Dinsdag 26/10/2021

Decorte loves Shakespeare, in zeven bedrijven

A Winter's Tale is al het zevende stuk dat Jan Decorte van William Shakespeare speelt, vertaalt of bewerkt. Wat hem zo aan de schrijver fascineert, is simpel. "Hij is de grootste en de geniaalste, in alles." Zonder Shakespeare was Decorte misschien zelfs nooit theater gaan maken. "Op mijn negentiende kreeg ik van mijn moeder een boek cadeau met links de originele Engelse tekst, en rechts de Nederlandse vertaling. Dat was Macbeth. Ik heb dat als een gek zitten lezen: dat stuk wou ik maken! Dus ben ik naar het Rits gestapt, want daar kon je dat leren. Mijn ingangsexamen was totaal negatief, maar vier jaar later, in 1972, ben ik wel afgestudeerd met een eindwerk over Macbeth en de hoogste punten die ze ooit aan iemand hadden gegeven."

In 1979 vertaalde Decorte King Lear voor het ro theater, maar hij raakte zwaar in conflict met het Duitse gastregisseursduo Karge en Langhoff. "Ze dachten dat ik het in verzen had geschreven, maar dat was niet zo. Ze hebben mij toen echt bedreigd en geprobeerd om mij te slaan." Decorte trapte het af en ging Shakespeare dan maar zelf regisseren: in 1981 volgde een vijf uur durende Cymbeline met onder meer Willy Thomas en Viviane De Muynck, toen nog studenten aan het Conservatorium.

Het zou tot het begin van de jaren negentig duren voor Decorte ook de taal van Shakespeare naar zijn hand durfde te zetten, en zo zijn eigen kindlijke idioom ontdekte. "Ik was drie nachten gaan overwinteren in het Metropool Hotel en daar, op hun briefpapier, is toen Meneer, de zot & tkint uitgekomen." Na die bewerking van King Lear volgden snel de geweldstukken Titus Andonderonikistmijnkloten (naar Titus Andronicus) en Bloetwollefduivel (naar Macbeth). "Die laatste speelde ik met Sigrid, maar ik was aan het eind van mijn krachten. Was er na de allerlaatste voorstelling niet Titus Muizelaar geweest om mij op te vangen, dan was ik ter plekke neergestuikt. Ik hield er een depressie aan over en heb jarenlang niets meer gemaakt."

In het Toneelhuis van Luk Perceval, waar Decorte de beschikking kreeg over meer acteurs dan ooit, kwam hij weer tot bloei. In Amlett (2001) vatte hij Hamlets hele 'to be or not to be'-monoloog simpel samen tot het legendarische "tis of tisnie, daddist". De Storm ging een jaar later door de mangel als Cannibali!. Op een speelvloer van kasseien verscheen Decorte zelf in de rol van meestertovenaar Prospero. En deze keer liet hij Inge Paulussen en Lisa Man uit de kleren gaan als de mythische wezens Ariël en Calibaan. Langer dan ooit waren zijn eeuwige scheldrijmen: "Gij gatjepik, slik slik, gatjepik, buikske vol, mij nol." Wedden dat ze in Wintervögelchen op een of andere manier weer te horen zullen zijn, na al die jaren?

(WH)

Na 'Bloetwollefduivel' was ik aan het eind van mijn krachten. Ik hield er een depressie aan over en heb jaren niets meer gemaakt

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234