjes van Brussel te manoeuvreren, het ideale terrein voor een stadsguerrilla. Al moeten we het succes van die guerrilla ook niet overdrijven.

"Als je de geschiedenisboekjes mag geloven hebben we de Hollanders in het Warandepark een smadelijke nederlaag toegebracht. Niets is minder waar, de Hollanders hebben zich om tactische redenen teruggetrokken. Prins Frederik, die het bevel voerde over de Hollandse troepen, hoopte toen nog altijd op een politieke oplossing. Veel heeft het trouwens niet gescheeld. Aanvankelijk was het de opstandelingen louter om politieke hervormingen te doen. Ze vroegen een administratieve scheiding, met kroonprins Willem aan het hoofd van de zuidelijke provinciën. Was Willem I van Oranje niet zo'n stijfkop geweest, dan had hij het zuiden toen niet verloren. Het is anders gelopen, maar de Belgen moeten niet te hoog van de toren blazen. In 1831 zijn de Hollanders teruggekomen, en ze hebben het Belgische leger verpletterd. Gelukkig zijn de Fransen in allerijl tussenbeide gekomen, anders was het meteen afgelopen met de onafhankelijkheid."

Heldhaftig of niet, de Belgische revolutie was nooit geslaagd zonder sterke figuren zoals Alexandre Gendebien. Geboren in het revolutiejaar 1789, in zijn geval zou het een teken aan de wand blijken. De appel was trouwens dicht bij de boom gevallen. Zijn vader Jean-François was een overtuigde liberaal, die, behendig surfend op de woelingen van zijn tijd, een indrukwekkende carrière uit wist te bouwen. Van topambtenaar onder de Oostenrijkers schopte hij het onder Bonaparte tot lid van het Franse Corps Législatif. Na 1815 dook hij weer op als volksvertegenwoordiger voor Henegouwen in de Staten- Generaal van het Koninkrijk der Nederlanden.

"Maar in 1821 heeft hij in Den Haag ontslag genomen", zegt Paul-Henry. "Uit onvrede met de autoritaire koers van Willem I en de achterstelling van de zuidelijke provinciën. Het einde van zijn parlementaire loopbaan, dacht toen iedereen. Maar zie: in 1830 wordt hij de allereerste voorzitter van het Nationaal Congres, de voorloper van het Belgisch parlement. Onze familie was daar trouwens goed vertegenwoordigd, want behalve Jean-François zaten ook Alexandre en diens broer Jean-Baptiste in het Nationaal Congres."

Alexandre Gendebien had zijn zitje in het Nationaal Congres beslist niet gestolen. Al voor de onafhankelijkheid maakt hij naam als advocaat van Louis De Potter, een radicale journalist die in 1828 wegens zijn kritische pen achter de tralies vloog. Na het uitbreken van de opstand is Gendebien alomtegenwoordig. Hij pendelt als een bezetene

tussen Brussel, Parijs en Den Haag, en

ontpopt zich tot een zwaargewicht binnen het Voorlopig Bewind. Gendebien stond bekend als een republikein met uitgesproken Franse sympathieën.

"Een volbloed radicaal", noemt Paul-Henry Gendebien hem. "Maar tegelijkertijd was hij een pragmaticus. Alexandre besefte dat een republiek niet haalbaar was. Europa had er vijftien jaar restauratie op zitten, het syndicaat der tronen zou een republiek nooit hebben gedoogd. Ook zijn andere grote droom, aansluiting bij Frankrijk, heeft hij moeten opbergen. Maar zijn principes is hij altijd trouw gebleven. In 1831 is hij uit de regering gestapt, omdat hij vond dat ze de idealen van de revolutie had verraden. Hij bleef wel in de Kamer zitten, waar hij als oppositieleider ongezouten kritiek leverde op Leopold I. Zijn beroemdste speech was die tegen het 24 Artikelen Verdrag, het grensverdrag met Nederland dat in 1839 door het parlement goed werd gekeurd. 320.000 fois non, riep hij, een verwijzing naar de 320.000 Limburgers en Luxemburgers die door het grensverdrag definitief uit België werden gesloten.

"De emoties liepen tijdens dat debat erg hoog op. Een van de kamerleden is van pure alteratie bezweken op het spreekgestoelte. Ach, dat waren nog eens romantische tijden. Je moet de parlementaire verslagen uit die periode maar eens lezen, het pathos druipt eraf. Kamerleden hadden in die tijd permanent een zakdoek bij de hand, want ze werden om de haverklap door tranen overmand.

"Alexandre was zelf een gevoelsmens. Op een keer heeft hij een duel uitgevochten met zijn vriend Charles Rogier, na een woordenwisseling in het parlement. Ze hadden elkaar rendez-vous gegeven op een weide niet ver van het Meiserplein. Alexandre, die een uitstekend schutter was, heeft Rogier een kogel in zijn mond geschoten. Onmiddellijk na het schot is hij naar Roger toegelopen, helemaal ontdaan. Mon ami, riep hij, qu'avez-vous?"

Mannen uit één stuk, zo heeft ook Julius Caesar de Belgen beschreven. Dappersten aller Galliërs. Een klein land maar een Groot Volk. Het zijn enkele clichés die het bestaan van een ongrijpbare realiteit moeten bewijzen. De Belgische ziel? Paul-Henry Gendebien springt erop zoals een hongerige wolf op een weerloos lam. "Dat is een verzinsel", betoogt hij. "Na de onafhankelijkheid had België een Groot Stichtingsverhaal nodig, een mythe die het nationale bewustzijn moest aanwakkeren. Leopold I was zelf vragende partij, dat blijkt uit een vertrouwelijke brief van 1859 aan zijn privé-secretaris Van Praet. In die brief beklaagt hij zich erover dat de Belgen na dertig jaar onafhankelijkheid nog altijd geen nationaliteitsbesef aan de dag leggen. Patriottische historici zoals Kurth, Picard en Pirenne hebben hun uiterste best gedaan om België als natiestaat te legitimeren. Pirenne bijvoorbeeld hemelde België op als een kruispunt waar Germaanse en Latijnse cultuur elkaar ontmoeten en harmonieus samenleven. De ironie van de geschiedenis wil dat uitgerekend Pirenne onder druk van de Vlaamse beweging ontslag moest nemen aan de Gentse Rijksuniversiteit. Kruispunt van Germaanse en Latijnse cultuur, laat me niet lachen.

"Eigenlijk hadden Vlamingen en Walen voor 1830 bitter weinig met elkaar te maken. Je merkt het aan de verschillende reactie op het jaar 1789. De Walen verwelkomden de ideeën van de Franse revolutie, terwijl de Vlamingen als reactie de Boerenkrijg ontketenden. Na de Tweede Wereldoorlog zijn de Belgische propagandisten uit een ander vaatje gaan tappen. Noodgedwongen, want met de communautaire spanningen en de federalisering bleef er van de Vlaams-Waalse synergie niet veel meer over. Tegenwoordig wordt België als een soort mini-Europa aangeprezen, een modelstaat waar verschillende volkeren vreedzaam samenleven. Ik hoor dat Karel De Gucht ons model zelfs naar Irak wil exporteren. Arme Irakezen, denk ik dan, alsof ze al geen problemen genoeg hebben."

Paul-Henry Gendebien leeft op hoop: het Belgische model loopt volgens hem op zijn laatste benen. En het federalisme dan? "Relatietherapie om een mislukt huwelijk te rekken", schampert hij. "Dat levert wat tijdwinst op, maar het huwelijk blijft evengoed gedoemd. Met iedere ronde van de staatshervorming nemen de tegenstellingen toe. Er is eigenlijk niets dat ons nog bindt. En de monarchie, zeg je dan. België heeft de monarchie niet nodig, het is veeleer andersom, de monarchie heeft België nodig als levensverzekering.

"Weet je, ik snap niet waarom er zo dramatisch wordt gedaan over een scheiding. Niks zo zielig als een koppel dat tegen zijn zin samen blijft wonen, ja toch? De oplossing ligt voor de hand: Vlaanderen is perfect leefbaar als onafhankelijke staat. Wallonië kan niet zelfstandig overleven, aansluiting bij Frankrijk is voor ons de enige oplossing. Het is toch goed leven in België, hoor je dan vaak. Maar wist je dat het Waalse levensniveau 15 procent onder het Europese gemiddelde ligt? In Henegouwen is het verschil zelfs 25 procent, een stuk slechter dan de armste streek van Frankrijk. Zo zie je maar, Wallonië heeft niet veel te verliezen bij het einde van België. Natuurlijk, het statuut van de hoofdstad is een probleem. Wat mij betreft kan Brussel bij Frankrijk, met garanties voor Vlaamse en andere minderheden. Maar dat moeten Brusselaars zelf maar uitmaken."

Subversieve taal uit de mond van een man die zich baron mag noemen. Het was zijn overgrootvader die in 1930, naar aanleiding van het nationale eeuwfeest, de erfelijke titel ontving. Uit handen van koning Albert I, in naam van diensten bewezen aan koning en vaderland. Sommige Gendebiens zijn er verguld mee. Want de familie trekt niet aan één zeel, er zitten ook Gendebiens in allerlei patriottische clubs. Paul-Henry echter verzaakt met veel plezier aan zijn baronstitel. "Mijn overgrootvader had die titel nooit mogen aanvaarden", moppert hij. "Het druiste lijnrecht in tegen de idealen van Alexandre."

Philippe Darcis, de man van België

Belgische historici hebben er ooit in alle ernst over gediscussieerd. Was het houten been van Jean-Joseph Charlier nu rechts of links? Er bestaat een lithografie van de beroemdste kanonnier uit de Belgische krijgsgeschiedenis. Charlier richt zijn kanon op de Hollanders in het Warandepark, ter rechterzijde steunend op een houten poot. Maar zelfs deze tekening heeft de laatste twijfels over de exacte plaats van zijn handicap niet weggenomen. Links of rechts, we laten het gemakshalve in het midden. Feit is dat Jean-Joseph Charlier zich in die woelige septemberdagen van 1830 een weg naar de onsterfelijkheid heeft geschoten. In het Brusselse marionettentheater Toone is Charlier Jambe-de-Bois nog altijd een ster, even populair als Zatte Mie of Quick en Flupke.

In tegenstelling tot laatstgenoemden heeft Charlier Jambe-de-Bois echt bestaan. Hij werd in 1794 geboren in Luik, dezelfde stad waar hij in 1866 zijn laatste adem uitblies. Als soldaat van Napoleon verloor hij in Waterloo niet alleen een veldslag maar ook een been. In ruil ontving hij een klinkende bijnaam plus een schamel invalidenpensioen. Die handicap belette hem niet, armlastige vader van drie, om in 1830 gehoor te geven aan de roep van het nog ongeboren vaderland. Charlier-met-het-houten-been was een van de driehonderd Luikse vrijwilligers die op 4 september naar Brussel trokken, onder aanvoering van de jonge advocaat en toekomstige premier Charles Rogier.

Op hun revolutionaire vlag prijkte de leuze 'overwinnen of sterven voor Brussel'. Met zo'n boodschap zou je vandaag in Luik weinig applaus oogsten, maar dat terzijde. Nog voor het vertrek had Charlier een eerste wapenfeit verricht. Onder zijn leiding hadden de opstandelingen twee kanonnen buit gemaakt in de Caserne des Ecoliers. Nu ja buit gemaakt, de artilleriestuks waren door de vluchtende Hollanders onklaar gemaakt en achtergelaten. In een stad van metaalbewerkers was het evenwel een koud kunstje om Marie-Louise en Willem, zoals de kanonnen liefdevol werden genoemd, weer schietklaar te maken. De rest van het verhaal is legende, een tricolore geloofszaak die buiten de kritische rede van de historiografie valt.

Tijdens de finale shoot-out in het Warandepark stond de Belgische artillerie tegen een forse overmacht. Het gebrek aan vuurkracht werd echter ruimschoots gecompenseerd door de kwaliteit van de Belgische schutters. Met name Jambe-de-Bois, die nochtans geen ervaring als artillerist bezat, blies de tegenstanders letterlijk van hun sokken. Hij stond met Willem strategisch opgesteld, zijn barricade op het einde van Koningsstraat versperde de weg naar de benedenstad. Hij kon mikken als Willem Tell, en oogstte algemene bewondering met zijn doodsverachting. Zelfs onder vijandelijk vuur aarzelde hij niet zijn kanon van positie te veranderen.

Charlier Jambe-de-Bois heeft niet alleen de natie gered. De Luikse kanonnier heeft ook een straaltje licht gebracht in de sombere jeugd van Philippe Darcis. We zitten samen op een bank in het Warandepark, niet ver van de plek waar Charlier in 1830 zijn duivels heeft ontbonden. Philippe Darcis, een gepensioneerde klerk van 68, is een magere man met wit haar. Hij woont al lang in Brussel, maar zijn Luikse accent blijft onmiskenbaar. Op zijn schoot rust een documentatiemap waaruit hij een familiekiekje haalt. Moeder, groottante, overgrootmoeder, drie generaties vrouwelijke nazaten van de roemruchte Charlier.

"Mijn overgrootmoeder moet hem nog hebben gekend", mijmert hij. "Jammer dat ik er nooit met haar over gepraat heb. Ze was stokoud, maar ik heb haar een paar jaar meegemaakt. Door de oorlog is het er nooit van gekomen. Ze woonde aan de andere kant van de Maas en alle bruggen waren kapot. Ik heb haar maar een paar keer kunnen bezoeken." Vliegende bommen, voedselrantsoenen, SS-uniformen, ze hebben op de kleine Philippe een diepe indruk gemaakt. Hij komt er tijdens dit gesprek herhaaldelijk op terug. Zijn kindertijd was niet bepaald gelukkig. Want behalve de oorlog sleept hij nog een trauma mee. "Toen ik twee was, zijn mijn ouders gescheiden", zegt hij. "Dat was in die tijd nog een groot taboe. Die scheiding en de vroege dood van mijn grootmoeder heeft de hele familie uit elkaar getrokken. Daardoor ken ik ook niet alle details over Charlier Jambe-de-Bois. Door het uiteenvallen van de familie zijn vele herinneringen en souvenirs verloren gegaan."

Toch heeft Charlier Jambe-de-Bois kleur gegeven aan zijn jonge jaren in Luik. De zeldzame keren dat de verbrokkelde familie verzamelen blies, waren de heldendaden van de kreupele kanonnier vaste prik. Darcis herinnert zich vooral de bezoekjes aan zijn groottante Nore, het levend geheugen van de familie. Ze staat op een vergeelde en ongedateerde krantenfoto, bij de inwijding van de gedenksteen van Jambe-de-

Bois in de rue Pierreuse. "Ze had een krantenkiosk op de place du Théâtre", vertelt Philippe. "Een echte volksvrouw, met het hart op de tong. Aan iedereen die het wilde horen vertelde ze dat ze afstamde van Jambe-de-Bos.

"Als mama bij tante Nore op bezoek ging, dan hadden ze het altijd over hem. Ik zat dan met grote oren te luisteren. In mijn kinderlijke verbeelding namen zijn heldendagen mythische proporties aan. Alsof hij dat kanon eigenhandig van Luik naar Brussel had getrokken, om daar in zijn dooie eentje de Hollanders uit het park te verjagen. Intussen weet ik natuurlijk beter. Charlier was maar een van de vele Luikenaars die hun leven gewaagd hebben voor het vaderland. Dat uitgerekend hij een icoon is geworden komt omdat hij in het oog sprong met zijn houten been. Dat houten been blijft een mysterie. Er zijn er die beweren dat hij zijn voet niet in Waterloo maar tijdens een ongeval in Luik heeft verloren. Pas op, we moeten zijn verdiensten niet geringschatten. Hij was dan wel niet alleen, maar hij heeft zich zonder meer heldhaftig gedragen. Bij zijn terugkeer naar Luik werd hij trouwens als een echte koning ingehaald. Na de onafhankelijkheid hebben ze hem als beloning een pensioen uitbetaald, ik geloof zelfs dat hij een nieuw houten been heeft gekregen. Zijn oud been was helemaal versleten door het geloop tijdens de revolutie."

De tijd van tante Nore, toen Jambe-de-Bois door de Luikenaars als een volksheld werd aanbeden, is al lang voorbij. "Niemand kent hem nog", geeft Darcis met spijt in zijn stem toe. "Alleen in mijn Luikse club van postkaartenverzamelaars doet zijn naam nog een belletje rinkelen. Maar dat zijn allemaal gepensioneerden, net als ik. In de familie ziet het er ook al niet goed uit. Ik heb geen kinderen en geen verwanten, behalve een paar kozijns in Luik met wie ik nooit contact heb. Ik vrees dat de herinnering aan Jambe-de-Bois aan het uitsterven is."

Zijn oog valt op een oude postkaart uit 1901. Bedevaartganger op het Martelarenplein, luidt het onderschrift in het Frans. "Kijk toch eens hoeveel volk in die tijd", zegt hij. "Die bedevaart wordt nog ieder jaar in september georganiseerd. Tegenwoordig komen er maar een paar tientallen patriotten op af. Ik heb zelf jarenlang meegedaan als vaandeldrager. De Brabantse vlag die door de revolutionairen werd geadopteerd, die moest ik dragen. Maar twee jaar geleden heb ik afgehaakt. Artrose, het begon te zwaar te wegen. Weer een bedevaartganger minder."

De tanende vaderlandsliefde maakt hem er niet vrolijker op. Van Vlaams separatisme en Waals rattachisme krijgt hij het pas goed op de heupen. Gendebien en zijn retour à la France, daar zou hij een hartig woordje mee willen wisselen. "Waar zijn de Franse politici die Wallonië verwelkomen?", vraagt hij zich af. "Geloof me, ze zitten in Frankrijk echt niet te springen om het armste stuk van België in te lijven. En dan de Vlamingen die een onafhankelijke republiek willen. Is België al niet klein genoeg? En vooral: is het hier niet goed leven? Oké, er zijn wat taalproblemen. Maar het is overal iets. Bretoenen en Corsicanen leven ook niet in perfecte harmonie met de andere Fransen.

"Ik zie onze meertaligheid vooral als een rijkdom. België is het land van de diversiteit, daarom voelen buitenlanders zich hier op hun gemak. En wat die taaltoestanden betreft, het gaat steeds beter. Vroeger konden de Vlamingen terecht klagen dat Walen en Brusselaars hun taal niet respecteerden. Maar moet je nu de Franstalige politici horen. Ze sloven zich om het hardst uit om een mondje Nederlands te praten."

Na deze geloofsbelijdenis nemen we afscheid. Ik mag hem vooral niet kwalijk nemen dat hij niet meer details over Charlier Jambe-de-Bois in petto had. De oorlog, weet je wel, en de verscheurde familie. Misschien moet hij eens op het internet surfen om de hiaten in zijn biografische kennis te dichten. Een paar klikken met de muis brengen heel wat wetenswaardigheden aan het licht. Na de onafhankelijkheid werd Charlier tot kapitein in ruste bij de infanterie benoemd. Zijn pensioen belette hem niet om in 1831 opnieuw op de barricaden te klimmen, tijdens de tiendaagse oorlog tegen de Hollanders. Was Charlier zelf bekommerd om zijn plaats in de geschiedenisboekjes? Feit is dat hij in 1853 met behulp van een ghostwriter zijn memoires heeft gepubliceerd. Op een Belgicana-site wordt een exemplaar aangeboden voor 200 euro. Een fors bedrag, maar in het boek steekt dan ook een kopie van de collecte die de Luikenaars bij Charliers dood organiseerden ten voordele van diens weduwe.

Voor de liefhebbers: in het Musée de la Vie Wallonne in Luik liggen de sabel, de decoraties alsook het houten been van Jambe-de-Bois. Een houten been, want één belofte heeft het vaderland jegens zijn heldhaftige kanonnier nooit waargemaakt. In de euforie na het optrekken van de kruitdampen werd Charlier een nieuw been beloofd, een been van achttienkaraats goud. Het is er nooit van gekomen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234