Maandag 19/08/2019

debuteert met tekstloze strip 'Hoop'

Piepjonge auteur ontmoette nooit zijn scenarist, nam gastillustraties op en vestigt nieuw record van drie weken tussen eerste gesprek en uitgave

Kristof Spaey

Brussel

van onze medewerker

Geert De Weyer

Amper 21 is hij, maar met zijn zopas verschenen tekstloze debuut Hoop, op scenario van de 38-jarige Duitse tv-maker David Safier, gooit hij hoge ogen in het Vlaamse striplandschap. "Voor zijn leeftijd is hij erg goed", zegt huidig 'Kiekeboe'-tekenaar Dirk Stallaert, gevraagd naar een reactie. "Hij maakt snel vorderingen en is in mijn ogen iemand die het gaat maken." Eenzelfde geluid klinkt bij Steven Dupré, tekenaar van 'Sarah & Robin' en 'Coma'. "Spaey is een uitstekend verteller die voor zijn leeftijd het medium zeer goed beheerst. Als tekenaar gaat hij met reuzensprongen vooruit." Een groot talent in wording, zo besluit Dupré zijn betoog.

De kleine Haarlemse uitgeverij Bee Dee dacht er wellicht net zo over. Nog voor Spaey zelf nog maar op zoek was naar een uitgever, werd hij door hen gecontracteerd. In drie weken tijd was de zaak beklonken en het boek uitgegeven. Spaey: "Enkele maanden geleden plaatste ik wat van mijn werk op Pulpdeluxe.be, een site voor jonge tekenaars. In mijn bijbehorend profiel had ik gemeld dat ik net mijn eerste stripverhaal had afgewerkt. Kort daarop kreeg ik een mailtje van Bee Dee. Ze wilden het boek in sneltempo uitgeven om nog mee te kunnen profiteren van het befaamde Haarlemse stripfestival. Drie weken na het eerste gesprek werd Hoop al gedrukt. Tussen ons eerste gesprek en de publicatie liggen dus effectief drie weken. Ongelooflijk. Ik denk dat dat een unicum is. Ik moest zelfs geen subsidie aanvragen."

Leuvenaar Kristof Spaey tekent al vanaf zijn elfde jaar, maar verloor, zodra hij aan een groter werk wilde beginnen, het zelfvertrouwen en schoof zijn werk aan de kant. In zijn laatste jaar middelbaar aan de lokale kunstschool De Wijnpers kwam de kentering toen hij zijn eerste strip als eindwerk wist te verkopen. "Als verhaal heb ik toen voor een adaptatie gekozen van een prozatekstje uit Goldfish van de Amerikaanse comic-auteur Brian Michael Bendis. Met toestemming van de auteur ben ik dan aan de slag gegaan. Daar is toen erg enthousiast op gereageerd, ook binnen de stripwereld." Hoop-scenarist David Safier leerde hij via het web kennen. "In 1999 beheerde ik nog een site over Bruce Timm, de ontwerper van de Batman-cartoons uit de jaren negentig. Ik had daarop ook een ruimte waar ik mijn eigen werk publiceerde. David heeft daar die eerste twee verhaaltjes gelezen en tot mijn grote verbazing contact met me opgenomen. Hij vertelde dat hij een Duits film- en tv-scenarist was die er altijd al van gedroomd had een stripverhaal te schrijven. We hebben toen druk over en weer zitten e-mailen. Bedoeling was dat we beiden aan een project zouden starten, maar zijn tv-werk weerhield hem daarvan. Hij had pas een eigen fictieserie opgestart bij de openbare omroep ARD, Berlin, Berlin, een populaire, met prijzen overladen tienerserie, die zoals in Ally McBeal droom en werkelijkheid door elkaar mengt", vertelt Spaey.

