Woensdag 20/10/2021

Decorte en Fabre favorieten voor Océ

theater

grootste theateronderscheiding van het land wordt vanavond uitgereikt

In de Koninklijke Muntschouwburg in Brussel wordt vanavond de vijfde Océ Podium Prijs uitgereikt, samen met zijn Franstalige tegenhanger de Prix Océ de grootste theateronderscheiding van het land. De winnaar krijgt één miljoen frank. Belangrijkste kanshebbers zijn Jan Decorte en Jan Fabre. Of Océ-Belgium de prijs ook na volgend jaar nog zal financieren, is onzeker, zo vernam De Morgen.

Brussel / Van onze medewerker

Peter Anthonissen

De Océ Podium Prijs, een initiatief van de Stichting voor Kunstpromotie en copiersfabrikant Océ-Belgium, werd in 1997 voor het eerst uitgereikt, en gaat naar "de waardevolste artistieke prestatie" van het afgelopen seizoen op het terrein van de podiumkunsten. Vorige prijswinnaars waren Alain Platel (1997), Ten Oorlog (1998), het Nieuwpoorttheater (1999) en Josse De Pauw (2000). Een heterogeen lijstje, want personen, instellingen, gezelschappen én producties komen voor de prijs in aanmerking.

Ditmaal werden genomineerd: De Leenane trilogie (coproductie tussen Het Toneelhuis en Zuidelijk Toneel Hollandia in een regie van Johan Simons), 'culturele werkplaats' Rataplan in Borgerhout, het Antwerpse collectief de Roovers, Lucas Vandervost en zijn gezelschap De Tijd, en de theatermakers Jan Decorte, Eric De Volder en Jan Fabre. De shortlist kwam als volgt tot stand. Aan de hand van de verzamelde adressenbestanden van de Vlaamse Directies voor Podiumkunsten (VDP), het Vlaams Theater Instituut (VTi) en Fevecc werden een drieduizendtal mensen die beroepshalve met de podiumkunsten te maken hebben, aangeschreven met de vraag of ze lid wilden worden van de nominatiejury. In totaal 291 professionelen brachten hun stem uit, een aantal dat aanzienlijk geslonken is sinds de eerste edities van de prijs, toen telkens ongeveer 400 mensen een formulier instuurden. Elk jurylid duidt in volgorde van waardering maximum drie kandidaten aan. De 'zeven hoogste scores' worden, aldus het juryreglement, genomineerd, en aan een eindjury van zes deskundigen voorgelegd, die de uiteindelijke winnaar kiest. De eindjury staat sinds vorig jaar onder het voorzitterschap van theatercriticus Pol Arias (VRT).

Is de procedure echter wel zo helder als het reglement laat uitschijnen? Omdat de leden van de nominatiejury vrij zijn om de namen van zowel personen en gezelschappen als producties op hun formulier in te vullen, staan enerzijds Jan Decorte en anderzijds De Leenane trilogie op de shortlist. Amlett, de succesrijkste voorstelling die Decorte het afgelopen seizoen maakte, of Het Toneelhuis, dat zowel Amlett als De Leenane trilogie produceerde, komen niet op het eindlijstje voor. Waarom het een wel en het ander niet? Het stemgedrag van de nominatiejury moet door de eindjury nog deels worden geïnterpreteerd, zo blijkt. In realiteit zijn de 'zeven hoogste scores' uit het juryreglement een rekbaar begrip.

Verwante stemmen (bijvoorbeeld voor Jan Decorte én Amlett) worden gegroepeerd in clusters, aldus Dirk Sturtewagen van de Stichting voor Kunstpromotie. Vervolgens beslist de eindjury "wat binnen een cluster voor een artistieke meerwaarde zorgt". Daarom wordt Jan Decorte als persoon genomineerd, niet Amlett als voorstelling. Waarom de stemmen voor De Leenane trilogie en Amlett niet worden gebundeld in een nominatie voor Het Toneelhuis als gezelschap, heeft er dan weer mee te maken dat te weinig stemmen op Het Toneelhuis zijn uitgebracht om een nominatie onder die noemer mogelijk te maken. "Door de band is hier weinig discussie over mogelijk", verzekert Sturtewagen.

Grootste verrassing onder de genomineerden dit jaar is Rataplan, de theaterwerkplaats in Borgerhout die een heel eigen invulling geeft aan het begrip wijkontwikkeling. Tenzij de eindjury een lans wil breken voor projecten in de sociaal-artistieke sfeer, behoort Rataplan echter niet tot de favorieten. De kans is groot dat er, net als vorig jaar, een schrijver-regisseur als winnaar uit de bus komt. Jan Decorte en Jan Fabre zijn de belangrijkste kanshebbers.

Decorte bestendigde het afgelopen seizoen zijn opmerkelijke comeback. Met Amlett toonde hij aan dat een grotezaalvoorstelling à la Decorte geen onmogelijkheid is. Fabre leverde, na een moeizamere periode, het afgelopen jaar twee krachtige producties af: de door Erna Omarsdottir gedanste solo My movements are alone like streetdogs en de groepsvoorstelling As long as the world needs a warrior's soul. Als eerste Vlaamse theaterregisseur ooit werd Fabre vervolgens door het Festival d'Avignon gevraagd om een productie voor de Cour d'honneur te maken, maar Je suis sang valt, strikt gesproken, net na de door de Océ Prijs 2001 gecoverde periode.

In het kielzog van Decorte en Fabre maakt ook Eric De Volder enige kans, ook al kwam hij met Vadria iets minder sterk voor de dag dan met Diep in het bos en Regent en regentes het seizoen voordien.

Intussen rijst de vraag of Océ-Belgium ook na volgend jaar de prijs zal financieren. De Océ Podium Prijs maakt, sinds zijn oprichting, deel uit van een overkoepelend Océ Podium Project dat de podiumkunsten in hun geheel moest ondersteunen. Na een eerste periode van drie jaar werd het project tot en met 2002 verlengd, maar één belangrijk onderdeel sneuvelde: de jaarlijkse ondersteuning ten bedrage van 900.000 frank van het Vlaamse luik van Het Theaterfestival. In de plaats daarvan besliste Océ om, specifiek voor zijn eigen cliëntèle, een jaarlijks evenement in het Brusselse Kaaitheater op te zetten. Mogelijk was dat een eerste teken dat Océ zich stilaan uit de Vlaamse podiumkunsten terugtrekt.

Dirk Sturtewagen wijst erop dat het "vrij uitzonderlijk" is dat een bedrijf zich voor een periode van zes jaar engageert voor een initiatief van deze orde. Hij acht de kans echter "niet gering", zo bevestigt hij aan De Morgen, dat Océ de prijs na 2002 niet langer zal sponsoren: "We willen Océ de gelegenheid bieden om daarover de komende maanden duidelijkheid te scheppen."

Of Océ-Belgium de prijs ook na volgend jaar zal financieren, is onzeker

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234