Zaterdag 15/06/2019

Sport

Dedecker, Meert en Gaastra hoopvol voor Belgische topsport: “Winnen is geen vies woord meer”

► Op het WK turnen in Doha pakte Nina Derwael goud, een primeur voor ons land. Beeld AFP

2018 was voor België een sportjaar grand cru, met een recordaantal van 29 'olympische' medailles op EK's en WK's. Een terugblik in stijl, met drie éminences grises uit de sport: Jean-Marie Dedecker, Wilfried Meert en Ronald Gaastra.

Dedecker (66) was de succescoach die zijn judoka's in twintig jaar naar tien olympische medailles leidde - die van de EK's en WK's zijn haast niet te tellen. In oktober raakte hij met een ruime meerderheid verkozen tot burgemeester van Middelkerke. Meert (73) zag als geestelijke vader van de Memorial Van Damme alle grote atleten al de revue passeren. Gaastra (59) zit er als zwemtrainer nog middenin. De Nederlander kneedde kampioenen Fred Deburghgraeve, Brigitte Becue en Pieter Timmers. Nooit eerder maakten de nestors zo'n sportjaar als 2018 mee.

Van wie genoten jullie het meest?

Dedecker: "Nina Derwael. Turnen is zo'n harde sport, bijna slavernij, op het randje van kindermishandeling. De wereldconcurrentie is enorm. Je moet meer dan een miljard Chinezen verslaan, meer dan 300 miljoen Amerikanen, heel het Oostblok en de westerse wereld. Alleen in Afrika kunnen ze nog geen turntoestel kopen. Als je dan wereldkampioene wordt, in zo'n discipline, dan steek je er met kop en schouders bovenuit."

Gaastra (knikt): "Geen discussie over. Nafi Thiam is geweldig, maar zevenkamp heeft voor mij niet dezelfde allure als het turnen."

Dedecker: "Derwael bewijst het succes van buitenlandse trainers. Ik heb Yves Kieffer (de Franse hoofdcoach van de Vlaamse turnfederatie, VH) nog weten uitgespuwd worden toen hij kwam, omdat hij 'te hard' was. Dat is wat ze hem in Frankrijk verweten, terwijl hij daar toch olympisch goud won. Uiteraard zijn er slachtoffers in zo'n systeem, maar topsport is nu eenmaal survival of the fittest."

Meert: "Ik was in Berlijn voor het EK atletiek, waar ik heb genoten van de 4x400 meter. Van de fenomenale inspanning van Jonathan Sacoor en Kevin Borlée in de finale. Niet vergeten: Borlée is zijn carrière begonnen in Peking in 2008. Ze zijn al een paar keer afgeschreven maar staan er nog altijd."

Gaastra: "Die Sacoor, wat een talent. Voor mij moest híj de belofte van het jaar zijn. Remco Evenepoel vind ik een verkeerde keuze, hij komt niet in de buurt. Een omhooggevallen snotneus. Die jongen wordt nu al overroepen en wat heeft hij al bewezen? Nog niets."

Dedecker (tot Gaastra): "Zeg, en jij wordt niet sentimenteel van sport? Ik zit te grienen. Het scheelde niet veel met Derwael, en toen Ulla Werbrouck in 1996 op het podium stond..."

Gaastra: "Toen Pieter Timmers dat zilver had in Rio was ik wel emotioneel, maar dat was door alles wat eromheen was gebeurd, de hele aanloop die verstoord werd en altijd tegen die windmolens vechten."

Dedecker: "Er is niets veranderd. Kijk naar Koen Naert, die Europees kampioen op de marathon werd. De mensen die hem geen contract gaven, hem kleineerden, die moet je toch de bons geven? Als je geen neus voor talent hebt, wat in de bobowereld vaak het geval is, ga dan verdorie de kantine van het stadion openhouden."

De Red Lions schonken België het allereerste goud in een teamsport.

Gaastra: "Het perfecte voorbeeld van een maakbare medaille. Ze maakten jaren geleden een plan op en hielden zich daar minutieus aan. Ze stelden buitenlandse coaches aan, inspanningsfysiologen, sportpsychologen, videoanalisten en andere experts. Hoe meer je de voorwaarden voor succes invult, hoe groter je kans op slagen en daar gaat het om in de sport. Natuurlijk moet je het nog altijd doen op het moment suprême."