"Uiteindelijk stelde hij me voor mijn eigen idee uit te schrijven. Hij zou me daarin begeleiden. Dat het een verhaal zou worden over een onbereikbare en vooral uitgestelde liefde tussen een jonge tekenaar en een stripteasedanseres was voor mij snel duidelijk. Om verschillende redenen was ik erop gebrand een tekstloos verhaal af te leveren. In de eerste plaats wilde ik mezelf op de proef stellen: kon ik een verhaal duidelijk overbrengen zonder maar een woord tekst te gebruiken? Het was ook interessanter omdat op die manier zowel mijn Amerikaanse als Belgische kennissen zo moeiteloos mijn verhaal konden lezen.

"Maar goed, ik ging toen aan het werk, schreef een plot uit in het Engels en stuurde die door. Het eerste hoofdstuk, van vier, is van mijn hand, maar David gaf suggesties over de opbouw en becommentarieerde onder meer een te lange inleiding of te korte scène. Later had hij iets meer tijd en heeft hij een plot geschreven voor de drie volgende hoofdstukken op basis van wat losse ideeën die ik op papier had gezet, als bijvoorbeeld de vraag een scène in het stadspark te schrijven. Die tekst is dan nog een paar keer over en weer gegaan tussen ons beiden, waarbij we ieder nog aanpassingen deden aan het verhaal."

Op de vraag of ze elkaar ooit gezien hebben, schudt Spaey het hoofd. "Nee, het is er jammer genoeg nog niet van gekomen. Naast een intense correspondentie per mail, hebben we elkaar twee keer keer gebeld. Dat was het. Een eerste ontmoetingspoging op een Duits festival waar de comicversie van zijn tv-serie Berlin, Berlin werd gepresenteerd, viel in het water."

Bijzonder trots is Spaey op de vier gastillustraties in zijn album. Naast Dupré en Stallaert reageerden de Franstalige Belg Mauricet ('Cosmic Patrouille', 'Doodsbang') en de Amerikaan Michael Avon Oeming ('Powers') positief op Spaeys vraag een tekening te maken bij ieder hoofdstuk. "Het leek mij niet alleen een leuk extraatje voor het album, het werkte ook als extra stimulans voor mijzelf", vindt hij. "Telkens als ik een hoofdstuk afwerkte en opstuurde naar de desbetreffende tekenaar, kon ik mij verwachten aan een mooie tekening van een van hen. En laat ik u verzekeren, het is een fantastisch gevoel wanneer je zo'n enveloppe openscheurt en daarin een tekening aantreft met jouw figuren op, geïnterpreteerd door een van je idolen."

Bij een van hen, Steven Dupré, zal hij overigens in september een maand zomerstage volgen. "Mijn eerste twee jaren animatie heb ik afgewerkt aan de Brusselse St. Lukas hogeschool. Voor mijn meesterjaren ben ik overgeschakeld naar beeldverhaal, waar ik nu in mijn laatste jaar zit. We zijn daarin verplicht een maand zomerstage te lopen. Het liefst in de stripsector, maar dat is niet vanzelfsprekend. De meesten komen terecht in de illustratie- of animatiesector. Ik heb het geluk gehad dat Steven Dupré het zag zitten om mij een maand onder zijn hoede te nemen. Ik denk dat ik zal gaan meewerken aan een nieuw project van hem: Pandora Box (een achtluik over de zeven hoofdzonden, GDW)."

Dat de eerste druk van Hoop slechts vijfhonderd exemplaren bedraagt, volgens de uitgever het maximum wat je in onze contreien aan zwartwituitgaven kunt slijten, daar zit hij niet mee. "Voor een debuut als het mijne vind ik dat meer dan verdienstelijk. Ik ben uiterst tevreden over de uitgave. Het is mijn absolute droom qua afwerking: een iets dikker, crèmekleurig papier waardoor de grijswaarden fantastisch tot hun recht komen. Het geeft het geheel iets stijlvols. En op mat papier, iets wat ik verkies voor werken in zwart-wit. Dat is echt een droom hoor."

Hoop verscheen bij uitgeverij Bee Dee en kost 12,95 euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden