Zondag 13/06/2021

Opinie

Debatteren over discriminatie lukt prima met Matthias Storme

Matthias Storme, de N-VA'er die werd aangesteld als bestuurder van het Interfederaal Gelijkekansencentrum. Beeld BELGA
Matthias Storme, de N-VA'er die werd aangesteld als bestuurder van het Interfederaal Gelijkekansencentrum.Beeld BELGA

Patrick Loobuyck is moraalfilosoof aan de Universiteit Antwerpen en UGent en auteur van 'De seculiere samenleving'. "Waarom zou een zakenman die volgens islamitische regels bankiert een atheïstisch personeelslid mogen weigeren, terwijl Hema geen regels mag uitvaardigen inzake levensbeschouwelijke tekens op de werkvloer?", vraagt hij zich af.

"Tendensondernemingen, zoals een christelijk rusthuis of een vrijzinnige vereniging, mogen discrimineren in hun personeelsbeleid om hun levensbeschouwelijke eigenheid te beschermen."

Dit is geen uitspraak van de 'omstreden' Matthias Storme (DM 25/10), maar van Jozef De Witte, directeur van het Interfederaal Gelijkekansencentrum. Ook hij verdedigt "de vrijheid om te discrimineren". We discrimineren eigenlijk voortdurend en dat is vaak onproblematisch. In een democratische rechtsstaat geldt enkel een verbod op discriminatie als het basisvrijheden en grondrechten schaadt.

De overheid moet zich daarom steeds aan het gelijkheidsbeginsel houden. Ongelijke behandeling kan enkel als daarvoor een voldoende reden is. Dat mensen met een handicap aparte parkeerplaatsen krijgen, is een klassiek voorbeeld. Maar als moslims zonder afdoende reden in openbare scholen ongelijk behandeld worden, is er wel een probleem.

Storme, professor in Leuven, verdedigt dit uitgangspunt heel expliciet - wat me overigens benieuwd maakt naar de argumentatie die hij destijds als advocaat gebruikte om het homohuwelijk aan te vallen. Het is ieders recht om het homohuwelijk onwenselijk, immoreel of zondig te vinden, maar dat is iets anders dan de legalisering ervan te bestrijden. Een neutrale overheid mag niet discrimineren tussen hetero's en holebi's. Ze is de legalisering van het homohuwelijk daarom aan zichzelf verplicht.

Quota

Ook in de civil society en op het individuele niveau moet discriminatie aan grondrechten getoetst worden. Ik mag discrimineren in mijn partnerkeuze, want gelukkig heeft niet iedereen het recht om met mij een relatie te beginnen. Het recht op vereniging geeft ook de vrijheid om organisaties op te richten waarin discriminerende regels gelden. Veel vrijmetselaarsloges zijn enkel voor mannen en andere verenigingen richten zich specifiek tot holebi's.

U vindt dat misschien ouderwets of onwenselijk, maar mensen hebben het recht zich op die manier te verenigen. Niet alles wat mensen immoreel vinden, moet juridisch strafbaar zijn. De vrijheid om te discrimineren verdedigen, is overigens niet hetzelfde als het goedkeuren of aanmoedigen ervan.

Wie deze individuele vrijheid doortrekt, concludeert met Storme dat mensen ook mogen discrimineren als ze hun huis verhuren of een taxibedrijf opbellen met de vraag naar een blanke of mooie vrouwelijke chauffeur. Mensen hebben immers geen recht om precies mijn huis te huren en als ik mijn chauffeur niet mag kiezen, mag ik dan ook mijn kruidenier of advocaat niet meer kiezen?

We moeten hier twee zaken toevoegen. Wanneer er veel verhuurders en werkgevers zijn die geen mensen toelaten met een moslimnaam, dan komen er wel degelijk grondrechten in het gedrang: het recht op wonen en op arbeid. Het probleem wordt dan 'structureel' en maakt het legitiem dat de overheid ingrijpt - niet omdat verhuurders niet mogen discrimineren, maar omdat huurders in hun rechten worden geschonden. Dit vraagt een breed en efficiënt gelijkekansenbeleid, eventueel zelfs quota.

Publieke diensten

Anders dan Storme denk ik dat hier ook een antidiscriminatiewet een plaats heeft. De overheid moet dan niet de voorkeur van de klant voor een bepaald soort taxichauffeur strafbaar maken, de relevante vraag is of het taxibedrijf op die discriminerende vraag mag ingaan. Storme zou hier positief op antwoorden, ik niet. Dat maakt ook het Hof van Justitie van de EU duidelijk in de zaak-Feryn, de kantelpoortenfirma die geen allochtone monteurs wilde omdat klanten geen vreemde arbeiders wensen. Wie een publieke dienst aanbiedt, mag voor bepaalde groepen de gelijke toegang tot de arbeidsmarkt niet structureel weigeren.

We moeten dus verschillende niveaus onderscheiden. En terwijl de overheid discriminatie moet bestrijden om onze grondrechten te beschermen, kunnen individuen binnen bepaalde grenzen vrij discrimineren omdat ze dragers van grondrechten zijn. En daartussen zit de civil society, de arbeids- en onderwijsmarkt.

Is hiermee alles uitgeklaard? Nee. Bijvoorbeeld inzake de tendensondernemingen: waarom zou een zakenman die volgens islamitische regels bankiert een atheïstisch personeelslid mogen weigeren, terwijl Hema geen regels mag uitvaardigen inzake levensbeschouwelijke tekens op de werkvloer? En waarom zou het katholiek lager onderwijs dat 70 procent van het onderwijsaanbod vertegenwoordigt, positief mogen discrimineren ten aanzien van gedoopte leerkrachten, waardoor mogelijk het recht op arbeid van ongedoopte leerkrachten in het gedrang komt?

Storme lijkt me voor deze en andere discussies eigenlijk een prima gesprekspartner.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234