Dedecker: "Zonder afbreuk te doen aan hun prestatie, wereldwijd doen er wel maar zo'n twintig landen mee, waarvan vijf à zes op topniveau. De VS interesseert het niet. Geen China, geen Japan, geen Rusland."

Meert: "Hun goud was de kers op de taart. Het enthousiasme begon met de Rode Duivels. Plots begon iedereen erin te geloven. Vroeger keken wij op naar anderen, nu hebben wij een generatie die men ons benijdt. Dat idee van het kleine België dat al blij is dat het mag meedoen, dat is er in veel sporten aan het uitgaan."

Gaastra: "Het was on-Belgisch hoe de Red Lions op voorhand zegden: 'We gaan voor goud.' Winnen is geen vies woord meer in België. De omslag is gemaakt omdat je geen keuze hebt. Als je frieten wilt, dan heb je patat nodig. Als je goud wilt, dan moet je dat uitspreken, ook al kun je op je gezicht gaan."

Waren er ontgoochelingen in 2018?

Meert: "De Rode Duivels. Je zit met een hele generatie spelers die bijzonder ambitieus is, die het waarmaakt in het buitenland en eigenlijk het WK kan winnen. Ze schakelen Brazilië uit en dan denk je: nu is het gebeurd, nu worden we wereldkampioen. En dan word je 'pas' derde. Dan blijf je toch gefrustreerd achter.”

Dedecker: "Ik kon wel genieten van de Rode Duivels. Maar je weet, ik ben een groot criticus van het voetbal. Niet van Lionel Messi. Die komt van een andere planeet, een orgasme om naar die vent te kijken. Maar die Mickey Mouse-competitie in België... Dat is een stuk jaloezie, op de belangstelling die ze krijgen, op de poen. Als je weet dat Nina Derwael 2.635 euro kreeg voor haar goud, terwijl Eden Hazard een cheque van 400.000 per week krijgt.

'Turnen is zo'n harde sport, bijna slavernij. Als je dan wint, zoals Derwael, dan steek je er met kop en schouders bovenuit' Jean-Marie Dedecker Beeld PHOTO NEWS

"Maar om terug te komen op de vraag: in het judo had ik op de volledige doorbraak van Toma Nikiforov gerekend, maar die jongen is al kapot gevochten. Hij sukkelt met blessures. Je hebt Matthias Casse en voor het overige is het aan Vlaamse kant huilen met de pet op."

Meert: "Ik verbaas me erover dat we in de Tour de France weer niet meespeelden. Het is al van 1976 geleden, met Lucien Van Impe, dat we nog eens een winnaar hadden. Dit jaar reed er niemand in de top tien, terwijl wielrennen na voetbal toch de populairste sport in België is."

Het wielrennen schonk ons in 2018 wel elf medailles op kampioenschappen, exclusief het veldrijden.

Gaastra: "Maar deed iedereen mee? Zet Tom Dumoulin naast Victor Campenaerts - prachtige atleet, daar niet van - en Dumoulin wint 99 van de 100 tijdritten. Op het EK deed hij niet mee. Dat is zowat het verhaal van de zomer. 2018 valt in het midden van een olympiade, hoe belangrijk is een EK op zo'n moment?"

Dedecker: "Wat mij pijn doet, is hoe zo'n Stoffel Vandoorne wegdeemsterde in de F1. Toffe kerel, maar dan komt hij ballen tekort. Ik denk dat Vandoorne wat is genekt door de oude Vlaamse mentaliteit. Hij moest assertiever zijn.”

Meert: "En toch heeft België stappen gezet. Dat ligt aan de komst van buitenlandse trainers en aan sporters die naar het buitenland gaan. Emma Meesseman trok naar Jekaterinenburg in Rusland. Hallo? Ze pikt daar een winnaarsmentaliteit op, die ze overbrengt op de nationale ploeg. Net als Ann Wauters."

Memorial-organisator Wilfried Meert.

