Maandag 18/01/2021

Deel 2: De havenElke dag brengen wij u onze groeten over, uit een uithoek van Zeebrugge: zeehaven, vismijn, duin, dorp, station, strand. Poort op de wereld maar ook niemands- en iedersland. Geen parel maar een granietblok aan de kust. Het best bewaarde Be

Zeehaven betekent boten en dus zeelui. Geboren in de verste uithoeken ter wereld komen deze mensen bijeen op scheepsdekken en in machinekamers. En in het zeemanshuis aan wal. Een mix van taal, cultuur en groot, soms onbevredigbaar verlangen.

Groeten uit Zeebrugge

Als zeelui aan land komen, lonkt de uitbuiting

Door Marijke Libert / Foto Stephan Vanfleteren

Gegroet, binnenland, vanuit onze zeehaven, meer bepaald vanuit een grijs-blauw busje met acht zitplaatsen. 'Seamen Center' staat er sierlijk geschreven langszij. Het zet koers naar de boten, van kaai naar volgend dok. Het heeft vaart. Raf rijdt, laadt zeelui op, brengt ze naar het zeemanshuis en uren later weer veilig aan boord.

Het toetert oproepen door zijn gsm. "Kaai 410? Ship? The Vera. I'll be there in five minutes." Spurtje trekken naar Tropicana Gate. De fruitkaai. Hier komen de fruitsappen toe, uit Brazilië vooral. Bulk. Boven de kaai slingeren buizen, waardoor dagelijks tonnen sap ruisen richting citernes met als ultieme bestemming: de verpakking, bric. "Meestal Polen, op de Vera", weet Raf, maar het zijn Grieken. Eentje is navigator. "Please can you drop us at super market?", zegt hij. Om wat te kopen? Een brede lach. "Belgian beer of course, no not Heineken." Hij trekt een vies gezicht en dan: "Duvel, good beer." Een Griek onderweg naar Kingston met de wetenschap: Duvel, good beer.

De Contact GB van Zeebrugge dorp ligt op een paar honderd meter van het zeemanshuis en draait een redelijke omzet puur op foerage voor zeelui. "When do you leave?", vraagt Raf voor hij de Grieken dropt. "Tomorrow, Jamaica."

Raf kent ze als zijn broekzak: de dokken, de laadkaaien, de terminals van Cobelfret en Maersk en ook APM, de recentste, de grootste, zwaarst bewaakte. "Veiligheid is het ordewoord in de haven", zegt Raf. "We hebben passen, al dan niet met geregistreerde vingerafdrukken, we worden soms tot drie keer toe gecontroleerd, mét camera's en honden. Sinds 9/11."

In de haven ligt ook de LNG-gasterminal. Als die ontploft, zeggen ze in Zeebrugge... en dan niets meer, enkel die lange doodse stilte.

"What ship? On 203, time? Ara Zeebrugge. Oké, fifteen minutes." Franky opladen, een Kaapverdiër met zijn hoofd in Jamaica. Wéér Jamaica. Hij heeft geen geluk. Hij doet maanden lang de navet naar Engeland. "Boring stuff." Hij tikt Raf op de schouder. "Thank you for dropping us at super market." Hij stapt uit met zijn 'brother', een stille Roemeen. Ze stappen naar de winkel, een blinkende Afrikaan en een diepzinnige geblokte Oost-Europeaan. 'Brother' noemen ze elkaar.

"In de haven stopt het nooit", zegt Raf opgewekt. "Ik vind het vooral indrukwekkend om 's nachts te rijden. We rijden tot 23 uur rond." Vrijwillig. Raf, Rita en op gestelde dagen doet ook 'de padre' de havenronde: Hubert Sergeant, aalmoezenier van de schepen: vormelijk van taal, beetje filosoof, al dan niet ongewild grappig.

We vinden hem in het achterzaaltje van het Seamen Center, achter de snookertafel en bij de belhokjes. Na Contact GB het grote doel voor afstap van de zeelui: een telefoon.

Padre Sergeant: "Als wij onze wimpers open doen en kijken tot de horizon, denken we: wat mooi! We spelen met onze voeten in het water, of in het zand. Dat vinden wij, landrotten, de zee. Voor de zeelui is de zee de drie vierden water op de wereld, waarop zij het grootste deel van hun leven verblijven. Zij hunkeren naar hun familie, of naar een plek waar ze met thuis contact kunnen opnemen. Ze meren in de haven aan, kruipen uit hun kajuiten en hun machinekamers, even weg van het schip, van hun bevelhebber, aan wie ze zijn overgeleverd. Als ze eventjes mogen ontsnappen, aan land komen, lonkt de uitbuiting. Tenslotte zijn het mensen vol verlangen en wie verlangt, zoekt naar de bevrediging ervan. Zo'n zeemanshuis beveiligt hen een beetje. En hier kunnen ze even contact met thuis opnemen. Met een telefoonkaart van 8 euro kunnen Filippijnen toch ruim tachtig minuten naar hun land bellen. Het probleem is dat die mensen in dollars worden uitbetaald. Met het zakken van de dollar is hun kaart nu bijna dubbel zo duur geworden."

Het Grote Verlangen in Zeebrugge, hoe zou je dat kunnen bevredigen, denk je als je de haven 's avonds afrijdt. Lichtjes alom, aan wal, op de schepen. Maar in het dorp, op de Kustlaan geen spoor van blacklights, nergens de schijn van roze of blauwe neonlampen. Raf, op weg met een volgende 'vracht', glimlacht. "Ik wist dat die vraag zou komen, ik ben voorbereid." Hij grabbelt in een vakje onder het dashboard. "Tiens, ze zijn weg." Kaartjes van bars, zo blijkt, al is enkelvoud juister. In Zeebrugge is er welgeteld één club, waarin een Afrikaanse dame met personeel om de hoek bij het strand 'ontvangt'. Er gaan in het dorp verhalen over paaldansen en de grote tobbe, een jacuzzi, waar je met acht in kunt zitten. Praatjes? Hoe dan ook, de club is te duur voor het werkmansvolk op de vrachtschepen, geen spek voor hun bek. Er zijn goedkopere alternatieven in Brugge en Oostende voor zij die iets langer aan de kade liggen. Maar Zeebrugge, daar lig je nooit lang. Dat is laden en weer weg. Het moet rap gaan in deze snel groeiende overslaghaven.

Vier mannen, onder wie twee Indiërs, stappen gehaast via de Kustlaan richting dorp. "Ah, die zijn te voet van het schip gekomen", zegt Raf en remt, "ik ga ze een lift aanbieden." Hij opent de deur, vraagt: "You drive with us to Seamen Center?" Een Indiër komt dichterbij en roept. "Brussels, sir, please." Raf schudt van nee en zucht. "Dat was lang geleden. Illegalen."

De padre: "Het is nu verminderd maar af en toe komen ze nog uit een truck of zo gekropen. Het blijft een probleem. Toen ik hier in Zeebrugge begon, acht jaar geleden, belde een hotelhouder mij met "pastoor, ik heb hier iets voor u, acht mensen, ze willen naar Sangatte". Ik in al mijn enthousiasme van beginnend aalmoezenier pikte ze op en liet ze eerst nog bijkomen op mijn appartement, een douche nemen en zo, wat eten. Er was een vrouw met vier kinderen bij. Ik belde een vriend en samen trokken we naar Sangatte, wat strafbaar was, maar ach, ik was toen nogal naïef. Ik zat ook gewoon in met die mensen."

De nacht lonkt, Seamen Center sluit straks af. De ingetogen Roemeen drinkt zijn pint leeg. 'Brother' Franky uit Kaapverdië tokkelt op zijn gitaar, klanken en woorden van zijn verre (ei)land. "Maar dit zijn mijn lievelingen", zegt hij en stroopt zijn rechterhemdsmouw op. Twee woorden in marineblauwe inkt. 'The Wailers'. "Keep on dreaming, brother", zegt de Roemeen. En dan tot ons: "Hij is écht mijn brother. Van huis zijn, maanden lang, is het moeilijkste, zegt men, maar dat klopt niet. Thuis, daar ligt je doel, daar steven je op af, ooit kom je daar weer terecht. Het probleem is onderweg. Je zit met al die mensen op een boot samen, op een moment in je leven, with a different power in your head. De Oekraïner met de Filippijn, de Venezolaan met de Zweed. Je begrijpt elkaar niet en dan bedoel ik niet de taal. Je geraakt maar niet samen."

Padre Sergeant: "De bemanning was vroeger veelal eendrachtig Filippijns of Russisch. Nu mixen ze de mensen. Ik vraag me af of dat niet bewust gebeurt, zodat de zeelui samen minder macht hebben, zich moeilijk kunnen verenigen of actie voeren om verbeteringen af te dwingen. Die onregelmatigheden zijn er nog, minder dan vroeger, dat wel. Af en toe gaat een schip aan de ketting, omdat de hygiëne aan boord ondermaats is, de bemanning ziek of de kwaliteit van het eten slecht. Ik kom als ik een schip bezoek soms op een drijvende vuilnisbelt terecht. Terwijl, als je naar zo'n Waleniusschip gaat dat auto's vervoert... dat is bijna een cruiseschip: kraaknet, verzorgd."

Rita, net als Raf vrijwillig chauffeur in de haven: "Vier jaar geleden hebben we een schip gehad dat op zee getrokken was met één krop sla en vier tomaten. De rest van het eten was blikvoer voorbij houdbaarheidsdatum. De schuld van een slechte kapitein die de rest van het geld in zijn zak stak. De jongens kwamen hier aan en trokken recht naar de GB om vers fruit. Je had dat moeten zien, die gretigheid om toch maar iets vers te bemachtigen. Het is hoe dan ook een zwaar leven. Bedenk dat maar als je van op het strand de lichtjes ziet van de boten die in- en uitvaren. Dat die mensen hoe dan ook steeds overgeleverd zijn aan de goodwill van wie hen leidt en dat het enige wat nooit verandert, het water is."

'Padre' Hubert Sergeant:

Ze meren in de haven aan, kruipen uit hun kajuiten en hun machinekamers, even weg van het schip, van hun bevelhebber, aan wie ze zijn overgeleverd

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234