In olympische sporten haalden we 29 medailles. Tien jaar geleden, op de Spelen in Peking, klokten we af op twee stuks. Is België een sportnatie aan het worden?

Dedecker: "Neen. We staan nog altijd niet in de top tien van Europa. We zijn op weg."

Gaastra: "Precies. In Rio vroeg een schermcoach me hoe wij kunnen presteren met zo weinig middelen. Ik zei hem: 'Je hebt twee keuzes: of je gaat op je stoel zitten wenen, of je doet het op je eigen manier.' Jean-Marie Dedecker deed dat, ik doe dat en Jacques Borlée doet dat. Dat is de juiste ingesteldheid."

Dedecker: "Er speelt nog een element: het level playing field wat doping betreft. Bloedpaspoorten, het verbannen van overgemedicaliseerde Sovjet-sporters en onaangekondigde tests: dat werkt."

Wie mag in België de pluimen op zijn hoed steken voor die medailles?

Dedecker: "De atleet zelf. Hun ouders. Hun familie. Heb maar eens een turnstertje van 7 jaar. Je rijdt wat kilometers."

Meert: "Dat is geen verhaal van één persoon. Het is een hele puzzel die in elkaar moet passen."

Geen lof voor de sportfederaties?

Dedecker: "Integendeel. Ik geef je een voorbeeld. Toma Nikiforov is in loondienst bij Adeps (de Waalse sportadministratie, VH). Wel, de premies die hij verdient moeten terugvloeien naar de judofederatie. Een schande!"

Meert: "Borlée werd net hetzelfde geflikt. De IAAF-premie die ze kregen voor hun medaille komt toe aan de federatie, kreeg hij te horen: 'Want jullie zijn mijn bedienden.'"

Dedecker: "Omdat er nog altijd dezelfde mongolen zitten. Die atleten verdienen ocharme 1.500 euro of zo per maand, op basis van hun diploma. Krijgen ze eens een premie, dan moeten ze die meteen weer afstaan."

Als we de huidige 29 medailles zo omzetten, gaan we dan in Tokio een recordaantal halen?

Dedecker: "Het is erg dat het record van Atlanta, zes medailles, nog altijd staat. Twintig jaar later in Rio zaten we nog altijd op dat niveau. Na 1996 konden we de lijn niet doortrekken, hopelijk lukt dat nu wel."

Gaastra: "De beginsituatie is nu beduidend beter dan in 2010 of 2014, dus de kans van slagen wordt groter. Biedt dat garanties? Neen."

Meert: "We gaan in Tokio niet ineens de wereld veroveren, maar voor het moreel zijn die successen wel belangrijk. Stel dat je zonder medailles of zonder prestaties van een EK terugkeert, dan kun je het op de Spelen helemaal schudden."

Dedecker: "De target voor een rijk land als België voor de Spelen moet zijn: één medaille voor één miljoen inwoners."

Meert: (lacht) "Op naar elf medailles dan."

Waar kijken jullie in 2019 naar uit?

Dedecker: "In een preolympisch jaar worden de jongens van de heren gescheiden."

Gaastra: "Mijn doel is dat mijn zwemmers progressie maken, dat ze in Tokio top twaalf halen met de aflossingsploeg zodat er in 2024 een finale inzit. Timers blijft voor mij een medaillekandidaat. Volgens mij kan hij in Tokio tussen 47.5 en 47.8 zwemmen op de 100 meter vrij."

Meert: "Ik ben benieuwd hoe Sacoor zijn Amerikaanse stage gaat verteren. De Amerikanen hebben de neiging om buitenlandse atleten uit te persen als een citroen, zodat die leeg terugkeren wanneer de kampioenschappen nog moeten beginnen."

Gaastra: "Hoe gaan de kampioenen zoals Derwael om met hun nieuwe statuut? In het hockey zit het in elk geval goed richting Tokio, die trekken als favoriet naar de Spelen. En weet je wat het leuke is? Ze willen geen outsiders meer zijn, ze willen gewoon winnen."

Ronald Gaastra (r.) naast zijn poulain Pieter Timmers (l.). Beeld BELGA
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden